Geest van God

Introductie

1 Het plan van God

1.1 Het doel van God met ons
1.2 De aanvallen van satan in deze tijd
1.3 Maar God werkt ook!
1.4 God geeft leven en overvloed
1.5 Vernieuwd worden in je manier van denken
1.6 De weg van Jezus
1.7 Gelijk(vormig) aan Jezus
1.8 Het volmaakte

2 De heilige geest

2.1 Dynamische kracht
2.2 De belofte
2.3 De gave
2.4 De doop in de heilige geest van God
2.5 De vervulling met Gods geest
2.6 Getuigenis

3 De uitingen van de heilige geest

3.1 De tempel van God
3.2 Gaven in de gemeente

4 Inspiratie-uitingen

4.1 Inspiratie-uitingen
4.2 Geestelijke talen
4.3 Verschillende talen (allerlei ‘tongen’)
4.4 Door God gegeven
4.5 Hét teken
4.6 Geestelijke talen zijn tot opbouw van de gelovige zelf
4.7 Geestelijke talen zijn tot welzijn van allen
4.8 Geestelijke talen zijn ook van belang om voor anderen te bidden
4.9 Geestelijke talen zijn een herkenningsteken
4.10 Problemen
4.11 Geestelijke talen in de praktijk
4.12 Uitleg van geestelijke talen
4.13 Tot opbouw
4.14 Wie moet er uitleggen?
4.15 Lengteverschil tussen het gesprokene in geestelijke talen en de uitleg
4.16 Leiding ontvangen door uitleg?
4.17 Profetie
4.18 Wat is profetie?
4.19 Profetie is tot opbouw
4.20 Is profetie voor iedereen?
4.21 Toets alles
4.22 Profetie en andere uitingen van de geest van God
4.23 Hoe weet ik nu dat ik mag profeteren?

5 Openbaringsuitingen

5.1 Openbaringsuitingen
5.2 Woord van wijsheid
5.3 Woord van kennis
5.4 Onderscheiding van geesten

6 Kracht-uitingen

6.1 Kracht-uitingen
6.2 (Wonderwerkend) geloof
6.3 Gaven van genezingen
6.4 Werkingen van krachten

7 De liefde van God

7.1 Wat is de liefde van God?
7.2 Welke weg voert omhoog?

8 De vrucht van de geest

8.1 De vrucht van Gods geest
8.2 Het beeld van Jezus

9 Hoe de geest te ontvangen?

9.1 Hoe de geest van God te ontvangen?
9.2 Geestelijke talen functioneren niet
9.3 Hoe nu activeren en gebruiken?

10 Hindernissen

10.1 Hindernissen
10.2 Demonische bruggenhoofden
10.3 Zonden
10.4 Onkunde

11 Alternatieve geest

11.1 Alternatieve geest
11.2 Satan en zijn ‘geestesuitingen’ (pneumatika)
11.3 Hemelse vorsten, heersers en machthebbers van de duisternis, kwade geesten in de hemelsferen
11.4 Verschijningsvormen van demonen in deze tijd
11.5 Verboden terrein
11.6 Gevolgen van contacten met de duisternis
11.7 Bevrijding is mogelijk!

12 Informatie

12.1 Informatie
12.2 Doorea - de gave
12.3 Baptisma ‘en’ - baptisma ‘eis’
12.4 Pneumatika
12.5 Charismata
12.6 Arraboon - onderpand
12.7 Bidden in de heilige geest
12.8 De (kerk)historie als bewijsgrond?
12.9 Orakel - en mysteriegodsdiensten

Nawoord

Introductie

Bij alle ontwikkelingen in gemeente en maatschappij willen wij als christenen niet ‘alleen maar’ standhouden, maar óók geestelijk groeien en (zo) satan en zijn demonen overwinnen.
Onze eigen geest is daarvoor niet sterk genoeg en daarom biedt God ons hierbij de hulp en ondersteuning van zijn eigen (heilige) geest.

Gods geest is niet een aparte persoon, maar de geest van God zelf, zijn persoonlijkheid en kracht.
Zie ook de toelichting bij Openbaring 1:16-18:
Johannes heeft vaak gezien dat Jezus zijn handen op mensen legt om hen te genezen of te bevrijden van demonen.
De rechterhand van God is dus het symbool van de kracht en de werking van zijn heilige geest.
Door Gods woord worden de gedachten van God voor ons herkenbaar en door zijn arm, vinger, geest of rechterhand worden ze gerealiseerd.
Hieruit blijkt dat de geest van God niet een (onder)deel van de ‘Godheid’ is, maar in feite God zelf die zich op diverse manieren manifesteert.

Gods geest is de persoonlijkheid van God de Vader en daardoor ook zijn scheppende en herstellende kracht.
Dat de geest van God ‘heilig’ genoemd wordt, wil zeggen dat hij gericht is op de heling van de gelovige mens, op zijn herstel naar geest, ziel en lichaam.
En dat herstel gaat door totdat deze mens gelijkvormig is geworden aan de mens Jezus Christus, die het Goddelijke niveau bereikt heeft.
Hij is de Heer, de kurios, die bezig is het plan van God volledig uit te werken, samen met zijn gemeente, in deze laatste periode van het herstel.
Dit is het einddoel van ons geloof: de realisatie van het plan van God.

De onderstaande studie gaat over het ontvangen van de Goddelijke geest, over zijn begaafdheden en vrucht, maar ook over de tegenwerking van satan.
Deze studie is een bewerking van het boekje ‘Dynamische kracht door de doop in de Heilige Geest’ van Riemer de Graaf.

1.1 Het doel van God met ons

In de toelichting op het boek Openbaring kunnen we lezen wat het doel van God met zijn schepping inhoudt.
God wil dat de volmaakte mens, die het geestelijke niveau van Jezus Christus heeft bereikt, met Hem zal regeren over alles wat Hij gemaakt heeft en over wat Hij nog zál ontwikkelen.
Maar satan doet er alles aan om dit plan van God te dwarsbomen, omdat hijzélf op de troon van God wil plaatsnemen en zich zó wil verheffen boven de mens.
In het boek Openbaring zien we hoe dit plan van God zich ontwikkelt vanaf het ontstaan van de eerste christelijke gemeente tot aan de tijd waarin wij nu leven.

Ook zien we de resultaten van de aanvallen die satan op deze gemeente uitvoert: het grootste deel ervan verwordt tot de schijngemeente die uiteindelijk uitmondt in de gemeente van de antichrist.
Slechts een relatief klein deel van de gemeente pleegt geen geestelijk overspel met de demonen van leugen en geweld.
Dit deel van de gelovigen groeit uit tot de gemeente zonder vlek of rimpel, die totaal heilig en zuiver is.

1.2 De aanvallen van satan in deze tijd

We leven in een zeer dynamische tijd!
Van welke kant we het ook bekijken, de ‘lucht’ is geladen met spanning.
Ieder ook maar een beetje nadenkend mens, gelovig of ongelovig, voelt dat aan en onderkent dat!
De opmars van de mens zonder God is in volle gang en zo kan het rijk van satan zich meer en meer manifesteren.
We zien dit onder andere in een wereldwijde toename van spiritisme, occultisme, satanisme, oosterse godsdiensten en mystiek, religieus fundamentalisme en fanatisme en een groot scala aan zonden en perversiteiten.

Deze worden steeds meer openlijk bedreven en bekendgemaakt.
De massamedia spelen daarbij, bewust of onbewust, een cruciale rol.
En niet te vergeten: de explosieve toename van de vele alternatieve geneesmethoden, waarbij zogenaamde genezers gebruik maken van ‘onzichtbare’ krachten.

Veel mensen zoeken hier hun herstel, maar komen zó helaas van de regen in de drup!
Het christendom ontdekt dat zijn woorden zonder voldoende kracht zijn (gebleven), ondanks misschien al zijn goede bedoelingen.
We hebben in deze tijd te maken met gebeurtenissen die het gevolg zijn van een bestaan dat vervreemd is van God.
Gebeurtenissen en ontwikkelingen waarvan satan de ontwerper en de inspirator is.
Er is niet alleen een rampzalige en ontbindende werking gaande in de natuur, b.v. de snelle opwarming van de aarde en het uitputten van de energievoorraden.
Maar ook in allerlei intermenselijke verhoudingen, zowel politiek, sociaal, raciaal en niet in het minst religieus.
In de persoonlijke sfeer van veel mensen is het vaak al niet anders: wanhoop, onvrede, eenzaamheid, angst, lichamelijke en geestelijke ziekten en gebreken, geweld, perversiteiten, frustraties, kortom, kenmerken van een leven zonder God …

Romeinen 8:22 - Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt.
Ondanks dit alles gaat de mens niet naar God om hulp.
Verblind door de leugen kán hij ook niet ontnuchterd worden.
De leugen van onder andere heb- en genotzucht, hoogmoed, liefdeloosheid, ijdelheid en egoïsme heeft zeer veel mensen in haar greep!
De meeste mensen verwerpen hierdoor helaas de onmetelijke liefde van God en het licht en het herstel dat Jezus in hun leven wil en kan geven.
Eigenlijk hoeven we ons hierover niet zo te verbazen!
Er is, wat dit betreft, niet veel nieuws onder de zon.
Eigenlijk is alles na de zondeval altijd al zo geweest.
Alleen de intensiteit van de duisternis in veel mensen neemt enorm toe.
In en in triest is het allemaal wél!

1.3 Maar God werkt ook!

Maar gelukkig heeft Gód óók gesproken in deze wereld en wel heel duidelijk.
God wil niet het onheil en de ondergang;
God wil niet de angst en de oorlogen;
God wil niet de ontreddering van de mens en ook niet zijn ziekten!

Wat wil God wél:
God wil vrede en recht.
God wil herstel in een wereld die vol moet worden van zijn liefde.
Daarom zond Hij de Hersteller (Heiland), de Vredevorst.
Daarom zond Hij (de mens) Jezus, die vervuld werd met Gods heilige geest!

Het andere, wat wij ook in deze zeer dynamische tijd zien, is de opmars van het koninkrijk of de geestelijke macht van Jezus Christus.
Tegenover de werkingen van de (machten van de) duisternis en de wanhoop zullen de liefde, de goedheid, de wijsheid, de kracht en de macht van de Heer Jezus zich manifesteren!
Grote groepen jongeren en ouderen vinden Jezus als de Heer van hun leven.
Ze ontdekken dat Hij hun leven kan vullen met liefde en genezing, dat Hij werkelijk hun denken en gevoelens kan vernieuwen en dat Hij het antwoord is op al hun levensvragen!

Dit hoort óók bij deze tijd.
Gelukkig wel!
God heeft gesproken – en God heeft een doel!
God wil ons zo graag, stuk voor stuk, in dat doel betrekken.
Als we nu ‘wijs’ genoeg zijn en wij ons niet meer laten misleiden door de leugens van hebzucht, hoogmoed, liefdeloosheid, onreinheid en dergelijke, dan zullen we verder komen in het plan van God.
Maar zolang we vasthouden aan deze leugens van satan en hierdoor in feite verstoppertje blijven spelen voor God, blijven we helaas buiten het doel dat God met de mens voorheeft.

Gods plan voor deze tijd bestaat uit het totale herstel van de mens, de overwinning op de geestelijke duisternis en het openbaar worden van de zonen van God, of ook wel het gelijkvormig worden aan Jezus Christus, van de gelovigen.
Dit het hoogste levensdoel van de mens!

God wil jou dit echte leven geven.
Daarom nodigt Hij jou uit.
Daarom opent Hij voor jou de deur die toegang geeft tot zijn rijk van volmaakte liefde, vrede en recht.
Daarom geeft Hij jou antwoord op al jouw levensvragen en een oplossing ook voor die situaties die niet oplosbaar lijken te zijn.
Wie wil, mag komen en hierop ingaan.
Stem daarom je gedachten en gevoelens af op God om zo zijn 100% liefdevolle aanbod in jouw leven te realiseren!

1.4 God geeft leven en overvloed

Via Jezus Christus biedt God jou ‘leven en overvloed’ aan.
In Johannes 10:10 staat:
De dief – satan – komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar Ik – Jezus – ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.

Misschien is jou nooit de scherpe tegenstelling opgevallen in deze woorden van Johannes.
Jezus is gekomen om aan jou een overvloedig leven te geven.
Maar ‘de dief’ komt om het leven van God in jou te roven, om jouw persoonlijkheid onder druk te zetten en om jou te scheiden van God en zo jouw eeuwige geluk te vernietigen.
En dit doet hij vaak via allerlei mooi klinkende theorieën, ideologieën, filosofieën en religieuze leerstellingen.
Maar ook via geweld en een zondig leven.

Het doel van God is onvoorstelbaar mooi!
Het is niet het product van de vindingrijkheid van een mens.
Het is van God.
Het is zó geweldig dat het, bij wijze van spreken, bijna te mooi lijkt om waar te kunnen zijn!
Vanuit geen enkel wetenschappelijk standpunt lijkt het aannemelijk.
Het gaat ons natuurlijke, menselijke denken dan ook ver te boven!

Maar met zogenaamd wetenschappelijk denken heeft satan wél kans gezien een sterk bolwerk op te werpen tegen het plan of het doel van God, namelijk: twijfel!
Dit is niets anders dan ongeloof in de waarheid van de woorden van God.
En juist daarom gaat het, om die woorden van God.
Hij is de oneindige en onvoorwaardelijke liefde in eigen persoon.
Hij alleen heeft kennis van alle dingen.
Hij bedacht de wereld en gaf schitterend vorm aan de woonplaats van de mens.
Hij is de Bron van al het leven.
Nog beter uitgedrukt: Hij is het leven zélf!

Als jij je hiervan bewust wordt of bent, is het nú voor jou de tijd om je radicaal in verbinding te stellen met deze levende God.
Het pan van God met jou is heel concreet, zoals bijvoorbeeld in Romeinen 8:29 staat:
Wie Hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broers en zusters.
Het evenbeeld van zijn Zoon.
Je blijft uiteraard jezelf, want van nature ben je immers zeer goed door God geschapen, maar je zult het leven, de liefde en de kracht van Jezus Christus ten volle gaan ervaren!

En ben jij van tevoren door God uitgekozen?
Ja zeker!
Dat kun je bijvoorbeeld lezen in Efeziërs 1:4, waar staat:
In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor Hem heilig en zuiver te zijn.

1.5 Vernieuwd worden in je manier van denken

Wil je gaan luisteren naar wat God te zeggen heeft?
Dat valt niet voor iedereen altijd mee.
Er zijn zoveel stemmen die luid schreeuwen om onze aandacht.
De stem van de wereld om ons heen, van de grote leugenaar, van de wetenschap die twijfel zaait, van allerlei ideologieën en filosofieën, van verkeerde verlangens en noem maar op.

Maar God heeft ons zijn plan, zijn doel met ons in deze tijd duidelijk bekendgemaakt.
Van Jezus kunnen we leren hoe we inzicht kunnen krijgen in de geestelijke werkelijkheid, want daardoor wordt ons leven voornamelijk bepaald.
In Jesaja 50:4 kunnen we over Jezus de volgende profetie lezen:
God, de Heer, gaf mij een vaardige tong, waarmee ik de moedeloze kan opbeuren.
Elke ochtend wekt Hij mijn oor, zodat het toegerust is om aandachtig te horen.

Zelf zegt Jezus over zijn leerproces in Johannes 8:28:
… en dat Ik niets uit mijzelf doe, maar over deze dingen spreek, zoals de Vader het mij geleerd heeft.

Het verwerven van het leven met God gaat niet vanzelf.
Je ‘moet’ je hiervoor, net als Jezus heeft gedaan, verdiepen in de gedachten van God over jou en over de mensheid.
Over jouw positie en taak in het grootse plan van God.
Over de kracht, de wijsheid en de liefde die Hij aan jou wil geven.

Je ‘moet’ wat je leert, uitwerken in je leven, zodat het vrucht draagt.
‘Moeten’ in de zin van: het is nodig, het gaat niet anders.
Niets in ons leven gaat vanzelf!
Dit wil de evolutietheorie ons trouwens wél wijsmaken!
Om een diploma te krijgen ‘moet’ je wél een opleiding volgen!

We zullen vernieuwd worden in onze manier van denken, onze gerichtheid, zoals Romeinen 12:2 aangeeft:
U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is.
Je moet jezelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door je manier van denken te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van je wil, wat goed en volmaakt is.
Niet alles wat God ons wil doen weten zal ons vanuit het menselijke, natuurlijke denken als vanzelfsprekend voorkomen.
Daarom stellen wij ons hart, onze innerlijke of geestelijke mens aan Hem ter beschikking en laten we zo ons geloof steeds sterker worden.
De twijfel zal dan verdwijnen!

1.6 De weg van Jezus

Als je de weg van Jezus gaat, dat wil zeggen als je zijn voorbeeld gaat volgen, zul je de dynamische kracht gaan ervaren die Hij ook van de Vader heeft gekregen.
Die kracht hebben we nodig, nu en in de eeuwigheid.
We willen zien welk plan, welk doel, ons hierdoor staat te wachten.

Als Paulus de gemeente in Efeziërs 4:1 bepaalt bij de ‘roeping waarmee zij geroepen zijn’ komt hij tot een bijzonder diepe uitspraak.
Deze gemeente is ingeleid in de ‘eerste beginselen’ (de principes), met name waar het betreft de doop in de heilige geest.
Zie hiervoor Handelingen 19:1-6 en wel vooral vers 6, waar staat:
… en toen Paulus hun de handen had opgelegd daalde de heilige geest op hen neer, zodat ze geestelijke talen gingen spreken en profeteerden.
‘Geestelijke talen’ zijn talen die door Gods geest worden geïnspireerd; de vertaling ‘klanktaal’ doet hieraan onvoldoende recht.
Handelingen 2:4 zegt:
… en allen werden vervuld van de heilige geest en begonnen op luide toon vreemde talen te spreken, zoals hun door de geest werd ingegeven.
Zij hebben hun geloof gericht op de persoon, de gedachten en het werk van Jezus Christus, ze zijn gedoopt in water en daarna gedoopt in de heilige geest van God.

Dit is het begin van de uitwerking van Gods grote plan met ieder mens, met iedere gelovige.
Dit hoort bij de basis van ons geloof (zie ook hieronder).
Door het goed functioneren van de gemeente waarin Gods geest volledig kan doorwerken en wel door de actieve inzet van haar leden, werkt God toe naar:
de eenheid van het geloof;
de eenheid in het volledig kennen van de Zoon van God;
het bereiken van de eenheid van de volmaakte mens;
of het bereiken van de volheid van Christus.

Zoals staat in Efeziërs 4:13:
NBG: … totdat wij allen de eenheid van het geloof en van de volle kennis van de Zoon van God bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom (= volgroeid zijn) van de volheid van Christus, of:
NBV: … totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus.

Dat is nogal wat.
We staan hier meteen al voor een keus.
Aanvaard ik deze uitspraken van God als richtinggevend voor mijn leven en mijn geloof of reken ik liever met mijn ‘menselijke logica’?
En/of houd ik mij voor alle zekerheid (…) maar aan de ideeën en leerstellingen die mij door de ‘vaderen overgeleverd’ zijn?

Velen houden geen of nauwelijks rekening met Gods gedachten.
Helaas, jammer!
God wil ons juist overtuigen het met Hem te ‘wagen’, vanuit Hem te leven en gebruik te maken van zijn mogelijkheden.
Dan zijn en worden alle dingen mogelijk voor wie gelooft!
Alle dingen die nodig zijn om volop te kunnen participeren in het plan van God.

Natuurlijk is het voor het bereiken van Gods doel en de voltooiing van zijn plan met ons leven nodig dat de basis van het geloof in God gelegd is.
In Hebreeën 6:1en 2 staat hierover:
We moeten de eerste beginselen van de leer over Christus hier toch maar laten rusten en ons richten op wat voor volwassenen bedoeld is (of: op het volmaakte).
We willen niet nog eens het fundament leggen en spreken over
het zich afkeren van daden die tot de dood leiden
over het geloof in God,
de leer over het dopen
(in water en in Gods geest)
de handoplegging en over
de opstanding van de doden en
het laatste (eeuwig) oordeel.

Daarna kunnen we, ieder persoonlijk en samen met elkaar door Gods geest deel hebben aan de groei van het Lichaam van Christus, zijn gemeente.
Hierin zal Jezus Christus zichtbaar worden en wel in de afzonderlijke leden ervan.
Ter ondersteuning van deze groei van de gemeente heeft God ‘medewerkers’ aangesteld: apostelen, profeten, evangelieverkondigers, herders en leraars.

1.7 Gelijk(vormig) aan Jezus Christus

Het zal ieder duidelijk zijn dat er een ‘diepe werking’ van God voor nodig is om ons om te vormen naar het beeld van zijn Zoon Jezus Christus.
Zonder de steeds verdergaande vervulling met de heilige geest van God gaat dit niet!
Door de doop in deze geest krijgen we kracht en worden we toegerust voor onze taak.
Let hierbij op de woorden van de Heer Jezus zelf, zoals beschreven in Johannes 17:18-23:
Ik zend hen naar de wereld, zoals U mij naar de wereld hebt gezonden.
Ik heb mij geheiligd omwille van hen, zo zullen ook zij door de waarheid geheiligd zijn.
Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven.
Laat hen allen één zijn, Vader.
Zoals U in mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U mij hebt gezonden.
Ik heb hen laten delen in de grootheid die U mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij:
Ik in hen en U in mij.
Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat U mij hebt gezonden en dat U hen liefhad zoals U mij liefhad.

Wij worden gezonden zoals Jezus.
Hij ontvangt, na zijn doop in water, ook de heilige geest.
Zie o.a. Matteüs 3:16 en ook de andere evangeliën:
Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor Hem en zag hij hoe de geest van God als een duif op Hem neerdaalde.
Als Híj deze weg gaat ‘om Gods gerechtigheid te vervullen’ (zie Matteüs 3:15), dan zullen wij, om Hem gelijk(vormig) te worden, zeker ook deze weg moeten gaan.
Ben jij gedoopt in water en gedoopt in de heilige geest?
God wil dat we tot eenheid met Jezus komen.
Deze eenheid wordt mogelijk gemaakt door het ontvangen van Gods geest (zie hiervoor onder andere Johannes 14:20, 23b en 26).
De eenheid met Hem brengt volmaaktheid.
Het is heel duidelijk dat deze volmaaktheid niet uit óns is, niet een prestatie van ónze kant.
Het is een daad van Gód, door Jezus Christus.
Wil jij God toestaan deze daad aan jou te voltrekken?

1.8 Het volmaakte

Nu zijn er mensen die op de hoogte zijn van de woorden van Jezus.
Sommigen kennen de begrippen al een hele tijd, vaak al vanaf dat ze kind zijn.
De schrijver van de brief aan de Hebreeën noemt ze.
Ze kennen de woorden.
Ze kennen de weg.
Ze doen er alleen niet zoveel mee!
Ze laten, als het ware, God maar praten: ze laten zijn woord of plan voor wat het is …
Ze zijn geestelijk hardhorend geworden, sommigen zijn zelfs geestelijk doof, traag van hart ook.
Dit laatste betekent dat ze niet spontaan en enthousiast reageren op de kostelijke en kostbare rijkdom van de liefde van God.

Zij hebben hun geestelijke zintuigen niet op God afgestemd.
Hoe jammer is dit toch!
Hierdoor verlies je veerkracht, meer nog – je verliest de overwinning!
De glans gaat eraf, de fut eruit, de dood in de pot.
Dan heeft de schrijver van de Hebreeënbrief het over papkindjes, baby’s.
Waar moet het eigenlijk naartoe?
Blijven waar je zit?
Bij de melk blijven?
Bij de eerste beginselen blijven?
NEE!

Wáren de meesten van ons maar zover dat ze de eerste beginselen al onder de knie hadden, het geestelijke basisonderwijs al gevolgd hadden, het fundament van het geloof al gelegd hadden.
Velen komen helaas na al die jaren zelfs zóver nog niet …!
Wat is satan er toch goed in geslaagd velen van ons zand in de ogen te strooien!
De schrijver van de Hebreeënbrief wil zich samen met de gemeente, met heel zijn hart richten op het volkomene, het volmaakte leven dat God wil geven.
Dit volkomene komt na het leggen van het fundament van ons geloof, na het geestelijke basisonderwijs.

Velen van ons zijn bang voor dat woord: het volkomene.
Maar God laat het meerdere keren opschrijven in de Bijbel, waarvan menig gelovige zegt dat hij deze ‘van kaft tot kaft’ gelooft.
God wil met ons naar het volkomene, naar het volmaakte, naar het geestelijke niveau van Jezus Christus!
Geweldig!
Nu weten we het tenminste.
Nu kunnen we op weg gaan, achter Jezus aan.
Wij willen Hem toch volgen waarheen Hij ook gaat?

Nu kan er een kéér in ons geloofsleven komen.
In de voetstappen van Jezus.
Achter Hem aan!
Sommigen van jullie zullen zeggen dat dat niet zo gemakkelijk gaat.
Natuurlijk niet.
Tenminste, vanuit onze eigen mogelijkheden gaat het zelfs helemaal niet.
We hebben er echt de kracht van Christus voor nodig.
En die kracht krijgen we als de heilige geest van God over (op, in) ons komt, zoals in Handelingen 1:8 staat:
Maar wanneer de heilige geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen …

Dit ontvangen van de geest hoort bij het eerste onderwijs over Christus.
Dit basisonderwijs bestaat uit de volgende onderdelen (zie Hebreeën 6:1):
bekering;
geloof in God;
leer van dopen (in de Griekse grondtekst staat hier het meervoud van het zelfstandige naamwoord ‘doop’ en hier worden de waterdoop en de doop in de heilige geest bedoeld);
handoplegging;
opstaan van de doden en een
eeuwig oordeel (dit is de definitieve scheiding tussen goed en kwaad).

En van hieruit op weg naar het volkomene, naar de tot volle ontwikkeling gekomen volheid van Christus (zie Efeziërs 4:13).
Hoe stelt Paulus zich dat voor?
Hoe kan een mens zover komen?
Lees eens Kolossenzen 1:27 en 28, waar staat:
Aan hen heeft God bekend willen maken hoe glorierijk dit mysterie is voor alle volken: Christus is in u, Hij is uw hoop op Goddelijke luister.
Hem verkondigen wij wanneer we iedereen waarschuwen
(aansporen) en in alle wijsheid onderrichten, om iedereen tot volmaaktheid in Christus te brengen.

Hem verkondigen wij:
Christus in jullie;
daarom wijzen wij iedereen terecht (= aansporen);
en onderrichten wij ieder mens.
We begrijpen dat, als God dit alles wil, namelijk ieder mens in Christus volmaakt doen zijn, satan uiteraard niet stilzit.
In dit verband is het wel heel opmerkelijk dat, als satan met zijn ‘beheersers van deze eeuw’ (dit tijdperk) van dit geheim had geweten, hij nooit de Heer van de heerlijkheid zou hebben laten kruisigen (zie 1 Korintiërs 2: 7 en 8).

Maar, prijs God, Jezus ís gekruisigd.
Wat méér is: Hij is opgewekt en opgestaan.
En Hij zit aan de rechterhand van God, beeld van de heilige geest.
Hoe onvoorstelbaar is dit geheim: Christus (door Gods geest in ons), de hoop op de heerlijkheid voor ons, de Goddelijke luister die ook voor óns bereikbaar is!
En aan ons is dit allemaal ter beschikking gesteld door de uitstorting van de geest van God in ons!
Juist in deze tijd – in deze wereld in stroomversnelling, in een generatie die kapot gaat door het werk van de demonen, de machten van de duisternis – mogen wij als zonen van God openbaar of zichtbaar worden.
Wij zullen te herkennen zijn als behorend bij Jezus: sterk en overwinnend op satan en zijn gevallen engelen, zoals Jezus Christus openbaar geworden is.
Hij trekt het land Israël door en doet veel goede dingen.
Met name brengt Hij het evangelie van het koninkrijk van de hemelen en geneest Hij alle zieken die door de duivel overweldigd zijn.
Want God is met Hem.
Handelingen 10:37 en 38 ged.:
… hoe God, na de doop waartoe Johannes opriep, Jezus uit Nazaret met de heilige geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed.
Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond Hem bij.

Want dáárop wacht de schepping met reikhalzend verlangen, in gespannen verwachting.
De schepping, die nu gebukt gaat onder de pressie van satan en zijn demonen, die in de mens werken door middel van zonde, ziekte, verleiding, geweld en misleiding.
Met als doel: de mens zo ver mogelijk bij God en zijn liefde vandaan te houden!
God roept daarom een (geestelijk) volk bij elkaar, de gemeente van Jezus Christus.
De leden hiervan zijn allen vervuld met Gods geest en in hen werken de krachten van de toekomstige eeuw, het nieuwe tijdperk.
Hierin herstelt God alles en zal Hij tenslotte ‘alles in allen’ zijn (zie 1 Korintiërs 15:28).

Samenvatting van het bovenstaande:
Het is satan en zijn demonen gelukt het grootste deel van de mensheid te vervreemden van God.
Het gevolg hiervan is dat veel mensen gebukt gaan onder zonde, schuld, schuldgevoelens, ziekte, zorgen, geweld en alle mogelijke andere vormen van ellende.
De mensheid mist daardoor (nu al) het eeuwige en volmaakt gelukkige leven met God.
God heeft, ondanks dit alles, de wereld nog altijd voor 100% lief.
En God houdt vast aan zijn plan, dat ieder mens gelijkvormig wordt aan Jezus Christus.
Genesis 1:26:
Laten Wij mensen maken, die ons evenbeeld zijn, die op Ons lijken.
Hij geeft ons hiervoor zijn heilige geest die zijn dynamische kracht zal manifesteren door het ontwikkelen van zijn gaven en vrucht in ons leven.

Jezus heeft daarvoor zijn evangelie gebracht; ook Paulus herinnert hieraan in zijn brief aan de Kolossenzen (1:28):
Hem (Christus) verkondigen wij … met het doel ieder mens in Christus volmaakt te laten zijn.
Zó worden wij als zonen van God openbaar, die de schepping zullen bevrijden van de onderdrukking door het rijk van satan.

2.1 Dynamische kracht

Deze dynamische kracht is door God beloofd voor de herstelperiode waarin het plan van God tot voltooiing zal komen.
In deze periode leven wij nú.
In Joël 3:1 staat hierover:
Daarna zal zich dit voltrekken: Ik zal mijn geest uitgieten over al wat leeft.
Jullie zonen en dochters zullen profeteren, oude mensen zullen dromen dromen en jongeren zullen visioenen zien.

In Hebreeën 2:4 wordt hier ook naar verwezen:
Ook God zelf getuigde daarvan door tekenen en wonderen en allerlei grote daden te verrichten en door de gaven van de heilige geest overeenkomstig zijn wil te verdelen.
Nog veel meer Bijbelgedeelten gaan hierover.

We zullen zien hoe God de vervulling van wat Hij beloofd heeft, voltrekt en hoe Hij wil dat deze veelzijdige en diep inwerkende manifestatie van zijn geest het meest wezenlijke onderdeel van ons leven wordt.
De Bijbel staat vol met beloften van God.
God is een overvloedige God.
Zijn liefde is overweldigend!
Paulus zegt dat hij ernaar verlangt dat wij zullen zien hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht (= de heilige geest) is voor ons die geloven (zie Efeziërs 1:19).
We hebben er (misschien) nauwelijks enige notie van!

Maar we hebben van God inderdaad kostbare en rijke beloften gekregen.
2 Petrus 1:4:
Hiermee zijn ons kostbare, rijke beloften gedaan, opdat u zou ontkomen aan het verderf dat de wereld beheerst als gevolg van de begeerte en opdat u deel zou krijgen aan de goddelijke natuur.
Dat is wel iets anders dan het hebben van een zondige natuur, zoals door sommige ‘godgeleerden’ wordt beweerd!

Er wordt gezegd dat in de Bijbel duizenden beloften staan!
Grandioos!
Wel, onthoud dit:
In Hem worden alle beloften van God ingelost en daarom is het ook door Hem dat we amen zeggen, tot Gods eer (2 Korintiërs 1:20).
In Hem, dat wil zeggen: door middel van zijn lichaam hier op aarde en in de geestelijke wereld, de gemeente.
We kunnen ‘amen’ zeggen omdat alle beloften van God hun voltooiing vinden in en door de gemeente die bestaat uit zonen van God.
In dit hoofdstuk willen we de nadruk leggen op een van die beloften – een heel speciale belofte: de belofte van de heilige geest.

Het is Gods verlangen dat we hiermee ‘aan het werk’ gaan en zo uit ons leven hier op aarde een zo hoog mogelijk geestelijk rendement halen.
Dit is van belang voor het eeuwige leven met God, zowel van onszelf als dat van onze naasten!
We kunnen hiermee werken aan onze geestelijke, eeuwige statuur.

