Doop

1. De doop van Johannes

Uit de hemel of uit de mensen?

Wat zijn doop betreft, kan Johannes zich niet op menselijke voorschriften of regels baseren.
Hij staat in dienst van Die hem gezonden had.
Als men later aan de Heer Jezus vraagt op grond van welke bevoegdheid Hij zijn wonderen doet, is zijn antwoord:
Ik zal jullie ook een vraag stellen: Doopte Johannes in opdracht van de hemel of van mensen? (Lucas 20:4).

Wat begrijpen de hogepriesters en de schriftgeleerden van een bevoegdheid voor hun tijd, die niet gebaseerd is op schoolse geleerdheid en menselijk gezag, maar die rechtstreeks uit de geestelijke wereld, het koninkrijk van God, komt?
In dit opzicht verschillen zij niet veel van menig religieuze of kerkelijke leider of theoloog in onze dagen!

De tijd is gekomen om de harten van de vaders te keren tot de kinderen.
Deze nieuwe generatie onder leiding van de voor Israëlitische begrippen wel erg jonge Johannes, wijst elk compromis met de religie van het voorgeslacht van de hand.
Wanneer de ouderen zich bij hen willen voegen, moeten zij zich de inzichten van deze kinderen eerst eigen maken!
Want iedereen die gaat ploegen en achterom kijkt, is ongeschikt voor het koninkrijk van God.
Ze moeten hun oude inzichten achter zich laten!

Over zijn voorloper, Johannes, zegt Jezus het volgende:
Ik verzeker jullie: er is onder allen die uit een vrouw geboren zijn nooit iemand opgetreden die groter was dan Johannes de Doper … (zie Matteüs 11:11).
Want hij legt de bijl aan de wortel van de oude ‘verbondsboom’ en daarom staat hij buiten het tempelplein en in de Jordaan.

Bij de kinderbesprenkeling wordt deze bijl weer weggehaald en wordt de vermolmde boom weer ondersteund.

Het komen tot inkeer en het vergeven van de zondeschuld zijn geestelijke zaken.
Zij horen dus bij het koninkrijk van God.
De doop beeldt deze zaken in de zichtbare wereld uit.
De mens die gedoopt wordt, wordt niet naar het water gedragen, maar hij gaat er zelf naar toe.
Uit Jeruzalem, uit heel Judea en uit de omgeving van de Jordaan stroomden de mensen toe en ze lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden (Matteüs 3:5 en 6).

Zo is ook het tot inkeer komen een daad van de mens in de geestelijke wereld.
Maar veel mensen beweren dat een zondaar niet tot inkeer kán komen.
Daarom stellen zij dat het opnieuw geboren worden hiervóór plaatsvindt of zij leren dat deze twee hetzelfde betekenen.

Maar met deze leer vanuit de traditie wordt voor duizenden de weg naar de geestelijke wereld en met name het koninkrijk van God afgesloten.
Hun wordt voorgehouden dat zij niet uit zichzelf tot inkeer kunnen komen, maar dat zij moeten wachten tot God dit in hen bewerkt …!

Men beweert dat een geestelijk dode niet horen kan en daarom niet tot inkeer kan komen.
Maar Jezus zegt:
Ik verzeker jullie: er komt een tijd en het is nu al zover, dat de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en dat wie Hem horen, zullen leven (Johannes 5:25).

Tot inkeer komen of zich bekeren is een daad van de mens zélf en het zich laten dopen ook.
Daarom moeten de ouders hun kinderen niet naar het ‘doop’vont dragen of laten dragen, maar zijzelf moeten later naar een plaats gaan waar veel water is om zich daar te laten dopen op de manier die de Bijbel aangeeft …

Het wegdoen van de zondeschuld wordt uitgebeeld door het schoonwassen door water.
Bij besprenkeling wordt ook deze symboliek geweld aangedaan.

Wil je méér naar God luisteren dan naar mensen?
Waarom aarzel je dan nog?
Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je zijn naam aanroept
(Handelingen 22:16).