Doop

3. Paulus de ‘herdoper’

‘Herdoop’ in onze tijd

De christelijke doop is rijker dan die van Johannes; daarom wordt de apostel Paulus zonder aarzeling ‘herdoper’.
Ook in onze tijd heeft men het nog wel over de ‘herdoop’.
Men bedoelt daarmee dat iemand die als baby besprenkeld is, op latere leeftijd de bijbelse doop door onderdompeling ondergaat.
Als we vergelijken, is de afstand tussen de doop van Johannes en de doop van Jezus veel kleiner dan de afstand tussen kinderbesprenkeling en de doop van het nieuwe verbond.

De doop van Johannes heeft nog inhoud, maar wat voor wezenlijke betekenis kan de besprenkeling voor de kleine ‘dopeling’ hebben?
Bij de kinderbesprenkeling missen we de voorwaarde en de hierdoor uitgebeelde waarheden van de bijbelse doop.
Er is namelijk geen sprake van tot inkeer komen, van schuldvergeving, van opnieuw geboren worden en van een oude en een nieuwe mens, dus van zijn begrafenis en opstaan in een nieuw leven.
Daarmee wordt nog minder uitgebeeld dan de doop van Johannes.
De kinderbesprenkeling grijpt terug naar de oudtestamentische besnijdenis, waar men alleen kinderen (jongetjes) op grond van hun natuurlijke afstamming besnijdt.
Ook hier mist men het elementaire van het koninkrijk van God, dat met een natuurlijke afkomst geen rekening houdt.

Tenslotte heeft men het watersymbool gereduceerd tot een paar druppels; ook daarom heeft het besprenkelen van baby’s totaal geen overeenkomst met de bijbelse doop.
Men verwerpt hiermee, evenals de Farizeeën en de wetgeleerden voor zichzelf het plan van God (zie Lucas 7:30).

Paulus doopt mensen opnieuw die de doop van Johannes ondergaan hebben, met een doop die door God ingesteld is en die een duidelijke betekenis heeft.
Hoeveel temeer zullen wij in onze tijd hen opnieuw of beter gezegd voor het eerst dopen die als baby besprenkeld zijn, een handeling waarover in de Bijbel niet gesproken wordt?
En waarvan de betekenis in geen enkel opzicht met de bijbelse doop overeenkomt!
We zullen daarvoor misschien wel de spot moeten verdragen die alle eeuwen het deel van de ‘herdopers’ geweest is.

Wij vragen ons nog één keer af: waarin is de christelijke doop meer dan de doop van Johannes?
Natuurlijk heeft hij ook als voorwaarde: het tot inkeer komen.
Op de Pinksterdag wordt gezegd: Keer jullie af van jullie huidige leven en laat jullie dopen … (zie Handelingen 2:38).
Ieder mens die Jezus wil volgen, zal zich moeten afkeren van het rijk van de duisternis en hij zal moeten breken met foutieve menselijke overleveringen.
Ieder die Jezus aanneemt, heeft deel aan de schuldvergeving.
De volgende punten zijn in de doop van Johannes onbekend:

  1. De doop als beeld van het opnieuw geboren worden (wedergeboorte) (zie Titus 3:5).
  2. De doop als beeld van de besnijdenis van het ‘hart’ (zie Kolossenzen 2:11).
  3. De doop als beeld van de begrafenis van de oude mens (zie Romeinen 6:3 en 4).
  4. De doop als beeld van het opstaan in een nieuw leven (zie Romeinen 6:4).
  5. De doop als vraag aan God om een zuiver geweten (zie 1 Petrus 3:21).

In de volgende vijf hoofdstukken zullen we hier nader op ingaan.