2.2 De belofte

Jezus noemt het de belofte van de Vader.
Handelingen 1:4:
… Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van Mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan.
De Vader heeft er opnieuw over gesproken in verband met het werk van Jezus.
Als Johannes de Doper Jezus doopt in de Jordaan, zegt hij:
Hij (Jezus) zal jullie dopen in de heilige geest (o.a. Matteüs 3:11).
Dan zal een totaal nieuwe tijd aanbreken voor het ‘volk van God’, zoals door de profeet Joël al is voorzegd.
Dit is de herstelperiode waarin wij nú leven!
Dat deze gebeurtenis van een zo groot en vitaal belang is, blijkt uit het gebod van Jezus aan zijn leerlingen dat zij moeten blijven wachten op de vervulling van de belofte van de Vader.

Wat is die belofte van de Vader?
Dat is de doop in en het vol worden met Gods geest.
Petrus zegt in zijn toespraak op de Pinksterdag (zie Handelingen 2:33):
Jezus is verhoogd,
Hij heeft de belofte van de Vader ontvangen,
Hij heeft ‘dit’ uitgestort.

Er is geen vergissing mogelijk!
Wat hier op deze Pinksterdag gebeurt bij de 120 leerlingen, namelijk het uitgieten (of uitstorten) van de heilige geest, dát is de belofte van de Vader!
Alle beloften van God zijn in Christus (in de gemeente, zijn lichaam, waarvan Hij het hoofd is): ja!
En het amen (de uitwerking ervan) is ook door ons, zijn gemeente.
Wat een rijkdom van liefde!
En het is buiten enige twijfel dat deze belofte voor iedereen is bedoeld.
Petrus gaat verder (zie Handelingen 2:38 en 39).
Aan het eind van zijn toespraak is dit zijn oproep:
bekeer je (keer je om, richt het doel van je leven op God);
laat je dopen (laat je onderdompelen in water);
en je zult de gave (het geschenk) van de heilige geest krijgen,
want voor jou/jullie is de(ze) belofte …

Zie je ze staan, de Joden en Jodengenoten, vanuit de hele wereld bij elkaar in Jeruzalem?
Voor jullie is de belofte … voor allen die hier staan te luisteren, niet alleen maar voor een enkeling, voor een uitverkoren elitegroep, maar voor jullie allemaal!
Voor ieder die hoort, zich omdraait naar God, zich laat dopen … voor hem of haar is ook de belofte dat God aan hem of haar zijn heilige geest wil geven, als geschenk (dat wil zeggen: gratis, je hoeft er geen prestatie tegenover te zetten).
Je ‘moet’ het alleen maar geloven.

In latere tijden hebben veel mensen (veelal ‘godgeleerden’) deze belofte willen beperken tot de eerste eeuw of eerste eeuwen van het christendom.
"Dat was voor toen, niet voor altijd, niet voor nú!
De gemeente moest zich nog waarmaken.
Het woord was er nog niet.
Maar nu is dat anders.
Nu hebben we ‘dit’ niet meer nodig!"

Gelukkig zien we in onze dagen een kentering, een herontdekking dat ‘dit’ wel degelijk ook voor ónze tijd en voor óns bedoeld is!
Petrus zegt het trouwens al, als hij, pas vervuld met Gods geest, zijn toespraak houdt:
De belofte is: Voor jullie, voor jullie kinderen (nakomelingen) en voor allen die ver weg zijn.
Geweldig!
Het is voor de generatie van Petrus en … voor zijn nageslacht, de volgende generaties en voor allen die nog ver weg zijn.
Zó is het gezegd, zó is het bedoeld.

Hoe krijgen de mensen er dan deel aan?
Werkt het automatisch, omdat de geest nu eenmaal eens is uitgestort?
Deze belofte is voor zovelen God ertoe roepen zal!
Het is een oneindig kostbaar goed.
Jezus heeft er met zijn leven voor moeten betalen.
En daarna is Hij verhoogd (= opgenomen in de troon, de macht van de Vader) om deze belofte voor jou en mij te kunnen verkrijgen en ervan uit te delen.

Het is een hoge prijs die ervoor betaald is, bepaald niet iets waaraan enige vorm van ‘automatisme’ verbonden is.
Daarom, wie de roepstem van God verstaat en daar gehoor aan geeft, mag ontvangen, zoals Petrus zegt:
Bekeer je en laat je dopen en je zult het geschenk van de heilige geest ontvangen.
De belofte is voor wie ertoe geroepen worden, voor die mensen die Jezus volgen en zijn woorden in hun leven willen toepassen.
God geeft zijn geest aan wie Hem gehoorzaam zijn, dat wil zeggen: die naar Hem luisteren en zijn woorden praktiseren.
In Handelingen 5:32 staat het zo:
Daarvan getuigen wij en daarvan getuigt ook de heilige geest, die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen.

Als jij dus ingaat op de roepstem van God, je omkeert en je richt op het doel van God en de zonde uit je leven wegdoet, dán heb je van Godswege de uitnodiging om de belofte in ontvangst te nemen!
Het ontvangen van deze belofte is zo iets groots, dat Lukas in zijn beschrijving van dit gebeuren rondom Pinksteren verschillende woorden gebruikt voor dezelfde manifestatie.

Het moet ons duidelijk worden van hoeveel belang de uitstorting van de heilige geest is in het koninkrijk van God.
God wil ons inderdaad leiden tot het vervuld worden met zijn totale volheid, tot een leven in overvloed, naar het (voor)beeld van Jezus.
We lezen dat de belofte van de Vader inhoudt:
de gave (Grieks: doorea, geschenk) van
de doop in en de vervulling met zijn heilige geest.

Door de belofte maakt God ons zijn wil en zijn plan bekend.
Door de gave maakt God ons bekend hoe volledig zijn hand naar ons uitgestoken is.
Door de doop (in zijn geest) beseffen en ervaren wij de realiteit van Gods dynamische kracht.
Door de vervulling wordt ons duidelijk dat wij helemaal vol van Gods wezen en zo gelijkvormig aan Jezus Christus kunnen worden!

2.3 De gave

Er worden door de Bijbelschrijvers diverse woorden gebruikt voor een geschenk: gift, cadeau, gave.
Als zij het hebben over het geschenk van God – de heilige geest – reserveren zij daarvoor echter een bepaald woord, in het (oud)Grieks: doorea.
Wij gebruiken daarvoor hier het woord ‘gave’.
Deze gave is verbonden aan de belofte van de Vader, de doop in zijn geest.
Dit zelfstandige naamwoord – gave, doorea – wordt in het Grieks dan ook niet gebruikt voor een ander geschenk dan een gift, afkomstig van God.

Het woordenboek geeft als betekenis:
a) een gave om te bezitten met vrije beschikking;
b) in juridisch spraakgebruik: een bruidsgeschenk of een schenking door een testamentaire toewijzing.

De Bijbel noemt later de heilige geest het onderpand van onze erfenis!
God maakt inderdaad bekend hoe volledig zijn hand naar ons uitgestoken is.
We kunnen in zijn testament worden opgenomen en te zijner tijd beschikken over al zijn geestelijke rijkdommen!

De Heer Jezus begint al vroeg vanuit zijn Goddelijke opdracht te wijzen op deze gave.
Hij ontmoet de vrouw uit Samaria (zie Johannes 4).
In haar leven is eenzaamheid en hunkering naar liefde.
Haar levensloop geeft aan hoe groot haar nood is en het verdriet dat ze heeft te verwerken.
Op veel manieren heeft ze geprobeerd haar verlangens te bevredigen.
De dorst naar liefde en geluk zit immers ingebakken in ieder mens.

Jezus geeft haar een bevrijdend antwoord.
Hij zegt:
Als je wist van de gave van God … Hij zou je levend water hebben gegeven.

Als ook in onze dagen de mensen zouden wéten van deze gave van God – ze zouden een leven kunnen krijgen vol blijdschap en overwinning!
Want het ontvangen van deze gave maakt dat er een voortdurende bron van levend water (= de werking van de heilige geest) in je binnenste aanwezig is.
Dit zal zijn effect hebben op jouw eeuwige leven, maar ook al op jouw leven van vandaag!
Veel godsdienstig fatalisme zou doorbroken worden als gelovigen deze gave zouden krijgen.
In de voortdurende geestelijke strijd die we hebben te voeren, komt God met zijn ondersteuning, zijn antwoord op veel vragen.
Zo leren wij het voorbeeld van Jezus Christus concreet na te navolgen.

Paulus vergelijkt de werking van de demonen die tot zonde pressen en verleiden, tot de dood erop volgt, met de werking van de levenskracht van Jezus.
Hij komt dan met de ontzagwekkende conclusie in Romeinen 5:15:
… veel meer is de genade van God en de gave, bestaande in de genade van de ene mens, Jezus Christus voor zeer veel mensen overvloedig geworden.
En alsof dat nog niet voldoende duidelijk is, herhaalt hij in vers 17:
… veel meer zullen zij, die de overvloed van genade en van de gave van de gerechtigheid ontvangen, leven en als koningen heersen door de ene, Jezus Christus.

Het overwinningsleven door de dynamische kracht van Jezus Christus, is besloten in de gave van God die herstel brengt: zijn heilige geest.
Als in Handelingen 8 de gelovigen in Samaria de heilige geest ontvangen hebben, wil Simon de tovenaar (de occultist, de paragnost) deze gave wel kopen.
Handelingen 8:18:
En toen Simon zag, dat door de handoplegging door de apostelen de geest werd gegeven, bood hij hun geld aan …
Maar deze gave is niet te koop!
God geeft haar gratis aan mensen die naar zijn stem luisteren, die gehoor geven aan bijvoorbeeld de oproep van Petrus.

In het huis van Cornelius (zie Handelingen 10 en 11) ontvangen de gelovigen precies hetzelfde als de leerlingen van Jezus op de Pinksterdag.
Zij (de Joodse gelovigen) stonden verbaasd dat de gave van de heilige geest ook over de ‘heidenen’ was uitgestort (zie Handelingen 10:45).
Hoe wisten ze dat?
In vers 46 staat:
… want zij hoorden hen spreken in tongen (geestelijke talen) en God grootmaken.
In zijn verdediging voor de gemeente in Jeruzalem herhaalt Petrus met nadruk dat God hun op volkomen dezelfde manier als aan hen, de gave gegeven heeft, op hun geloof.
De gave, die God had toegezegd, ontvingen zij toen ze werden gedoopt in zijn heilige geest.
Aan de gemeente in Efeze (4:13) wil Paulus bekendmaken hoe zij kunnen uitgroeien tot de volmaakte mens, tot de gelijkvormigheid aan Jezus Christus.
In Efeziërs 4:7 herinnert Paulus de Efeziërs eraan dat aan ieder van hen afzonderlijk de genade gegeven is, naar de maat waarin Christus aan hen de gave (doorea) heeft gegeven.
Heb jij deze gave van de heilige geest al gekregen uit de hand van de Vader, tot lof van zijn heerlijkheid?

2.4 De doop in de heilige geest van God

De belofte van de Vader, de gave van de heilige geest, wordt verbonden met de woorden: Johannes doopte in water, maar binnenkort worden jullie gedoopt in de heilige geest (Handelingen 1:5).
Het is voor ons inzicht bijzonder verhelderend dat God over dit gebeuren spreekt als over een doop.
De leerlingen weten wat dopen inhoudt.
Bij de waterdoop van Johannes zijn zij erbij.
Dan komt ook nog de belofte van de doop in de geest.
De waterdoop is een zichtbare handeling in de zichtbare wereld, terwijl de doop in de heilige geest een onzichtbaar gebeuren is in de geestelijke wereld.

Daarom is het goed en nodig dat we ons een voorstelling kunnen maken van wat er in deze onzichtbare wereld (in ons innerlijk) dan met ons gebeurt.
Bij de waterdoop geeft iemand zich vrijwillig, omdat hij zich richt op het woord van God, over aan de doper.
Deze doopt hem in het water, waarbij hij (de te dopen persoon) helemaal onder water gaat.
Zo wordt de dopeling zinnebeeldig één gemaakt met de dood van Jezus Christus, waarna hij een nieuw leven mag gaan leiden (zie Romeinen 6:4).
De waterdoop heeft nog meer betekenissen; om je daarin te verdiepen kun je terecht op bijvoorbeeld www.rhemaprint.nl.
In het boekje op deze site ‘De betekenis van de doop’ komen alle Bijbelse facetten van deze handeling aan de orde.

Bij de doop in Gods geest geeft iemand zich, na zijn bekering en geloof in God, vrijwillig, vanuit zijn gerichtheid op het woord van God, over aan de doper, de Heer Jezus Christus.
Deze doopt hem in de heilige geest.
De dopeling wordt als het ware ‘ondergedompeld in’ en doordrenkt met deze geest.
Met andere woorden: de geest van God verbindt zich ten volle met de geest van de mens.
Zó wordt de ‘dopeling’ één gemaakt met de geest van God en krijgt hij de beschikking over zijn geestelijke krachten en begaafdheden.
Vergelijk hiermee Johannes 14:20, waar Jezus zegt:
Dan zul je begrijpen dat Ik in mijn Vader ben, dat jullie in mij zijn en dat Ik in jullie ben.

Onze eenheid met God is een feit!
Het is een zo belangrijke zaak, dat alle vier evangelisten in hun verslaglegging Jezus nadrukkelijk noemen: de doper in de heilige geest.
Alleen Johannes noemt Jezus daarbij ook het Lam van God.
Merkwaardig … wij kennen Jezus vrijwel allemaal als het Lam van God, dat de zonde van de wereld en die van ons dus ook, wegneemt.
Maar, Jezus als doper in de heilige geest wordt door de meeste mensen niet als zodanig gekend, herkend en erkend.
Dit zou ons tot nadenken moeten stemmen.
Satan heeft blijkbaar de ogen van veel mensen weten te verblinden.
Zo heeft hij (de dief …), eerlijke en welwillende mensen de overvloed van het leven met Jezus ontnomen!

Deze verblinding door satan is niet per toeval.
Hij weet wat hij doet.
Hij weet dat zijn rijk en demonische werken pas goed en definitief overwonnen kunnen worden door hen die gedoopt zijn in Gods heilige geest.
En die steeds meer met deze geest vervuld worden.
Tegenover de geestelijke overheden, de demonen, tegen de machthebbers van de duisternis (zie Efeziërs 6:12) is alleen deze dynamische kracht van Jezus Christus opgewassen.
Maar wanneer de heilige geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen … (zie Handelingen 1:8).

De raad van Jezus om te blijven wachten op het uitgieten van Gods geest is daarom zo belangrijk!
De doop in deze geest is niet een wenselijkheid.
Het is een onweerlegbare noodzakelijkheid!
Jezus weet welke opdracht zijn leerlingen hebben.
Ze staan tegenover de duistere werken van satan, om die te verbreken.
Hij spreekt met hen, in de dagen voor Pinksteren, uitvoerig over … al wat het koninkrijk van God betreft (zie Handelingen 1:3).

De doop in de heilige geest is een noodzakelijke voorwaarde om Jezus te kunnen volgen naar het doel zoals God dat met ons voor ogen heeft.

Als we net als Jezus door de Vader naar de wereld willen worden gezonden, zullen we ook deel (moeten) hebben aan zijn heerlijkheid of grootheid, te weten: de heilige geest (zie Johannes 17:22).
De doop in Gods geest is niet een ervaring van vergeving of verlossing, evenmin van blijdschap en vrede.
Uiteraard zijn die laatste er wel een gevolg van.
De doop in de geest is een voortdurende ervaring van geestelijke, dynamische Goddelijke kracht.
Deze ervaring van kracht is niet in de eerste plaats te merken in je gevoelsleven, hoewel dit uiteraard wel mee kan spelen.
Het is het ontvangen van kracht in de onzichtbare wereld door Gods geest.
Van daaruit zal dit zich in allerlei situaties in de zichtbare wereld manifesteren.

Omdat de doop in de geest een ‘onzichtbaar’ gebeuren is, heeft God, als blijk van het één worden van de heilige geest met jouw (menselijke) geest, een geestelijk teken gegeven in de zintuiglijk waarneembare wereld: het spreken van talen die door de geest van God worden geïnspireerd.
Deze ‘talen’ zijn uitingen van de heilige geest die we voor het eerst in Handelingen 2:4-11 tegenkomen.
Daar gaat het over een door deze geest geïnspireerd spreken van een voor de spreker onbekende taal.
Daarna begeleidt deze gave van ‘talen’ vaak de vervulling met Gods geest (zie bijvoorbeeld Handelingen 10:46:
… want ze hoorden hen geestelijke talen spreken en God prijzen
En 19:6:
daalde de heilige geest op hen neer, zodat ze geestelijke talen gingen spreken en profeteerden.

Zoals blijkt uit 1 Korintiërs 14:2 heeft deze gave van ‘talen’ in het geloofsleven vooral de functie van een gebedstaal waarin men tot God bidt.
Vaak wordt de inhoud van dit gebed niet door de spreker of door de toehoorders begrepen.
Het meervoud ‘soorten van talen’ geeft aan dat het om meerdere talen gaat.
In de gemeente van Korinte wordt deze gave buitensporig hoog gewaardeerd.
Sommigen hebben helaas weinig oog voor het feit dat daardoor de andere gemeenteleden niet worden opgebouwd (immers: ‘tot welzijn van allen’).
Daarvoor is een andere gave nodig, namelijk ‘de vertaling van talen’.
Door deze gave wordt de inhoud van het in ‘talen’ gesprokene aan de gemeente uitgelegd.

Let wel, het gaat hierbij niet om een aangeleerde talenkennis, maar om openbaring door Gods geest van wat in ‘talen’ is gesproken.
Deze ‘talen’ worden ook wel aangeduid als ‘tongen’, wat gewoon een andere benaming is voor ‘talen’.
Omdat dit woord bij sommige mensen minder prettige associaties oproept, gebruiken we in deze studie hiervoor het woord: ‘geestelijke talen’.
Dit zijn talen die door de geest van God worden geïnspireerd.
Handelingen 2:4:
… en zij werden allen vervuld met de heilige geest en begonnen (met) andere tongen (talen) te spreken, zoals de geest het hun gaf uit te spreken.
Dit kunnen zowel talen van mensen als van engelen zijn.
1 Korintiërs 13:1:
Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.

Hoewel het begrip ‘tongen’ in oudere Bijbelvertalingen voorkomt, roept het woord bij sommige mensen al gauw vreemde voorstellingen op:
ongecontroleerde spraak of onsamenhangende, brabbelende extase;
voodoo-achtig abracadabra, gepreveld door licht-schuimende lippen;
vreemd gebazel, uitgestoten door een verstijfd lichaam dat in de ban is van hypnotische trance.

Maar laten we liever onderzoeken wat God zélf erover heeft laten opschrijven in de Bijbel!
Aan het eind van deze studie komen we nog terug op een aantal van deze ‘vreemde voorstellingen’.
In het oude testament vinden we in enkele mensen wel alle andere uitingen van de geest, maar alleen het spreken in (van) geestelijke talen is het nieuwe aspect; het behoort bij de nieuwe situatie, bij het nieuwe testament!

Het kunnen spreken van geestelijke talen is dan ook hét teken van de doop in de heilige geest!
We mogen het niet omkeren, door te zeggen dat iemand die (nog) geen geestelijke talen spreekt, daarom niet gedoopt kan zijn in Gods geest.
We zullen ook hierin voorzichtig moeten zijn.
Er zijn gelovigen die blijk geven wél gedoopt te zijn in de geest, zonder geestelijke talen te kunnen spreken.
Maar dán zijn er belemmeringen.

Wel zullen we ons in eerste instantie hebben te houden aan wat de Bijbel ons te kennen geeft als normale ervaring.
Onder het hoofdstuk ‘Geestelijke talen’ zullen we ingaan op enkele belemmeringen waardoor het spreken van deze talen niet tot een actieve functie komt.
Maar als nu in de praktijk blijkt dat er een enkele (onbijbelse) uitzondering is, mogen wij deze uitzondering niet tot regel verheffen!

We zien dat de leerlingen van Jezus door de doop in de heilige geest kracht ontvangen tegenover het rijk van de demonie.
Nu kunnen ze effectief optreden tegen de destructieve machten en krachten van de duisternis!
Ook Jezus zelf treedt pas openlijk op tegen satan om zijn werken te verbreken, nadat Hij de heilige geest van de Vader ontvangen heeft.

Laten we ons niet vergissen.
De schrijver van de brief aan de Hebreeën bepaalt ons bij de eerste beginselen, bij het geestelijke basisonderwijs.
Daarbij noemt hij de ‘leer van dopen’.
De Bijbel kent in feite drie soorten van doop:
de waterdoop (door onderdompeling in water);
de doop in Gods geest (door onderdompeling in het levende water);
de doop in vuur (de aanvallen door de demonen).
Deze drie dopen horen bij het fundament, de basis onder ons christelijke geloof.

Zonder dit fundament kunnen we geen goed en sterk geloofs- en levenshuis bouwen dat bestand is tegen de (geestelijke) stormen van deze tijd, tegen de zuigkracht van de zonde, tegen de ondermijnende activiteiten van de demonische machten!
De doop in de heilige geest kan ontvangen worden ‘door middel van’ of via handoplegging; in het boek Handelingen zien we dit een paar keer gebeuren.
Dit gebaar is een Bijbelse bekrachtiging van geloof tot geloof.
We versterken elkaar hierdoor in het aannemen van de heilige geest, door geloof.
Zo maken we het moment van vragen en ontvangen tot een concreet moment.
Ook gebeurt het dat mensen in hun ‘binnenkamer’ Gods geest ontvangen.
Uitvoerige informatie over deze drie dopen kun je trouwens vinden op de site www.rhemaprint.nl.

Bij de woorden – belofte en gave – ligt het accent op het initiatief van God.
Bij de doop en het vervuld worden ligt het accent tot initiatief bij óns (word gedoopt, word vervuld, ontvang).
Omdat we weten dat het naar de wil en het verlangen van God is, kunnen we ons actief overgeven aan God en van Hem zijn geest ontvangen.
Als dit op de Pinksterdag de 120 volgelingen van Jezus overkomt, blijkt dat de in Handelingen 1:5 toegezegde doop in de heilige geest een nauwe relatie heeft met de vervulling met deze geest, zoals staat in Handelingen 2:4.

2.5 De vervulling met de heilige geest

Bij het woord ‘vervulling’ wordt duidelijk dat het gaat om het gevuld, het vervuld worden van onze innerlijke mens als een tempel van de heilige geest.
Zo wil God het ook.
God wil ook dat deze tempel vol (van Hem) zal blijven.
Daarom lezen we de oproep aan de gemeenteleden in Efeze, die al in de geest gedoopt zíjn:
Word vervuld met de heilige geest.
Ook de leerlingen van Jezus blijken na de dag van het Pinksterfeest opnieuw, meerdere keren, vervuld te worden.
Toen ze hun gebed beëindigd hadden, begon de plaats waar ze bijeen waren te beven en allen werden vervuld met de heilige geest en spraken vrijmoedig over de boodschap van God (Handelingen 4:31) en:
De achterblijvende leerlingen werden vervuld met vreugde en met de heilige geest (Handelingen 13:52).

Waar de Bijbel de eerste vervulling met de heilige geest beschrijft, gebruikt ze ook het woord doop.
Dit is dus de eerste keer dat iemand de geest van God als gave ontvangt.
Voor elke hernieuwde ervaring van het vol worden met (of: van) de heilige geest gebruiken de Bijbelschrijvers de uitdrukking ‘vervuld worden met (of: van)’.
Gelukkig is het dus niet zo dat we ons leven lang moeten teren op een dierbare herinnering aan een eens ontvangen gave!
De Heer wil ons steeds opnieuw vervullen met zichzelf, met zijn persoonlijkheid, dus met zijn geest, nádat we de gave ontvangen hebben.

2.6 Getuigenis

Hier volgt het ontroerende getuigenis van een oude ‘zuster in de Heer’.
Zij kwam (toen ze nog vrij jong was) op een dieptepunt in haar leven, een slopende ziekte brak haar lichaam af.
Van huis uit was ze positief lid van een traditionele kerk.
In haar diepe nood riep ze tot de Heer.
Korte tijd later beleefde ze een diepe, ongekende gemeenschap met haar Heer.
Haar lichaam en de kamer waarin ze ziek lag, werden doorstroomd met een Goddelijke glans.
De vrede van Jezus was tastbaar.
Zij dacht te worden weggenomen uit dit leven, om haar intrek te nemen bij Hem.
Ze voelde zich opgetild uit haar bed en door de Heer gedragen.
Zo sliep ze in.

Een dag later werd ze wakker.
Ze leefde nog, maar de nood was weg.
Haar lichaam herstelde zich daarna.
Wekenlang heeft ze de directe nabijheid van de Heer zo tastbaar ervaren als in die nacht.
De tegenwoordigheid van de Heer was als een bron van kracht en vrede.
Er gebeurde op een van die dagen iets wat zij niet kon verklaren.
Haar lippen vulden zich met lofprijzing en het grootmaken van haar Heer en God.
Jubel en dank vervulden haar … tot ze zich bewust werd van een reeks onbekende klanken.
Ze schrok ervan.
Ze ‘brabbelde’ voor haar onverstaanbare klanken.
Ze schaamde zich voor de Heer dat ze zich eigenlijk zo misdroeg in zijn tegenwoordigheid.
Ze vroeg vergeving.

Maar elke keer als ze de Heer grootmaakte, kwam deze woordenvloed terug.
Het wonderlijke was dat het haar gemeenschap met de Heer niet belemmerde.
Integendeel!
Ze ervoer juist een intens diepe gemeenschap op de momenten dat ze die onbekende klanken uitsprak.
De vrede van God overweldigde haar.
Ongeveer 3 á 4 weken bleef ze deze ‘taal’ als gebedstaal gebruiken in haar vertrouwelijke omgang met Jezus.
Zelf sprak ze erover als een ‘hemelse taal’.

Toen ze na een paar weken helemaal genezen was, bezocht ze haar predikant.
Ze vertelde hem over haar belevenissen, ook over haar ‘wonderlijke gebedsleven’.
Ze deed het aarzelend, omdat ze nooit van zoiets gehoord of gelezen had.
Haar zielzorger lachte meewarig.
Hoe kon een verstandige vrouw als zij ‘koorts-ijlen’ aanzien voor een diepe gebedsgemeenschap met God?
Ze vertelde hem dat ze nog steeds zo bad!
Zijn verachting werd er alleen maar groter door.
Ze moest wel erg in een strik van satan terechtgekomen zijn!
Ze vond geen begrip.
Ze kreeg geen ‘uitlegging van de Schriften’.

Diep verslagen, omdat ze dan toch een werking van satan had aangezien voor een liefdedaad van God, vroeg ze vergeving en verzoening voor het aangezicht van God.
Daarna streed ze tegen deze ‘manifestatie’.
Veertig jaar later werd haar neef gedoopt in Gods geest.
Als goed lid van haar traditionele kerk ergerde zij zich aan zijn afval van de ‘leer van de vaderen’.
Vanuit gesprekken hierover en het lezen van een paar boekjes over de doop in de heilige geest herinnerde zij zich haar ervaring van veertig jaar terug.
Heel aarzelend bracht ze het in een persoonlijk gesprek naar voren.
Zou dat toen misschien zoiets geweest kunnen zijn?
Zou die onbekende woordenvloed …
Tranen vulden haar ogen.

Had ze toen maar geweten van deze overvloed van levend water die God inderdaad beschikbaar wil stellen aan de zijnen.
God had haar aangeraakt toen ze tot Hem riep in haar nood.
Hij had zich door zijn geest gemanifesteerd in de uiting van geestelijke talen.
Deze diepe gemeenschap was er tussen haar geest en Gods geest.
Niemand heeft haar toen kunnen vertellen van de gave van deze heilige geest.
Wat een trieste ervaring.
Wat een gemis, wat een tekort!

Het volk van God gaat te gronde door gebrek aan kennis, zei de profeet Hosea al in het oude testament (zie Hosea 4:6).
Vandaag is het nog altijd mogelijk dat men door gebrek aan kennis van het geopenbaarde woord van God geen deel heeft aan het overwinningsleven dat Jezus Christus wil geven.
Maar, prijs God, de Vader heeft de gave, de doop in en de vervulling met zijn geest onbeperkt aan jou en mij beschikbaar gesteld!

3.1 De tempel van God

Als wij nu de doop in de heilige geest ondergaan (ontvangen) hebben, zijn wij de tempel van God geworden, waarin Hij woont door zijn geest.
Samen met alle andere zonen van God vormen we zo het lichaam van Christus, de gemeente.
1 Korintiërs 12:13 zegt het zo:
Wij zijn allen gedoopt in één geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één geest doordrenkt, of we nu uit het Joodse volk of uit een ander volk afkomstig zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn.
We zouden het puntsgewijs zó kunnen opschrijven:
Jezus Christus – het hoofd van de gemeente;
de gemeente – het lichaam van Christus, vervuld met de heilige geest, omdat
wij leden – ieder afzonderlijk vervuld zijn met deze geest;
de heilige geest – de levensgeest, de kracht die het lichaam in stand houdt.

Het lichaam – en dus zijn leden – is het ‘middel’ geworden voor de heilige geest om in deze wereld de werken van Jezus te doen (en nog grotere, zoals Jezus zelf aangeeft in Johannes 14:12), om de machten van de duisternis te ontmaskeren en hun werken te verbreken.
Efeziërs 3:10 zegt hierover:
… opdat nu door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid van God bekend zou worden …
De doop in de heilige geest is een geestelijke toerusting in dienst van dit lichaam.
De geest van God manifesteert, openbaart zich nu door het lichaam, in al zijn leden afzonderlijk en samen met elkaar.
Deze openbaring in en door het lichaam vindt plaats door de uitingen (gaven) van de geest.
Deze uitingen worden ingezet in de strijd tegen de duisternis én ten behoeve van de opbouw, de versterking, van het lichaam zelf.
Dit zegt ook 1 Korintiërs 14:12:
Dit geldt ook voor u: als u zo graag geestelijke gaven bezit, moet u ernaar streven uit te blinken in de opbouw van de gemeente.

Is het nu nodig zo de nadruk te leggen op de uitingen van de heilige geest?
Het kan natuurlijk zijn dat in een (menselijk) lichaam zich niet alle uitingen voordoen door wat voor oorzaak dan ook.
Dat is niet normaal – maar ja, het komt helaas voor.
Als zoiets voorkomt, spreken we van iemand die mindervalide is of beperkingen heeft.
Dat is iemand die zich onvoldoende kan manifesteren.
Er is een stoornis.
De (menselijke levens-)geest kan zich niet uiten door het lichaam, zoals het eigenlijk hoort.

In het lichaam van Christus, de gemeente, kan dat natuurlijk ook zo zijn.
Stel dat Gods geest zich niet kan openbaren of dingen realiseren, zoals hij dat wil, waardoor en waarom dan ook …
We mogen dan niet spreken van een normale situatie.
Hier hebben we te maken met geestelijke mindervaliditeit of beperkingen!
We staan hier voor een duidelijk tekort dat we zichtbaar zien worden in het leven van zoveel kinderen van God en daardoor in het functioneren van veel christelijke gemeenten.
Het lichaam is ontdaan van zijn vitaliteit.
Het heeft niet voldoende weerstand tegen de omringende machten van de duisternis.
Daarom krijgt de oproep om gedoopt te worden in de heilige geest een des te dringender accent:
ontvang de gave,
je zult gedoopt worden in de heilige geest;
word vervuld met de geest;
(jaag de liefde na en) streef naar de uitingen (gaven, charismata, pneumatika) van de geest.

Het is duidelijk wat Paulus zegt in 1 Korintiërs 12 over de uitingen van de geest.
Hij wil ons wat deze uitingen (gaven) van Gods geest betreft ‘niet onkundig’ laten.
Hij zegt het niet voor niets.
Later komen we nog terug op het uiteindelijke doel van het toepassen van de gaven door onszelf en door en/of in de gemeente.

3.2 Gaven in de gemeente

Het is voor ons ook nodig om te bedenken dat Paulus niet spreekt tegen mensen die er niets van afweten, maar tegen hen die wel degelijk op de hoogte zijn van de uitingen van de geest.
Alleen weten ze niet goed hoe ze deze effectief en ordelijk moeten gebruiken.
In de hoofdstukken 12 en 14 van 1 Korintiërs gaat Paulus hier uitgebreid op in.
Hij begint met de veelheid aan mogelijke openbaringen van God op te noemen.
Hij gaat, ter wille van het onderricht, enig onderscheid aanbrengen.
Onderscheid betekent niet altijd: scheiding!
Tussen alle activiteiten van de Heer bestaat een onderlinge harmonische verbinding.

