Erfzonde

6. Leert Romeinen 5 de erfzonde?

Een onhoudbare leer

Het dogma van de erfzonde onderscheidt erfschuld en erfsmet, die beide uitdrukkingen zijn die niet in de Bijbel voorkomen.
Erfschuld is dan de zonde van Adam die ons toegerekend wordt, terwijl erfsmet wijst op de totale geestelijke verdorvenheid van de hele mensheid.
Wij geloven dat velen ook wat betreft dit dogma vernieuwd moeten worden in hun denken.
Wij zijn trouwens niet de enigen die hun mening over deze dwaling hebben gewijzigd.
Ook in kerkelijke kringen is men gelukkig bezig van inzicht te veranderen.

De Bijbel geeft aan dat de wereld(se mens) onder beslag ligt van het rijk van de duisternis.
Door zijn geboorte komt een kind in bezet gebied, waar de heerser over deze wereld heerschappij uitoefent voornamelijk door zonde, ziekte, misleiding, geweld en dood.
Het opgroeiende kind is als een mijnwerker die in een smetteloos pak de mijn ingaat en die zo in korte tijd vuile kleren heeft.

Een kind is een natuurlijk en gaaf mensje dat door zijn ouders geheiligd of beschermd moet worden tegen de hem of haar omringende en opdringerige demonen.
Alleen zij die gedoopt zijn in de geest van God en diens gaven en vrucht in zich ontwikkelen en die (dus) kennis hebben van het koninkrijk van de hemelen, zullen hun kinderen kunnen afzonderen van de boosaardige geestenwereld.
De Psalmist belijdt niet dat hij vanaf zijn geboorte verworpen is door God, maar hij dicht in Psalm 71:6:
Al vanaf mijn geboorte steun ik op U,
al in de moederschoot was U het die mij droeg,
U wil ik altijd loven.

Niet kúnnen breken met ongerechtigheid

Zoals satan bedoelt, brengt de leer van de erfzonde de mens in verwarring.
Hij wordt hierdoor niet alleen verantwoordelijk gesteld voor zijn eigen daden en sterft niet alleen om zijn eigen zonden.
Maar totaal buiten zijn schuld om en onontkoombaar rust op hem (ook) de schuld van Adam en zal hij moeten sterven omdat deze gezondigd heeft.
Bovendien maakt de ‘totale verdorvenheid’ van de mens, van wie gezegd wordt dat hij onbekwaam is om ook maar iets goeds te doen en de neiging heeft om ‘al het mogelijke kwaad’ te doen, het hem onmogelijk een nieuw leven te beginnen.
Hij kan niet breken met het kwaad, want het zit aan hem vast en het is geen vuil dat afgewassen kan worden.
Hij moet dan maar wachten tot God dit misschien doet en in combinatie met de ‘leer van de uitverkiezing’ is dit eigenlijk geen haalbare kaart voor hem.
Wat een demonische gedachtengang die volledig in strijd is met Gods woord!

De erfzondeleer houdt dus de mens tegen om God te zoeken, Jezus als Leider in zijn leven aan te nemen en daarna het herstel en de luister van God te ontvangen.
De erfzondeleer zegt dat alle baby’s verdoemd zíjn, dat zij dus niet verloren gaan om door hen begane zonden, maar dat zij al verloren zijn enkel en alleen door hun afstamming van Adam.
Zij zijn zonder hun weten der verdoemenis in Adam deelachtig (‘doop’-formulier).
Zij worden dus niet geoordeeld op grond van hun daden, zoals in Openbaring 20:12 staat, maar naar de hun ‘toegerekende’ zonde.
Wat een onlogische, onrechtvaardige en volstrekt on-Bijbelse redenering!

Satan moet in ieder nieuw leven afzonderlijk contact leggen en hierin werkzaam worden als hij in die mens iets wil bereiken.
Zonde is net zomin erfelijk als een huwelijksgemeenschap; geen enkel levenscont(r)act is trouwens erfelijk!
De mens die tot bewustzijn gekomen is, kan de contacten met satan ook weer verbreken en aan een nieuw leven beginnen.
Het is dan nodig dat hij door zijn opnieuw geboren worden of vernieuwing van denken overgebracht wordt uit de macht van de duisternis naar het onzichtbare rijk van Gods geliefde Zoon (zie Kolossenzen 1:13).
Dit is dan geen vlucht, maar een migratie uit de macht van satan naar God (zie Handelingen 26:18).
Dan krijgen wij een plaats in de hemelsferen, de geestelijke wereld, in Christus Jezus (zie Efeziërs 2:6).