Erfzonde

1. Van demonische oorsprong

Wat is zonde?

De Bijbel geeft dus aan dat satan de oorsprong van al het kwaad is.
In hem zetelt het wezen van alle ongerechtigheid en hij is de inspirator tot alle vormen van kwaad.
Volgens 1 Johannes 3:4 is zondigen: Gods wet overtreden of de wetteloosheid doen.
Er is geen zonde zonder satan en waar hij heerst, is duisternis en geen licht of leven.
Evenals zijn onreine engelen is satan met onverbreekbare boeien of met eeuwige banden aan de duisternis verbonden (zie Judas 1:6).

De apostel schrijft dat wie zondigt, uit satan voortkomt (zie 1 Johannes 3:8).
Dit wil zeggen dat de zondaar door satan bevrucht of geïnspireerd wordt.
Als wij zondigen, ligt de oorsprong van dit kwaad niet bij onszelf, maar bij de demonen met wie wij contact hebben (gehad).
Daarom geldt voor onze Vader in de hemel in zijn houding ten opzichte van ons dat Hij onze zonden vergeeft en ook vergeet (zie Jeremia 31:34).
Romeinen 8:3 zegt in dit verband:
Vanwege de zonde heeft hij zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zo heeft hij in dit bestaan met de zonde afgerekend.
Jezus heeft de daden van satan tenietgedaan (zie 1 Johannes 3:8).

Niet teveel over de duivel praten

Gods liefdevolle houding ten opzichte van ons blijkt uit het feit dat Hij wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen (zie 1 Timoteüs 2:4).
Voor ‘gered’ kunnen we lezen: zalig of volmaakt geestelijk gelukkig worden, de volmaaktheid bereiken (zie bijvoorbeeld 1 Petrus 1:9).
Wij moeten de waarheid kennen, dat is weten hoe de zaken in de geestelijke wereld werkelijk zijn en hoe God ons door deze waarheid vrijmaakt van de leugens van satan.
Jezus noemt satan de heerser over deze wereld, want de schepping is onvrijwillig onderworpen aan de destructieve demonen uit het rijk van de duisternis.
Dit komt doordat Adam de schepping aan hen overgegeven heeft (zie Romeinen 8:20).
Wij moeten de ‘heerser over deze wereld’ geen voet geven en wanneer zijn demonen in ons werken, hen (laten) uitdrijven en hen weerstaan als zij ons willen inspireren.
In Jakobus 4:7 staat dat we ons moeten verzetten tegen satan en dat hij dan van ons zal wegvluchten.
Als troostrijke tegenstelling volgt dan in vers 8:
Nader tot God, dan zal Hij tot jou naderen.
De duistere machten en krachten willen ons scheiden van de liefde van Christus, maar wij zullen het schild van het geloof opheffen, waarmee wij al hun brandende pijlen kunnen doven.

De heerser over deze wereld is onze tegenpartij die pas na felle strijd volledig overwonnen wordt door de zonen van God, van wie gezegd wordt:
Zij hebben hem dankzij het bloed van het Lam en dankzij hun getuigenis overwonnen (zie Openbaring 12:11).
Is het niet tragisch dat juist in zoveel ‘christelijke’ kringen deze allesbeslissende worsteling wordt genegeerd?
En waarbij men ook nog eens durft te stellen dat we niet zoveel over satan moeten praten omdat we hem daarmee teveel eer bewijzen …

Een vijand voor wie de Bijbel heel serieus waarschuwt:
Wees waakzaam, wees op je hoede, want je vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi (1 Petrus 5:8).
Moeten we deze daarom juist niet identificeren en hem niet bij zijn naam noemen?
Jezus en zijn apostelen zijn ons erin voorgegaan om dit juist wél te doen!

Bevruchting van buitenaf

In de brief van Jakobus lezen we hoe de demonen te werk gaan en hoe zij ons tot hun medewerker (willen) maken.
Hun verlangen gaat naar ons uit en zij wachten alleen nog maar tot onze verlangens los komen te staan van Gods gedachten, zijn woord.
Dan nemen ze contact met ons op om ons geestelijk te bevruchten:
Is de begeerte bevrucht, dan baart ze zonde; en is de zonde volgroeid, dan brengt ze de dood voort (Jakobus 1:15).
De zonde wordt dus in de onzichtbare wereld uit bevruchting geboren en deze vindt van buitenaf plaats.
In Jakobus 1:13 staat:
Wie in verleiding komt, moet niet beweren: Die verleiding komt van God.
Want God stelt niemand aan verleiding bloot, zoals Hij zelf ook niet door iets slechts in verleiding kan worden gebracht.

In het oude testament waarin geen of weinig of geen inzicht is in de geestelijke wereld, kan men gemakkelijk denken dat God de mens verleidt, beproeft of verzoekt.
Want vrijwel alles wat uit de onzichtbare wereld naar de mens toekomt, wordt in die tijd aan God toegeschreven.
Men weet niet precies of soms helemaal niet hoe het goede en het kwade ontstaan.
Helaas kan dit tegenwoordig ook nog van veel christenen gezegd worden.