We lezen dan in 1 Korintiërs 12 over:
uitingen van de geest (pneumatika);
genadegaven (charismata);
bedieningen (diakonia);
werkingen (energémeta).

Een korte omschrijving vooraf:
Uitingen van de heilige geest zijn spontaan gewekte, geestelijke openbaringen; sommigen noemen deze uitingen ‘gaven van de geest’.
Bij ‘gaven’ wordt meer de indruk gewekt van het in bezit hebben.
Het gaat in dit hoofdstuk over de manier waarop de geest zich in ons wil uiten, nadat wij de gave (doorea) hebben ontvangen.
Genadegaven zijn bekrachtigingen die verleend worden voor bepaalde situaties.
Deze blijven totdat het doel bereikt of de taak vervuld is.
Bedieningen zijn door God verleende opdrachten en taken en ingestelde functies.
Werkingen zijn alle veelvuldige openbaringen van de energie, de kracht van God.

Het is werkelijk geweldig dat het dezelfde God is die alles in allen bewerkt (zie 1 Korintiërs 12:6).
En God wil aan een ieder de openbaring van zijn geest geven tot welzijn of nut van allen (zie vers 7).
Het is niet een stukje show, tot vermaak.
Het is de werking van zijn kracht tot welzijn, tot nut van allen in de gemeente en via deze weg ook voor buitenstaanders.
In de samenkomsten van de gemeente, waar het in 1 Korintiërs 12 in eerste instantie over gaat – het is een instructie tot gebruik van de gaven als de gemeente samenkomt – laat Gods geest, zoals hij het wil, het nodig acht, de uitingen tot werking komen, doordat hij uitdeelt.

En aan wie deelt hij uit?
Aan hen die God daarom vragen, die de liefde najagen en naar de gaven van de geest streven!
Het gaat om de levende en actieve functie van de gemeente.
Allen zijn erbij betrokken.
Er is bij God geen aanzien van de persoon.
Ieder die vervuld is met Gods geest mag rekenen op de inspirerende en openbarende werking van deze geest in hem of haar.
Wat is het groot van God om ons zo intensief te betrekken bij zijn handelen in deze én in de geestelijke wereld.
Het is voor ons een oneindig grote mate van liefde van God om onder de bezieling, het ‘en-thou-siasme’ (het ‘in God zijn’) van de heilige geest te mogen zijn.

Het is bedoeld voor elke serieuze gelovige.
Wat betreft de uitingen van de geest wil ik jullie niet onkundig laten …
Als je wilt, gaan we deze verschillende grootse uitingen met elkaar bespreken.
God heeft voor ons een woord vol levenskracht, vol van de rijke, sterk makende kracht van Jezus Christus.
Zo heeft God het gewild.
Zo kan God zich laten zien in zijn volk.
Zo komt het koninkrijk van God dichtbij.

Nu volgt de opsomming van de negen uitingen van Gods geest.
Onder leiding en aansturing van het hoofd, Jezus Christus, kan het lichaam in al zijn onderdelen (leden, ledematen) geestelijk functioneren door de heilige geest die in de leden persoonlijk en afzonderlijk is uitgestort.
Er is geen biologische samenhang.
De vele niet-biologisch-met-elkaar-verbonden leden vormen een geestelijk organisme door de geest van God.
Door inspiratie, door openbaring, door kracht-impulsen kan de Heer bezielen.
Hij deelt uit.

Zo ontstaat een levendig samenwerken tot opbouw en groei van het lichaam en daardoor weer tot dienstverlening van God in en aan de wereld.
Alle leden horen er actief bij betrokken te zijn.
Daarom is het nodig, dat alle leden, afzonderlijk, in die éne geest gedoopt zijn.
Wanneer de gemeente samenkomt, kunnen uiteraard niet alle leden zich op hetzelfde moment uiten.
Dat zou een chaos worden.
In Korinte was dat gebeurd, vandaar (‘gelukkig maar voor ons!’) Paulus’ brief!
Daarom is er een wijs toedelen van uitingen door God aan de verschillende leden van het lichaam.
De ene keer zó, de andere keer anders, al naar gelang de situatie het (in Gods ogen) nodig maakt.
De ene keer de één dit en de ánder dat; maar de volgende keer misschien precies omgekeerd.
Zo verdeelt God door zijn heilige geest in zijn wijsheid, zoals Hij dat nodig acht.

Hier wordt de harmonie van het samen onder de éne geest staan, in zijn inspirerende werking, heel duidelijk.
God is immers een God van orde.
Welke uitingen vinden we nu in Korinte?
Het zijn er negen en in de volgorde die de Bijbel geeft, zijn het:
wijsheid;
kennis;
geloof;
gaven van genezingen;
werkingen van krachten;
profetie;
onderscheiding van geesten;
spreken in (of: van) geestelijke talen;
vertaling of uitleg van geestelijke talen.

We kunnen ze, naar de inhoud van hun karakter, in drie groepen onderverdelen.
Elk van deze drie groepen geeft een eigen bijzonder kenmerk van de daarbij behorende uitingen.
Er zijn:
drie uitingen van inspiratie;
drie uitingen van openbaring;
drie uitingen van kracht.

Er bestaat dus een onderling verband tussen de verschillende uitingen.
Meerdere uitingen functioneren samen.
Daarom waarschijnlijk heeft de Heer hier geen schematische indeling gegeven.
De uitingen komen alle uit dezelfde Bron!
Voor het verkrijgen van meer inzicht gaan we ze behandelen in het kader van de drie groepen.
We willen ons houden aan de oproep van Paulus:
streef naar de uitingen van de geest;
probeer uit te munten tot opbouw;
steeds als jullie samenkomen, heeft ieder iets.

Deze drie groepen van drie zijn:

Inspiratie-uitingen
a. verschillende geestelijke talen;
b. vertaling of uitleg van geestelijke talen;
c. profetie.

Openbarings-uitingen
a. woord van wijsheid;
b. woord van kennis;
c. onderscheiding van geesten.

Kracht-uitingen
a. geloof (wonderen bewerkend geloof);
b. gaven van genezingen;
c. werkingen van krachten.

We onderstrepen nog eens:
Aan een ieder wordt de openbaring van de geest gegeven, tot nut en welzijn van allen.

4.1 Inspiratie-uitingen

Tot deze groep behoren:
a. geestelijke talen;
b. uitleg van geestelijke talen;
c. profetie.
Deze groep heeft een bijzonder kenmerk.
Deze gaven werken namelijk door inspiratie van de heilige geest.
Deze uitingen zijn ons gegeven om ons te laten delen in het spreken van God.
Door de geestelijke inwerking van zijn geest spreek ik de gedachten van God uit.

Deze uitingen hebben een tweevoudig karakter.
Zowel Hij die inspireert als hij die geïnspireerd wordt, is actief bij het tot stand komen van inspiratie.
In een voorbeeld wordt dit misschien duidelijker.
Een kunstenaar is voor het maken van zijn werkstuk afhankelijk van inspiratie.
We weten dat transpiratie een groot deel van inspiratie is.
De kunstenaar kan tot inspiratie komen als hij ‘de geest krijgt’.
Dan ‘overweldigt’ hem deze inspiratie, hij is in bepaald opzicht ‘passief’.

Maar het is ook heel goed mogelijk dat hij zelf naar inspiratie toewerkt.
Hij gaat aan het werk, richt zich op zijn werkstuk, hanteert zijn gereedschap en gaat aan de slag.
Zo ontstaat ook vaak inspiratie.
Het is dus mogelijk dat hij:
a) inspiratie krijgt
of
b) naar inspiratie toewerkt.

Bij de inspiratie-uitingen van de heilige geest zien we hetzelfde.
a) de persoon, die gedoopt is in de heilige geest, ontvangt door het initiatief van God inspiratie!
De Heer dringt aan!
De gelovige hoeft zich er dan alleen maar aan over te geven.
b) de persoon, die gedoopt is in de geest van God, neemt zelf, in gemeenschap met de Heer, initiatief om tot inspiratie te komen.
Hij spreekt met de Heer en hij gelooft in de actieve werking van de heilige geest in hem.
Door het geloof laat hij de ‘stromen van levend water’ uit zijn binnenste vloeien.
Hij opent zijn mond en gaat spreken, zodat Gods geest de inspiratie-uiting kan bewerken.

Het een en ander wordt zeker (nog) duidelijker bij de bespreking van de verschillende inspiratie-uitingen.
Dit tweede aspect van de inspiratie ligt ons vaak gevoelsmatig minder goed.
We zijn dan misschien bang hierdoor de heilige geest te ‘kleineren’.
Daarom alvast een paar uitspraken van Paulus vooraf:
ik zal bidden met mijn geest (zie 1 Korintiërs 14:15);
ik zal lofzingen met mijn geest;
… profetie naar de mate van ons geloof (zie Romeinen 12:7).

4.2 Geestelijke talen

Deze uiting van verschillende geestelijke talen is een inspiratie-uiting van de heilige geest.
Het spreken in (beter: van) geestelijke talen.
Het is geen talenkennis.
Omdat het een uiting is van de geest van God, is er geen sprake van een menselijke, natuurlijke begaafdheid in het gemakkelijk leren van een taal.
Het heeft niets te maken met het al dan niet hebben van een talenknobbel.
En het heeft niets te maken met menselijke intelligentie.
Het is niet een magisch besproken worden.
Hierbij is namelijk de wil van de mens uitgesloten.
Het heeft bovendien niets te maken met enige vorm van trance of extase.

Het is wel een geestelijke uiting van de geest van God, waarbij Hij mij uitnodigt in geloof mijn spraakorganen te gebruiken onder zijn inspiratie.
Handelingen 2:4:
… en allen werden vervuld van de heilige geest en begonnen op luide toon (in) vreemde talen te spreken, zoals hun door de geest werd ingegeven.

Het is wel het uitspreken van een van de talen die door de geest van God worden geïnspireerd.
Hierbij spreek ik, gebruik makend van mijn lippen, longen en stembanden.
De geest vormt daarna de woorden, de taal.
Of van mensen of van engelen.

Het is wel een voor mij onbekende taal.
1 Korintiërs 14:14 (NBG):
Want als ik bid in een geestelijke taal, bidt mijn geest wel, maar mijn verstand blijft onvruchtbaar.
Anderen zouden mogelijk de taal kunnen herkennen.
Er doen zich situaties voor waarin de gesproken geestelijke taal door anderen wordt herkend als een bestaande of bekende taal.
Bijvoorbeeld: door een student in de theologie wordt een geestelijke taal herkend als oud-Hebreeuws.
De spreker zelf heeft deze taal nooit geleerd!
Een andere keer spreekt iemand in een samenkomst een geestelijke taal.
De gesproken taal blijkt een van de dialecten van Oost-Azië te zijn.
Een zendeling met verlof kent die taal.
Ook hier heeft de spreker die taal nooit geleerd.
Zie ook een paar voorbeelden hiervan op andere plaatsen in deze studie.

Het is wel door mijn geest geheimenen (verborgen dingen) (be)spreken met God.
Dit kan eigenlijk alleen begrepen worden door iemand die deze gave diepgaand in zijn leven toepast.
In 1 Korintiërs 2:10 staat:
… want de geest doorgrondt alles, ook de diepten van God.
Alleen hij, die geestelijke talen spreekt, ervaart in zichzelf een toenemende kennis van deze diepten (= de diepste gedachten, de diepte van rijkdom, wijsheid en kennis) van God (zie Romeinen 11:33).

Het is ook bidden tot God, een lofzingen door de geest en het is ook het uitspreken van een zegen.
Zie ook 1 Korintiërs 14:2, 15 en 16.

Het is wel een boodschap van God voor de gemeente.
Zo kunnen de geestelijke talen door de Heer eveneens gebruikt worden.
Dan hoort er wel vertaling bij.
Samen met vertaling zijn geestelijke talen, uitgesproken in de gemeente, gelijk aan profetie (zie 1 Korintiërs 14:5).

4.3 Verschillende talen (allerlei tongen)

Er is sprake van verschillende geestelijke talen.
Dit betekent een veelheid aan talen.
Er is dus niet één taal, er zijn veel talen die aan de gelovige door Gods geest geïnspireerd worden.

In Korinte is geen sprake van onkunde over de uitingen van de geest, maar wél van onkunde over de manier waarop ze gebruikt moeten worden in de samenkomsten van de gemeente.
De verdeling (de één dit, de ander dát) is dan ook niet om duidelijk te maken dat God aan de één blijvend deze uiting geeft en aan de ánder blijvend die uiting …
Paulus wijst op het gebeuren in de samenkomst van de gemeente – daar en dan zal de Heer de uitingen van zijn geest, incidenteel, ter plekke, ‘voor het gebruik’ verdelen.
Nu wordt ook duidelijk dat er gesproken wordt van verschillende talen (meervoud).
Het kan natuurlijk niet zo zijn dat één persoon (door elkaar) verschillende geestelijke talen zal spreken.
Dat zou tegen het karakter van God ingaan, want Hij is een God van orde!

4.4 Door God gegeven

Laten we vooral bedenken – juist in kringen en gemeenten waar zeer kritisch en gereserveerd de geestelijke talen aan de kant worden geschoven – dat het bidden in een van deze talen een door God gegeven werking is, door de heilige geest in ons!
Alles wat van God komt is goed!
En niets wat van God komt is overbodig!
Het is mogelijk dat wij niet precies de zin van een geschenk van God begrijpen.
Maar als God het gegeven heeft, hééft het zin!
Dan ís het waardevol!

Laten we er dan met een open hart en een luisterend oor aandacht aan geven en de Heer vragen ons verstand te verlichten.

4.5 Hét teken

De Heer Jezus heeft op Golgotha de overwinning op satan en zijn demonen behaald.
Nadat Hij verheerlijkt is door de Vader, aan de rechterhand van God, heeft Hij de heilige geest aan zijn leerlingen gegeven.
Als zij gedoopt worden in deze Goddelijke geest, krijgen ze als teken hiervan het kunnen spreken van geestelijke talen.
Het nieuwe is dat vóór die tijd deze werking van God nog nooit had plaatsgehad.
In het oude verbond is geen sprake van een vreemde, nieuwe of geestelijke taal van en door de geest.
Het is hét teken dat hoort bij de gave van het nieuwe verbond, de doop in de heilige geest.
Alle andere uitingen vinden we wel min of meer terug in het oude verbond, bij mensen die voorzien zijn van de kracht van de heilige geest.
Het zijn slechts enkelingen, maar ze kennen de werkingen van de geest van God.

Maar in de volheid van de tijd geeft de Heer Jezus, als teken van de uitstorting van deze geest, aan zijn leerlingen de mogelijkheid om in geestelijke talen te bidden.
Later, bij herhaalde geestesdoop bij andere groepen van mensen, komt ook dit teken voor!
Geestelijke talen zijn tot:
opbouw van de gelovige zelf;
welzijn en nut van allen;
voorbede;
herkenningsteken.

Gods goedheid kent geen grenzen!
Hij weet wie we zijn, hoe we gemaakt zijn en wat er van ons geworden is; in menselijk opzicht zijn we misschien (vaak) zwak.
In elk geval in onze strijd tegen de duistere machten kunnen we met onze eigen menselijke geest geen stand houden.
Daarom komt Hij ons in liefde tegemoet.
Hij wil dat we sterk zullen zijn in Hem, in deze wereld, die beheerst wordt door de wereldbeheersers van de duisternis, de demonen in de hemelse gewesten (zie Efeziërs 6:12).
Hij geeft ons daarom de overvloed van genade en de gave van de gerechtigheid, zodat we door Jezus, als koningen kunnen heersen, voor eeuwig (zie Romeinen 5:17).
Ook zullen we heersen over de zonde, die als een belager aan onze deur ligt en wiens begeerte naar ons uitgaat (zie Genesis 4:7).

4.6 Geestelijke talen zijn tot opbouw van de gelovige zelf

Door het gebruik van de talen die Gods heilige geest ons geeft uit te spreken, geeft de Heer ons een geweldige mogelijkheid onszelf op te bouwen in ons geloof … om sterk te worden, om niet langer een speelbal te blijven van de gevoelens van onzekerheid die ons door satan worden opgedrongen.

a) wie in geestelijke talen bidt, bouwt zichzelf op.
Daarom wilde ik (wel), dat jullie allen (in) geestelijke talen spraken, zegt Paulus in 1 Korintiërs 14:5.
Paulus geeft deze aansporing aan gelovigen die wel in geestelijke talen kúnnen bidden, maar dit niet (regelmatig) meer doen.

b) … bouw u zelf op in de liefde van God, door te bidden in de heilige geest (zie Judas:20).
In de NBV staat:
Maar u, geliefde broers en zusters, moet uw leven bouwen op het fundament van uw zeer heilige geloof.
Laat u bij het bidden leiden door de heilige geest.

Er is een opbouwende kracht van God binnen ons bereik: zijn heilige, herstellende geest.
En door zijn geest is ook de liefde van God in ons hart uitgegoten (zie Romeinen 5:5).
Nu hebben wij de mogelijkheid in eeuwigheid in liefde met God verbonden te zijn en te blijven door zijn geest.
Daar komt geen enkele vorm van automatisme aan te pas, maar vooral door het regelmatig en serieus beoefenen van de geestelijke talen, zullen wij de nabijheid van God steeds dieper gaan ervaren.
Ook zullen we merken dat de duisternis hierdoor meer en meer gaat verdwijnen en wij steeds meer in het licht van God komen te leven.
We zijn door de doop in de geest van God steeds krachtiger opgewassen tegen het geweld van satan.
Dit geweld openbaart zich in deze tijd steeds sterker, zoals in het begin van deze studie al is toegelicht.

c) het bidden in geestelijke talen hoort bij de wapenrusting van God.
Als de oproep om de wapenrusting van God aan te doen, is gegeven, volgt de afsluiting ervan met: En bid daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de geest (zie Efeziërs 6:18).
Bedoeld wordt hier een gebed dat geïnspireerd wordt door de heilige geest en wat anders kan dit zijn dan het bidden in geestelijke talen?
Omdat onze strijd een geestelijke is, niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden en de demonen in de geestelijke wereld, moeten we goed bewapend zijn en ook beschermd.
Doe de hele wapenrusting ván God aan om te kunnen standhouden … en bid daarbij in de geest!

Opnieuw een duidelijke instructie over de kracht-waarde van het spreken van of bidden in geestelijke talen!
Geweldig!
Wat heeft God goed voor ons gezorgd.
Hij laat ons niet als wezen (onbeschermd) in deze wereld leven (zie Johannes 14:18).
Het ligt niet aan Hem als we een geestelijke nederlaag lijden.
Hij wil en bedoelt dat we in Christus (dus door zijn geest) overwinnaar zullen zijn.
De doop in de heilige geest is inderdaad ook een toerusting voor de strijd in dienst van God.
Handelingen 1:8 zegt:
… maar jullie zullen kracht ontvangen, wanneer de heilige geest over jullie komt …

d) het bidden in geestelijke talen helpt ons in noodsituaties.
Er zijn ongetwijfeld momenten in je leven dat je in een plotselinge noodsituatie geen zinnige gedachte meer kunt bedenken.
De angst, de nood, het verdriet, het onverwachte doen je misschien verlammen.
O, God, hoe moet dit?
Wat moet ik doen?
Hoe kan ik hier helpen?
Wat geweldig van God, want juist voor zulke omstandigheden heeft Hij al een uitweg voor jou bedacht.
Als wij niet meer weten hoe we precies moeten bidden, wat we moeten doen, komt Hij ons te hulp.
De geest helpt ons in onze zwakheid; wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de geest zelf pleit voor ons met woordloze (onuitsprekelijke) zuchten.
God, die ons doorgrondt, weet wat de geest wil zeggen.
Hij weet dat de geest volgens zijn wil pleit voor allen die hem toebehoren
(Romeinen 8: 26,27).
Ook hierbij zijn de geestelijke talen onmisbaar.
Wie van ons heeft niet de hulp van Gods geest nodig?

e) het is voor allen.
Duidelijk genoeg blijkt uit de Bijbel dat deze uiting van de geest bedoeld is voor álle gelovigen.
Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij demonen uitdrijven, (in) geestelijke talen zullen zij spreken (Marcus 16:17).
En daarbij komt nog de herhaalde oproep van Paulus:
Jaag de liefde na en streef naar de gaven van de geest … (zie 1 Korintiërs 14:1) en vers 5:
Ik wil(de) (wel), dat jullie allen (in) geestelijke talen spraken.
God werkt alles in allen (zie 1 Korintiërs 12:6) en aan een ieder wordt de openbaring van de geest gegeven tot welzijn van allen (vers 7).
Het is dus voor állen bedoeld!
Dat moet ook wel zo.
Het zou niet eerlijk en/of logisch zijn dat zoveel mogelijkheden worden gegeven aan een enkeling en niet aan allen.
Allemaal hebben we opbouw nodig.
Allemaal staan we in de strijd tegen satan en zijn handlangers.
De belofte is voor elk die komt én neemt!

4.7 Geestelijke talen zijn tot welzijn van allen

Hoewel we zien dat deze uiting in de eerste plaats is gegeven voor de persoonlijke geloofsopbouw, heeft deze gave ook een geweldig effect op de gemeente als geheel.

a) vijf woorden met het verstand – of duizend woorden in een geestelijke taal?
Deze zelfde geestelijke talen die we in de ‘binnenkamer’ beoefenen en spreken tot opbouw van onszelf, zijn mede-bepalend voor de bouw en de groei van de gemeente.
Want de groei van de gemeente is afhankelijk van de bijdrage die iedereen individueel levert.
In Efeziërs 4:16 staat, dat Ieder deel naar vermogen bijdraagt tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt in de liefde.
Of zoals in de NBG-vertaling staat: … naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei van het lichaam, om zichzelf op te bouwen in de liefde.
Daarom dankt Paulus de Heer, dat hij meer dan allen (in) geestelijke talen spreekt (zie 1 Korintiërs 14:18).
Dat is niet een soort van opscheppen van Paulus, maar een aansporing om hem na te volgen!
En daarom roept hij elke gelovige op zich ook naar deze uiting van de geest uit te strekken.

1 Korintiërs 14:39:
… verhinder niet dat men (in) geestelijke talen spreekt!
Niet belemmeren is gelijk aan stimuleren.
Wie niet belemmert, schept de voorwaarden dat iets wél kan; een neutrale opstelling is hierbij niet mogelijk.
Paulus bouwt zichzelf op door te bidden in geestelijke talen voordat hij naar een samenkomst van de gemeente gaat.
Zo wordt hij vervuld met de kracht van Gods geest en weerbaar tegen de demonen in de geestelijke wereld.
Maar in de gemeente wil Paulus liever vijf woorden met zijn verstand spreken, om ook anderen te onderwijzen, dan duizenden woorden in een geestelijke taal (zie 1 Korintiërs 14:19).
Dat is logisch, geestelijke talen worden door anderen niet begrepen en voor het onderwijs zijn die dan ook van weinig of geen nut.
Paulus spreekt liever over de macht van Gods geest, waardoor hij wonderen en tekenen verricht.
Ik zal over niets anders spreken dan wat Christus door mij tot stand brengt om de heidenen (volkeren) tot gehoorzaamheid te brengen: door wat ik zeg en doe, door zijn macht waarmee ik tekenen en wonderen verricht door de macht van Gods geest.
Zo heb ik vanuit Jeruzalem en helemaal tot aan Illyrië het evangelie van Christus verspreid (Romeinen 15:18 en 19).

Wat een prachtig voorbeeld voor ons, om Paulus ook hierin na te volgen, zoals hij ook Christus navolgt!
Paulus degradeert het bidden in geestelijke talen niet!
Integendeel – hij geeft dit de juiste plaats en zet dit in de juiste samenhang binnen het functioneren van de gemeente.
Tot welzijn en nut van de gemeente, mede en vooral mogelijk door opbouw van jezelf, vooraf!
In de samenkomst van de gemeente gaat het om de opbouw door het brengen van het evangelie in verstaanbare woorden.
Daar zullen duizenden woorden in een geestelijke taal de toehoorders niets wijzer maken.
Wat hen wél wijzer maakt zijn woorden, met het verstand gesproken, onder de volheid van en inspiratie door de heilige geest.
Ook al zijn het er, bij wijze van spreken, maar vijf!

b) steeds als jullie samenkomen.
In de samenkomsten van de gemeente heeft een ieder iets (zie 1 Korintiërs 14:26).
We komen geestelijk zeer goed voorbereid en vervuld met Gods geest naar onze bijeenkomsten om samen te functioneren tot opbouw van onze gemeente.
We zijn bijeen tot eer en verheerlijking van de Heer, maar ook tot opbouw van elkaar.
Is dit laatste juist ook niet tot eer en verheerlijking van de Heer?
Steeds als jullie samenkomen, heeft een ieder iets: … onder andere: een geestelijke taal.
Maar wanneer er mensen zijn die geestelijke talen spreken, moet er wel orde zijn.
Ieder op zijn beurt en als richtlijn: maximaal drie – en er moet ook uitlegging van het gesprokene zijn, uiteraard.
Het gaat namelijk om de opbouw van de gemeente en niet om het weggeven van een ‘geestelijke talenshow’!

Even tussendoor: wat zou het geweldig zijn, als we in onze gemeenten een maximum aantal zouden moeten stellen aan hen, die geestelijke talen spreken …!

Als er geen uitlegger is, moet men zwijgen en zachtjes in zichzelf (tot God) spreken.
Zo zal ook door de uiting van het spreken van geestelijke talen de gemeente bepaald worden bij en gestimuleerd worden om te zien op Jezus Christus, die in haar midden is, om van Hem geestelijke zegeningen te ontvangen.
Niets, ook dit niet, gaat automatisch.
We kunnen er zo zelf aan bijdragen dat de Heer ons kan zegenen.

c) lofzingen met onze geest.
We kunnen niet alleen (in) geestelijke talen spreken, maar we kunnen ons hierin ook uiten door te zingen!
Zowel individueel als samen met onze broers en zussen in de gemeente.
Deze bijzondere mogelijkheid van het zingen met mijn geest zoals Paulus het aangeeft in 1 Korintiërs 14:15 bestaat naast het zingen met mijn verstand.

Hij zet in dit vers vier aspecten naast elkaar:

  1. ik kan bidden met mijn verstand;
  2. ik kan bidden met mijn geest;
  3. ik kan (lof)zingen met mijn verstand;
  4. ik kan (lof)zingen met mijn geest.

Als ik óf met mijn geest óf met mijn verstand bid of (lof)prijs, het zal altijd zijn onder de leiding en de inspiratie van de geest van God.
Ook in 1 Korintiërs 14:14 heeft Paulus het over de functies van (zijn eigen) geest en verstand.
Want als ik bid in een geestelijke taal, bidt mijn geest wel, maar mijn verstand blijft onvruchtbaar.
Met mijn verstand doe ik (hier) niets nuttigs, zegt de NBV-vertaling in vers 15.
Dus, zegt Paulus, wat moet ik doen, of wat is dan de conclusie?
Ik zal bidden met mijn geest, maar ook met mijn verstand; ik zal zingen met mijn geest, maar ook met mijn verstand.

Deze twee horen bij elkaar, ze hebben beide hun functie in onze relatie met de Heer.
In de brief aan de Efeziërs herhaalt hij het nog eens heel duidelijk:

  1. word vol van de geest of laat de geest je vervullen;
  2. én … zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de geest jullie ingeeft.
    Efeziërs 5:18,19
    Bedrink je niet (aan wijn e.d.), want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de geest jullie vervullen en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de geest jullie ingeeft.
    Zing en jubel met heel jullie hart voor de Heer.

Probeer dit onderdeel een plek te geven in je eigen gebedsleven en in het gezamenlijk zingen in de gemeentelijke samenkomsten.
Het is van vitaal belang voor de verdieping van je geestelijke leven om dit alles te ontwikkelen.
Want ook dit hoort bij het streven naar de gaven van de geest!
Je kunt dus tijdens de afwas, tijdens het autorijden, enzovoort, volop zingen in geestelijke talen die Gods geest jou inspireert!
Dat kan op een bekende melodie of op een wijs die zich spontaan tijdens het zingen ontwikkelt.
Daarmee eer je de Heer en voor jezelf is het is ook erg fijn om te doen!
Je wordt er geestelijk rijker van!

In sommigen samenkomsten kent men het samen zingen in geestelijke talen en dan wel vaak op een bekende melodie.
Samen zingen onder de directe inspiratie van de heilige geest, dus op een tot dan onbekende vrije melodie, is ook heel goed mogelijk.
Wel is het dan nodig met elkaar te leren af te stemmen op de heilige geest én op elkaar.
Ook zullen de begeleidende musici hetzelfde moeten leren en doen: afstemmen op de werking van Gods geest, samen met de gemeente.
De ervaring, vooral in wat grotere gemeenten is soms, dat dit niet altijd in één keer goed gaat.
Maar als de leden van de gemeente goed op elkaar zijn afgestemd, wordt en is het een heerlijke beleving.

De ‘geïnspireerde’ melodie zal blijken bijzonder harmonieus te zijn!
Het is op zich al een wonder dat zo’n groot aantal ‘leken’ (op muzikaal gebied dan) zo op elkaar afgestemd zuiver in tertsen, nonen en kwinten kan zingen!
Jazeker, een inspiratiewonder van de geest van God!

Laten we NOOIT vergeten dat het hierbij alleen gaat om de verdiepende werking van Gods geest in ons.
Psalm 50:23 is nog steeds helemaal waar:
Wie lof offert, eert Mij en baant de weg, dat Ik hem Gods heil doe zien.
En daar gaat het God altijd en alleen om!
En ons ook: om het herstel- en opbouwwerk van God in ons leven!
Om onze groei naar de geestelijke volwassenheid, naar het bereiken van de gelijkvormigheid aan Jezus Christus.
Het bereiken van zijn geestelijke niveau.

4.8 Geestelijke talen zijn ook van belang om voor anderen te bidden

We zagen al dat de heilige geest ons te hulp komt in ons bidden tot God en ook in ons bidden voor andere mensen en bepaalde situaties.
In Romeinen 8:26 en 27 staat:
En op dezelfde manier komt de geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.
En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling van de geest, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit.

Gods geest pleit voor onszelf, maar ook voor (andere) heiligen.

Wat een rijke mogelijkheid voor het lichaam van Christus om toch het ‘medeleven en het medelijden’ mogelijk te maken in het overbruggen van fysieke afstand, door de werkingen van de heilige geest.
Deze geest inspireert ons tot hulp aan en ondersteuning van de ander.
Riemer de Graaf herinnert zich een moment dat hij en zijn vrouw bijzonder door de heilige geest gedrongen werden om te bidden.
Ze wisten niet waarvoor en waarom.
Ze gaven zich over aan de inspiratie van de geest en baden langere tijd in geestelijke talen.
Er was een duidelijke ervaring van grote strijd en de Heer bepaalde hen bij de zendeling met wie ze in verbinding stonden.
Later bleek dat God in diezelfde tijd een geweldig wonder van bewaring had bewerkt, in een acute noodsituatie!

Toen ze zelf op zendingsreizen waren in veel delen van Europa en daarbuiten, hebben ze meerdere keren ‘gebruik gemaakt’ van deze door God gegeven mogelijkheid tot voorbede.
Soms waren de angsten, het gevaar en de strijd bijzonder groot.
Ze riepen de Heer dan aan om zijn hulp en gebedshulp.
Ze noteerden de tijden.
Bij het thuiskomen in Holland bleek steeds weer dat gemeenten en vrienden in de strijd ingeschakeld waren door de inspiratie-uiting van de heilige geest: het bidden in geestelijke talen.
Soms werden deze vrienden in de nacht door de Heer gewekt om voorbede in geestelijke talen te doen.

Ja, God weet wat Hij doet!
Paulus zegt tegen de gemeente in Efeze (Efeziërs 1:18,19) en daardoor ook tegen ons, dat hij bidt, dat de ogen van hun en ons hart (innerlijke mens) open mogen gaan, zodat zij en wij zullen zien: welke hoop wij mogen hebben, nadat God ons geroepen heeft;
hoe rijk de heerlijkheid is van onze erfenis;
hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven
.
Dat is het helemaal!
Het is meer dan de moeite waard (vreemde uitdrukking eigenlijk in dit verband) om de heilige geest te ontvangen!

4.9 Geestelijke talen zijn een herkenningsteken

a) voor de gelovigen.

Aan zeker één ding zullen de gelovigen herkenbaar zijn en dat is dat zij geestelijke talen kunnen spreken en dat ze demonen kunnen uitdrijven (zie Marcus 16:17).
Prijs de Heer, we hebben in ieder geval een teken, een herkenningspunt, dat we horen bij hen die door de Heer genoemd worden: ‘gelovigen’.
Natuurlijk is dat niet het enige teken.
Maar let eens op deze opsomming van Marcus.
Het heeft allemaal te maken met de geestelijke werking van de geest van God in zijn volgelingen – dát zijn de tekenen!

b) voor de ongelovigen.

