Doop

1. De doop van Johannes

De breuk met het oude verbond

De doop is ook de breuk met het oude verbond.
Johannes brengt het vergeven van de zondeschuld en het weer contact kunnen leggen en onderhouden met God buiten de tempel(ceremonies) om.
Hij heeft het niet meer over offers die voor de zonden gebracht moeten worden, maar over het Lam van God.
Het volk moest geloven in Hem, die na hem (Johannes) kwam, in Jezus (zie Handelingen 19:4).

In zijn toespraken is geen plaats voor het verplicht opvolgen van de wetsvoorschriften van het oude verbond.
Johannes trekt de pijlers waarop dit oude verbond rust, weg.
Want het koninkrijk van God is dichtbij, binnen het bereik van de mens gekomen!

De oproep vanuit het nieuwe verbond is:
Keer je af van je leven van vandaag en laat je dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor je zonden.
Dan zal de heilige geest je gegeven worden …
(zie Handelingen 2:38).

Want het water is één van de drie getuigen van het nieuwe werk van God op aarde.
De doop in water is de zichtbare handeling, het getuigenis en de uitbeelding van een onzichtbaar gebeuren met de mens in de geestelijke wereld.
Het koninkrijk van God bestaat uit vrede, blijdschap, gerechtigheid en kracht.
Het is een onzichtbaar, geestelijk rijk en je kunt er niet op een niet-geestelijke of natuurlijke manier in komen, dat wil zeggen: deel krijgen aan de hiervóór genoemde kenmerken van dit rijk.
Door de doophandeling op zich kom je er niet in, maar door je te laten dopen toon je je geloof in de onzichtbare weg, waarlangs je in dit koninkrijk van God kunt komen.

Dit horen ook de Farizeeën en Sadduceeën als zij Johannes vragen hen te dopen.
Maar deze ‘geestelijke’ leiders van het volk zijn niet ‘van boven’ geroepen.
Zij bezitten hun positie en aanstelling in de religieuze wereld op basis van hun natuurlijke afkomst, hun opleiding en steun vanuit hun religieuze partij.

Johannes is de wegbereider van het nieuwe verbond.
Zijn roeping is rechtstreeks uit de hemel en komt niet van mensen.
Zijn doop is een directe opdracht van God zelf en is niet gebaseerd op enige traditie.
Die mij gezonden had om te dopen in water (zie Johannes 1:33).

Het zal wel na lange discussies en veel aarzelingen geweest zijn dat de Farizeeën en Sadduceeën het besluit nemen zich te laten dopen.
Zij kunnen niet langer ontkennen dat er aan de Jordaan een opwekking begonnen is.
Johannes is een ‘onbetaalde rekening van de kerk’.
Het is niet mogelijk hem en zijn doop nog langer dood te zwijgen.
Men moet om het volk wel een concessie doen aan deze ‘sektariër’ die zonder enige officiële toestemming de duizenden doopt,… want iedereen houdt Johannes voor een profeet (zie Matteüs 21:26).

Deze religieuze leiders voelen dat zij de nieuwe tijd niet kunnen tegenhouden.
Daarom besluiten zij de doop van Johannes in meer ‘kerkelijke banen’ te leiden en ze melden zich dan ook zelf.
Johannes mag dan een profeet zijn, maar ook aan hén zijn toch de woorden van God toevertrouwd?
Uitgaande van het verbond, de overeenkomst tussen God en Abraham en zijn nakomelingen, menen zij recht op de doop te hebben.
Op de ‘dag van het oordeel’ zullen ze dan op deze doop kunnen terugvallen en zó kunnen ontkomen aan veroordeling.

Maar Johannes wordt door hun komst niet geïmponeerd.
Hij wijst hen af, want zijn roeping staat hem maar al te duidelijk voor ogen.
Met Johannes valt niet te marchanderen, want hij bezit de begaafdheid van het herkennen van de geesten.

Ook herkent hij Jezus als het Lam van God, maar deze religieuze leiders trekt hij het ‘vrome’ masker af.
Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel? (zie Matteüs 3:7).
‘Addergebroed’, letterlijk: wat gifslangen voortbrengen.
In geestelijk opzicht dus wat demonen (kunnen) uitwerken in mensen, door hen te infiltreren en te inspireren met hun leugens.
De leiders hebben daardoor niet begrepen dat er met het bereiken van de volheid van de tijd een heel andere dimensie is bijgekomen.
Ze zijn blind voor de signalen van de tijd.
Ze hebben in geestelijk opzicht satan als vader of inspirator en deze heeft hen op het idee gebracht het voorbijgaande (het zichtbare) met het nieuwe (het geestelijke) te verbinden.
Kan hij de nieuwe tijd niet tegenhouden, dan zal hij proberen het nieuwe kledingstuk aan het oude vast te maken.

Maar Johannes sluit geen enkel compromis waar het gaat om de waterdoop.
Hij treft de leiders in hun religieuze hoogmoed.
En denk niet dat je bij jezelf kunt zeggen:
Wij hebben Abraham als vader.
Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken!
(Matteüs 3:9).
In het nieuwe verbond geldt geen natuurlijke afkomst, of een ‘kerk van de voorouders’.
Natuurlijke afkomst en traditie geven daar geen enkel recht op iets.
De Farizeeën en Sadduceeën menen om de doop te mogen vragen op grond van hun afkomst en hun status in het religieuze leven.
Want zij zijn toch het volk van God en een nieuwe geestelijke toerusting door het komen tot inkeer en het opbiechten van zonden vinden zij niet nodig.
Maar zelfs de doop van Johannes, hoewel nog niet de volledige doop van het nieuwe verbond, moet worden voorafgegaan door persoonlijke inkeer, onder opbiechten van begane zonden en het krijgen van vergeving hiervoor.
Daarom alleen al hoort het ‘dopen’ van kinderen niet bij het nieuwe verbond.

Wat satan door de Farizeeën en Sadduceeën niet heeft kunnen bereiken, is hem later wél gelukt door middel van de ‘kinderdoop’, of beter gezegd: de kinder- of zuigelingenbesprenkeling.
Door (trouwens ongefundeerd) te zeggen dat de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen, probeert men hier van het nieuwe verbond een verlengstuk te maken van het oude.

De zogenaamde kinderdoop, die dus in letterlijke zin geen ‘doop’ is, is een van de sterkste draden waarmee de conservatief religieuze mens het oude aan het nieuwe wil verbinden.
Bij baby’s is geen sprake is van het komen tot inkeer en ook geen noodzaak tot of mogelijkheid van het opbiechten van zonden, waarop vergeving kan volgen.
Daarom heeft de kinderbesprenkeling te maken met het natuurlijke voorgeslacht, met traditie en niet met het onzichtbare, geestelijke koninkrijk van God.

Wie een kind ‘ten doop’ houdt op grond van het feit dat het gelovige ouders heeft, leeft nog op oudtestamentische bodem.
Want de echte nakomelingen van Abraham bestaan niet uit natuurlijke kinderen, maar uit gelovigen.
En omdat jullie Christus toebehoren, zijn júllie nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte (zie Galaten 3:29).