Het enige wat men dan kan doen is de zonde in eigen kracht bestrijden.
De kennis van de geestelijke wereld is, voordat Jezus het evangelie van het koninkrijk van de hemel brengt, nog een geheim of een verborgen zaak.
Jezus ontsluiert voor zijn leerlingen de geheimen van dit hemelse koninkrijk.
Hij maakt hen bekend wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen gebleven was (zie Matteüs 13:35).

Kán het kwaad wel van God komen?

We kunnen ons afvragen: welk redelijk denkend mens en welke serieus gelovige christen kan er ook maar in de verste verte aan denken dat zonde, ziekte, gebondenheid, vervolgingen, verdrukkingen, benauwde situaties, kortom het kwade, hun oorsprong hebben in en bewerkt worden door de uitsluitend goede en volmaakt liefdevolle Schepper die alles puur en zéér goed (!) heeft gemaakt?
Genesis 1:31: God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was.
1 Johannes 1:5: Dit is wat wij Hem hebben horen verkondigen en wat we jullie verkondigen:
God is licht, er is in Hem geen spoor van duisternis.

Toch waarschuwt Jakobus tegen zulke onredelijke opvattingen, omdat zij ook in die tijd nog steeds voorkomen ondanks het evangelie van Jezus over de geestelijke wereld.
Maar ook nu denken veel mensen nog vaak net zo oudtestamentisch als een paar duizend jaar geleden!
Hij spoort aan: laat niemand toch zoiets denken of uitspreken, want het kwade kan evenmin uit God voortkomen als duisternis uit de zon.

Het werkwoord verzoeken kan zowel passief als actief worden gebruikt.
Passief betekent het: het kwade in zich laten opwekken en actief: het kwade proberen over te brengen.
Wat God betreft wijst de apostel op de onmogelijkheid hiervan.
Zo kan Hij niet (passief) door het kwade verzocht worden en Hijzelf brengt (actief) niemand in verzoeking of Hij verleidt niemand om kwaad te doen.
De verzoeker is altijd satan!
God staat volkomen buiten de zonde.
God is één, zegt Jakobus in hoofdstuk 2:19 van zijn boek.
In Hem is geen enkele afwijking of wetteloosheid.
Het is ook onmogelijk God met zonde of duisternis te infiltreren en daarom sidderen de demonen.

Kind naar zijn vader noemen

Maar wat de mens betreft gaat de apostel verder:
Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging (actief) en verlokking of verleiding (dus van buiten af en passief) van zijn eigen begeerte (Jakobus 1:14 NBG).
De verleider houdt ons dus iets aantrekkelijks voor en trekt daarmee ons verlangen naar zich toe.
Deze zuigkracht gaat dus actief van satan uit, terwijl de passieve mens zo door zijn verlangens wordt meegesleept.
Maar als de mens actief is, kan hij satan weerstaan en dan wordt er geen zonde geboren.
Blijven wij passief, dan volgt er contact met satan en ontwikkelt zich daaruit een wetteloze daad:
Is de begeerte bevrucht, dan baart ze zonde; en is de zonde volgroeid, dan brengt ze de dood voort (vers 15).

Uit het contact tussen God en ons wordt nooit het kwaad geboren, dit is onmogelijk.
Wie uit God geboren is zondigt niet, want Gods zaad is blijvend in hem.
Hij kán zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren
(1 Johannes 3:9).
Het zaad van God, zijn gedachten en inspiraties, geeft een totaal andere vrucht dan het zaad of het verleidende woord van satan.
Uit God die geest is, komt de heilige geest, die zich met de geest van ons, als opnieuw geboren mensen, verbindt.

De vrucht van dit contact zijn de goede daden van liefde en herstel, terwijl de vrucht van het contact met de demonen de slechte en zondige daden zijn.
De oorsprong van het goede en van het kwade liggen dus beide in de geestelijke wereld.
Zoals er op het natuurlijke vlak gemeenschap nodig is om vrucht te verwekken, zo is dit ook in de geestelijke of onzichtbare wereld het geval.
Het zichtbare resultaat ervan wordt naar de verwekkers ervan genoemd: óf de vrucht van de heilige geest (zie onder andere Galaten 5:22-23) óf de vruchteloze praktijken van de duisternis (zie onder andere Efeziërs 5:11).
Het kind wordt vernoemd naar zijn vader!

Satans camouflage

Het is onlogisch en ‘(schijn)vroom’ om te zeggen dat de goede daden van de heilige geest afkomstig zijn, maar dat de zondige daden uit onszelf komen!
Zonde is een vrucht die in de geestelijke wereld ontstaat door contact van de menselijke geest met een demon.
Door middel van het ‘vlees’, ons natuurlijke lichaam, wordt deze vrucht zichtbaar als werken van het vlees (zie Galaten 5:19-21).