Als ongelovigen een samenkomst van de gemeente bezoeken, zullen zij onder andere door het horen van de geestelijke talen een teken, een bewijs hebben van de onzichtbare en bijzondere aanwezigheid van de Heer.
Wel waarschuwt Paulus tegen een in de gemeente van Korinte voorkomende fout dat het daar onordelijk gebeurt.
We moeten niet ordeloos allemaal om het hardst door elkaar bidden, maar één voor één.
Het spreken van geestelijke talen is hét teken van de doop in en de inwoning van Gods heilige geest in de gelovigen en van een bijzondere werking van God in het midden van de gemeente (zie 1 Korintiërs 14:21 en 23).

c) voor God.

De menselijke tong kán een moeilijk tembaar instrument zijn.
Soms wordt ze zelfs in vlam gezet door de hel.
De tong kán een onberekenbaar en dodelijk venijn zijn.
Zie in dit verband Jakobus 3:6 en 8.
Soms zegenen mensen ermee en soms (ver)vloeken ze ermee.
Jakobus zegt dat de tong te vergelijken is met een klein roer van een groot schip.
Wie dat roer kan bedwingen, kan het schip wenden en keren waarheen hij maar wil.
Zo is het ook met de tong.
Wie zijn tong in toom houdt, is in staat zijn hele (geestelijke) lichaam in toom te houden, te beheersen.
Geweldig is het dat God nu, juist door de doop in en de vervulling met zijn heilige geest onze tong, ons spraakorgaan, onder zijn ‘controle’ brengt!
Zo maakt Hij ons duidelijk dat Hij ons in staat stelt ons levensschip, zowel in natuurlijk als in geestelijk opzicht, in een veilige koers te brengen en te houden.

Zo is het ook.
Laten we door de geest geleid leven (zie Galaten 5:16) – door ons spreken en handelen onder het bestuur van de heilige geest te stellen.
Het is goed hier een tekst naast te leggen uit Spreuken 18:20 en 21 en eens te vergelijken:
Als een mens iets goeds zegt, heeft hij een gevoel van welbehagen, hij voedt zich met de vruchten van zijn mond.
Woorden hebben macht over leven en dood, wie zijn tong koestert, plukt daarvan de vruchten.
Of zoals in de NBG-vertaling staat:
Van de vrucht van iemands mond wordt zijn binnenste verzadigd; hij verzadigt zich van de opbrengst van zijn lippen.
Dood en leven zijn in de macht van de tong, wie aan haar toegeeft, zal haar vrucht eten.

Wat een perspectief voor het bidden in geestelijke talen.
Want daardoor (be-)spreken wij ‘geheimen’ of verborgenheden met God.
Wat een voorrecht voor ons ‘gewone’ mensen!
Wij, die zelfs waarschijnlijk nog nooit met een minister (hoewel deze ‘dienaar’ is) of laat staan de koning hebben gepraat en ook al helemaal geen geheimen met hem hebben gedeeld, mogen dat wél doen met onze oneindig veel grotere God!
Als je daar nou eens goed over nadenkt …!
Ook bouwen we onszelf op, als we zo met God spreken.
En wie zou dat ook niet willen?
Toch onbegrijpelijk dat mensen, die zich serieuze gelovigen noemen, deze prachtige gave afwijzen (voor zichzelf, maar ook voor anderen)!
Wie op de akker van de geest zaait, zal eeuwig leven oogsten (zie Galaten 6:8).
Nogmaals: wie wijst dit af?

4.10 Problemen

a) het woord van God krachteloos maken.

Natuurlijk zijn er problemen en hindernissen als we Jezus willen volgen op de weg naar de volkomenheid.
Satan zal ons niet zonder slag of stoot deze weg laten gaan.
Als hij Jezus heeft gehaat en heeft willen misleiden, zal hij het zeker ook bij óns proberen!
Juist daar waar de volheid van Jezus Christus te beleven is, zal satan alles op alles zetten om de zuivere doorwerking hiervan te voorkómen.
Een groot probleem in onze tijd is de opstelling tegenover het woord van God, zowel in het modernisme in de religie, als ook in allerlei overleveringen en leerstellingen van mensen.
Hierdoor wordt het woord van God bij veel mensen van zijn kracht beroofd.
Wie het woord van God aan de kant schuift, moet niet menen dat hij aanspraak kan maken op het eeuwige leven.
Hij zal terechtkomen in een eeuwig gescheiden zijn van God, in het klimaat van de duisternis dat hij in zijn aardse leven heeft gekoesterd.

Maar de mens die het woord van God hoort en ernaar handelt, die zal ‘zalig’ (volmaakt gelukkig) zijn en worden.
De gelovigen in Berea onderzoeken dagelijks de Schriften of alles wel zo is als hun door Paulus wordt verteld (zie Handelingen 17:11).
En als ze dat op die manier bevestigd krijgen, nemen ze het woord graag aan.
Zo is het ook raadzaam voor ons, om aan de hand van de Bijbel na te gaan of ideeën en visies (ook bijvoorbeeld deze studie!) die op ons afkomen, inderdaad wel kloppen.
We moeten niets klakkeloos aannemen, zeker waar het gaat om zaken van eeuwigheidswaarde!
Paulus zegt tegen Timoteüs over mensen die met een schijn van godsdienstigheid een evangelie brengen zonder kracht (bijvoorbeeld doordat ze de gaven van de heilige geest niet meer nodig vinden):
Houd dezen op afstand (zie 2 Timoteüs 3:5 en 7) of zoals de NBV zegt:
Keer je af van zulke mensen.
Waar hoor jij bij?

b) de gave van het spreken van geestelijke talen ‘breekt niet door’.

Hoe komt dat?
Dat is een (helaas) veel gestelde vraag.
Er zijn gelovigen die bewust de geest hebben (willen) ontvangen, maar die de doorwerking ervan niet (in alle opzichten) ervaren.
Dit probleem is tot in elk geval drie hoofdpunten terug te brengen:

1) onkunde -> tekort aan kennis.

Er kan bij gelovigen (maar wat ‘geloven’ zij?) te weinig zekerheid zijn over wat God heeft gezegd; duidelijk inzicht ontbreekt in wat God heeft beloofd voor de gelovige persoonlijk.
Weet jij wat zijn wil is voor jouw leven?
Als je twijfelt, werkt dat sterk ondermijnend in het accepteren van Gods beloften voor jou!
Specifiek waar het de doop in zijn heilige geest betreft.
Het aanvaarden van schuldvergeving lukt meestal nog wel …

Wat te doen, is duidelijk:
Ontdek in Gods woord wat Hij jou persoonlijk te zeggen heeft.
Vergeet even alle geluiden en opmerkingen (hoe goed ook bedoeld) om je heen en richt je uitsluitend op dit onderwerp.
Er zijn ook veel goede boeken hierover geschreven.
Geloof eenvoudig dat dit ook voor jou is, dat God absoluut geen uitzonderingen maakt, ook al zeggen mensen dat misschien wel.
"Dat was alleen voor die tijd, niet allen hebben die gave, het is alleen voor een bepaalde soort onstabiele mensen, je krijgt automatisch de heilige geest bij je bekering" – allemaal misleiding!
Kies dus bewust voor wat God in de Bijbel tegen jou hierover zegt!

2) onkunde over het ‘hoe’.

Hoe werkt het nu?
Veel mensen ervaren de doorwerking van de geestelijke talen niet, omdat ze zich er een verkeerde voorstelling van hebben gemaakt.
In het voorgaande is geprobeerd aan te tonen dat het niet gaat om een spreekwonder, maar om een woord- of talenwonder.
Na de doop in de heilige geest (bijvoorbeeld door handoplegging of na gebed) hoef je niet te wachten op het moment dat je ‘gedwongen’ of ‘gedreven’ wordt.
Je doet je mond (gewoon) open en gaat spreken.
Je probeert onbekende woorden uit te spreken – uiteraard in een houding van eerbied en aanbidding tot God.
Dan zal zijn heilige geest, nieuwe, door jou onbekende woorden gaan vormen.
Zolang je je lippen gesloten houdt en je je adem inhoudt, begrijp je dat er geen woord en klank uit je kúnnen komen, zelfs niet door de werking van Gods geest.
Deze geest forceert je niet, God vraagt alleen maar om je bewuste geloofsinzet!

Een voorbeeld vanuit de praktijk van de gemeente zal je kunnen helpen.
Iemand heeft om de doop in de heilige geest gevraagd en dat is, naar we geloven, ook gebeurd.
Er is echter geen doorwerking van de gave van de geestelijke talen.
Toch hoort die erbij, zoals we gezien hebben.
Na een tijd van bidden en zoeken naar een mogelijke remming (er kunnen nog zonden en geestelijke gebondenheden zijn) besluiten we met een aantal broers en zusters voor het aangezicht van de Heer ons over te geven aan de inspiratie van de geest van God.
We vragen de Heer om een duidelijke inspirerende inzet van zijn kant, naar zijn belofte.
We adviseren onze broer dan, samen met ons, zijn mond te gaan openen en te gaan gebruiken voor het uitspreken van vreemde (voor zijn gevoel ‘gekke’) klanken.

Begin niet in de eigen taal.
We bidden hardop mee in geestelijke talen.
In een ontspannen overgave aan de Heer zal daarna, vaak eerst aarzelend, een stroom van woorden onder de bezieling van de heilige geest, zijn uitweg vinden.
Zoals God dat bedoeld heeft!

3) bindingen met het rijk van de duisternis.

Het blijkt steeds opnieuw hoe ‘geraffineerd’ satan is, hoe hij zich lang in een mens kan verbergen – tot hij zich, door de confrontatie met Gods geest, wel kenbaar móet maken!
Zo zien we soms dat bij de doop in de heilige geest een duidelijke remming openbaar wordt, die zijn oorzaak vindt in een of andere (ver)binding met het rijk van de duisternis.
Vaak is er dan sprake van bindingen vanuit de occulte wereld, die bewust of onbewust in een vroeger deel van het leven zijn gelegd.
Er hoeft niet altijd sprake te zijn van schuld.
Ook de omgeving, de ouders of familie kunnen er (vaak zelfs wel goed bedoeld) een hand in hebben gehad.

Het is bijzonder fijn dat God alle elementen van de duisternis aan het licht laat komen.
Hoe meer er bij je opgeruimd wordt, hoe opgeruimder je immers zult zijn!
Letterlijk!
Doordat ze onderscheiden welke geesten er werkzaam zijn (ook een gave van de geest), zullen je broers en zusters in de Heer je kunnen helpen.
Als de Heer je hierop attent maakt, laat je dan bevrijden van deze duistere bindingen!
Demonen kunnen alleen maar door de kracht van Gods geest uitgedreven worden.
Daarna kun je, bij voorkeur samen met je broers en zusters, de Heer vragen om een eerste of hernieuwde (ver)vulling met zijn heilige geest.
Geef je hierbij dan vol vertrouwen over aan de Heer, onder de inspiratie van zijn geest!

c) surrogaat geestelijke talen.

Kan het spreken van geestelijke talen ‘humbug’ zijn?
Kan het bedrog zijn?
Kan het van de duivel zijn?
Om te beginnen: ja, dat líjkt inderdaad mogelijk!
Er is een manifestatie van satan, die lijkt op de talen die door de geest van God worden geïnspireerd.
In het spiritisme en satanisme komt het voor.
Aan drugs verslaafden kennen soms een soortgelijk verschijnsel.
Ook in occulte godsdiensten vindt het plaats.

In de dagen van Paulus was het binnen de heidense mysteriegodsdiensten een bekend iets.
In alle boeken over godsdienstfenomenologie (wijsbegeerte van de godsdienst) kun je dat lezen.
Is dat dan allemaal geen reden om er doodsbenauwd voor te zijn?
Nee, daar is volstrekt geen reden voor!
Het spreken van duivelse geestelijke talen vindt plaats onder dwang van duistere machten, waarbij de desbetreffende persoon in een soort trance spreekt.
Dit gebeurt dus in een mediamieke toestand van trance, waarbij de spreker geen of nauwelijks beheersing meer over zichzelf heeft.
Paulus – en dat is heel merkwaardig – waarschuwt niet één keer tegen een mogelijk vals, demonisch spreken van geestelijke talen.
Maar: wij hebben niet te maken met gelovigen die zich bewust begeven op de occulte weg van satan.
Mochten er mensen zijn die dit wél doen, dan zullen de in hen wonende demonen in onze samenkomsten ontmaskerd worden door de krachtige aanwezigheid van de geest van God!
Gelovigen, in wie de gave van onderscheiding van geesten werkt, zullen de machten in deze mensen herkennen, als horende bij satan.

Maar: wij hebben te maken met een op God gericht leven.
Langs de weg van bekering en geloof in de God van de Bijbel is er echt geen gevaar te vrezen!
Dus … het spreken van geestelijke talen (na de doop in de heilige geest) zal nooit SURROGAAT kunnen zijn!
God geeft zijn kinderen geen stenen voor brood.
Matteüs 7:9 zegt immers:
Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om een brood vraagt, een steen zou geven?
En de paralleltekst uit Lucas 11:13 zegt:
… hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige geest geven aan wie hem erom vragen?
Als we erop toezien dat onze contacten met het rijk van de duisternis verbroken zijn en blijven, dan is de weg naar Gods geest helemaal open!
Zonder enig gevaar, integendeel!

Want God is enkel licht, uit zijn vaderhand komen alleen maar goede dingen.
Jakobus 1:16 en 17:
Geliefde broeders en zusters, vergis u niet:
elke goede gave, elk volmaakt geschenk komt van boven, van de vader van de hemellichten; bij hem is nooit enige verandering of verduistering waar te nemen.

In al die corrigerende opmerkingen van Paulus is er niet één gericht op de mogelijkheid van een humbug-taal.
De enige waarschuwing in dit verband is bestemd voor de met Gods geest vervulde christen die de uitingen van de heilige geest laat functioneren buiten de liefde van God om.
Daardoor worden de geestelijke talen niet fout of verkeerd, maar wordt de spreker zelf vergeleken met een dreunende gong of een schelle cimbaal (zie 1 Korintiërs 13:1).

d) twijfel over de echtheid.

Soms zien we mensen hiermee worstelen.
Is ‘mijn taal’ wel echt een geestelijke taal?
Vroeger als kind brabbelde ik ook wel eens.
En … ik voel er helemaal niets bij, is het dan wel echt van Gods geest?
Vrienden, satan maakt misbruik van alles om ons te kunnen misleiden.
Zo maakt hij misbruik van je gevoel en van je herinnering.
Het bidden in geestelijke talen is bidden met mijn geest.
Mijn verstand is er niet bij ingeschakeld om de woorden te vormen (blijft hierbij ‘onvruchtbaar’).
Ook het gevoel is niet maatgevend; je hoeft er niets bij te voelen, want het gaat om de opbouw van je ‘innerlijke, geestelijke mens’.
Moge Hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn geest (Efeziërs 3:16).

Iets anders is natuurlijk dat je wél de onmetelijke blijdschap van God zult gaan ervaren als je op deze manier in gemeenschap met Hem, tot Hem bidt en met Hem leeft.

Ook wat betreft het ‘brabbelen’ kun je gerust zijn.
Door vaak in geestelijke talen te bidden, ontwikkelen deze zich tot prachtige en rijk gevarieerde talen die in niets meer doen denken aan het spreken als een kind.
Ook hierin is het verlangen van God dat je volwassen wordt!
Dat willen wij toch ook graag van onze kinderen?
In beide bovenstaande situaties zul je voor jezelf tot een diepe zekerheid komen over de echtheid van je geestelijke talen.
Als het wat moeilijk gaat, zoek dan met andere gelovigen uit je gemeente Gods nabijheid.
Heilig jezelf voor de troon van God en ga de Heer aanbidden en grootmaken.
Ga daarna verder aanbidden in geestelijke talen en gelóóf (= de zekerheid van de dingen die je hoopt) dan ook dat die talen door de inspiratie van de heilige geest tot stand komen.

Je gelóóft toch ook dat je zonden zijn vergeven en dat je voor eeuwig behouden bent?
Nou, dat is precies hetzelfde geloof!
Zo zul je de twijfel overboord gooien en gaan ervaren dat ‘jouw’ geestelijke talen inderdaad talen zijn zoals Gods geest jou die geeft uit te spreken.
Schitterend!

e) extase.

Er zijn negatieve verhalen in omloop over extreme belevingen rondom het gebruik van geestelijke talen.
Het valt niet te ontkennen dat er zich ook wat dit betreft negatieve situaties voordoen.
Uiteraard, waar de Heer werkt, zit satan niet stil.
Is extase uit de Heer?
Eerst en vooral moet duidelijk zijn dat er bij de uitingen van de heilige geest nooit zoiets bestaat als ‘een willoos gedreven worden’ of een ‘ongeremd gebruikt worden’.
In het koninkrijk van God zijn orde en zelfbeheersing een deel van de vrucht van zijn geest.
En de geesten van de profeten zijn aan de profeten onderworpen of wie profeteert heeft macht over zijn geest (zie 1 Korintiërs 14:32).

Analoog hieraan kun je zeggen dat wie in geestelijke talen bidt, ook macht heeft over zijn geest.
Want het is dezelfde geest die inspireert tot profetie of geestelijke talen!
Wij behouden dus zondermeer de controle over ons lichaam (onze tong) en over onze wil(suitingen).
Er is bij Paulus dan ook grote nuchterheid wat betreft zijn instructies voor het gebruik van de geestelijke talen en van de andere uitingen van Gods geest.
Lees nog eens rustig 1 Korintiërs 14 door.
Het zal je opvallen hoe ‘gecontroleerd’ hierover gesproken wordt!
Dit neemt niet weg dat we de Heer uitbundig mogen aanbidden en grootmaken, als we daar behoefte aan hebben.
Het is een goede en toegestane zaak ons ‘en-thou-siast’ (in-God-zijn) over te geven aan de inspiratie van de heilige geest.
Of ik bij zinnen ben, zegt Paulus in 2 Korintiërs 5:13, dan is dat ter wille van jullie; ben ik in extase, het is in dienst van God.

Extase = buiten jezelf zijn, in een intens contact met God zijn, daarbij de buitenwereld een bepaalde tijd vergetend.
Zo is het en zo mag het!
Maar deze ‘extase’ is dus niet buiten de controle van eigen wil en lichaam!

4.11 Geestelijke talen in de praktijk

Door de doop in Gods heilige geest kun je dus, onder zijn inspiratie, in geestelijke talen bidden.
Geef nu deze gebedsvorm een vaste plaats in je leven met de Heer.

a) in het gebedsleven.

Neem ruim de tijd, om naast het bidden met je verstand, ook te bidden met je geest.
Richt je gedachten op de Heer Jezus, spreek geen geestelijke talen terwijl je gedachten alle kanten uitgaan, concentreer je.
Tijdens het bidden in geestelijke talen laat je je vervullen met stromen van levend water, zodat deze na verloop van tijd ‘als een fontein’ uit jezelf naar buiten stromen.
Het is de meest optimale gemeenschap met de Heer die je je kunt voorstellen!

b) bid bij elke gelegenheid in en door de geest van God.

Waar je ook bent, hoe je je ook voelt, wat je ook meemaakt, je kunt altijd bidden (door zachtjes in jezelf te spreken) in geestelijke talen.
Je hoeft er als het ware niet bij na te denken, je verstand doet even niet mee, tenminste niet om woorden te vormen.
Velen kennen deze gebedsgemeenschap tijdens het wandelen, fietsen of in de huishouding.
Vooral in de auto kun je ongestoord hardop in geestelijke talen bidden, met name als je alleen bent.

Gebruik de mogelijkheden die God je biedt, waar je maar kunt en wilt.
Denk daarbij ook aan het zingen in geestelijke talen, een rijke belevenis!

c) in ogenblikken van bewuste strijd.

Het spreken van geestelijke talen is een bijzonder afdoend wapen in de geestelijke strijd die we vrijwel dagelijks te voeren hebben.
De strijd tegen ergernis, onreine blikken en gedachten, moedeloosheid, angst voor alles en nog wat, eenzaamheid, depressieve gevoelens, minderwaardigheidsgevoelens, (angst voor) pesten op school of werk, andere problemen op je werk of op school, ruzie met je buren, spanningen in je huwelijk, zorgen, financiële problemen, gevoelens van haat, ziekte en alle andere vormen van kwaad en ellende waar satan graag kwistig mee strooit.

Ook als je ‘s nachts last hebt van angstdromen en nachtmerries, biedt het bidden door de geest van God een heerlijke bescherming: de angst verdwijnt als sneeuw voor de zon en je slaapt heerlijk verder!
Hanteer het spreken van geestelijke talen als onderdeel van de wapenrusting van God; je maakt dan gebruik van het zwaard van de geest, dat is het woord van God (zie Efeziërs 6:17).
En wie kan het woord van God beter hanteren en jou dit op tijd tebinnenbrengen dan de heilige geest van God (die immers in jou is)?
Zo kun je weerstand bieden aan de duivel en hij zal dan bij je vandaan vluchten!
De demonen sidderen voor Gods aanwezigheid in jou en mij!
Ook bij pijn en ziekte zal deze gave niet zonder uitwerking zijn.
Want Gods geest zal ook ons sterfelijk (niet: ‘gestorven’) lichaam levend maken, dit is: laten functioneren naar de ingeschapen wetten van God door zijn geest die in ons woont (zie Romeinen 8:11).

d) geestelijke talen nooit tegenwerken!

Verhinder het bidden in geestelijke talen niet, maar streef ernaar deze te laten functioneren en ook te stimuleren.
Er zijn voorgangers van gemeenten die zeggen er niet voor of tegen te zijn.
Zelf hebben ze deze gave dan meestal niet.
Tegen hen zou je kunnen zeggen dat niet-verhinderen niet voldoende is, omdat het nalaten van het goede (het stimuleren van deze gave in de gemeente) in feite ongehoorzaamheid aan God en dus zonde is (naar Jakobus 4:17).
Niet voor niets is satan er zo fel tegen.
In z’n algemeenheid is het bidden in geestelijke talen vaak een breekpunt tussen gelovigen.
Tussen de ongeestelijke en de geestelijke christen.
Aan jou de keus waar je bij wilt horen!
Het spreken van geestelijke talen is tot verheerlijking van Jezus Christus.

De geest van God geeft namelijk de gedachten van Jezus aan ons door, zodat wij steeds meer één met Hem kunnen worden.
Jezus wil zoveel mogelijk van zichzelf aan ons kwijt, van zijn liefde, kracht en andere eigenschappen.
Hoe meer dat lukt, hoe meer Hij verheerlijkt wordt in ons en wij meer en meer gelijkvormig aan Hem gaan worden.
In Johannes 16:13-15 zegt Jezus het zo:
De geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid.
Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar hij zal zeggen wat hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat.
Door jullie bekend te maken wat hij van Mij heeft, zal hij Mij eren.
Alles wat van de Vader is, is van Mij – daarom heb Ik gezegd dat hij alles wat hij jullie bekend zal maken, van Mij heeft.

Daarom, des te meer, geliefde voorgangers en oudsten: stimuleer het bidden in geestelijke talen en werk dit zeker nooit tegen!
Laat Handelingen 7:51 niet op jullie van toepassing hoeven te zijn …!

4.12 Uitleg van geestelijke talen

Deze gave is de tweede in de groep van de inspiratie-uitingen en ook hier is dus hét kenmerk: inspiratie!
We begrepen al dat dit inhoudt:
God inspireert vanuit zijn initiatief;
God inspireert vanuit mijn initiatief.
Door deze gave wordt de inhoud van het in ‘talen gesprokene’ aan de gemeente uitgelegd.
Let wel, het gaat hierbij niet om een aangeleerde talenkennis, maar om openbaring door Gods geest van wat er in ‘talen’ gesproken is.

God dringt er (liefdevol) bij je op aan; dus je spreekt uit wat zijn geest wil gaan zeggen.
Je vraagt en handelt in geloof, onder leiding van zijn geest; dan gaat de geest inspireren.
Deze uiting ‘uitleg van geestelijke talen’ is heel erg nauw verbonden met de gave van het spreken van geestelijke talen.
In de samenkomsten van de gemeente hoort de laatste gave altijd samen te gaan met de eerstgenoemde.

Uitleg van geestelijke talen.
Het is niet: gedachten lezen.
Het heeft niets te maken met enige menselijke en al helemaal niet met occulte bekwaamheid;

Het is niet: psychologische analyse;

Het is niet: een begaafdheid om ingewikkelde of onduidelijke uitspraken uit de Bijbel te kunnen uitleggen;

Het is niet: een letterlijke vertaling van wat in een andere taal gesproken is (hoewel dit incidenteel wel voorkomt);

Het is niet: de bekwaamheid van ‘tolk’ zijn; dit is immers een puur menselijke vaardigheid die door studie wordt verkregen.

Uitleg van geestelijke talen.

Het is wel: de bovennatuurlijke uiting van de heilige geest, waardoor hij ons laat weergeven wat de kern of de betekenis is van de boodschap die zojuist in de geestesuiting van het spreken van geestelijke talen is gegeven;

Het is wel: het ter plekke uitspreken van woorden die vooraf niet bekend zijn, onder de inspiratie van de heilige geest (tenzij deze uiting functioneert in samenhang met bijvoorbeeld een woord van kennis);

Het is wel: in vertrouwen (geloof) opzien naar de Heer voor de inspiratie om de uitleg te kunnen uitspreken.

4.13 Tot opbouw

Zoals altijd gaat het ook hier om de opbouw, het groeien in het geloof.
Naast het persoonlijke spreken van geestelijke talen, is deze uiting gegeven om de gemeente te laten delen in de zegeningen van het bidden in geestelijke talen.
Steeds als er in de gemeentelijke bijeenkomst in geestelijke talen gebeden wordt, zal er een uitleg moeten komen, zodat de gemeente opgebouwd wordt.
1 Korintiërs 14:12 en 13:
Dit geldt ook voor u: als u zo graag geestelijke gaven bezit, moet u ernaar streven uit te blinken in de opbouw van de gemeente.
Daarom moet iemand die (in) klanktaal
(geestelijke talen) spreekt, bidden om de gave die te kunnen uitleggen.
Uitleg van geestelijke talen (in de samenkomsten) wordt gelijkgesteld aan profetie (zie 1 Korintiërs 14:5 :
… Iemand die profeteert is nuttiger dan iemand die (in de gemeente) (in) geestelijke talen spreekt, tenzij hij uitlegt wat hij zegt, zodat de gemeente er baat bij heeft.

Daarom de oproep, vanuit het oogpunt van de gezamenlijke opbouw: ieder die (in de gemeente) geestelijke talen spreekt, moet aan God inspiratie vragen om die uit te leggen.
Dit kan voor velen de eerste stap zijn van het uiten van geestelijke gaven in de gemeente.
Vraag het de Heer, geloof dat zijn heilige geest je wil inspireren en handel dan in geloof.
Laat de gave van uitleg van geestelijke talen tot een actieve functie komen in je leven, tot opbouw van iedereen in de gemeente!

4.14 Wie moet er uitleggen?

We vinden in de Bijbel geen instructies over wie, na het gebed in geestelijke talen, in de samenkomst de uitleg moet geven.
Moet dat hij die bidt, zelf zijn, of een ander?
In die gedeelten waar gesproken wordt over de één dit en de ánder dat, gaat het over de incidentele uitdeling van gaven door de heilige geest.
In elk geval is duidelijk: iemand moet de uitleg geven.
Anders moet hij, die in geestelijke talen bidt, zwijgen en in zichzelf tot God spreken.
In de praktijk blijkt dat beide situaties zich voordoen.
Dat is goed en (dus) Bijbels.

De één spreekt geestelijke talen, de ander legt uit, of hij die geestelijke talen spreekt, geeft zélf de uitleg.
Bij de eerste mogelijkheid zien we beter het aspect van het geestelijk op elkaar afgestemd zijn van verschillende gemeenteleden.
Bij de tweede mogelijkheid ligt de nadruk op het streven naar de functie van de uitingen door een ieder, zodat er in de gemeente geen spanning hoeft te ontstaan bij het ontbreken van een uitleg.
Dit sluit ook goed aan bij wat er staat in 1 Korintiërs 14:13:
Daarom moet iemand die (in) geestelijke talen spreekt, bidden om de gave die te kunnen uitleggen.

4.15 Lengteverschil tussen het gesprokene in geestelijke talen en de uitleg

Ja, dat valt mensen direct op en sommigen worden hierdoor wat wantrouwend.
Een enkeling verwerpt om deze reden de ‘waarheid’ van deze uiting van de geest.
Maar, bij enig inzicht in de uitingen en bij enige openheid van hart, blijft er geen echt probleem bestaan.
Er zijn twee mogelijkheden:

  1. uitleg is niet gelijk aan vertaling.
    Zoals al gezegd, is een letterlijke vertaling van een tekst anders dan het weergeven van de inhoud op hoofdlijnen.
    Dit laatste is een uitleg.
    Bij de weergave van de globale inhoud mag de uitlegger een groter of kleiner aantal woorden gebruiken ten opzichte van de gegeven boodschap in geestelijke talen.
    Hierin is de heilige geest uiteraard vrij.

  2. de gebruikte geestelijke talen vormen een inleidend persoonlijk gebed, waarna eigenlijk een profetische uiting gegeven wordt.
    De persoon die zich door de Heer gedrongen weet tot inspiratie, bidt dan eerst enkele ogenblikken in geestelijke talen.
    Zo zoekt hij hierdoor gemeenschap met de Heer om op Hem af te stemmen en daarna spreekt hij, onder inspiratie, een profetie uit.
    Het zou in deze situatie te overwegen zijn, zacht in zichzelf in geestelijke talen te bidden, in plaats van hardop.
    Hoe dan ook, wat betreft de werkelijkheid en de waarheid van de uitleg (profetie) maakt het geen verschil!
    Trouwens, alleen een geestelijk mens beoordeelt de dingen van de geest.
    1 Korintiërs 2:10-15:
    God heeft ons dit geopenbaard door de geest, want de geest doorgrondt alles, ook de diepten van God.
    Wie is in staat de mens te kennen, behalve de geest van de mens?
    Zo is alleen de geest van God in staat om God te kennen.
    Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken.
    Daarover spreken wij, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de geest het ons leert: wij verklaren het geestelijke met het geestelijke.
    Een mens die de geest niet bezit, aanvaardt niet wat van de geest van God komt, want voor hem is het dwaasheid.
    Hij kan het ook niet begrijpen, omdat het geestelijk moet worden beoordeeld.
    Maar een mens die de geest wel bezit, kan alles beoordelen en zelf wordt hij door niemand beoordeeld.

4.16 Leiding ontvangen door uitleg?

Soms zijn er mensen die persoonlijke leiding zoeken door middel van geestelijke talen met uitleg, wanneer ze alleen in hun ‘binnenkamer’ zijn.
In de Bijbel vinden we geen enkele uitspraak of verwijzing om op deze manier leiding in het geloof te zoeken of te vinden.
Laten we daar dus heel voorzichtig mee zijn!
Er is namelijk op deze manier (bijna) geen mogelijkheid om de uiting te controleren.
Wie zal deze uiting moeten toetsen, als je alleen bent?
De geestelijke talen zijn voor de opbouw van ons ‘innerlijke’ geloof.
De uitleg ervan is tot opbouw van de gemeente, evenals profetie.
En ook dáár vindt toetsing plaats!

Leiding van God voor je leven krijg je via andere wegen …
a) door het woord van God dat jou al geopenbaard is;
b) door je met je verstand te laten leiden door de Heer;
c) door de uitingen van de heilige geest via anderen in gemeentesamenkomsten.
Wie zich hierin en openlijk aan de Heer toevertrouwt, zal duidelijk leiding van Hem gaan ervaren.
Zo voorkom je dat je misleid zult worden door een sluw spel van satan.
Veel mensen zijn op dwaalwegen terechtgekomen doordat niemand de ‘openbaringen’ heeft kunnen toetsen op hun juistheid.

Kan God dan nooit zó leiding geven?
Natuurlijk, alle (goede) dingen zijn mogelijk bij God en alle dingen zijn mogelijk voor hem die gelooft.
Dit neemt niet weg dat God van zijn kant deze uitingen niet voor dit doel aan ons gegeven heeft.
En het is nog altijd beter dat je je houdt aan de geopenbaarde wil en weg van God.
Dan kom je niet bedrogen uit!
Meent iemand toch op deze manier, via de uitleg van geestelijke talen in zijn binnenkamer of via profetie in de binnenkamer een openbaring voor zichzelf (of anderen) te hebben ontvangen, dan is het altijd wijs om deze te laten toetsen.
Of je legt dit terug in de handen van de Heer en vraagt Hem om een herhaling (bevestiging) in de samenkomst van de gemeente.
Er staat niet voor niets in 1 Tessalonicenzen 5:19-21:
Doof de geest niet uit, veracht de profetieën niet, maar toets alles en behoud het goede.
Duidelijk is dat het hier gaat om het toetsen van de profetieën en dat je alleen moet afgaan op die uitingen die overeenstemmen met het woord van God.
Die uitingen die in de lijn liggen van zijn plan met ons (zie ook het Voorwoord en Hoofdstuk 1).

