Doop

4. Doop als beeld van opnieuw geboren worden

De doop

In Titus 3:5b staat dat God ons heeft gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de heilige geest …
Door de doop wordt de geestelijke en onzichtbare geboorte van de mens uitgebeeld.
Wanneer een gelovige zich laat dopen, getuigt hij dat hij eerst uitsluitend in de natuurlijke wereld heeft geleefd.
Het water dat hem omringt, is hiervan het beeld.
Maar hij staat op uit dit water.
Hij is uit deze duisternis getrokken naar het licht, uit het rijk van satan naar God, van een slaaf van de zonde is hij een zoon van God geworden.

In Efeziërs 5:25 en 26 staat:
… zoals Christus de gemeente heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven, om haar te heiligen, haar te reinigen met water en woorden.
Wie zich laat dopen getuigt dat hij een nieuwe mens is geworden.
Voor hem geldt:
Jij bent al rein door alles wat Ik tegen jou gezegd heb (zie Johannes 15:3).
De Vader zegt: "Jij bent nu zuiver, jij bent nu heilig, jij bent nu rechtvaardig, jij bent nu een erfgenaam van God en een mede-erfgenaam van Christus.
Jij bent een koning en een priester, jij bent mijn zoon en mijn eigendom."
De rechtvaardige leeft doordat hij gelooft in deze woorden van God.

Nooit kan de besprenkeling van een baby deze voor het natuurlijke oog verborgen zaak van het opnieuw geboren worden van een mens uitbeelden.

Als iemand door Johannes gedoopt wordt, staat hij op uit het water als een rechtvaardig mens.
Maar als iemand opstaat uit het water van de doop die Jezus heeft ingesteld, belijdt hij een opnieuw geboren mens te zijn.

Het opnieuw geboren worden vindt plaats in de onzichtbare wereld en hierbij is een natuurlijke afkomst niet van belang.
Het opnieuw geboren worden tilt de mens uit de sfeer van het zichtbare en plaatst hem over in de geestelijke.
Van deze onzichtbare gebeurtenis in zijn leven getuigt de christen in de zichtbare wereld door de doop in water.
Hij getuigt van het werk dat God in zijn leven verricht heeft, dat bij hem het oude voorbij is en dat het nieuwe leven gekomen is.

Bij de kinderbesprenkeling missen we het tot inkeer komen, het geloof in de schuldvergeving en het opnieuw geboren worden.
De kinderbesprenkeling is alleen een zaak voor de zichtbare wereld en daarom heeft deze door mensen ingestelde ceremonie geen enkele betekenis in het koninkrijk van God.

Maar hij vormt helaas wel een barrière om tot de echte, bijbelse doop te komen.

De Bijbel zegt dat het natuurlijke eerst komt en daarna het geestelijke (zie 1 Korintiërs 15:46).
De leer van de ‘veronderstelde wedergeboorte’ die ervan uitgaat dat een kind vóór (…) zijn natuurlijke geboorte opnieuw geboren kan zijn, is daarom in strijd met het woord van God.
Zoals we nu de gestalte van de stoffelijke mens hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben (1 Korintiërs 15:49).

Een kind draagt dus het beeld van de stoffelijke, aardse mens en ontwikkelt zich op een natuurlijke manier.
De opnieuw geboren mens draagt in zich het (voor)beeld van Jezus en kan volledig aan Hem gelijkvormig worden.

Getuigen van wat God in het leven van een mens doet én van zijn vernieuwing wekt de felle vijandschap op van de (religieuze) demonen.
Zij inspireren de natuurlijk ingestelde gelovige dan ook om dit getuigenis te haten en vast te houden aan het surrogaat dat de schijngemeente ervoor in de plaats heeft gesteld.
Is het wonder dat de kinderbesprenkeling in deze wereld op geen enkel verzet stuit en dat er nog nooit iemand voor vervolgd is?
Terwijl de ware doop als getuigenis van de opnieuw geboren mens door satan en zijn trawanten altijd gehaat is en nog steeds wordt!

Van de tweeduizend ‘bloedgetuigen’ die onze Nederlandse geschiedenis kent, bestaat 73 % uit gelovigen die op grond van hun geloof, als volwassene, gedoopt zijn!

Wij moeten dus kiezen tussen een besprenkeling van kinderen, die berust op menselijke overwegingen, beïnvloed door satan óf een doop uit de hemel, die Jezus zelf voor opnieuw geboren gelovigen heeft ingesteld.
Voor de juiste keus moet de mens vaak een prijs betalen en het kruis van de verdrukking op zich nemen, die bestaat uit spot, verachting en afwijzing.