Erfzonde

2. Het plan van de vijand

Vier betekenissen van ‘zonde’

Het woord ‘zonde’ komt in de Bijbel in vier betekenissen voor:

1)

Als gezegd wordt dat door één mens de zonde in de wereld gekomen is, worden met de ‘zonde’ de demonen bedoeld, met satan als hun leider (zie Romeinen 5:12).
Zij hebben de heerschappij over deze wereld van de mens overgenomen, want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem (Adam) die haar daaraan heeft onderworpen (zie Romeinen 8:20).

Satan is de heerser over deze wereld gewórden en met zijn demonen heerst hij als een koning.
In deze betekenis moeten teksten worden gelezen als:
Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat jullie aan zijn begeerten zouden gehoorzamen (Romeinen 6:12 NBG);
Toen jullie nog slaven van de zonde wáren (zie Romeinen 6:20);
Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde (Romeinen 6:7), zoals een vrouw vrij is van haar gestorven man;
En bevrijd van de zonde hebben jullie je in dienst gesteld van de gerechtigheid (Romeinen 6:18);
De zonde heeft gebruikgemaakt van het gebod: ze heeft mij misleid en mij door het gebod gedood (Romeinen 7:11);
Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, ben ik daar niet zelf de oorzaak van, maar de zonde die in mij heerst (Romeinen 7:20).

2)

Tussen de (geestelijke) bevruchting en de geboorte (het zichtbaar worden) kan de ‘zonde’ als in embryonale toestand in onze innerlijke mens aanwezig zijn.
Wij hebben in dit geval de verleider niet buiten ons geestelijke lichaam weten te houden en hebben wij contact met hem opgenomen.
Hier begint onze medeplichtigheid.
Het spreekwoord zegt: ‘De heler is zo goed als de steler.’
Het is het stadium van zondige gedachten die gekoesterd worden en die in de onzichtbare wereld tot ontwikkeling komen.
Nog is het bevruchte verlangen niet omgezet in de daad.
We kunnen bijvoorbeeld denken aan de haat, waarvan in 1 Johannes 3:15 staat:
Iedereen die zijn broer of zus haat, is een moordenaar.
Ook aan wat Jezus zegt in Matteüs 5:28:
Iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd.
En teksten als:
Wie zijn medemens veracht, is een zondaar (zie Spreuken 14:21) en
De Heer zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht (Genesis 6:5).

3)

Zoals een kind naar zijn vader heet, zo wordt ook de vrucht van de demon ‘zonde’ genoemd.
In Johannes 8:34 NBG en grondtekst staat:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie, een ieder, die de zonde doet, is een slaaf van de zonde.
1 Johannes 3:8 zegt: Wie de zonde doet is uit de duivel.
De zonde doen of zondigen is hetzelfde, want in het werkwoord zondigen ligt de betekenis van zonde doen.
Jezus zegt in Johannes 5:14 tegen de man die achtendertig jaar ziek was geweest en zijn genezing langs occulte weg verwachtte: Zondig daarom niet meer of langer.
Wat betreft de man die blind geboren is, vragen zijn leerlingen: Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders? (zie Johannes 9:2).
Efeziërs 4:26 zegt: Als u boos wordt, zondig dan niet en
in 1 Johannes 5:16 staat: Als iemand zijn broer of zus een zonde ziet begaan …

4)

Als vierde betekenis noemen we wat als schuld na de zondige daad achterblijft.
De Bijbel heeft het in bijvoorbeeld Romeinen 2:5 (grondtekst) over een opeenstapeling van boosheid.
Door te (blijven) zondigen wordt de mens steeds schuldiger en komt hij meer en meer onder de claim van de demonen te liggen.
Hij verzamelt op die manier ‘schatten van toorn’.

In positieve zin is aan de andere kant ook sprake van het verzamelen van schatten in de hemel door het verrichten van daden van heil of herstel.
Van ‘schatten van toorn’ als zondeschuld lezen wij in teksten als:
Johannes 1:29: Daar is het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt;
Kolossenzen 1:14: Die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden.
Aan het kruis op Golgotha neemt Jezus onze zonde(schuld) weg.
God heeft Hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door Hem rechtvaardig voor God konden worden (2 Korintiërs 5:21).

Jezus zegt in Lucas 11:20:
Maar als Ik door de vinger van God de demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God over u gekomen.
De vinger van God is zijn heilige geest die de bewerkers van het kwaad aanwijst en kracht aan de gelovige geeft om hen te bestrijden en terug te drijven.

Als de Heer ons tot een zware strijd tegen de felle tegenstanders oproept om het plan van God te realiseren, de volmaakte mens die gelijkvormig is aan Jezus Christus, moeten we dan niet zoveel mogelijk van de demonen en hun methoden afweten?
Satan en zijn demonen zijn er alleen maar op gericht dit plan van God te torpederen en zelf de heerschappij te grijpen.

We moeten weten hoe het satan gelukt is een mens onder zijn heerschappij te krijgen en hoe en door welke kracht wij deze gebondene kunnen bevrijden.

Omdat men geen kennis heeft van de onzichtbare wereld, worden uitdrukkingen als erfschuld en erfzonde gebruikt, terwijl niemand eigenlijk weet wat daarmee precies bedoeld wordt.
De omschrijvingen van deze termen zijn erg vaag en zij spreken elkaar maar al te vaak tegen, terwijl de demonen deze woorden als maskers gebruiken om zich ermee te camoufleren.