4.17 Profetie

In ons schema is dit de derde in de groep van de inspiratie-uitingen van de heilige geest.
Dus nogmaals:
a) God inspireert vanuit zijn initiatief;
b) God inspireert vanuit mijn initiatief.
Wat is het geweldig te bedenken dat we op deze manier, onder de inspiratie van de heilige geest, de woorden van de Heer mogen spreken tot opbouw van de gemeente.

Wie kan dit vanuit zichzelf?
We kunnen God danken dat we dat niet uit onszelf (hoeven te) kunnen, maar vanuit God zelf.
Het is een bekwaamheid die door de geest van God op het moment zelf wordt gegeven.
Wat is het evangelie toch ontzettend rijk aan mogelijkheden!
Door de doop in Gods heilige geest kan een ieder die de weg van de Heer wil gaan, zich stellen onder deze meesterlijke werking van de volheid van de geest.
De profeet (…) Joël zegt dat in onze tijd Gods geest op alle mensen zal komen!
Het gaat hierbij dan wel om mensen die ‘leven’, die dus in een levende verbinding staan met God!
Joël 2:28 (of 3:1)zegt:
Daarna zal het gebeuren dat Ik mijn geest zal uitstorten op al wat leeft en uw zonen en uw dochters zullen profeteren …

4.18 Wat is profetie?

Het is niet: het spreken van of door een waarzeggende geest, een van tevoren dingen weten of helderziendheid;

Het is niet: het brengen van het evangelie.
Dit is een gevolg van het overdenken van het woord, een zaak van het normale verstand van iemand die de Bijbel al dan niet onder verlichting van de heilige geest (diepgaand) onderzoekt en van daaruit de woorden van de Heer (in een toespraak of preek) doorgeeft aan de gemeente.

Het is wel: een geestelijke uiting van de geest van God, waarbij hij mijn spraakorganen gebruikt voor het ‘instantelijk’ (daar en op dat ogenblik) laten uitspreken van wat hij wil zeggen.

Het is wel: een inspiratie van Gods geest die werkt als bij het bidden in geestelijke talen – nu echter in de eigen, aangeleerde taal.
Je zult begrijpen dat hier, juist omdat er sprake is van het gebruiken van de eigen taal, meer vrijmoedigheid in het geloof nodig is om je aan de inspiratie van de geest van God over te geven.
Je weet van tevoren niet wat de woorden zullen zijn, de heilige geest ‘openbaart ze op jouw lippen’.
Het is opnieuw het bewerken van een wonder van Gods geest.
Paulus zegt in Romeinen 12:6 daarom:
Wie de gave heeft te profeteren, moet die in overeenstemming met het geloof (van de profeet) gebruiken.
De profeten moeten in hun spreken rekening houden met de beperkingen van hun bediening.
Die beperking wordt bepaald door de ‘maat van hun geloof’.
Zij mogen dus niet méér verkondigen dan dat waarvan zij overtuigd zijn dat het hun door de geest is geopenbaard.

4.19 Profetie is tot opbouw

De Heer wil zijn volk in de strijd om en in dit bestaan als een Vader en vriend begeleiden.
Daarvoor heeft Hij ook deze werking van zijn geest gegeven, zodat we regelmatig in ons geloof versterkt zullen worden.
In 1 Korintiërs 14 vinden we een aantal fijne omschrijvingen van de inhoud en het doel van deze uiting.
Ze heeft als doel: stichting of opbouw (zie vers 3).
God wil ons helpen ons geloof op te bouwen, ons geloof te versterken.
Hij wil ons laten weten dat Hij als een levende God met ons meegaat.
Hij weet in welke bouwfase ons geestelijke huis verkeert en Hij weet dat we hierbij regelmatig een Goddelijke stimulans nodig hebben.

Hier verwijst bijvoorbeeld Efeziërs 3:17 naar: … zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart.
Hij heeft er dan ook voor gezorgd dat Hij duidelijk sprekend en aanwijzingen gevend, in ons midden kan zijn.
Wat een rijke ervaring: de steun en de bemoedigende glimlach van Hem te krijgen in je dagelijkse leven.
God is goed!

Ze heeft als doel: vermaning (zie vers 3).
Het woord ‘vermaning’ kan ook betekenen: aansporing.
God blijft ons aansporen om de juiste weg te gaan, om niet met vuur (van het rijk van de duisternis) te spelen, om niet te verslappen in ons geloof.
Galaten 6:9:
Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is.

De Heer kent onze daden en Hij ziet ons leven.
Hij laat ons niet zo maar verstrikt raken.
Je moet maar eens opletten als je wilt, hoe de Heer ons door profetische aansporing een halt toeroept of ons waarschuwt.
Let daar dus heel goed op!
We kunnen veel misstappen voorkómen als we luisteren naar zijn adviezen en aansporingen om het goede te doen!
Zo kunnen we ook elkaar aansporen en bemoedigen en dat des te meer naarmate we de dag van de Heer zien naderen (zie Hebreeën 10:25).
De dag van de Heer hier te zien in de betekenis van het openbaar worden van de zonen van God, van het bereiken van de gelijkvormigheid aan Jezus Christus, door en in ons!

Als we goed luisteren naar zijn adviezen en raadgevingen kan ook veel (overbodige) strijd worden voorkómen.
Veel omwegen en moeiten zouden we kunnen laten liggen.

Ze heeft als doel: vertroosting (zie vers 3).
Ook vertroost de Heer ons, want zo is ook een van de namen van Gods geest: de andere Trooster.
Hij heeft ons niet alleen, als wezen, achtergelaten, als wezen zonder bescherming en opvoeding door liefdevolle ouders.
Door zijn heilige geest maakt Hij ons, door zijn liefde die door Hem is uitgestort in ons hart (dus niet zo’n klein beetje!) sterk en opgewassen tegen het verdriet en het gevoel van verlatenheid in ons leven.

Een andere vertaling voor trooster is plaatsvervanger; de heilige geest is de plaatsvervanger van Jezus Christus op aarde.
Zo is Jezus met ons tot aan de uiteindelijke realisatie van het plan van God, de volmaakte mens.

Ze heeft als doel: lering en opwekking (zie vers 31).
Gods geest leert ons waakzaam te zijn, actief en liefdevol.
Er zijn zoveel dingen die de Vader ons door zijn geest wil leren, om te kunnen toepassen in allerlei situaties.
Ook en vooral in de gemeente, in onze omgang met onze geestelijke broers en zussen.
Tegelijk stimuleert Gods geest ons tot activiteit in ons geloof, dat we er iets (of liever: veel) mee gaan doen.
Bijvoorbeeld: het blijde nieuws aan anderen vertellen, zieken genezen, gebonden mensen bevrijden, actief zijn in en betrokken bij onze gemeente.

De grondtekst kan ook vertaald worden als: ‘erbij geroepen worden’.
De Heer wil liever niet dat je een toeschouwer bent langs de zijlijn, maar dat je ‘erbij’ ingeschakeld wordt, in zijn plan, in zijn bezieling, in zijn liefde en bewogenheid, in de opbouw van zijn lichaam, de gemeente.
Efeziërs 3:18 en 19 zegt:
Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.
Of zoals de NBG dit laatste ook zo mooi weergeeft:
… opdat jullie vervuld worden tot alle volheid van God.

4.20 Is profetie voor iedereen?

Wonderlijk, hoe vaak wordt deze vraag niet gesteld: is het wel voor iedereen?
Als in 1 Korintiërs 14:24 en 31 staat, dat ‘allen kunnen profeteren’ en bovendien in vers 39, dat we (iedereen dus) ‘ernaar moeten streven te profeteren’, waarom dan nog deze vraag, zou je zeggen.
Als in de Bijbel God zelf ons oproept om ergens naar te streven (bijvoorbeeld: Jaag de liefde na en streef naar de gaven van de geest, maar vooral naar het profeteren, 1 Koriniërs 14:1) is het duidelijk dat dit reëel en haalbaar is voor ons.
Anders zou het een fata morgana, een luchtspiegeling zijn: je ziet het in de verte, maar als je er komt is het weg.
Zó is onze God volstrekt niet!

En waarom zou God deze gave aan wie van zijn kinderen dan ook willen onthouden?
Door zonden, zeg je?
Ja, dat kan!
Maar, doe dan die zonden weg en de weg tot God is weer vrij!
God geeft zijn heilige geest en daarmee de gaven aan hen die naar zijn stem luisteren.
Handelingen 5:32:
En wij zijn getuigen van deze dingen en ook de heilige geest, die God hun gegeven heeft, die Hem gehoorzaam zijn.
Dit betekent niet dat je wordt beloond voor het trouw opvolgen van regels, maar gehoorzamen is hier bedoeld als gehoor geven aan, wat ook een betekenis is van dit woord in de grondtekst.

Je hoort wat God je aanbiedt (b.v. in de gemeente) en je gaat er (graag en van harte) op in!
Gods geest ontvang je niet door een wet na te leven, maar door te luisteren (naar God) en te geloven (zie Galaten 3:2).

Laat je door Hem vervullen.
Bied je aan God aan als zijn medewerker in de verbreiding van het evangelie van Jezus Christus, ook door middel van de gaven van de geest in de gemeente én ook daar buiten.
Paulus zegt in 1 Korintiërs 14:5, dat hij wil, dat jullie allen in geestelijke talen spreken.
Maar liever nog, dat jullie allen profeteren.
Want jullie kunnen allemaal één voor één profeteren, zodat allen ervan leren en erdoor opgewekt worden
(zie vers 31).

Streef dus naar de uitingen van de geest, maar vooral naar het profeteren (in de gemeente) – zie 1 Korintiërs 14:1 en 39.
‘Streven naar’ houdt eigenlijk meer in, namelijk: ‘zich ijverig moeite getroosten voor’ of ‘zich beijveren om te verkrijgen’.
Hier past geen lauwheid of onverschilligheid, het gaat hier om de belangrijkste zaken in ons leven, het gaat hier om de hoogste dingen die van belang zijn voor ons geestelijk bestaan, nu en in de eeuwigheid!
Wat zou er een fijne, spontane en verkwikkende werking uitgaan van de gemeente als haar leden die met de geest van God vervuld zijn, zouden begrijpen met welk doel ze deel uitmaken van het lichaam van Christus!
Ze zouden zich vrijmoediger geven aan de inspiratiewerking van de heilige geest, tot opbouw!

4.21 Toets alles

Er is in de loop van de eeuwen heel wat fout gelopen rondom de uitingen van Gods geest.
Dit valt niet te ontkennen, maar zeker wel te onderkennen.
Maar … we kunnen ervan leren!
God heeft voor de ontplooiing van zijn gemeente werkelijk alle ‘middelen’ verstrekt die nodig zijn.
Daar kan het dus niet aan liggen.
Maar er is te weinig ‘beproefd’, onderzocht of alles wat de gemeente is binnengekomen aan visies, leringen en uitingen wel echt van God is.
Zo heeft de duivel kans gezien veel foute (valse of schijn-) en afschuwelijke leringen te laten binnensluipen.
De gruwelijkheden die als gevolg hiervan en in verband hiermee door zich christen noemende mensen zijn gepleegd, zijn nauwelijks te beschrijven.
Wie de geschiedenislessen op school ook maar enigszins gevolgd heeft, heeft hiervan meestal nog maar een klein deel meegekregen.
Zonder meer: demonisch!
(In het boek Openbaring wordt de ontsporing van de schijngemeente beschreven, maar ook de uiteindelijke overwinning door de gemeente van Jezus Christus).

Daarom geldt ook vooral bij geestelijke zaken: toets alles en beproef de (uitingen van de) menselijke geesten of zij uit God zijn.
Doof Gods geest niet uit omdat je misschien bang bent de controle te verliezen en veracht de profetieën niet omdat er misschien tussen zitten die niet uitkomen.
Maar toets alles, bijvoorbeeld door de gave van onderscheiding van geesten (zie verderop) en behoud het goede dat immers alleen maar van God kan komen.
1 Tessalonicenzen 5:19-21 zegt:
Doof de geest niet uit
en veracht de profetieën niet die hij u ingeeft.
Onderzoek alles, behoud het goede.

‘Toets of onderzoek alles’ staat er.
Elke profetische uiting en openbaring zullen we dus aan Gods woord moeten toetsen.
Toetsen betekent: onderzoeken, op de proef stellen, als beproefd erkennen, geschikt achten en passend binnen het plan van God.

Hoe toetsen we?
Er zijn in elk geval een aantal maatstaven:

  1. het woord van God.
    Dit betekent niet dat de inhoud van een profetie op zich in de Bijbel terug te vinden moet zijn.
    Dan zou deze uiting geen wezenlijke betekenis hebben.
    Ga de Bijbel erop na of een profetie niet in strijd is met het plan van God; hierover is elders in deze studie al meer gezegd.

  2. de geest van God in ons eigen hart.
    De geest van God, die in jou woont, onderzoekt de diepten of diepste gedachten van God; je gaat in het leren kennen van God werkelijk ‘tot op de bodem’, eerbiedig gesproken.
    Gods heilige geest in ons zal instemmen of waarschuwen, dit alleen als we een continue en diepe gemeenschap met de Heer hebben.
    Dit kan met name door het ‘regelmatig’ bidden in geestelijke talen.

  3. de persoon die de profetie uitspreekt.
    Bekijk ook wie een profetie uitspreekt.
    Leeft deze broer of zuster ‘heilig voor de Heer’ of neemt hij of zij het niet zo nauw en/of heeft hij of zij opvallend vreemde ideeën, met name over geloofszaken?
    Is de profeet een bekend iemand, is hij of zij positief lid van de gemeente of is het een ‘wazig’ type dat overal profeteert, zonder ooit gecorrigeerd te (willen) worden?
    Let daar goed op!
    Zo zullen we als gemeente waakzaam kunnen zijn tegen misleiding.

Een bijzonder mooie uitspraak over profetie lezen we in Openbaring 19:10:
Want getuigen van van Jezus is de geest van de profetie.
Deze tekst kan op verschillende manieren worden uitgelegd.
Maar duidelijk is, dat wat Jezus heeft gebracht, het evangelie van het koninkrijk van de hemelen, met wonderen krachten en tekenen, mogelijk is gemaakt door dezelfde geest die óns inspireert om te profeteren.

Johannes schrijft in zijn evangelie (16:14) dat de heilige geest Jezus zal verheerlijken.
Jezus voldoet als eerste mens van de schepping in alle opzichten aan het voornemen van God als Hij zegt:
Laten Wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken.
Dit te bereiken is alleen mogelijk door de inwoning van de heilige geest in (de mens) Jezus, waardoor Hij heeft kunnen laten zien wie God werkelijk is.
Door wie Hij de wonderen en tekenen heeft kunnen doen, bij het brengen van het verheugende nieuws over het koninkrijk van God.
Zo wordt ook deze uiting van Gods geest een van de heerlijke en opbouwende manifestaties van de opgestane en verheerlijkte Heer Jezus Christus, temidden van zijn gemeente!

4.22 Profetie en andere uitingen van de geest van God

Verschillende van de andere uitingen van Gods heilige geest kunnen ook in profetieën naar voren komen.
Het is goed om hier de aandacht op te vestigen, zo kunnen misverstanden voorkómen en opgeheven worden.
Door middel van profetie kan onder andere het volgende kenbaar worden gemaakt:

  1. een woord van kennis.
    God maakt een deel van zijn kennis aan mij openbaar.
    Dan weet ik vooraf de bedoeling van de Heer in een bepaalde situatie.
    Deze woorden, deze openbaringsfeiten, mag ik dan overdragen aan de gemeente.
    Dat kan ik doen door ‘gewoon’ te zeggen dat de Heer een woord van kennis geeft en daarna aangeven wat dat woord van kennis inhoudt.
    Ook kan ik door middel van de inspiratie-uiting (profetie) dit ‘woord van de Heer’ doorgeven.

  2. een openbaring, een visioen, een gezicht.
    God laat mij een beeld zien, een geestelijke impressie van een situatie.
    Ik kan dan vertellen wat de Heer mij te zien geeft en als Hij daartoe leiding geeft, vertel ik ook wat de bedoeling van de Heer in of met dat gezicht is.
    Ook kan ik door de inspiratie-uiting (profetie) de bedoeling van de Heer aan de gemeente bekendmaken.

  3. inzicht in de onzichtbare, geestelijke wereld (onderscheiding van geesten).
    De Heer toont mij allerlei verhoudingen en werkingen van het rijk van satan.
    Vanuit deze openbaring kan ik mij opstellen in de strijd of op een andere manier in het bieden van hulp.
    Ook kan ik door middel van profetische uiting deze dingen aan de gemeente bekendmaken.

Er is dus een ruime mogelijkheid aan uitingen die in de gave van profetie in te passen zijn.
Op zich is het natuurlijk wel duidelijker voor iedereen om elke bepaalde ‘openbaring’ (uiting) met de juiste naam te noemen en zo ook te laten functioneren.
We verkeren in het algemeen nog in een ontwikkelingsfase in veel gemeenten, waarin het een en ander zich nog nader zal moeten uitkristalliseren.
Ook hierbij hebben we nog veel verdieping nodig in kennis en inzicht.
Het is dus zaak om te blijven streven naar de gaven van Gods geest.

4.23 Hoe weet ik nu dat ik mag profeteren?

Een aantal korte adviezen kunnen voldoende zijn, nu we deze inspiratie-uitingen hebben besproken.
Laat je hart altijd gericht zijn op de opbouw van de gemeente, met daarbij als stimulans en drijfveer de liefde van God die door zijn heilige geest in je innerlijk is uitgestort.
Romeinen 5:5:
Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige geest die ons gegeven is.
Laat de liefde van God dus altijd centraal staan in je leven en inzet in en voor de gemeente.
Verlang intens (maar wel ontspannen) naar de doorwerking van de uitingen van zijn geest, streef ernaar.
Let op het initiatief tot inspiratie door God; als de Heer dringt, volg zijn aanwijzing dan op, open je mond vol vrijmoedigheid en begin te spreken.
Als de Heer je een openbaring geeft, spreek die dan uit en geef haar zo door.
Luister naar de stem van de Heer in je hart; vraag en verwacht een aanwijzing van de Heer om zelf het initiatief te nemen.
… streef ernaar te profeteren … (zie 1 Korintiërs 14:39).

5.1 Openbaringsuitingen

Hieronder vallen eveneens drie uitingen:
a) woord van wijsheid;
b) woord van kennis;
c) onderscheiding van geesten.

Het bijzondere dat bij deze uitingen hoort, is de openbaring.
Het werkwoord openbaren betekent ‘onthullen’, ‘de bedekking weghalen van’.
De concrete betekenis van bijvoorbeeld een standbeeld ‘onthullen’ komt in het nieuwe testament niet voor; de onthulling gebeurt niet voor lichamelijke, maar voor geestelijke ogen.
Wanneer er bijvoorbeeld gezegd wordt dat Jezus geopenbaard zal worden, zal men zich dus eerder moeten voorstellen dat men bij de openbaring weet wie Hij is, dan dat men Hem ziet (zie Lucas 17:30).

Het onthullen, de bedekking weghalen van, is bedoeld om aan ons die in de zichtbare wereld verblijven, de dingen uit de onzichtbare, geestelijke wereld of ook wel ‘de hemelse gewesten’ te tonen.
Al het zichtbare is ontstaan uit het onzichtbare, uit het met je natuurlijke zintuigen niet waarneembare, zegt Hebreeën 11:3.
Door de kennis die wij hierover van de Heer Jezus hebben ontvangen, zijn wij in Hem overgeplaatst naar deze ‘hemelse gewesten’(zie Efeziërs 2:6).
Dat betekent bijvoorbeeld dat wij alles wat op ons afkomt, kunnen verklaren en oplossen vanuit de geestelijke inzichten die wij hebben gekregen en nog meer zullen krijgen.
Wij kunnen zo het geestelijke met het geestelijke vergelijken.
1 Korintiërs 2:13:
Daarover spreken wij, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de geest het ons leert: wij verklaren het geestelijke met het geestelijke.

Door de doop in zijn heilige geest heeft God ons bekwaam gemaakt om het koninkrijk van God (liefde, vrede, blijdschap en kracht) te openbaren.
Ook voor deze uitingen geldt de algemene oproep: streef naar de uitingen van Gods geest!
De inspiratie-uitingen zijn van groot belang bij de voorbereiding van het functioneren van de openbaringsuitingen en straks ook, zoals we zullen zien, van de kracht-uitingen.
We leren ons volledig in geloof over te geven aan de geest van God in ons; ons geloof wordt hierdoor actief be- en geoefend.
We kunnen met de schrijver van de Hebreeënbrief zeggen dat we zo onze geestelijke zintuigen oefenen in het maken van onderscheid tussen goed en kwaad (zie Hebreeën 5:14).
Hoe vollediger we ons geven aan de heilige geest, des te meer zal de negenvoudige uiting zich kunnen openbaren tot opbouw van de gemeente, door jou en mij heen!
Omdat we bij de openbaringsuitingen minder te maken hebben met ons eigen initiatief, zoals bij de inspiratie-uitingen, vinden we in de Bijbel ook minder instructies over het gebruik ervan.

5.2 Woord van wijsheid

Dit is dus een openbaringsuiting.
God openbaart in en aan ons en wij krijgen deze openbaring tot welzijn en nut van iedereen.
Ook in het oude verbond vinden we deze werking van de geest van God.

Het woord van wijsheid:
Het is niet: enige vorm van aardse wijsheid.
Deze wijsheid is volgens Jakobus van beneden, ongeestelijk en kan zelfs duivels zijn!
Elke wijsheid van ‘onder de zon’, hoe verheffend en verheven ook lijkend, is niet in staat ons inzicht te geven in de geestelijke wereld.
Ja, vaak omdat ze met hoogmoed gepaard gaat, voert ze naar de ondergang!

Het is niet: geestelijk inzicht in het woord van God, dat al geopenbaard is.

Het is wel: een bovennatuurlijke uiting van Gods heilige geest, waardoor Hij ons laat weten het hoe, het wanneer en het waarom van God.

Het is wel: een bekendmaking door God van zijn wil, zijn weg en zijn tijd op het moment dat je die kennis nodig hebt.

Het is wel: een openbaring van God aan mij om op de juiste tijd en plaats de door zijn geest verkregen kennis te kunnen toepassen.

TOT WELZIJN

1 Korintiërs 12:7 (NBG) zegt:
Maar aan een ieder wordt de openbaring van de geest gegeven tot welzijn van allen.
De NBV vertaalt:
In iedereen is de geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente.
De verscheidenheid aan gaven, bedieningen en werkingen dient een Goddelijk doel, namelijk dat iedere gelovige bijdraagt aan de opbouw van de gemeente (zie ook 1 Korintiërs 14:26).
Het ‘aan ieder (afzonderlijk)’ staat met nadruk vooraan in de zin.
De uitdrukking ‘de openbaring van de geest’ moeten we, gelet op de nu volgende opsomming van gaven, zien als ‘een bepaalde manier waarop Gods geest zich openbaart of manifesteert’, d.w.z. een bepaalde uitingswijze van zijn geest.

Deze uitdrukking wijst dus terug naar de geestelijke gaven/uitingen in vers 1.
Aan iedere gelovige, vervuld met Gods heilige geest, worden door deze geest een of meer gaven gegeven.
Deze gaven zijn ‘gericht op het nuttige, datgene wat bijdraagt’ (zie ook 1 Korintiërs 6:12 en 10:23).
Ze hebben de bedoeling om het geloofsleven van anderen te versterken en de gelovigen te laten toegroeien naar de gelijkvormigheid aan Jezus Christus.
Dit is het bereiken van zijn geestelijke niveau!

God wil ons dus al deze gaven geven voor welzijn, nut en opbouw.
God is zuiver en goed en Hij wil dat we in deze wereld leven met Hem en overwinnen op de (machten van de) duisternis, de demonen.
Hij wil graag dat wij als geestelijke mensen, als zonen van God openbaar worden, die in alles gelijkvormig zijn geworden aan Jezus Christus.
Romeinen 8:29 zegt:
Wie Hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broers en zusters.

God wil dat we toegerust zijn voor de opdrachten die Hij ons geeft en gegeven heeft, ook via Jezus.
In mijn naam zullen de gelovigen …!
Door middel van de gemeente zullen tenslotte de duistere machten in de geestelijke wereld moeten weten waaruit de veelkleurige wijsheid van God bestaat.
Dit in tegenstelling tot de inktzwarte duisternis waarin zij zelf verkeren, omdat ze zich van het Licht hebben afgewend.
Gods geest stelt ons daartoe in staat en doordat God zo in je woont, is Hij altijd ‘paraat’ – Hij zal tot in eeuwigheid bij je zijn!

Al ben je in de druk – je bent niet in het nauw.
Om raad verlegen – niet radeloos.
Vervolgd – niet verlaten.
Op de aarde geworpen – niet verloren.

De geest van God geeft ons per situatie, waar en waarin Hij het nodig vindt, een woord van wijsheid.
In de meeste situaties zullen we in de praktijk merken dat het woord van wijsheid en het woord van kennis als een soort ‘tweeling’ functioneren.

5.3 Woord van kennis

Dit is de tweede in de groep van de openbaringsuitingen.
God openbaart in (aan) ons en wij krijgen ook deze openbaring tot welzijn en nut van zowel onszelf als van anderen.
Het zijn de goedheid en de liefde van God die ons de mogelijkheid geven deel te hebben aan zijn kennis, zijn weten.
Hij is de Heer van al wat is.

Het woord van kennis:

Het is niet: enige vorm van menselijke kennis.
Het menselijke kennen wordt verkregen met het verstand, door studie en het op andere wijze verzamelen van informatie.

Het is niet: veel kennis hebben van de Bijbel, de al eerder geopenbaarde woorden van God.

Het is niet: één of andere paranormale begaafdheid, verre van dat!

Het woord van kennis:

Het is wel: een geestelijke uiting van Gods heilige geest, waardoor Hij ons laat delen in zijn kennen en weten van de verborgen, onzichtbare dingen.

Het is wel: een deel van zijn kennen dat God direct aan ons bekendmaakt, op hetzelfde ogenblik waarop dat nodig is.

TOT WELZIJN

Alle uitingen van de geest van God zijn, zoals gezegd, uiteraard tot welzijn.
Welzijn betekent: nuttig zijn, baten, voordelig zijn, helpen.
We zien ook hier dat alles gericht is op het bereiken van het doel van God door de mens, namelijk de volmaaktheid, de volwassen geestelijke mens die gelijkvormig is aan Jezus Christus.
God wil graag dat we onder zijn leiding, zijn aansturing, toegerust zijn voor de prachtige taak die Hij voor ons heeft weggelegd: het effectief kunnen functioneren in zijn koninkrijk van vrede, blijdschap, gerechtigheid en kracht.

Per situatie zijn we van Hem afhankelijk, net als Jezus dat is van zijn Vader, tijdens zijn leven en bediening op aarde..
Hij zegt in Johannes 5:19:
… de Zoon kan niets uit zichzelf doen, hij kan alleen doen wat hij de Vader ziet doen; en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier.
En over óns zegt Hij:
Maar zonder Mij kun je niets doen (zie Johannes 5:15).

Door deze uiting, samen met het woord van wijsheid en de gave van onderscheiding van geesten, kunnen we bekwame medewerkers zijn van de Heer om zo de werken van de duisternis te ontmaskeren (zie Efeziërs 5:11) en te vernietigen (zie Openbaring 20:10).

5.4 Onderscheiding van geesten

Dit is de derde in de groep van de openbaringsuitingen.
God openbaart in en aan ons de achtergrond van allerlei situaties.
Het rijk van satan manifesteert zich overvloedig in deze wereld die beheerst wordt door de wereldgeesten.
Juist in onze strijd tegen deze werkingen van satan is dit een onmisbare werking van Gods heilige geest.
De Bijbel leert ons dat we door de opstanding van Jezus Christus met Hem een plaats hebben gekregen in de hemelse gewesten, in het koninkrijk van God.
We zijn nu burgers van een rijk in de hemelen of we hebben daar ons burgerrecht (zie Filippenzen 3:20).
En onze strijd is daarom nooit tegen vlees en bloed, dus nooit tegen mensen (en daarom ook niet tegen onszelf -> je moet niet slecht over jezelf denken, jezelf minderwaardig vinden – God houdt van je en Hij schat je hoog!).

Efeziërs 6:12 en 13:
Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.
Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden.

Wat zijn die wapens van God?
Zeker en vooral ook de gaven van zijn geest!

Zoals hiervoor al gezegd is: we hebben de geweldige opdracht om de werken van de duisternis te ontmaskeren en de veelkleurige wijsheid van God in de geestelijke wereld bekend te maken.
Als we strijdbaar willen zijn om het doel van God te bereiken en uit een hart vol liefde voor onze medeburgers net als Jezus, goed willen doen en mensen genezen die door de duivel overweldigd zijn (en dat zijn er heel veel), hebben we alle gaven van Gods heilige geest nodig!
In elk geval samen als gemeente!

Onderscheiding van geesten:

Het is niet: een natuurlijk onderscheidingsvermogen, het doorzien van iemands gedachten of het aanvoelen van iemands nood of spanning.

Het is niet: het intuïtief aanvoelen van iemands problemen of strijd.

Het is niet: helderziendheid of een daarmee te vergelijken paranormale begaafdheid, verre van dat!
Deze laatste werkingen zijn vanuit een andere bron dan God.
In de uitingen van Gods geest hebben we op geen enkele manier te maken met occulte manifestaties.
De bron hiervan is tegengesteld aan God, ook al brengt satan veel imitatie op de ‘markt’.

Onderscheiding van geesten:

Het is wel: een geestelijke uiting van de geest van God, waardoor Hij ons de aard en de werking laat kennen van de demonen die in bepaalde situaties werkzaam zijn.

Het is wel: het onderkennen en onderscheiden van demonen en engelen van God.

Het is wel: een instantelijk leren kennen van de werkzame (duistere) geesten.

TOT WELZIJN

Als we ergens doordrongen zijn van het nut en de noodzaak van een uiting van Gods heilige geest, dan is het zeker hier.
God wil voor zich een volk bereiden zonder vlek en rimpel, vrij van enige infiltratie van satan en zijn demonische machten.
God wil tegelijk dat zijn volk bekwaam zal zijn gebonden mensen vrij te maken, dezen te brengen vanuit de macht van satan tot God.
God heeft het mogelijk gemaakt voor de gemeente om weerbaar te zijn, om effectief te kunnen overwinnen vanuit zijn koninkrijk.
De doop in de heilige geest is inderdaad een meesterlijk geschenk van de Heer aan de zijnen.
We zullen door deze uiting van de geest van God de werkingen kunnen onderkennen van de demonen die zich vaak voordoen als engelen van het licht, dus als engelen van God.

We weten dat satan in ‘het laatst van de dagen’ zal komen met grote krachten, tekenen en wonderen.
2 Tessalonicenzen 2:9:
De komst van de wetteloze mens is het werk van satan en gaat gepaard met groot machtsvertoon en valse tekenen en wonderen …
Gelukkig zijn deze wonderen en tekenen te herkennen als ‘vals’ of ‘bedrieglijk’, wat wil zeggen, dat ze niet gericht zijn op het herstel van de mens en op zijn toegroeien naar zijn openbaring als zoon van God!
Het zijn krachten, wonderen en tekenen die de mens moeten overtuigen van de (schijnbare) macht van satan, dat hij zich op de troon van God wil zetten.
2 Tessalonicenzen 2:4:
Hij zal alles wat Goddelijk en heilig is bestrijden en zich erboven verheffen, om in Gods tempel plaats te nemen op de troon en zich voor te doen als God zelf.

En wie is Gods tempel?
Ja, dat ben jij, dat ben ik, als tenminste God door zijn geest in ons woont!

Satan is erop uit om te ‘tronen’ in óns leven!
Bij al zijn wonderen en tekenen in de eindtijd blijft satan dus de grote leugenaar die hij vanaf het begin geweest is.
Hij is een meester in het misleiden van de mens.
Door occultisme, spritisme, satanisme, geestelijke dwaling, perversiteit en allerlei andere vormen van mis- en verleiding probeert satan de mensen af te houden van God en zijn koninkrijk.

