Doop

11. Wat doen wij met onze kinderen?

Voorstellen in de gemeente

Wat de menselijke kant betreft, hangt het geestelijke welzijn van de kinderen tijdens een bepaalde periode af van de ouders.
Daarom moeten dezen de demonen van onrust, angst, spanning, ziekte en zonde bij hun kinderen in de naam van Jezus verdrijven.
Wanneer zij de overwinning niet kunnen behalen, gaan zij naar hun broers en zussen in de gemeente om hulp.

De gemeente is het huis(gezin) van God (zie 1 Timoteüs 3:15).
Zij is de realisering van het geestelijke lichaam van Christus op aarde en in de gemeente ligt de grootste kracht en luister van de geest van de Vader.
De geestelijke begaafdheden worden in het midden van de gemeente gegeven en beoefend tot ondersteuning, herstel en opbouw.
Wanneer de liefdewerken van Jezus Christus met hun herstel en genezing vooral in de gemeente zichtbaar worden, zullen wij daar ook onze kinderen heenbrengen.

Wij gaan onze baby’s daar niet besprenkelen, want dit heeft niet de minste betekenis of nut, maar wij gaan hen in de gemeente voorstellen.
Wij stellen hen voor aan het hoofd van de gemeente: Jezus Christus.
Wij doen dit zoals Maria en Jozef de kleine Jezus aan God hebben voorgesteld in de tempel (zie Lucas 2:22).
Wij willen hun het goede van God meegeven en wij doen dit op dezelfde manier als Jezus heeft gedaan.
Zijn methode is goed, zoals in Marcus 10:16 staat:
Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen.

Namens de gemeente stelt de voorganger het kind voor aan de Heer, zodat Hij tot zijn doel komt met het kind en zijn luister in het kind zichtbaar zal laten worden.
Daarom zegent de voorganger of oudste het onder handoplegging in de naam van Jezus.
Daarna wordt het kind aan de ouders teruggegeven, zodat zij het zullen leiden, beschermen en heiligen.
Dit duurt totdat het zelf door zijn doop in water en doop in Gods heilige geest aangeeft dat het ingevoegd is in het lichaam van Christus en dus een eigen plaats heeft gekregen in de gemeente.
Ook de gemeente weet zich als huisgezin van God medeverantwoordelijk voor het wel en wee van de voorgestelde kleine.
De ouders kunnen altijd een beroep op de broers en zussen doen.
De gemeente staat mede in de bres voor de kinderen van de gelovigen die geroepen zijn om volkomen te beantwoorden aan het doel van God met de mens: het gelijkvormig worden aan Jezus Christus.

Ook de Heer draagt bij aan het welzijn van het kind en geeft het in de onzichtbare wereld heilige engelen om het te beschermen.
Want Ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader (zie Matteüs 18:10).
Deze engelen toch zijn allen dienende geesten, uitgezonden om hen bij te staan die deel zullen krijgen aan de redding? (zie Hebreeën 1:14).
Onder redding kunnen we verstaan: de realisering van het plan van God in een mensenleven.

Zoals bij het bouwen van een huis al een stapel stenen klaar staat om te worden gemetseld, zo ‘liggen de kinderen van gelovige ouders als toekomstige stenen vlak naast de tempel van God’.
Dit sluit natuurlijk het aanbrengen van andere ‘stenen’ niet uit.
Want die komen van oost en west, van noord en zuid, voor de bouw van de stad van God in de geestelijke wereld, het hemelse Jeruzalem.
De gemeente van Jezus Christus draagt niet alleen zorg voor haar eigen kinderen, maar zij is ook evangelisatie - en zendingsgemeente.
Zij is zich bewust van haar wereldwijde roeping en zij is geen volks- of familiekerk.

Als kind groeit Mozes op aan het meest occulte hof van de wereld, maar hij blijft onbesmet.
Want hij is geheiligd in zijn ouders Amram en Jochébed.
Later zegt de Heer vanuit de brandende doornstruik tegen hem: Ik ben de God van je vader (zie Exodus 3:6).
Mozes is één met het volk van God, beeld van de gemeente (zie Hebreeën 11:25).

Samuël komt terecht in de onzedelijke priesteromgeving van Hofni en Pinehas.
Maar hij is geheiligd in zijn moeder Hanna door de gelofte, uitgesproken in het huis van de Heer.

Job offert voor zijn kinderen en heiligt hen.

Jezus is geheiligd in zijn eigen Vader die Hem op bijzondere manier beschermt en bewaakt.

Onze kinderen zullen weten dat zij gelovige ouders hebben die bij een gemeente horen die bidt en strijdt.
De Heer geeft de ouders een serieuze, maar ook prachtige verantwoordelijkheid om hun kinderen, die met hen in deze wereld leven, in de geestelijke regionen te beschermen en te heiligen.
Om deze taak te kunnen uitvoeren geeft de Heer hun kracht en wijsheid door Gods heilige geest die in hen woont; door de geestelijke begaafdheden maakt Hij hen bekwaam.

In de Bijbel geeft God ook een aanwijzing aan het kind.
Dit moet aan zijn ouders gehoorzaam zijn, want een ongehoorzaam kind is als een onbestuurbaar schip.
Wanneer een ouder in het natuurlijke leven het kind van zijn jeugd af aan gehoorzaamheid leert, zal dit ook later in het geestelijke leven gehoorzaam zijn aan God.
Een kind dat zijn gelovige ouders ongehoorzaam is, kan God nooit gehoorzaam zijn.
Weerspannigheid is even erg als toverij en eigenzinnigheid is even slecht als afgodendienst (zie 1 Samuel 15:23).

Als een kind niet aan zijn gelovige ouders gehoorzaamt, is het dus met een andere geest verbonden, die het ook van God afvoert.
Daarom is het van het grootste belang om het kind ook in zijn natuurlijke leven aan gehoorzaamheid te wennen.
Een vader en moeder die door de geest van God geleid worden, hebben van God de kracht en de wijsheid gekregen om een gehoorzaam kind zonder pressie of geweld te leiden en het in het spoor van de rechtvaardigheid te houden tot eer van de naam van Jezus.