Het raffinement van satan is dat hij ons eerst inspireert om te zondigen en daarna ons ook nog eens beschuldigt dat dit van onszelf uitgaat.
Daarom heet hij de aanklager van de broers en zussen die hen dag en nacht, dus zonder ophouden, bij onze God aanklaagt (zie Openbaring 12:10).
Wij als christenen hebben niet de taak om onszelf te beschuldigen, maar wel om zonder ophouden te strijden tegen de demonen die contact met ons zoeken en ons onder druk zetten.
Satan camoufleert altijd zijn eigen aandeel in het ontstaan van de zonde.
Maar zoals in het natuurlijke leven een moeder geen kind voortbrengt zonder een verwekker, zo brengen ook wij geen werken van het vlees voort zonder de bevruchtende demonen.
Dit doen zij door inspiratie en het ombuigen van onze op zich (van nature) goede verlangens naar het kwaad.

Vaderloze kinderen bestaan niet, maar bij ongehuwde moeders laten de verwekkers zich vaak niet (meer) zien.
Het is opmerkelijk dat de religieuze demonen in zo’n geval ook altijd de volle schuld leggen bij de vrouw.
In Johannes 8 lezen we dat alleen de overspeelster gegrepen wordt, terwijl de man én de vrouw toch beiden op heterdaad betrapt zijn!

Als in Jakobus over begeerte gesproken wordt, is het wel duidelijk dat niet ieder verlangen zondig is.
De Psalmdichter zegt in Psalm 42:3: Mijn ziel dorst naar God.
Deze begeerte of dit verlangen is goed.
Ook het verlangen van een man naar een vrouw en omgekeerd is door de Schepper zelf in de mens gelegd.
Als het satan lukt om dit verlangen op de man of de vrouw van iemand anders te richten, dán pas wordt het zonde.

Ook het verlangen naar bezit is op zich niet verkeerd.
Van de ‘sterke vrouw’ zegt de Spreukendichter: Als zij haar zinnen op een akker zet, koopt ze hem (zie Spreuken 31:16).
Maar als dit verlangen naar bezit op dat van iemand anders gericht wordt, dan klinkt het:
Zet uw zinnen niet op het huis van een ander en evenmin op zijn vrouw, op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort (Exodus 20:17).

De tong is voor ons een onmisbaar orgaan om te spreken, maar wanneer zij onder invloed van satan komt, wordt zij in brand gestoken door de hel (zie Jakobus 3:6 NBG en grondtekst).
Ons verlangen kan dus gebruikt worden in dienst van God, maar het kan ook misbruikt worden door satan.
In het oude verbond had men vrijwel geen kennis van de onzichtbare wereld.
Daarom schrijft de apostel Paulus:
Ik zou immers niet weten wat begeerte was als de wet niet zei: Zet uw zinnen niet op wat van een ander is.
Maar de zonde heeft van het gebod gebruikgemaakt om begeerten in mij op te wekken, want zonder de wet is de zonde krachteloos
(zie Romeinen 7:7-8).

Zonde geestelijk beoordelen

Toch wordt in het oude verbond deze ‘verborgen’ zonde niet bestraft.
De priester of de rechter hebben daarvoor dan ook geen mogelijkheid.
In het nieuwe verbond, dat het wezen van de zonde laat zien, zegt Jezus in Matteüs 5:28:
En Ik zeg: zelfs iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd.
Ook zegt Jezus in de verzen 21 en 22:
Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk is gezegd:
Pleeg geen moord.
Wie moordt, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht.
En Ik zeg: zelfs ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het
(hemelse) gerecht.

Als de zonde naar buiten komt, dan komt zij als een daad van ons in de zichtbare wereld.
Diezelfde geestelijke wet zien we in werking treden als Gods geest ons inspireert:
Maar wie zich met de Heer verenigt wordt met Hem één geest.
Het resultaat van dit contact is:
liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof (of: trouw), zachtmoedigheid en zelfbeheersing (zie Galaten 5:22-23).
Als dit resultaat, deze vrucht, naar buiten komt, worden de goede werken geboren die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen (zie Efeziërs 2:10 NBG).

Bij de zondeval in het paradijs wordt Eva ook van buitenaf verleid.
Niet haar verlangen om verstandig en zelfs als God te worden is verkeerd.
Maar satan verleidt haar om dit doel te bereiken via een andere dan de door God voorgestelde weg.
Niet door geloof en verbinding met God, maar langs een onwettige, occulte weg belooft satan aan haar verlangen te voldoen.
Het resultaat hiervan, de vrucht, is bekend, want door één mens is de zonde(macht) in de wereld gekomen.
Dat de zonde van buitenaf op ons aankomt, blijkt ook uit wat God tegen Kaïn zegt:
Maar als je niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar je uitgaat, maar over wie jij moet heersen (zie Genesis 4:7 NBG).