Hoe kunnen wij ontkomen aan deze valstrikken van de duivel?
Door ons op te stellen met de hele wapenrusting van God en sterk te zijn in de kracht van onze Heer.
Word daarom vervuld met zijn geest!

Bij ziekte zullen we vaak te maken hebben met demonische werkingen, want veel ziekten worden daardoor veroorzaakt.
Jezus heeft vele keren demonen uitgedreven in gevallen waar melding wordt gemaakt van lichamelijke afwijkingen: geesten van doofheid, van zwakte, geesten van onreinheid.
Koorts werd door Hem als een geest bestraft.
Occulte machten, zoals bij de maanzieke (waarschijnlijk: epileptische) jongen, werden uitgedreven.

Natuurlijk zijn niet alle ziekten een direct gevolg van demonen, er zijn ook natuurlijke oorzaken.
Maar in alle gevallen is het wel zo dat Jezus aan ons de opdracht geeft om zieken te genezen, dus ongeacht de oorzaak!
Zie hierover verder ook onder ‘Kracht-uitingen’.

Behalve in lichamelijke ziekten zien we de werkzaamheid van de duistere wereld als oorzaak van veel zwakte en nood in het zieleleven van de mensen van vandaag.
Een heel groot deel van ziekten heeft zijn oorsprong in de psyche van de mens.
Er wordt dan ook heel vaak gesproken over psycho-somatische ziekten, ziekten die zich uiten in lichamelijke klachten, maar die in het binnenste van de mens hun oorsprong vinden.

Ook zijn er puur psychische ziekten, eigenlijk teveel om op te noemen.
Iedereen kent er wel enkele.

Het gaat er hier niet om om de werkingen van satan breed uit te meten.
God heeft voor alle zieken een oplossing!
Hij (Jezus) trok rond in heel Galilea; Hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk (Matteüs 4:23).
Zal het niet precies zo gaan met (ons als) de zonen van God bij hún openbaring?
Het is dus van het grootste belang dat wij er alles aan doen om dit doel te bereiken!
Streef daarom naar de gaven van de geest van God!

Het herstel van de zieke en gebonden mens zal zich met name richten op:
a) bevrijding uit de geestelijke dwang van of de gebondenheid door de macht van de duisternis;
b) genezing van lichamelijke ziekte, met welke oorzaak dan ook;
c) herstel van het gevoelsleven, het zieleleven.

De schepping gaat enorm onder ziekte en ellende gebukt.
Ze gaat gebukt onder de slavernij van de vergankelijkheid (verwoesting, bederf, ondergang) en het is de oneindig en onvoorstelbaar prachtige taak van de zonen van God om haar daarvan te bevrijden!
De schepping ziet daar reikhalzend (…) naar uit!
Daar lééf je toch voor …?
Of niet soms?

Kijk eens om je heen, in je familie- en/of kennissenkring.
Wie zijn er niet allemaal ziek, wie ervaren geen ellende, wie smachten er niet naar genezing, naar de oplossing van hun lichamelijke en psychische of andere problemen?
Romeinen 8:18-23:
Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard.
De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen
(grondtekst: zonen) zijn.
Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem
(Adam) die haar daaraan heeft onderworpen.
Maar ze heeft hoop gekregen, omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid
(verwoesting, bederf, ondergang) en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt.
Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt.
En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen
(zonen) van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan (of: lichaam).

6.1 Kracht-uitingen

Hieronder zijn ook weer drie uitingen gerangschikt:
a) geloof (wonderwerkend);
b) gaven van genezingen;
c) werkingen van krachten.

Het bijzondere van deze uitingen van Gods heilige geest is dat ze een manifestatie zijn van Gods kracht.
Uiteraard ben je geen vuistvechter (bokser) die zo maar wat in de lucht slaat (zie 1 Korintiërs 9:26).
God zal jou ook hierbij inspireren en jou het nodige wat je moet weten openbaren, om deze kracht-uitingen juist en effectief te kunnen toepassen!

Deze uitingen zijn ons gegeven om ons te laten delen in Gods kracht.
Deze kracht wordt ons direct en op het ogenblik zelf gegeven door zijn geest.
Ook voor deze uitingen vinden we geen instructies in de Bijbel.

Eén van de grootste tegenwerkende krachten in ons leven is ongetwijfeld (…) die van twijfel en ongeloof.
Door de ondermijnende werking van twijfel hebben we ontzettend veel verloren van de overvloed aan geestelijk leven die geopenbaard is in Jezus én aan ons door de geest van God.
We hebben allerlei vermeende waarheden (bijvoorbeeld wat ons overgeleverd is door de ‘vaderen’) vanuit ons door satan misleide denken laten prevaleren of laten uitgaan boven de waarheid van God.
Onze gedachten zijn gevoed met allerlei onjuiste kennis … en zijn daarbij ondervoed geraakt wat betreft de juiste feiten van en over God.
Onze gedachten zijn misleid door foutieve ideeën over wie God is en over wat zijn plan met ons, mensen is.

Er is veel humbug op ons afgekomen door allerlei religieuze dwalingen en filosofieën.
Hiervan zijn voorbeelden in overvloed te noemen.
Zoals al eerder gezegd, deze ontwikkelingen staan beschreven in het boek Openbaring.

De grootste leugen van satan is dat God ‘gedeeld’ is, dat uit Hem goed én kwaad komen.
Verder meent vrijwel de hele ‘christenheid’, net als alle andere (af-)godsdiensten dat mensen God ergens mee moeten behagen, om Hem op die manier ten opzichte van hen gunstig te stemmen.
En de ‘vrome geesten’ die hen daartoe inspireren (…) zeggen nooit: het is genoeg!
Spreuken 30:15:
Er zijn twee soorten bloedzuigers: de eerste zegt ‘Geef!’, de andere ‘Geef!’
Drie dingen worden nooit verzadigd, vier dingen zeggen nooit ‘Het is genoeg’: het dodenrijk, een onvruchtbare schoot, een uitgedroogd stuk land en het vuur, dat ook nooit zegt ‘Het is genoeg."

Dit is in flagrante tegenstelling met het karakter van ónze God die zelfs zijn eigen Zoon voor ons gegeven heeft … en daarna ook nog eens zijn geest in ons heeft uitgestort … en ons tot zonen van Hem wil laten uitgroeien …!
Hij geeft altijd en vraagt alleen maar van ons om zijn aanbod te accepteren en verder alleen nog dat wij onze naaste liefhebben als onszelf en God boven alles!
Niet meer, niet minder!

God geeft ook kracht, door zijn heilige geest die in ons woont.
De geest die heilig is, die herstel geeft.
Die de kracht is om herstel te bewerken in onze zieke en gebonden medemens.
En in onszelf.
En als wij onze naaste liefhebben als onszelf, hebben we ook een intens verlangen om hem te genezen en te bevrijden!
Jezus zegt: In mijn naam zullen de gelovigen …
Namens mij, in mijn autoriteit of opdracht zullen zij zieken genezen, krachten doen, bidden tot de Vader, mensen dopen in water en in de heilige geest, samenkomen als gemeente, demonen uitdrijven, in geestelijke talen bidden en uiteindelijk openbaar worden als zonen van God!
Dit staat allemaal in onze Bijbel, echt!
Streef daarom ook naar deze uiting van Gods geest!

6.2 (Wonderwerkend) Geloof

Dit is de eerste van de kracht-uitingen die hier besproken worden.
Deze gave is tegelijk de grondslag van de beide volgende kracht-uitingen:
genezingen en krachten.

Wat geweldig dat we van Gods kant, in een tijd waarin zoveel ellende en duisternis zichtbaar worden, een uiting, een begaafdheid van zijn geest krijgen waardoor we ook bijzondere moeilijkheden kunnen overwinnen.
Wat een liefde van God om ons te voorzien van de kracht van zijn heilige geest!
Laten we ons hierbij ook en vooral richten op Jezus die ons grote voorbeeld is in hoe de gaven en uitingen van deze geest kunnen functioneren.
Jezus wordt gedoopt in Gods geest, brengt het evangelie van het koninkrijk en herstelt en bevrijdt de mensen die door satan overweldigd zijn.
Als Hij ons voorbeeld is en we Hem willen volgen, is het logisch dat wij Hem ook hierin volgen!
Iets om eens over na te denken ..?

De gave van (wonderwerkend) geloof is een dynamische krachtwerking van God die in ons een geloof tot stand brengt waardoor ‘wonderen’ kunnen plaatsvinden.
Met deze gave van ‘geloof’ is niet bijvoorbeeld het geloof bedoeld waardoor men behouden wordt.
Dat geloof hebben (als het goed is) álle gelovigen.
Het ‘geloof’ dat hier door Gods heilige geest aan sommigen wordt toebedeeld, is het ‘wonderwerkend geloof’.
In 1 Korintiërs 13:2 refereert Paulus aan dit geloof dat bergen kan verplaatsen.
Door dit geloof ontvangen wij bijzondere gebedsverhoringen van God (zie Markus 11:24) en worden bijvoorbeeld bezetenen bevrijd (zie Matteüs 17:19 en 20).

In zeker opzicht kunnen de hierna genoemde ‘genadegaven van genezingen’ en ‘werkingen van krachten’ als voorbeelden van een dergelijk geloof worden gezien.
Evenals bij de andere gaven gaat het ook hier om de stichting, de opbouw van de gemeente (zie 1 Korintiërs 12:7).
Met andere woorden: de ‘genadegaven van genezingen’ worden niet gegeven aan de zieke, maar aan de gelovige die door God gebruikt wordt om anderen te genezen.
Ook in het leven van Paulus zijn dergelijke gaven openbaar geworden (zie 2 Korintiërs 12:12; Handelingen 19:11 en 12; 20:10 en 28:8 en 9).

Het meervoud ‘genadegaven’ (zie ook het meervoud ‘werkingen’ en ‘onderscheidingen’) suggereert dat het niet om een gave gaat die een gelovige permanent bezit, maar dat het bij elke genezing op zichzelf een werking van een gave van God is.
Zo is de gelovige die de gave ontvangt, voortdurend afhankelijk van God, die geeft.
Zó wordt voorkómen dat er ‘wonderdoeners’ zijn, waar de mensen achteraan lopen, in plaats van naar hun God te gaan!

De uiting van geloof:

Het is niet: natuurlijk geloof.
Alle mensen bezitten natuurlijk geloof, anders zou bijvoorbeeld het omgaan met elkaar niet eens mogelijk zijn.
Door dit geloof erken je de feiten van de geschiedenis, dat er mensen op de maan geland zijn, dat New York bestaat, terwijl je er zelf nog nooit geweest bent, dat er water uit de kraan komt als je deze opendraait.
Je gelooft mensen, als je afspraken met hen maakt.
Veel mensen geloven op díe manier dat God bestaat, dat Jezus ongeveer tweeduizend jaar geleden heeft geleefd en aan een kruis is gestorven – een historisch geloof dus.
Door dit geloof worden we niet behouden!

Het is niet: het normale ‘Bijbelse’ geloof.
Het Bijbelse geloof is een zaak van het hart.
Dit voegt de geestelijke dimensie toe aan het natuurlijke geloof.
Het natuurlijke geloof richt zich op het zichtbare, het waarneembare; het geestelijke geloof richt zich op de geestelijke werkelijkheid.
Door het Bijbelse geloof – dit is de erkenning van feiten als: de geboorte van Jezus, wat Hij voor ons heeft bereikt door zijn dood en opstanding, de uitstorting van de heilige geest, het plan van God – geeft een mens zich met zijn hart (zijn wezen) over aan de woorden van God.
Dit is het geloof waardoor de gelovige wordt gered en hersteld en opgroeit tot een zoon van God.
Dit geloof is door het horen van het woord van Christus.
Romeinen 10:17:
Dus door te luisteren komt men tot geloof en wat men hoort is de verkondiging van Christus.
En ‘Christus’ is de mens of wel de mensenzoon die gedoopt is in en vervuld met de heilige geest van God en in wie de liefde en de krachten van deze geest ten volle werken!
Ons enige voorbeeld …!

De uiting van geloof:

Het is wel: een bovennatuurlijke uiting van de heilige geest van God waardoor Hij ons laat delen in zijn onwankelbaar vertrouwen (geloof), voor dìe situatie op dát moment.

Het is wel: het instantelijk krijgen van een rotsvaste zekerheid (vertrouwen) in bijzonder precaire situaties.

Het is wel: een diep evenwichtig ontspannen zijn, in het besef dat God in déze noodsituatie uitredding zal geven.

Je ziet, het gaat in alle vrijwel identieke situaties om bijzondere gebedsverhoringen.
Het lijkt dus niet een gave die een gelovige ‘permanent’ bezit.
God zal hierin nog meer duidelijkheid gaan geven, naar de mate van de ontwikkeling van ons geloof.

TOT WELZIJN

We kunnen ons wel voorstellen wat een geweldige vrede het zal geven als we in noodsituaties niet in paniek raken.
De dynamische kracht van Jezus Christus zal jou door deze uiting van geloof diep ontspannen houden.
In het leven van Jezus zien we duidelijk het verschil als deze uiting, deze gave wél functioneert of niet.
Jezus is met zijn leerlingen in de storm op het meer, het lijkt een orkaan.
Jezus slaapt door alles heen, zijn vertrouwen op God is onwankelbaar, zelfs temidden van de brullende storm waarin men dreigt te vergaan!
Want Gods plannen falen niet!
In Jezus werkt de gave van het wonderwerkend geloof.
De leerlingen die nog niet vervuld zijn met Gods geest, zijn doodsbenauwd.
Ze weten in hun angst niet meer wat te doen.
Ze roepen Jezus en maken Hem wakker en schreeuwen het uit:
Meester, trekt U er zich niets van aan, dat wij vergaan?
Zij hebben in deze situatie een krachtdaad van Jezus nodig tegenover de storm.
Jezus bestraft (…) de storm.

Met nadruk kunnen we zeggen dat de gaven van Gods geest, dus ook déze uiting van geloof, niet gegeven zijn als vervanging van het normale omgaan met Jezus.
Ze zijn een surplus, een extra, om in situaties waarin de demonen ons extra zwaar aanvallen, dezen te kunnen overwinnen!
Natuurlijk bouwen we ons Bijbelse geloof op in de gemeenschap met de Heer door het woord van God en de ook de gave van het bidden in geestelijke talen.
Het woord is altijd verbonden met de geest van God.
Velen van ons kennen de psalm: "Heer, maak mij uw wegen door uw woord en geest bekend …".

6.3 Gaven van genezingen

Dit is de tweede in de groep van de kracht-uitingen.
Rondom deze uitingen is vaak nogal wat onbegrip.
Het is daarom misschien goed meteen te zeggen dat deze gaven een uiting zijn van de heilige geest van God.
Het zijn dynamische of krachtige werkingen tot genezing van het lichaam en/of van de innerlijke mens.
Voor deze uitingen van Gods geest wordt een bijzonder woord gebruikt: genadegaven – charismata.
Dit woord geeft een goed beeld van de werking van deze uitingen.
Let ook eens op het dubbele meervoud dat gebruikt wordt: genadegaven van genezingen.
Hier is geen vergissing in het spel, zie maar wat er staat in:
1 Korintiërs 12:9 … aan de een geloof door dezelfde geest en aan de ander gaven van genezingen door die ene geest;
1 Korintiërs 12:28 … daarna gaven van genezing
1 Korintiërs 12:30 Hebben soms allen gaven van genezing
In de grondtekst staat in al deze teksten: charismata (genadegaven) iamatōn (van genezingen).

Het is in elk geval heel duidelijk dat God een overvloed aan genade(gaven) gewild heeft om genezingen te bewerken.
God beperkt genezing niet tot een uitzonderingsgeval waarbij mensen soms denken dat er misschien van enige willekeur sprake is.
"Waarom genezen niet allen …?"
God wil een rijke, overvloedige uitdeling van zijn goedheid en liefde voor de zieke en gebonden mens.
God is (enkel) goed!
God is rijk aan barmhartigheid en ontferming.
God heeft niet alleen lief, maar geeft ook de middelen (gaven) om deze liefde om te zetten in herstellende kracht!

Ook bij deze uitingen vinden we geen verdere instructies.
Het zijn werkingen van God uit – waarnaar wij verlangen, waarnaar wij streven – zodat de Heer kan werken.
Door ons heen.

Genadegaven van genezingen:

Dit is niet een medische bekwaamheid of begaafdheid, wat op zich duidelijk een heel goede natuurlijke zaak is.
Hierin is men bezig langs puur natuurlijke weg de natuurlijke wetten, wetmatigheden, te hervinden en toe te passen.
Hierbij geholpen door andere takken van wetenschap, kunnen allerlei medicijnen gevonden worden die toegepast worden om afbraak van lichaam en geest tegen te gaan en om scheppingswetten (natuurwetten) te activeren en te stimuleren.
Alom is er, terecht, veel waardering voor de medische wetenschap!

Dit is niet: een gave die iemand bezit.
We kunnen er dus niet, als het ons zo uitkomt, over beschikken, we zijn dus niet zelf ‘bekwaam’ om te genezen.

Dit is niet: zalving met olie.
Dit is een beeld van de kracht van de heilige geest in de gemeente.
Deze zalving wordt toegepast bij een zieke thuis, die niet meer de samenkomsten kan bezoeken en daarom de oudsten van de gemeente vraagt bij hem thuis te komen en met hem te bidden voor genezing.

Dit is niet: een paranormale begaafdheid, zoals magnetisme en allerlei andere occulte geneeswijzen.
Verre van dat!
Deze werkingen zijn van satan.

Genadegaven van genezingen:

Dit is wel wel: een bovennatuurlijke uiting van de heilige geest van God, waardoor Hij ons deel geeft aan zijn Goddelijke kracht om psychische en/of somatische zieken te genezen.
Mensen die door satan zijn overweldigd in hun geest en/of hun lichaam.

Dit is wel wel: een direct werkende genezende kracht van God.

Dit is wel wel: een wonder-ingrijpen van God in de kern van het lichaam en/of de geest.

Zoals al aangegeven, is het Griekse woord dat gebruikt wordt voor genadegaven: charismata (meervoud).
Een charisma is een speciale schenking, een gave tot het verwerkelijken van een bepaald doel.
Als het doel, in dit geval de genezing, bereikt is, houdt de gave, de schenking op.
Er zijn dus geen mensen, die permanent ‘genezer’ zijn.
Wel komt het voor dat bij iemand de gave van genezing meer werkt dan bij iemand anders; hij heeft hier klaarblijkelijk dan ook meer naar ‘gestreefd’, zich er meer op gericht.

Iedereen kan profeteren, maar bij de één werkt de gave meer dan bij de ander; dezen worden profeten genoemd.
Zo zijn er mensen die vaker de gave van geloof hebben dan een ander; zij worden geen ‘gelovigen’ genoemd.
Iedereen kan in geestelijke talen spreken, maar sommigen doen dit méér.
Paulus bijvoorbeeld, zegt dat van zichzelf, maar zij heten geen ‘talensprekers’.
Er zijn geen genezers, geen permanente profeten, geen talensprekers, geen uitleggers; wel zijn er mensen door wie deze gaven (soms: veel) méér werken dan door anderen.
Zij hebben er meer naar gestreefd, staan er meer open voor, zijn er meer mee bezig.
Zo heeft een ieder ‘iets’ tot opbouw van de gemeente!
1 Korintiërs 14:1:
Jaag de liefde na en streef naar de gaven van de geest, vooral naar die van profetie!

Medische wetenschap

Genezing langs natuurlijke weg vindt onder andere plaats door inschakeling van artsen.
Dit is vanzelfsprekend niet het ‘charisma van genezing’ zoals de Bijbel dat bedoelt.
Wel is de medische wetenschap een goed product van menselijke inzet, onderzoek en meerdere wetenschappen, in natuurlijk opzicht.
Niet altijd heeft deze wetenschap echter een afdoende oplossing voor alle soorten en vormen van ziekten en handicaps.
Ondanks dat dragen medici en de ondersteunende beroepen geweldig bij aan het welzijn van mensen.
Of zij daarbij misschien met Gods geest vervulde christenen zijn, maakt hun beroep niet tot een Goddelijke bediening.
Hun inzet wordt alom zeer gewaardeerd, er is veel erkenning voor de grote waarde die deze wetenschap heeft voor de toename van de kwaliteit van het menselijk bestaan.
Het is ook voor een geestvervulde christen absoluut niet verkeerd of af te keuren om, waar nodig, gebruik te maken van de medische wetenschap.
Onze geestelijke ontwikkeling en het peil van ons geloof zijn in veel gevallen immers nog niet zover dat wij de geestelijke oplossing, die God ons aanbiedt, altijd kunnen ‘grijpen’.

We zitten in de ontwikkelingsfase van het bereiken van de geestelijke volwassenheid.
Efeziërs 4:13:
… totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus.

Wat een prachtig perspectief om na te streven!

Occulte ‘genezing’

Satan kan de mogelijkheden tot herstel, die God geeft, min of meer nabootsen.
Hij maakt daarbij gebruik van bovennatuurlijke krachten van de duistere kant om wonderen van ‘genezing’ te laten plaatsvinden.
Allerlei occulte genezingen langs paranormale weg zijn daarvan een voorbeeld.
Nadrukkelijk moet hier gesteld worden dat occulte genezing een zeer gevaarlijke weg is, zowel voor kinderen van God als voor ongelovigen.
Langs deze schijnbare weg van genezing ziet satan kans zijn greep op de mens te vestigen en te verstevigen.
De dief (satan) komt immers niets anders doen dan roven, slachten en vernietigen.
Magnetisme, kwakzalverij, en paranormale behandelingen (via foto, urine, voorwerpen, relikwieën, amuletten, hypnose, enz.) brengen mensen in de ban van de duisternis.

Na kortere of langere tijd zullen zij helaas de gevolgen ervan ondervinden (zie verder het hoofdstuk ‘Alternatieve geest’).

6.4 Werkingen van krachten

Dit is de derde in de groep van de kracht-uitingen.
Het gaat hierbij om de dynamische energie vanuit God aan ons.
Let ook weer op het dubbele meervoud; het omvat kennelijk een scala aan mogelijkheden waardoor God zijn kracht aan ons wil tonen.
Paulus bidt voor de gemeente in Efeziërs 1:19 dat zij zullen weten hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven.

Tot nu toe zijn onze gedachten rondom God en zijn koninkrijk misschien vaak beperkt gebleven.
Wat verwachten we eigenlijk (nog) van Hem?
Wat betreft ons geloof zijn we misschien hierin bijna niet (op)gevoed.
Ja, hoe zullen we ook geloven als het ons niet verteld wordt?
Het geloof is immers uit het hóren!
Romeinen 10:14:
Maar hoe kunnen ze Hem aanroepen als ze niet in Hem geloven?
En hoe kunnen ze in Hem geloven als ze niet over Hem hebben gehoord?
En hoe kunnen ze over Hem horen als Hij niet verkondigd wordt?

En vers 17:
Dus door te luisteren komt men tot geloof en wat men hoort is de verkondiging van Christus.
Christus wil zeggen: de Mensenzoon, gedoopt in en vervuld met Gods heilige geest.
Ons voorbeeld!

Werkingen van krachten:

Dit is niet: één of andere menselijke manifestatie van kracht.

Dit is niet: een paranormale begaafdheid tot het uitvoeren van krachttoeren.
Dit is een demonische zaak!

Werkingen van krachten:

Dit is wel: een uiting van Gods heilige geest, waardoor Hij ons deel geeft aan de opstandingskracht van Christus, aan zijn werkzame Goddelijke energie.

Dit is wel: een direct plaatsvindend wonder, een ingrijpende daad van God, via ons.

TOT WELZIJN

God wil ons, in moeilijke situaties, zijn hulp betonen.
Wij krijgen door middel van deze uiting van zijn geest de mogelijkheid van een krachtige weerstand tegen allerlei ‘rovende, dodende en vernietigende’ werkingen van satan.
In het leven van Jezus op aarde wordt dit vaak zichtbaar.
In de storm op het meer heeft Jezus én de werking van geloof én de werking van kracht.
In Nazareth spreekt Hij in de synagoge.
De menigte wordt woedend door zijn confronterende toespraak.
Ze sleuren Hem de synagoge uit, door de straten van de stad, tot buiten de poort, om Hem te vermoorden, door Hem in de afgrond te storten!
Kun je zien, wie hier aan het werk is via ‘godsdienstige’ mensen …!
Dan werkt de gave van krachten in Jezus.
Maar Hij liep midden tussen hen door en vertrok (Lucas 4:30).

In het leven van Paulus wordt duidelijk hoe de krachtwerking van Gods geest zich openbaart.
Door een slang gebeten, schudt hij die van zich af en er gebeurt niets.
Door het wonder van Goddelijke kracht wordt het gif geneutraliseerd, tot grote verbazing van de andere aanwezigen.

In 2 Korintiërs 11 beschrijft Paulus wat hij voor vreselijke tegenstand van satan heeft ervaren:
gevangen gezeten, lijfstraffen ondergaan, in doodsgevaar geweest, gegeseld, met zweepslagen bewerkt, met stenen bekogeld, schipbreuk geleden, in gevaar door rovers, volksgenoten en vreemdelingen, bedreigd door rivieren, nachten zonder slaap, hongerig, verkleumd en dorstig, vaak zonder kleren, enzovoort.

De uiting van werkingen van krachten moet wel bijzonder goed gefunctioneerd hebben in zijn leven!
Anders zou hij dit alles niet hebben kunnen doorstaan!

Ook in het ‘geloofshoofdstuk’ van Hebreeën 11 wordt melding gemaakt van groot geloof en bijzondere krachtwerkingen.

STREEF NAAR DE UITINGEN VAN DE GEEST

Zonder enige aarzeling kan gesteld worden dat de doop in Gods heilige geest en zijn uitingen/gaven van vitaal belang en van een onmetelijke draagwijdte zijn!
Niet voor niets moeten de leerlingen van Jezus wachten met het eropuit trekken, totdat ze de belofte, de gave, de doop, de vervulling hebben ontvangen.
Het is verbijsterend dat het satan gelukt is de gelovigen zo te verblinden dat zij de doop in de geest van God en zijn werkingen voor zichzelf en voor de gemeente niet nodig vinden.
Zelfs wordt er zelfs in veel ‘christelijke’ kringen tégen (…) gewaarschuwd!
Maar laten wij ons, met alle liefde die we voor God de Vader en zijn Zoon Jezus Christus hebben, met al onze energie en al onze kracht, met heel ons hart en onze ziel en met heel ons verstand uitstrekken naar de gaven en uitingen van Gods heilige geest.

Waarom?
Om ons te laten inschakelen door God tot welzijn en opbouw van onszelf én mede daardoor van de gemeente van Jezus Christus!
Alleen zó werken we mee aan de realisatie van het plan van God met ons en met de mensheid.

7.1 Wat is de liefde van God?

1 Korintiërs 12:31 NBG:
Streef dan naar de hoogste gaven en ik wijs jullie een weg, die nog veel verder omhoog voert,
of NBV:
Richt u op de hoogste gaven.
Maar eerst wijs ik u een weg die nog voortreffelijker is.

1 Korintiërs 13:13:
… maar de meeste van deze is de liefde.

Hebben we enig idee van de geweldige liefde van God?
De wereld is verzonken in nood, verscheurd door de zonde en de werkingen van de machten van de duisternis, de demonen.
Vervreemd van de heerlijkheid van God, ver van God, in de macht van satan.
Maar God heeft de wereld oneindig lief!
God heeft de wereld zó lief, dat Hij zijn Zoon voor haar gegeven heeft, zodat iedereen die in Hem gelooft, eeuwig leven zal hebben.
Niet: zal ‘krijgen’ na zijn dood!
Nu al.

In Hem geloven?
Ja, ook de demonen geloven dat God één is en zij sidderen.
Zij, die in volkomen duisternis leven, sidderen van angst voor het volmaakte Licht!
Als je in Hem gelooft, neem je alles aan wat Hij je belooft: zijn schuldvergeving, zijn plan met jou en zijn geest die Hij jou in ruime mate wil geven om zijn doel met jou te bereiken!
God heeft ons alles gegeven wat nodig is.
Hij wil de mens weer bereiken, weer ontmoeten, maar nu in het gééstelijke paradijs van Hem.
Paulus heeft daar onuitsprekelijke woorden gehoord en je mag in dat paradijs eten van de Levensboom, dit is deel hebben aan de vrucht van Gods geest.
Dit kan alleen als je overwint! (zie 2 Korintiërs 12:4 en Openbaring 2:7).

Die onuitsprekelijke woorden gaan ongetwijfeld ook over de manier van de realisering van het plan van God in deze tijd.
En als je deel hebt aan de vrucht van de heilige geest, neem je de eigenschappen van Jezus Christus in je op.
Je zult hierdoor aan Hem gelijkvormig worden.
Daarin mondt Gods plan uit!

Vanuit zijn overweldigende goedheid en liefde zoekt God ernaar dat de mens weer zal kunnen leven vanuit zijn, Gods, rijkdom.
Nogmaals: zijn liefde is oneindig groot.
Wat oneindig is, kunnen wij ons niet voorstellen, want dat is een dimensie die buiten de wereld ligt van onze zintuigen.
In liefde baant God voor ons de weg om weer uit de impasse van de duisternis te komen!
Om ook de zintuiglijke beperking van ons aardse bestaan op te heffen.
We zijn hemelburgers geworden!

In Jezus zien we de liefde van God levensgroot gestalte en vorm krijgen.
De strijd is aangebonden tegen satan en zijn duistere machten, hun werken zijn door Jezus verbroken.
De opdracht van de Vader aan Jezus tijdens zijn leven op aarde is om de mensen vrij en gezond te maken.
Zo kunnen de eigenschappen van zijn koninkrijk ten volle door hen beleefd worden: vrede, blijdschap, gerechtigheid en kracht.

Deze liefde wil God planten in de harten en levens van zijn volgelingen.
Zij (wij) zullen de taak van Jezus overnemen.
Wij worden daartoe openbaar als zonen van God, naar wie de schepping met reikhalzend verlangen uitziet (zie Romeinen 8:19).
Fata morgana?
Luchtspiegeling?
Neen, metamorfose!
Totale gedaanteverandering!
Want, zoals een aardegebonden rups verandert in een vlinder die zich vrij in de lucht kan bewegen, zo ook wij.
Voordat wij met God hebben geleefd en zijn geest hebben gekregen, hebben wij een aardsgericht bestaan: studie, baan, trouwen, kinderen krijgen, hobby’s, auto, boot, vakanties, enzovoort.
En geen uitzicht op een eeuwig bestaan!
Door ons te verdiepen in het woord van God en door de liefde en de gaven van zijn geest in ons te ontwikkelen, gaan we anders denken, gaan we reageren vanuit de geestelijke wereld.
Gaan we dáár ons eeuwige doel en ons eeuwig perspectief en onze eeuwige mogelijkheden zien!

De volgelingen van Jezus mogen en kunnen leven vanuit de volheid van de geest van God.
Daarom stort God zijn liefde in hen uit.
Romeinen 5:5 zegt:
Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige geest die ons gegeven is.
Wij hebben nu de Goddelijke liefde zelf in ons wonen!
Kunnen we dat beseffen?
Hoe nu staat deze liefde van God centraal in ons leven?
We zien dat met name in 1 Korintiërs 13.

1. Laten we vooraf goed bedenken dat dit gedeelte tussen de hoofdstukken 12 en 14 staat.
Heel opmerkelijk!
Het staat niet zo maar ergens in de Bijbel, nee, het staat arm in arm met deze hoofdstukken.
Wat een wijsheid van God!
In 1 Korintiërs 13 gaat het dan ook om de liefde van God in relatie tot de uitingen van zijn geest óf om de uitingen van Gods geest, ingebed in de liefde van God.
Hoe zouden de leerlingen van Jezus in deze wereld de liefde van God hebben kunnen laten zien tegenover de haat van de machten van de duisternis, anders dan in verbinding met de openbaringen van God door zijn heilige geest?
Liefde zonder de kracht om haar toe te passen bestaat uit holle frasen en kracht zonder liefde is zinloze inspanning!

2. De liefde die hier beschreven wordt, is niet de menselijke liefde – de liefde van mens tot mens in natuurlijke zin.
Het is niet: genegenheid of lief doen.
Het is wel: de reddende en bevrijdende, genezende en heiligende liefde van God.
Daarom zal deze liefde ook in felle botsing komen met de demonen die tot zonde verleiden en de destructieve krachten van de duisternis die ziek maken en ellende veroorzaken.
Aan de andere kant is deze liefde vol ontferming en bewogenheid voor de mens die in de netten van de duisternis verstrikt is geraakt en hiervan verlost (= losgemaakt) wil worden.

3. Liefde is niet het vervangingsmiddel van de uitingen, de gaven.
Liefde is hiervan de basis en het draagvermogen!

4. Bij de uitingen van Gods geest gaat het om welzijn, nut en opbouw.
Zogenaamde waarheid zonder liefde is als een wet: kil, hard en meedogenloos.
De waarheid vanuit de liefde van God wekt leven en brengt scheiding in de mens aan tussen licht en duisternis.

5. In 1 Korintiërs 12:31 besluit Paulus met de volgende woorden:
Streef dan naar de hoogste gaven.
En ik wijs jullie een weg, die nog veel verder omhoog voert.
Paulus zegt in feite: En ik wijs jullie een nog voortreffelijker weg.
Deze ‘nog voortreffelijker weg’ staat niet tegenover het ‘streven naar grotere genadegaven’.
Zij is juist het streven naar deze gaven vanuit de motivatie van de Goddelijke liefde.
Tot die tijd hebben de Korintiërs bij hun streven naar geestelijke gaven vooral hun eigen belang (eigen geloofsopbouw, maar ook eigen prestige en eer) op het oog.
Wanneer zij door de liefde gemotiveerd zijn, zullen zij juist streven naar die gaven waarmee zij de gemeente in en met die liefde kunnen dienen en opbouwen.

7.2 Welke weg voert omhoog?

Paulus heeft duidelijk gemaakt hoe de uitingen van de geest van God in relatie staan tot de liefde én hoe de liefde op haar beurt inhoud en waarde geeft aan de uitingen.
Die wisselwerking moeten we vasthouden.
Hij zegt daarom: Jaag de liefde na en streef naar de gaven van de geest … (zie 1 Korintiërs 14:1).
Dit is de ‘nog voortreffelijker’ weg!
Dit is de weg die nog verder omhoog voert!
Hij brengt ons dichter bij God én daardoor bij het deel hebben aan zijn plan om de volmaakte mens te creëren.

De weg die nog verder omhoog voert bestaat dus uit:
de uitingen, de gaven, beoefend in de liefde;
de liefde als drijfveer voor de uitingen, de gaven.

6. Let wel: de liefde van God is door zijn heilige geest in onze harten uitgestort (zie Handelingen 2:33 en Romeinen 5:5).

7. Er is een duidelijk onderscheid tussen de liefde van God (agapè), het menselijk liefhebben (fileoo) en de broederliefde (filadelfia).

8. Tenslotte een paar voetnoten bij 1 Korintiërs 13:
Niet de geestelijke talen worden gediskwalificeerd, maar de persoon die spreekt, als hij dit zonder liefde doet!
Dan hebben talen van mensen en ook die van engelen geen effect voor hem!
Hij is: hol en leeg – schallend (koper) – rinkelend (cimbaal).

Al zou ik de bovenste beste uitblinker zijn in het profeteren, in kennis, in geloof, in kracht, zodat ik zelfs bergen (= beeld van de demonen) zou kunnen verzetten (= uitdrijven), zonder liefde stelt ook dat ‘niets’ voor!
Maar net zo: al zou ik mij in allerlei filantropie uitsloven of mij zelfs totaal opofferen, zonder de liefde van God, het zou mij ‘niets’ baten!
Duidelijke taal, nietwaar?
Niet de liefde van God in plaats van – maar de liefde van God als basis van!

9. Wil je echt volgens de Bijbel leven en een serieuze, trouwe leerling van Jezus zijn?
Jaag dan de liefde na én
streef naar de uitingen, gaven van Gods geest.
Doe het één … geweldig … maar dan ook het ánder!
Dat voert, samen, verder omhoog!
De weg van de uitingen en de vrucht van de heilige geest, in de liefde van God, voert ‘omhoog’, namelijk tot de hele volheid van God.
Efeziërs 3:18 en 19:
Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.
… volkomenheid …
of, zoals in de NBG-vertaling staat: … opdat jullie vervuld worden tot alle volheid van God.

8.1 De vrucht van de Geest

Er is ook nog – ja, het houdt niet op – sprake van de vrucht van de heilige geest.

Volgens Galaten 5:22 is ook deze vrucht negenvoudig.
In tegenstelling tot de voorgaande verzen in Galaten 5 (die gaan over de werken van het ‘vlees’, een aanduiding van wat er gebeurt als de demonen het in de mens voor het zeggen krijgen) noemt Paulus nu de vrucht (niet: vruchten) van de geest van God.
Deze vrucht vormt één geheel, maar bestaat uit negen allesomvattende Goddelijke eigenschappen:

Eigenschappen vanuit de grondtekst:

  1. agapè betekent liefde, liefdemaal
  2. chara betekent blijdschap, vreugde
  3. eirēnē betekent vrede
  4. makrothumia betekent (het) geduldig zijn, geduld, lankmoedigheid
  5. chrēstotēs betekent goedheid, vriendelijkheid
  6. agathōsunē betekent goedheid
  7. pistis betekent trouw, betrouwbaarheid, vertrouwen, geloof
  8. prāiotēs betekent zachtmoedigheid, vriendelijkheid, mildheid
  9. egkrateia betekent zelfbeheersing, zelfdiscipline

Soms wordt deze vrucht, die dus negenvoudig is, verward met de gaven die ook negen in getal zijn.
Ook hier valt dit ‘probleem’ weg als we rustig de begrippen en de woorden op ons laten inwerken.
Sommigen zeggen dat er veel meer gaven en vruchten zijn dan die in de Bijbel vermeld staan.
Dat kan zo zijn, maar dan zal ons dat nog wel duidelijk moeten worden.
Tot zo lang gaan we maar uit van wat de Bijbel ons hierover zegt.

We weten allemaal wat een vrucht is.
Aan een boom of struik en andere planten komen vruchten.
Ook in de voortplanting hebben we het over ‘vrucht’, er vindt ‘be-vrucht-ing’ plaats.
Daarna groeit de vrucht en als de vrucht bij mens of dier volgroeid is, wordt deze gebaard of geboren en bij planten wordt deze zichtbaar, ‘geopenbaard’.

Zo is het ook met de vrucht van Gods geest.
We zien zeker in het nieuwe testament vaak het beeld van een groeiproces, van het tot volwassenheid, tot volkomenheid komen.
Vanuit de bevruchting door/met zaad ontstaat dus de vrucht.
De vrucht van de geest van God ontstaat in ons, doordat onze geest wordt ‘bevrucht’ door het woord van God en dit komt doordat we Gods gedachten overnemen.
Het woord van God wordt ook wel ‘zaad’ genoemd (zie 1 Petrus 1 :23).
Uit die bevruchting ontstaat nieuw leven, dat, als het ‘in het verborgene’ (in de moederschoot) volgroeid is, ‘openbaar’ of gebaard wordt.

Dit is het proces van het voortbrengen van de zonen van God.
Dit is een aparte studie waard!
In de toelichting op het boek Openbaring valt hierover meer te lezen.

De vrucht moet dus groeien en dat proces heeft tijd nodig.
De gaven krijgen we direct op het moment dat we deze nodig hebben en ons er in geloof naar uitstrekken of naar streven.
Het is mogelijk over de uitingen van de heilige geest te ‘beschikken’, terwijl de vrucht nog niet (helemaal) zichtbaar is.
Andersom is misschien ook mogelijk: de vrucht is al (gedeeltelijk) zichtbaar, zonder dat de uitingen (alle) al werken.

Normaal en optimaal is dat de gaven goed functioneren en zodoende ondersteunend zijn aan de openbaarwording van de vrucht.
Want: wie in geestelijke talen bidt, bouwt zichzelf op en zo brengt hij vrucht voort.
Wie de gaven van genezingen heeft, kan zijn lijdende medemens gezond maken, waardoor deze zich beter kan richten op God en waardoor de vrucht van Gods geest zich beter in hem kan ontwikkelen.
Wie de gave van onderscheiding van geesten heeft, kan zijn medemens beter bevrijden van de inwonende demonen, waardoor deze mens zich beter kan richten op God, enzovoort.

Hoe vollediger de juiste werking van de geestesuitingen is, hoe sneller zal de vrucht groeien.
Kolossenzen 1:6 zegt:
Immers, in de hele wereld draagt het vrucht en groeit het op, zoals ook bij u, sinds de dag, dat u het gehoord hebt en de genade van God in waarheid hebt leren kennen.

De genade van God (charis) heeft, zoals hier blijkt, alles te maken met de gaven en de uitingen van zijn heilige geest.
Wie deze gaven heeft leren kennen, zoals God dat ‘in waarheid’ (in werkelijkheid) bedoelt en daarmee is gaan werken (is gaan nastreven), ervaart dat hierdoor ook de vrucht van Gods geest in hem groeit.
En: hoe meer vrucht zichtbaar wordt, hoe meer we op Jezus Christus gaan gelijken, hoe beter en vollediger zullen ook de gaven van de geest gaan functioneren.
Het is een prachtige wisselwerking!
Als we dit inzicht hebben, zullen we niet het één ten koste van het ander verkiezen en ook niet omgekeerd.
Maar we zullen ons tegelijkertijd richten op zowel de vrucht als op de gaven.
Immers: Jaag de liefde (vrucht) na én streef naar de gaven van de geest!

8.2 Het beeld van Jezus

In Hoofdstuk 1, dat gaat over het doel van God, zagen we al dat Hij wil dat wij tot zonen van Hem zullen uitgroeien of openbaar worden om de schepping te herstellen.
Zij kijkt daar met reikhalzend verlangen naar uit (zie Romeinen 8:19).
Wij zullen toegroeien naar het beeld van de volkomen mens, Jezus Christus.
Efeziërs 4:13:
totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus.

Toegroeien naar het beeld van Christus.
‘Beeld’ in de grondtekst betekent:

  1. (gelijkende) afbeelding, beeld en
  2. (even)beeld, afspiegeling.

In overdrachtelijke zin treffen we het woord aan voor iets dat naar een vóór-beeld gemaakt is en dat daarmee overeenkomt.
Zo is de mens het evenbeeld van God (zie 1 Korintiërs 11:7), een verwijzing naar de schepping (zie Genesis 1:26-27).
In het bijzonder is Christus het beeld van God die zelf onzichtbaar genoemd wordt (zie Kolossenzen 1:15 en 2 Korintiërs 4:4).
Dat wil zeggen: Hij is de manifestatie, het zichtbare evenbeeld, de afspiegeling van het wezen van de Vader.

Naar dat beeld zal de mens veranderd worden (zie 2 Korintiërs 3:18 en vergelijk Romeinen 8:29).
Zoals hij eerst het beeld van de aardse – Adam – gedragen heeft, zal hij ook het beeld van de hemelse – Christus – dragen.
1 Korintiërs 15:49:
Zoals we nu de gestalte van de stoffelijke mens hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben.
Doordat wij de optimale ruimte geven aan de liefde, de uitingen en de gaven van Gods heilige geest in ons leven en in onze gemeente, gaat de Heer dit doen, want Hij geeft de groei!

Dit is HET belangrijkste doel van ons leven!

En dit is wat satan dan ook koste wat kost wil voorkómen.
Hij wil niet dat de mens op de troon komt, die hij voor zichzelf heeft gereserveerd (zie Jesaja 14:13 en 14).
Daarom wil hij de mens aardsgericht houden, van God áf en wil hij dat de mens niet ontdekt welke geestelijke kracht en mogelijkheden hij van God kan krijgen!
God wijst ons via Jezus de weg naar de troon die Hij voor óns gereserveerd heeft!
Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, zoals ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon (Openbaring 3:21).

Om dat doel door ons te laten bereiken geeft God ons:
a) zijn woord (zichtbaar geworden in de mens naar Gods beeld: Jezus Christus);
b) zijn geest (door de doop in zijn heilige geest);
c) zijn wezen in ons (in de vrucht van de geest).

De negenvoudige vrucht omvat het hele beeld van een evenwichtig, harmonieus leven in overeenstemming met de Goddelijke natuur.
2 Petrus 1:4 zegt:
Hiermee zijn ons kostbare, rijke beloften gedaan, opdat u zou ontkomen aan het verderf dat de wereld beheerst als gevolg van de begeerte en opdat u deel zou krijgen aan de Goddelijke natuur.

9.1 Hoe de geest van God te ontvangen?

Het volgende is bedoeld om jou te helpen om de rijke beloften van de Heer je toe te eigenen.
Zó, dat ze praktijk worden in je leven.
Eigenlijk is het heel gemakkelijk iets van iemand te krijgen:
De ander staat voor je,
hij heeft een cadeau in zijn handen,
hij biedt het je aan,
je vertrouwt hem,
je strekt je hand uit om het cadeau aan te nemen,
je pakt het uit zijn hand,
je trekt je hand terug én
je hebt het cadeau!
Je bedankt de gever hartelijk, je gaat genieten van het cadeau en het gebruiken als jouw eigendom.

Het ‘moeilijke’ bij de beloften van de Heer zit misschien wel in het feit dat je de gever en het geschenk niet met je (aardse) zintuigen kunt waarnemen.
Daarom heeft de Bijbel het over ‘het verkrijgen door het geloof’.
Een voorbeeld zien we in Galaten 3:14:
Zo zouden door hem alle volken delen in de zegen van Abraham en zouden wij, zoals ons is beloofd, door het geloof de geest ontvangen.

Geloof is het met je onzichtbare hand (je gedachten) het onzichtbare cadeau van de onzichtbare gever aannemen.
Geloof geeft je de zekerheid van het bestaan van wat je niet ziet.
Geloof is voor jou en mij het bewijs dat het onzichtbare bestaat.
Geloof stelt ons in staat de geestelijke dimensie binnen te gaan, het koninkrijk van God.
Hebreeën 11:1:
Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.

We zullen dat voor ogen moeten houden, we zullen moeten leren de Heer voor honderd procent te vertrouwen, net als een kind zijn (goede en betrouwbare) vader dat doet.
Als Hij het je beloofd heeft en jou de belofte (het cadeau) aanreikt, dan is het nodig dat je je deze belofte heel concreet voorstelt.
De dáád van het geloof komt als je daarna de belofte, het geschenk, je bewust toeëigent.
Als je voor jezelf de zekerheid hebt: dat is ook voor mij!
En waarom zou het niet voor jou zijn?
Als je met de zonde gebroken en de schuldvergeving aanvaard hebt, is er immers géén beletsel meer!

De twijfel komt (meestal) nadat je de belofte hebt aangenomen, zonder er nog iets van te zien of te ervaren.
Nu komt het erop aan vast te houden in vertrouwen op en geloof in God.
Welke belofte?
Wat heeft God beloofd?
Wat betreft ons onderwerp is dat overduidelijk: zijn heilige geest.

Je hebt dus nu een goed beeld van wat de Heer bedoelt met: jullie zullen gedoopt worden in de heilige geest (zie Handelingen 1:5).
Het is goed je voor te bereiden op dit geweldige moment dat je deze meest kostbare van alle gaven ter wereld uit de hand van de Heer gaat aannemen!
Jezus is zelf de doper in de heilige geest.
Hij heeft je onmetelijk en onbeperkt lief!
Hij heeft zijn leven voor jou gegeven!
Hij wil niets liever dan dat je gaat ontvangen.

De prijs voor jouw schuld is aan satan betaald met zijn lijden, waarna de uitstorting van Gods geest mogelijk is gemaakt door zijn opstanding.
Als je bij de Heer komt om zijn belofte in ontvangst te nemen, hou je dan vast aan wat staat in Lucas 11:13b:
… hoeveel te meer zal uw Vader (van)uit de hemel de heilige geest geven aan hen die Hem daarom bidden?
Gods geest komt (van)uit de hemel, het is een geestelijke zaak die je alleen met je geloof kunt vastgrijpen.
God is een uitsluitend goede God, Hij is puur licht.
Hij geeft geen stenen in plaats van een brood, geen slang voor een vis, geen schorpioen voor een ei!
Hij geeft alleen goede gaven aan zijn kinderen.
Nogmaals: hoeveel te meer zal Hij zijn heilige geest geven aan hen, die Hem daarom vragen?
Je hoeft niet bang te zijn aan een verkeerde geest te worden overgeleverd.

Hieronder staan een paar korte adviezen voor jou om de weg te effenen voor het ontvangen van Gods heilige geest.

1. Doe elke bewuste zonde weg

Zorg ervoor, voor zover het van jou afhangt, dat zonden worden weggedaan.
Maak zaken eerst in orde met God, vraag aan Hem vergeving van je zonden, waarna je een ‘rein hart’, dit is een zuiver geweten krijgt.
Maak daarna, voor zover van toepassing, ook zaken in orde met mensen.

2. Wees vrij van demonen

Als je weet dat je gebonden bent door machten van de duisternis (bijvoorbeeld je bent verslaafd, je moet dingen doen die je niet wilt doen, je komt er maar niet van af), zorg dan eerst dat je daar vrij van wordt.
Vraag aan iemand die gedoopt is in Gods geest en die de geestelijke gaven praktiseert, of hij met je wil bidden en de demonen wil verdrijven in de autoriteit van Jezus Christus.

3. Luister naar de Heer in alles

God geeft zijn heilige geest aan hen die naar Hem luisteren, die op Hem afgestemd zijn.
Bij de doop in deze geest geven we ons zelf helemaal over aan zijn leiding en laten we God zo koning in ons leven zijn.

4. Laat je dopen in water

Niet dat dit een absolute voorwaarde is voor de doop in de heilige geest, maar in de Bijbel zien we wel vaak de volgorde: doop in water en daarna doop in de geest.
De eerste die ons hierin een voorbeeld geeft is Jezus zelf, bij zijn doop in de Jordaan door Johannes de Doper.
Wie zich in alles laat leiden door God, zal ook hierin (graag) op Hem afgestemd (willen) zijn.

5. Stel je vertrouwen helemaal op Jezus

Zie niet op mensen: de één zegt dit, de ander weer dat en weer iemand anders ziet het nog weer anders of weet van iemand die het weer heel anders heeft ervaren of gedaan.
Sluit je af voor al die geluiden!
Kijk alleen naar Jezus, hoe Hij het gedaan heeft, dan zit je op de ‘goede weg’ (Hij is immers dé Weg!).
Jezus is in staat alle beloften van God, ook die van de doop in de heilige geest, in en aan ons te vervullen!
Doe alle twijfel weg, satan zal je genoeg twijfels – willen – influisteren.
Het is gemakkelijk twijfel te overwinnen, als je alleen het woord van God in je opneemt en al die andere ‘woorden’ laat voor wat ze zijn!
Als Jezus in de woestijn door de duivel verzocht wordt, zegt Hij: Er staat geschreven …

6. Bepaal een concreet moment

Maak met de Heer een ‘afspraak’, wanneer je zijn geest wilt ontvangen.
Ja, dat mag, waarom niet?
Als het maar met alle respect gebeurt dat daarbij past.
Laat het niet vaag blijven, blijf niet bidden tot je een ons weegt …!
Na een tijd van voorbereiding bepaal jezelf een moment waarop je met en voor je laat bidden.
De Heer, van zijn kant, heeft al getoond, dat de belofte (voor jou) beschikbaar is.
Meestal gebeurt het bidden om de heilige geest onder handoplegging door andere gelovigen die vervuld zijn met Gods geest.
In de periode van de Handelingen is dit gebruikelijk, ook in de samenkomsten van de gemeente.
Als er een oproep is kun je naar voren gaan voor gebed, anders kun je er zelf ook om vragen.

Er zijn ook getuigenissen van mensen die zijn gedoopt in de heilige geest in hun ‘binnenkamer’.
Dat kan natuurlijk best, maar het belangrijkste is niet hoe je ontvangt, maar dat je ontvangt!

7. Ontspan je

Als er met je gebeden gaat worden, ontspan je dan.
Strek (in de geest, in je gedachten) je handen uit naar het hemelse heiligdom, om uit de hand van Jezus Christus de belofte in ontvangst te nemen!
Wat toch een onvoorstelbaar groots, liefdevol en prachtig gebeuren is dat!
Denk niet (meer) aan de mensen om je heen, zij steunen je met hun liefde en gebeden en zij zullen zich met jou verheugen over de goedheid van God, dat Hij ook in jou zijn geest zal doen komen.
Dus, ontspan je en geef je over aan de Heer (net als bij de waterdoop), de rest doet Hij!

8. Neem de belofte aan in geloof

Doe dit heel bewust, stel je dat in geloof voor ogen.
Denk erover hoe het in de Bijbel gebeurt, dan wordt het concreter voor je.
De Heer reikt jou de belofte toe, je hoeft haar niet te zoeken.
Jij opent alleen maar je hart: je gedachten en gevoelens.
De Heer geeft zijn geest door jou ‘erin onder te dompelen’, in de geestelijke wereld.
Je krijgt niet een ‘klein stukje” van de geest, maar God stort zijn geest in overvloed over je heen!
Ook al ervaar je misschien eerst niets, je kunt God alvast danken voor het ontvangen van zijn heilige geest.
Soms ook gaat de geestesdoop gepaard met (veel) emoties, bij ieder mens is het anders; jij bent uniek, bij jou zal het op ‘jouw’ manier gaan!

9. Geef je over aan inspiratie

Nadat je de geest van God ontvangen hebt, kun je je rustig overgeven aan zijn inspiratie.
De geest wil nu woorden gaan vormen op jouw lippen, zet daarom je spraakorgaan actief in werking.
Ga onbekende klanken uitspreken, rustig, maar duidelijk.
Naar je gevoel is het raar, maar nu ken je de werking van de uiting.
De geest van God gaat de ‘vreemde’ klanken tot zinnen harmoniëren.
Nogmaals: met gesloten lippen en ingehouden adem kan er geen woord uit je mond komen, zelfs niet bij inspiratie door de geest.
Je zult wél zelf ‘moeten’ gaan spreken!
We hebben hier niet te maken met een spreekwonder (het is je eigen mond die gebruikt wordt), maar wel met een taal- of woordwonder.
Nu laat je rustig de stroom van klanken uit je mond gaan en de geest van God blijft (nu en ook later) bezig met jou te inspireren.

10. Een plaats in je gebedsleven

Nu je in geestelijke talen kunt bidden, zal dat een grote of misschien wel de grootste plaats gaan innemen in je gebedsleven.
In feite kun je de hele dag, soms meer soms minder bewust, door het bidden in geestelijke talen in gemeenschap met God leven.
Je spreekt soms zachtjes in jezelf, soms hardop, bijvoorbeeld als je ergens alleen bent of in de auto – vaak een erg mooie gelegenheid!

Het voert hier te ver om de ‘voordelen’ van deze gave helemaal uit te werken.
Zie hiervoor op andere plaatsen op deze site of in andere lectuur.
Misschien kun je ook eens kijken op de site www.rhemaprint.nl.
Daarop staat veel goede lectuur over het evangelie.

11. Andere gaven

Ga je ook bewust uitstrekken naar de realisatie van (de) andere gaven of uitingen van Gods geest in je leven.
Door het bidden in geestelijke talen word jezelf opgebouwd en het positieve gevolg hiervan ondervinden ook je broers en zusters in de gemeente!
Door te streven naar de andere gaven worden je medegelovigen en ook anderen direct opgebouwd of ondervinden ze (via jou) ondersteuning en herstel.
Als ook jij vol ontferming bent voor jouw door satan onderdrukte naaste, dan is dit een prachtig middel om hem effectief te helpen en verder op de weg te brengen die leidt naar het eeuwige volmaakte leven bij God!

9.2 Geestelijke talen functioneren niet

Als nu bij het ontvangen van Gods heilige geest de geestelijke talen niet ‘komen’, wat dan?
We gaan ervan uit dat je je eerlijk hebt voorbereid en je gericht hebt op de leiding van Jezus Christus.
Je hebt je geloof gericht op het ontvangen van de belofte.
Ga rustig naar huis in de zekerheid dat de Heer je zijn belofte heeft gegeven.
Je neemt de volgende dagen extra tijd om de Heer te zoeken in het gebed.
Ga niet smekend bidden, maar dank Hem voor alle goede gaven, ook voor de heilige geest.
Na enige tijd zal de geest van God je ‘dringen’ om onbekende klanken uit te spreken.
Geef je dan opnieuw over aan de inspiratie-werking van de geest.
Schaam je niet voor de Heer dat je naar je gevoel dwaas bezig bent, maar besef dat je door zijn geest in nieuwe talen kunt bidden!

9.3 Hoe nu activeren en gebruiken?

Nu we de heilige geest van God ontvangen hebben, moeten we erop toezien, dat:
a) de geest niet gedoofd wordt;
b) de geest niet bedroefd wordt;
c) we (blijven) streven naar de uitingen van de geest.
In de dagelijkse gemeenschap met de Heer kunnen we steeds opnieuw vol van Hem worden.

Privé

Zorg ervoor dat je in je persoonlijke leven het bidden in geestelijke talen een dagelijkse, normale plaats geeft, naast of misschien op den duur wel ‘boven’ het bidden in je moedertaal.
Het is een werkelijke gemeenschap met God.
Hanteer deze mogelijkheid in diepe eerbied voor zijn werking.
Je kunt zelf het initiatief nemen voor deze uiting, maar let er ook op dat Gods geest je soms dringt of inspireert.
Ook als middel om je voor te bereiden op de samenkomsten van de gemeente, trouwens voor alles wat je voor en met de Heer doet, is deze gave van immens belang!
Een hulpmiddel kan zijn een vaste tijd per dag te nemen om in geestelijke talen te bidden.

In de gemeente

Beleef de momenten van aanbidding in de diensten actief en vol overgave mee.
Laat de geest van God ook via jou aan de gemeente zijn woorden mogen en kunnen doorgeven.
Verwacht zijn liefde, inspiratie, zijn openbaring en zijn kracht.
Als je dit merkt, werk dan van harte mee aan deze uiting van de geest ten bate van de gemeente.
Doe ook actief mee als er voorbeden worden gedaan, door, onder de inspiratie van de heilige geest mee te strijden.

In de zielzorg

Wees heel voorzichtig, teder en liefdevol.
Luister naar de mensen, maar bovenal naar de stem van de Heer!
Geeft de Heer een openbaring, toets die dan in overleg met een andere broer of zuster van jouw gemeente.
Stel vragen om bij de ander openheid te krijgen voor wat de Heer je bekendmaakt.
Handel nooit tegen de wil van de ander in.
De uitingen van Gods geest horen gebaseerd te zijn op de liefde van God, tot welzijn en nut van elkaar.
Zo zullen we in alle voorzichtigheid en afstemming met andere in de geest van God gedoopte christenen van groot nut kunnen zijn in ons werk met en voor de Heer.

Laten we, vervuld met zo veel mogelijk kennis van en over God en vol van zijn goedheid, in staat mogen zijn elkaar verder te helpen op de weg van de Heer.
De weg die leidt naar de volkomenheid naar geest, ziel en lichaam.
De mens die bij God hoort, zal na een ontwikkelingsproces, waarvan de gaven van Gods geest wezenlijk onderdeel uitmaken volkomen zijn en tot alle goed werk (= de werken van Jezus) volkomen toegerust (zie 2 Timoteüs 3:17).

10.1 Hindernissen

In de praktijk van het gemeentewerk blijkt dat er soms stagnaties zijn in de doorwerking van de heilige geest.
Ook na langere tijd blijken (de) uitingen soms niet (goed) te functioneren.
Moeten we dit accepteren als een ‘uitzondering voor mij’?
Misschien wil God dan wel dat het voor mij niet zo moet zijn?
We moeten proberen de remmende factoren op te sporen, zodat de blokkades kunnen worden verwijderd.
Daarbij willen we uitgaan van de openbaring die God hierover geeft.
Hieronder staan een drietal van de belangrijkste hindernissen die in de gemeentepraktijk de oorzaak kunnen zijn van het niet functioneren van de gaven van Gods geest.

demonische bruggenhoofden;
zonden;
onkunde.

10.2 Demonische bruggenhoofden

Als we tot geloof in de Heer Jezus Christus komen, wijden we ons leven aan Hem toe.
We richten ons in al onze gedachten, gevoelens, woorden en handelingen op Hem.
We nemen Hem aan als onze hersteller (Heiland), voorganger (leidsman) en voltooier (voleinder) van ons geloof (zie o.a. 2 Petrus 2:20 en Hebreeën 12:2).

In de periode vóórdat we de weg zijn opgegaan naar de voltooiing, het volkomen worden van ons geloof, hebben misschien velen van ons bewust of onbewust contact gehad met het rijk van de duisternis.
Dit kan onder andere gebeurd zijn door een of andere vorm van occultisme (magnetisme, hypnose, waarzeggerij, bindingen vanuit het voorgeslacht, het deelnemen aan heidense religies, yoga, mindfulness, hekserij, satanisme, enzovoort).
Niet een ieder van ons heeft, voordat hij ervoor kiest met de Heer te gaan leven, de bevrijdende kracht van de Heer ondervonden in het verbreken van die bindingen met het rijk van de duisternis.
Niet een ieder is bevrijd van de demonen die hij bewust of onbewust, gewild of ongewild in zijn leven heeft toegelaten of moeten toelaten.

Jammer!
Wat een ellende had ons bespaard kunnen blijven als we ‘bijtijds’ waren vrijgemaakt door de kracht van de heilige geest.
De duisternis remt ons af om verder te komen op de weg met de Heer, de weg van het licht!
Jezus vertelt zijn leerlingen dat demonen niet vanzelf van een mens wijken.
Hij geeft hun dan ook duidelijk de opdracht om deze machten van de duisternis uit te drijven, zoals Hij dat zelf ook voortdurend heeft gedaan.
Bij het zoeken naar de oorzaak van de remmingen blijkt dan vaak zo’n ‘overblijfsel’ uit het rijk van de duisternis hier debet aan te zijn.
Geen nood, je kunt beter laat dan nooit echt bevrijd worden.
Het is de liefde van God die deze dingen aan het licht laat komen.
Wanneer deze banden met de duisternis verbroken worden, blijkt de doorwerking van Gods geest geen probleem meer te zijn!

10.3 Zonden

Die zouden in dit stadium eigenlijk niet meer genoemd hoeven te worden.
Maar steeds opnieuw blijkt hoe geraffineerd satan werkt.
Hij ziet kans bepaalde zonden diep in het hart van de mens verborgen te houden.
Te denken valt hierbij aan jeugdzonden, steeds weerkerende onreine gedachten en blikken en gevoelens van haat en wrok.
Ook kan genoemd worden een chronisch opgebouwde rebellie (opstandigheid) – deze zonde, zegt de Bijbel, staat gelijk aan de zonde van toverij en afgodendienst.

Dat is helder, want de eerste zonde die satan begaat, is opstand tegen God.
Gods geest brengt al deze dingen in je leven, voor zover van toepassing, aan het licht.
God wil je helpen om in je innerlijk een grote schoonmaak te houden, zodat al het duister in je wordt opgeruimd.

Dat is liefde van God, tot jouw welzijn.

Geliefde lezer, in een rustig en vertrouwelijk gesprek met je voorganger of een oudste van jouw gemeente, zullen deze dingen, onder leiding van de geest van God, aan het licht komen.
Hou altijd voor ogen dat God jou gelijkvormig wil maken aan zijn Zoon, Jezus Christus.
Dát is zijn ultieme plan met jouw leven.
Dát is het hoogste wat je kunt bereiken en waar je in dit leven al naar kunt streven!
God handelt uit liefde en tot jouw welzijn, in geestelijk en natuurlijk opzicht.

Heel veel mensen kunnen zich de rekening van de psychiater besparen als zij zich maar zouden overgeven aan de diepe inwerking van de geest van God.
Door deze geest worden alle negatieve factoren in jouw leven opgeheven en geneutraliseerd.
Wees open tegen de ‘broer in de Heer’, tegenover je ‘zieleherder’.
Loop niet van de één naar de ander.
Je helpt jezelf daarmee niet.
Je veroorzaakt zo alleen maar een grotere mate van onrust.
God geeft ook hierin openbaring, tot jouw welzijn!

10.4 Onkunde

Ja, het moet helaas gezegd.
Na bijna tweeduizend jaar ‘christendom’ is er nog altijd een verregaande onkunde, speciaal wat betreft de aspecten van Gods heilige geest en zijn manifestaties, zijn openbaringen.
We erkennen de werkingen van satan in occulte zaken als iets vanzelfsprekends.
Veel mensen ontkennen helaas zo vaak de werkingen van God in de veelheid aan openbaringen van zijn geest.
In de praktijk zijn er een aantal struikelblokken die het ontvangen van zijn geest tegenhouden.

Misschien kun je hier eens over nadenken:
In de eerste plaats: onkunde over de doop in Gods geest en het opnieuw geboren worden (wedergeboorte).
Er zijn mensen die beweren dat de doop in de heilige geest eigenlijk hetzelfde is als het opnieuw geboren worden.
In het boek Handelingen zien we een paar situaties, waaruit blijkt dat de doop in de geest van God ontvangen wordt, direct nadat de toehoorders Jezus hebben aangenomen door het geloof.
Ook in Efeziërs 1:13:
In hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in hem bent u, door uw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige geest die ons beloofd is …
Eerst geloof in Jezus, daarná de doop in de heilige geest!
In de tweede plaats: onkunde over de manier waarop de gave van het bidden in geestelijke talen werkt.
Hierover hoeft niet veel meer gezegd te worden.

Even een korte herhaling.
Als ik door geloof Gods geest ontvangen heb, zal ik mij actief moeten overgeven.
De heilige geest zal de woorden vormen, terwijl ík ga spreken.
Ikzelf zal daarvoor actief mijn lippen en stembanden moeten gaan gebruiken.
Van de leerlingen staat in de Bijbel:
… zíj begonnen te spreken, zoals de geest het hun gaf uit te spreken (zie Handelingen 2:4).
Jij spreekt dus actief, jij gebruikt je mond actief, Gods geest vormt de taal.

In de derde plaats: onkunde in verband met een mogelijk ‘duivelse’ taal.
Hierdoor komt er een angst, een terughoudendheid.
Maar er staat geen enkele waarschuwing in de Bijbel in die richting.
God geeft uitsluitend goede dingen aan zijn kinderen.
Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie Hem wil naderen moet immers geloven dat Hij bestaat, en wie Hem zoekt zal door Hem worden beloond (Hebreeën 11:6).
En Openbaring 22:17 zegt:

De Geest en de bruid zeggen: ‘Kom!’ Laat wie luistert zeggen: ‘Kom!’ Laat wie dorst heeft komen; laat wie dat wil vrij drinken van het water dat leven geeft.’
Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft …
Hiermee doelt Jezus op de geest die zij die in Hem geloven zullen ontvangen …
(zie Johannes 7:38 en 39).

Wil jij ook levend, genezend water laten stromen in jouw omgeving?
De werkingen van Gods geest, vanuit jouw binnenste?
Tot welzijn van jezelf en je naaste?

11.1 Alternatieve geest

De Heer Jezus is niet de enige die werkt.
Zijn aartsvijand, de duivel, zit ook niet stil, zoals we hebben gezien.
Vanaf het eerste moment heeft hij geprobeerd de Heer dwars te zitten.
Maar hij is niet vindingrijk, hij imiteert slechts en ook nog eens slecht.
Daarom wordt hij ook wel de ‘aap van God’ genoemd.
In alle religies die in de wereld zijn, zijn elementen van het herstelplan van God via Jezus Christus, in ‘imitatie’ terug te vinden.
Verlossers zijn er genoeg, heils(= herstel)plannen te veel om op te noemen.
Wegen om tot een ‘eeuwig wezen’ te komen, hebben maar al te vaak de aandacht van de moderne mens.

Ook in vroegere tijden was dit al niet anders.
Eén ding is in satan’s nadeel: al zijn ‘verlossers’ zijn (of worden) dode mensen.
Onze verlosser is de levende mens en Heer: Jezus Christus.
Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat satan komt met ‘bovennatuurlijke’ manifestaties, als imitaties van de werkingen en uitingen van Gods heilige geest.
Daarom kunnen we hem, in dit verband, de alternatieve geest noemen.
We leven in een tijd die door de Bijbel genoemd wordt: ‘het laatst van de dagen’ (het eschaton, o.a. Hebreeën 1:2).
Dit is de periode in het plan van God na de uitstorting van zijn geest, waarin de zonen van God openbaar zullen worden, die aan Jezus Christus gelijkvormig zijn geworden.
Op deze wijze komt Jezus terug in hen die tot geloof (in Gods plan) gekomen zijn (zie 2 Tessalonicenzen 1:10).

In deze tijd zal het er voor de mensen om gaan:
A. ben ik vol van de geest van God,
of
B. ben ik een prooi van de alternatieve geest, van satan.

Ook in onze samenleving als geheel zal de strijd hierom gaan.
De Bijbel spreekt hierover heel duidelijke taal.
Door de alternatieve geest zal de mensheid vervallen tot extreme gedragspatronen, tot occulte praktijken.
De tekenen aan de wand zijn er al in overvloed!
In veel kunst en amusement spelen occulte zaken een rol.
Onderschat hierbij vooral niet de invloed van de massamedia, zoals kranten, tijdschriften, boeken, televisie, sociale media en internet in al zijn vormen!

Satan zal zichzelf gaan demonstreren door de kracht van tekenen en wonderen.
2 Tessalonicenzen 2:9:
De komst van de wetteloze mens is het werk van satan en gaat gepaard met groot machtsvertoon en valse tekenen en wonderen …
Evenals Jezus Christus zich openbaart en weerkeert (in de zijnen), zo heeft ook de antichrist een openbaring en een komst.
De Heer doet tekenen en wonderen, zo ook de antichrist, het tegenbeeld van Christus.
‘Het werk van satan’ wil zeggen dat de duivel de inspiratie- en energiebron is van de wonderen en tekenen die de antichrist doet.
Valse (pseudo-) tekenen en -wonderen; dit slaat zowel op de wonderen als op de tekenen en de kracht.

De betekenis is niet dat deze manifestaties van de antichrist bedrieglijk zijn, een soort van goocheltrucs, maar dat de oorsprong van deze wonderen de macht van de leugen is.
De duivel is de vader of de inspirator van de leugen (zie Johannes 8:44).
De realiteit van de wonderen van de antichrist blijkt uit Openbaring 13 (vgl. Markus 13:22).

Jezus doet wonderen en tekenen tot herstel van de mens.
Satan is er alleen op uit om de mensen te intimideren, te verblinden en zichzelf te verheffen tot god.
Daarom wordt de oproep aan hen die werkelijk aan de kant van God willen staan, steeds sterker: word vervuld met zijn heilige geest!
Wie, als kind van God, aan deze oproep geen gehoor wil geven, zal in de komende tijd spelen met zijn (geestelijke) levenskansen.
Hij speelt dan met vuur.

Zit daarom niet stil!
Ga op onderzoek uit, lees de Bijbel hier al biddend op na, ga op zoek op internet, ga goede lectuur hierover lezen.
Praat erover met je geestelijke broers en zussen!
Vul je tijd niet met onbelangrijke, aardse zaken.
Zo lang leven we hier niet op aarde.
Het gaat erom, dat we uit dít leven een zo hoog mogelijk geestelijk rendement halen waar we de eeuwigheid mee in kunnen gaan!
Sommigen denken dat ze na hun sterven ineens een heel ander wezen zijn, dat ze dan ineens een heel andere geestelijke statuur hebben, als die ze in dit leven bereikt hebben.
Dat is onjuist!

Streef dan NU naar de gaven van Gods geest, streef ernaar openbaar te worden als zoon van God!
Dit is werkelijk het hoogste en mooiste wat je in dit korte aardse leven kunt nastreven en bovendien is het letterlijk van eeuwigheidswaarde!

11.2 Satan en zijn ‘geestesuitingen’ (pneumatika)

Merkwaardig is het dat zelfs hier de imitatie van satan weerspiegeld wordt.
In Efeziërs 6:12 lezen we:
Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten (letterlijk: geestelijke machten van de boosheid) in de hemelsferen.

Hier wordt voor ‘kwade geesten’ hetzelfde woord gebruikt als voor de geestesuitingen in 1 Korintiërs 12 en 14, namelijk: pneumatika!
Satan zal zich openbaren op een bovennatuurlijke manier – uitdagend, forcerend, misleidend, intimiderend, opdringerig, zoals hij is!
Hij zal de aandacht (willen) trekken.
Het wordt dáárom zo aannemelijk gemaakt voor de mensen, omdat iedereen zich ermee kan inlaten.
Er worden geen voorwaarden vooraf gesteld.
Je hoeft satan niet eens te belijden.
Je hoeft je levenspatroon niet eens grondig te wijzigen.
Je mag leven zoals je zelf wilt …!
Natuurlijk … het gaat satan niet om het welzijn van de mens, maar wel om zijn uiteindelijke destructie, de eeuwige chaos, de eeuwige dood, de eeuwige verbinding met de demonen!

Let wel: God heeft een diep respect voor de mens.
God heeft de mens lief.
Hij manipuleert nooit.
Hij bedriegt niet.
Hij lijmt niet.
Hij speelt een eerlijk en open spel.
Hij geeft de ‘voorwaarden’ vóóraf!

Satan bedriegt.
Achteraf zal blijken dat je er ingetuind bent.
Het genot van het eerste moment zal achteraf blijken een wrange, bittere vrucht te hebben.
Je oorspronkelijk aanwezige blijdschap zal veranderen in doodsangst.
De bovennatuurlijke werkingen zullen blijken lelijke valstrikken te zijn geweest.
Daaruit kun je op eigen kracht niet meer loskomen.
Neen, vooraf geen voorwaarden, maar achteraf wel de ellendige gevolgen!
Velen zijn zo misleid, ook in de occulte geneespraktijken.
Er komt wel een zekere genezing, maar deze genezing wordt ook wel gezien als het uitdrijven van de ene demon door de andere.

Of zoals in een nog erger geval, waarin een demon wordt uitgedreven, maar niet definitief in het dodenrijk is gebonden, hij terugkomt met ‘zeven andere demonen, slechter dan hijzelf.
Matteüs 12:43-45:
Wanneer een onreine geest iemand verlaat, trekt hij door dorre oorden op zoek naar een rustplaats.
Maar als hij die niet vindt, zegt hij: "Ik zal terugkeren naar mijn huis, dat ik verlaten heb."
En wanneer hij terugkeert, merkt hij dat het leegstaat, schoongemaakt is en op orde gebracht.

Dan gaat hij weg en haalt er zeven andere demonen bij, die slechter zijn dan hijzelf en zij allen nemen daar blijvend hun intrek.
En zo is de mens bij wie de demon intrekt er ten slotte veel slechter aan toe dan voorheen.
Zo zal het ook gaan met deze verdorven generatie.

Dit zijn geen sprookjes, dit zijn de woorden van Jezus zelf!
Na de occulte genezing komen de angsten, de nachtmerries, de slapeloosheid, de zelfmoordgedachten, de depressies, de onrust en de onlustgevoelens.
Driften en wellust branden los in perversiteiten en extremiteiten in sex en drugs.
Hou je dus ver van deze dingen en mocht je er onverhoopt al ingetuind zijn, laat je van deze banden van satan bevrijden door de kracht van de heilige geest van God!

11.3 Hemelse vorsten, heersers en machthebbers van de duisternis, kwade geesten in de hemelsferen

Dit zijn kwalificaties, omschrijvingen van de demonen, de machten van de duisternis, de duivelse geesten.
We kunnen wel doen alsof ze niet bestaan, misschien uit angst om ermee te maken te krijgen …?
De Bijbel spreekt heel duidelijk over de veelheid aan demonen – natuurlijk niet zomaar, maar om onze ogen te openen voor het werk van satan rondom ons en in de hele wereld.
Vanuit de geestelijke wereld doen deze machten hun werk.

De hele ontwikkeling van onze tijd (trouwens: van alle tijden, maar vooral: nu!) wordt gestuurd en geïnspireerd door wat zich in de geestelijke wereld afspeelt.
Daar zijn drie ‘rijken’ of beter: machtsgebieden.
het Koninkrijk van God, dat bestaat uit liefde, vrede, blijdschap en kracht;
het rijk van satan, dat bestaat uit de absolute tegenpolen daarvan;
het rijk van de dood of ook wel genoemd het dodenrijk.
De dood wordt ook de laatste vijand genoemd (zie 1 Korintiërs 15:26).

Er is in ‘strategie’ tussen deze geestelijke rijken een groot verschil: God biedt zijn goede gaven aan de mens aan, die daar vrijwillig op kan reageren.
Satan dringt zijn slechte gaven aan de mens op, of deze nou wil of niet.
De dood legt zijn claim op alle mensen die niet met de levende God verbonden zijn.
Wie niet verbonden is met God, is nu al geestelijk dood.

Wat betreft ons leven gaat het dus eigenlijk maar om twee zaken:
Of wij zijn onder de (liefdevolle) heerschappij van God.
Dit is, zoals gezegd, een vrijwillige keus.
Wil je vóór God zijn, wil je tegen God zijn?
Richt je je in jouw leven op God of doe je dat niet?
Het hangt dus van jezelf af.

Of wij staan onder de invloedssfeer van satan, waar altijd de geestelijke dood op volgt.
Hierbij gaat het niet altijd om een bewuste keus uit vrije wil, maar er is wel altijd sprake van overheersing, van forceren, van een geraffineerd manipuleren.
Wie niet vrijwillig onder de heerschappij van God wil staan, staat (daardoor automatisch) onder de invloed van satan.
De mate waarin kan per persoon en per situatie uiteraard verschillen.

God dwingt niemand.

Satan ‘kraakt’ elk levenshuis dat hij kan vinden (zie ook bovenstaande teksten over de demon, die terugkeert naar ‘zijn’ huis – Matteüs 12:43-45).

Daarom, wees krachtig in de Heer, of zoals er ook staat: zoek je kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht.
Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel (Efeziërs 6:11).
Dat kun je alleen maar doen door vervuld te worden met Gods heilige geest, door uitwerking te geven aan zijn gaven en vrucht.

Jaag de liefde na en streef naar de gaven van de geest!
Word vervuld met de geest van God …!

11.4 Verschijningsvormen van demonen in deze tijd

Het zijn er eigenlijk teveel om op te noemen.
Een enkele moet hier dan ook dienen als illustratie.
We hebben dan een idee waarover het gaat.
Voor de meesten van ons zal het duidelijk zijn dat de primitieve vormen van toverij een werking, een uiting van satan zijn.
Vandaag de dag steekt satan zich echter in een moderner jasje.
Daarom is het voor veel mensen dan ook moeilijk zich voor te stellen dat dit demonische werkingen zijn.
In feit zijn alle manifestaties, openbaringen vanuit de bovennatuurlijke wereld die buiten het woord van God (en als exponent daarvan: Jezus Christus) om gaan, duivelse werkingen.

Occultisme

Dit bestrijkt een erg breed terrein.
Daaronder vallen alle ons bekende vormen van waarzeggerij en bijgeloof: amuletten, mascottes, relikwieën, magnetisme, horoscopie, voortekenen, astrologie, enzovoort.

Spiritisme

Dit komt sterk op.
Hieronder vallen etherische uittredingen, contacten met doden, contacten met geesten vanuit het universum, seances, trance, enzovoort.
Helaas zijn er ook veel mensen die lid zijn van een kerk of andere ‘christelijke’ groepering die gevaarlijk spel spelen met deze zaken.
Hoevelen hebben niet contact met hun overleden geliefden of spreken met overleden zogenaamde heiligen of nog erger: (aan)bidden (tot) dezen.
Al het zichtbare, waaraan geestelijke waarde wordt gehecht, is in feite afgoderij.
Het gaat buiten God om, leidt ons van God af (…) en demonen laten zich graag via deze weg aanbidden.
Wees dus erg voorzichtig met religieuze uitwendigheden!
Als we om ons heen kijken, zijn daar talloze voorbeelden van te noemen …!
Het is een geraffineerd stuk werk van infiltratie door het rijk van de duisternis.

Spiritualisme

Een minder opvallende vorm van spiritisme.
Allerlei semi-godsdienstige vormen vallen hieronder.
Denk aan de vele meditatietechnieken (ook beoefend door gelovigen!), yoga, het streven naar mystiek, oosterse contemplatie, mindfulness, psychedelische overgave (ook via muziek!).

Astrologie

Een lang bestaand en diepgeworteld werk van satan
Hieronder vallen uiteraard de vele vormen van horoscopie.

Paranormale ‘wetenschappen’

Dit is het door onderzoek ‘wetenschappelijk’ bezig zijn met alle verschijnselen buiten de normale (met onze zintuigen te traceren) waarnemingen.
Het dient zich aan onder de vlag van wetenschap, maar het ‘empirisch’ bewijs is niet te leveren.
Dit komt doordat men geen inzicht heeft in de geestelijke wereld, zoals Jezus ons die heeft laten zien.

Satanisme

Door veel mensen voor onmogelijk gehouden.
Maar het bestaat al lang en ook in Nederland.
Het is een actieve dienst aan satan, die vaak gepaard gaat met allerlei vormen van sex, drugs en perversiteiten.

Extreme leefpatronen

De mentaliteit van veel mensen wordt bepaald door de werking van de heersers en machthebbers van de duisternis, in deze laatste tijd.
Hierdoor ontstaat de situatie dat uitzonderlijke leefpatronen van enkelingen na verloop van tijd worden voorgesteld als ‘normaal’.
Bijvoorbeeld: alternatieve huwelijken, alternatieve sex, alternatief gezin en anarchistische mentaliteit.
Een ieder kan voor zichzelf voorbeelden hiervan bedenken en ook verder aanvullen.

Verslaving

Ook hiervan zijn er veel vormen.
Steeds opnieuw blijkt dat verslaving duidelijk een werking is die medeveroorzaakt wordt door demonen.
Veel mensen zal dit gek in de oren klinken, maar bij het werk van satan is er altijd sprake van dwang.
We kennen verslaving aan alcohol, nicotine, drugs, sex, eten, werken, geld, genot en noem maar op.
De Bijbel noemt verslaving aan geld (hebzucht) heel duidelijk afgoderij!

Godsdienstigheid

We zien een religieus bezig zijn van de mens, waarbij misleiding door zogenaamde goden de mens tot een slaaf maken.
Een slaaf van regels en het streven om het hun ‘god’ naar de zin te maken om iets te bereiken of om bijvoorbeeld straffen of ander onheil door die ‘god’ te voorkómen.
Iedere vorm van liefde, hét kenmerk van onze God, ontbreekt!

Demonen met verkeerde leringen

De Bijbel waarschuwt (b.v. in 1 Timoteüs 4:1) tegen dwaalgeesten en wat demonen leren (in de betekenis van: onderwijzen).
Er zijn, ook op het christelijke erf, talloze leringen en meningen over het geloof.
In feite is het allemaal heel eenvoudig: aan de vrucht ken je de boom.
Waar een lering uitwerkt dat de mensen gelijkvormig worden aan Jezus Christus, zit je zeker goed!
In deze gelovigen komt de vrucht van Gods heilige geest tot volle ontwikkeling: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.

Algemeen beeld

Tekenend voor de periode waarin wij nu leven is het algemene beeld dat de Bijbel ons schetst van de mensheid.
Uiteraard is er in vroegere tijden sprake van dezelfde verschijnselen, maar de komende tijd zullen deze enorm in intensiteit en kwantiteit toenemen.
Dat zal uitmonden in de openbaarwording van de ‘mens(heid) van de zonde (de wetteloze mens, de zoon van het verderf), zie 2 Tessalonicenzen 2:3.
Ook 2 Timoteüs 3:1-7 geeft een duidelijke omschrijving:
Weet dat de laatste dagen zwaar zullen zijn.
De mensen zullen egoïstisch zijn, geldzuchtig, zelfingenomen en arrogant.
Ze zullen God lasteren, geen ontzag tonen voor hun ouders, ondankbaar zijn en niets heilig achten.
Ze zullen harteloos zijn, onverzoenlijk, lasterziek, onbeheerst en wreed.
Ze zullen het goede haten en onbetrouwbaar, roekeloos en verblind zijn.
Het genot zullen ze meer liefhebben dan God, ze zullen de schijn van vroomheid ophouden, maar de kracht ervan miskennen.
(Keer je af van zulke mensen.)
Sommigen van hen dringen zich op aan hele families en krijgen dan vrouwen in hun macht die met zonde beladen zijn en door allerlei begeerten worden gedreven, die almaar willen leren maar nooit in staat zullen zijn de waarheid te kennen.

Maar voor ons geldt:
Gedraag jullie dus niet zoals zij, want eens waren jullie duisternis maar nu zijn jullie licht, door je bestaan in de Heer.
Ga de weg van de kinderen van het licht.
Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid.
Onderzoek wat de wil van de Heer is.
Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist, want wat daar in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden.
Maar alles wat door het licht ontmaskerd wordt, wordt openbaar, en alles wat openbaar wordt, is zelf licht.
Daarom staat er:

‘Ontwaak uit jullie slaap, sta op uit de dood, en Christus zal over jullie stralen.’

Let dus goed op welke weg jullie bewandelen, gedraag je niet als dwazen maar als verstandige mensen.
Gebruik je dagen goed, want we leven in een slechte tijd.
Wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil.
Bedrink je niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de geest jullie vervullen en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de geest jullie ingeeft.
Zing en jubel met heel jullie hart voor de Heer en dank God, die jullie Vader is, altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus
(Efeziërs 5:7-20)

11.5 Verboden terrein

Al deze gevaarlijke zaken, hoewel ze bestaan en hoewel er grote tekenen en wonderen kunnen gebeuren, zijn voor ons eigen bestwil, niet toegestaan voor de mensen.
Uit Gods schepping blijkt dat er geen verbinding kan bestaan tussen licht en duisternis.
Waar de één verschijnt, verdwijnt het ander.
Of misschien beter: waar het licht verdwijnt, ontstaat (automatisch) duisternis.
In het oude testament kunnen de mensen niet verlost worden van de duistere machten en daarom worden afgodendienaars (zij die zich bewust met de demonen verbonden hebben) uitgeroeid uit het volk.
Dit kan dan blijkbaar niet anders, om verdere ‘besmetting” met duisternis van het volk te voorkómen.

In het nieuwe testament is door Jezus Christus zicht gegeven op bevrijding uit deze ‘greep’ van satan.
Ieder die dat wil, kán verlost of losgemaakt worden.
In 1 Korintiërs 10:20 zegt Paulus dat hij niet wil dat wij één worden met demonen (NBG: … dat wij in gemeenschap komen met boze geesten).
Doe niet mee met dit fatale spel van de duisternis.
Begeef je niet op de weg met voetangels en klemmen!
Wie er eenmaal in verward geraakt is, moet veel moeite doen om er weer los van te komen.
Vooral als je het bewust gezocht en je eraan overgegeven hebt.
Maar in alle gevallen is daar de bevrijdende kracht van de geest van God.
Doordat wij in deze kracht van God gaan staan en gebruik maken van zijn openbaring, kunnen we demonen uitdrijven.
Jezus zelf zegt in o.a. Marcus 16:17:
In mijn naam zullen de gelovigen demonen uitdrijven …
Uitdrijven is volgens de grondtekst ook: uitwerpen, (er)uit gooien, verwijderen.

11.6 Gevolgen van contacten met de duisternis

Er is geen raakvlak, geen gemeenschap tussen God en satan!
Welke gemeenschap heeft licht met duisternis?
Geen!
Het één sluit het ander volkomen uit!
Zij die geloven, leven in het licht.
Duisternis is een teken van de heerschappij van satan.
Hoe kan iemand die zegt in het licht te leven, dan nog zeggen ‘zondaar te blijven tot de dood’?
Wie contact zoekt met de duisternis of er zelfs buiten zijn schuld mee in aanraking komt, zal bezet worden door de geestelijke machten van de duisternis, de demonen.

Zijn levenshuis wordt bezet gebied.
Zoals in elke oorlog, zal ook satan iedere gelegenheid benutten om bruggenhoofden te leggen in het voor hem vijandelijke kamp.
In dit geval in het leven van mensen, in jouw en mijn leven.
Want zo wordt de doorwerking van God in dat leven geremd, beperkt of zelfs onmogelijk gemaakt – totdat de persoon in kwestie gaat roepen tot God om uitredding.

Satan kent geen pardon en geen ‘sorry’.
Hij is géén gentleman die respect toont voor jouw persoonlijkheid.
Hij zal je geen toestemming vragen om bij jou ‘binnen’ te mogen komen en te blijven.

Beste lezer, nogmaals: het speelt hierbij nauwelijks een rol of iemand zich er bewust of onbewust mee ingelaten heeft.
Het werkt net als vergif.
Als je het drinkt met opzet of per ongeluk, de uitwerking en de gevolgen zullen in beide gevallen precies gelijk zijn.
Het enige verschil is dat hij die het gif per ongeluk opdronk, geen persoonlijke blaam treft, geen schuld heeft.

Ondanks dat zul je toch geholpen moeten worden!
Let wel: God vraagt aan jou permissie om ‘binnen’ te komen.
Hierin is onze Heer en hersteller totaal anders.
Hij heeft liefde en respect voor jou en Hij schat je hoog.
Hij waardeert je als mens, zoals je bent.
Hij zal dan ook nooit jouw levenshuis ‘kraken’.
Hij klopt bij je aan en vraagt of Hij binnen mag komen, om samen met je te ‘eten’.
Hij biedt jou alles aan wat Hij aan liefde, kracht en Goddelijke heerlijkheid heeft.

Wie kan dan nog ‘nee’ zeggen?

En: ‘samen met jou eten’, wil zeggen: zijn gedachten met jou bespreken en zijn plan aan jou uitleggen.
En: zijn kracht en liefde met jou delen!

Deze uitnodigende daad van God is als voorbeeld voor ons zichtbaar geworden in Jezus Christus.
De mens, in en door wie God laat zien wat Hij bedoelt met zijn bovenstaande aanbod.
Zo is het concreet!

Volkomen in tegenstelling hiermee zijn de gevolgen van de contacten met het rijk van de duisternis.
Ook hiervan zijn concrete voorbeelden te noemen, misschien herken je één of meer bij jezelf of bij anderen, maar hopelijk niet.
Te vermelden zijn:
depressie, (langdurige) zwaarmoedigheid, chronische hoofdpijnen, (onbeheersbare) driftbuien, angst voor van alles en nog wat, allerlei fobieën, geen interesse in het woord van God, afkeer van en angst voor alles wat met de heilige geest te maken heeft, veel ziekteverschijnselen (vooral in de ziel en het zenuwgestel), dwangmatige handelingen en verlangens (bijvoorbeeld sex, drugs, hebzucht, eerzucht, genot), duidelijke vormen van bezetenheid en occulte manifestaties als helderziendheid, helderhorendheid, waarzeggerij, vormen van epilepsie en noem maar op.

Er zijn helaas veel boeken te vullen (en daadwerkelijk gevuld) met het vermelden van voorkomende ziekten, gebreken en afwijkingen!
Satan heeft op veel terreinen in ons leven, op deze manier, kans gezien een behoorlijke vinger in de pap te krijgen.
En we hebben het dan nog niet eens gehad over de vele, vele schijnreligies en filosofische en andere (geestelijke) stromingen die de mens onder de knoet van satan houden.
En die hem het zicht op de ware God onthouden!
De duivel gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij kan verslinden (zie 1 Petrus 5:8).
En dat is hem helaas ‘aardig gelukt’, zo te zien …!
Daarbij ook niet te vergeten: politiek geweld, oorlogen, natuurrampen, (zinloos) ander geweld, teveel om hier alles op te noemen.
De schepping zucht …
Ontwaak, word wakker en denk eens nuchter na!
Wat doe ik hieraan, zowel voor mijn eigen welzijn, als dat van de ander?
Wat kan ik hieraan doen?
En dat natuurlijk niet uit plicht of wet, maar uit pure liefde, zowel voor God, jezelf als voor de ander!
Heb ik mijn naaste lief als mezelf en God boven alles?

11.7 Bevrijding is mogelijk!

Kom niet in paniek als je vanuit deze gegevens tot schrikbarende ontdekkingen bij jezelf of bij een geliefde of vriend of kennis bent gekomen.
Want er is een weg, een manier, om hieraan te ontkomen.
Voor ieder die echt wil.
Door de kracht van zijn geest biedt God jou en mij de mogelijkheid vrij te komen van werkingen van de duisternis.
1 Johannes 3:8 NBG:
Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken van de duivel verbreken zou.
Handelingen 10:38:
Hij (Jezus) trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond Hem bij.

Jezus drijft door de kracht van Gods heilige geest, die in Hem woont, de demonen uit de bezeten, zieke en gebonden mensen.
Jezus vertelt als voorbeeld over zo’n situatie, waar het (levens)huis van iemand onder de ‘bezetting’ ligt van de duisternis (Matteüs 12:22-39).
Iemand zal dat huis moeten binnengaan om eerst de sterke (demon) te binden en dan zal hij zijn inboedel roven.
De geest van God gaat op jouw verzoek bij jou naar binnen, dan wordt de demon gebonden, zodat deze niet meer kan functioneren.
Daarna neemt God door zijn geest de ‘inboedel’ weg, dit is de duistere sfeer en de verkeerde denkwijze die de demon in jou heeft ‘geïnstalleerd’.
Zo word je een vrij mens en is je huis schoon en op orde!
In het bovenstaande verhaal gaat het om een mens die vastgehouden wordt door geesten van stomheid en blindheid.
Jezus bindt deze machten en drijft ze uit; zo geneest Hij deze man.
Nergens lezen we dat Jezus zijn leerlingen opdracht geeft ‘te bidden tot God of Hij de mens zou willen bevrijden van demonen’.

De opdracht is duidelijk:
In mijn naam zullen de gelovigen demonen uitdrijven! (zie Marcus 16:17).
Direct daarna staat dat de gelovigen in onbekende, nieuwe of geestelijke talen zullen bidden!
Hier is dus wel degelijk een verband!
Wie werkelijk vrij wil worden van bezetting en gebondenheid door demonen, zal zich moeten laten bevrijden door iemand die in de naam van Jezus (dit is: in zijn opdracht, op zijn gezag) en (zo) door de kracht van Gods geest kan handelen.
Wat een rijkdom van genade om te kunnen ervaren dat Jezus Christus ook hierin nog steeds dezelfde is.
Dat er kracht van de geest van God is om te overwinnen en zo de werken van de satan te verbreken.
Zo kunnen we de opdrachten van Jezus uitvoeren.
Zoals de Vader Jezus zendt, zó zendt Jezus zijn leerlingen en (indirect) ook óns.
Daarom moeten zij wachten op de gave van Gods heilige geest, de dynamische kracht van God!
Voor óns is deze gave op dit moment volop beschikbaar!

12.1 Informatie

In dit afsluitende hoofdstuk vind je iets meer over het nieuwtestamentische Grieks dat in verband met het onderwerp van deze studie is gebruikt.
Dit is bedoeld als een handreiking om te komen tot een dieper begrijpen van de rijkdom van God voor ons.
Enkele woorden zijn bij het behandelen van het onderwerp nadrukkelijk naar voren gekomen; deze worden hierna herhaald, met toevoeging van extra informatie.

12.2 Doorea - de gave

Dit woord is gebruikt voor: de (‘gratis’) gave van Gods heilige geest.
Dit zelfstandige naamwoord wordt in het nieuwe testament voor geen enkele andere gift of ander geschenk gebruikt dan voor deze speciale gave.
Daar, waar het gebruikt wordt, gaat het steeds over het meerdere van de Heer.
Het is dus kennelijk door de Heer gereserveerd voor deze unieke zaak.
Johannes gebruikt het woord als hij het heeft over het levende water dat Jezus zal geven.
Johannes 4:10:
Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven en wie het is die u om water vraagt, zou u Hém erom vragen en dan zou Hij u levend water geven.’
Vergelijk hiermee Johannes 6:35 en 48, waar Jezus zegt: Ik ben het brood dat leven geeft terwijl Hij, als Hij spreekt over het levende water, zegt: Ik geef het levende water.
Dit levende water, deze ‘doorea’, kan pas komen nadat Jezus verheerlijkt is! (zie Johannes 7:37 en 39).
Levend water is stromend, vers water, er zit leven in.
Bijvoorbeeld water van een stromende rivier.
Dit in tegenstelling tot dood water waarin nauwelijks zuurstof zit en waarin nauwelijks iets kan leven.
Bijvoorbeeld water dat (langdurig) opgeslagen zit in een vat.

Lucas gebruikt dit woord in Handelingen 2:38, 8:20, 10:45 en 11:17 als hij spreekt over de doop in de heilige geest.
Paulus wijst in Romeinen 5:15-17 op het dubbele aspect van het werk van God in verband met Jezus’ verlossingswerk.
a) er is de genade van God – de overvloed van genade;
b) er is de gave (doorea), bestaande in de gerechtigheid van Jezus.

De genade van God in Jezus (a) is in Jezus’ werk op Golgotha, dit houdt de volledige schuldvergeving in;
De gerechtigheid van Jezus (b) is in de verheerlijking, dit betekent de totale vervulling met de geest van God.

In de Efeziërsbrief lezen we dat Paulus een diakonos van de Heer is geworden.
Diakonos betekent ‘dienaar’ of ‘diaken’.
In ruimere zin wordt het gebruikt voor iemand met een dienende taak in dienst van een persoon, bijvoorbeeld een koning.
Efeziërs 3:7
Van dat evangelie ben ik een dienaar geworden door de gave (doorea) van Gods genade die ik ontvangen heb door zijn kracht die in mij werkt.
Vergelijk hiermee Handelingen 1:8 en 9:17.
Aan de leden van de gemeente in Efeze is aan ieder apart de genade gegeven naar de maat waarin Christus haar schenkt (doorea)(zie Efeziërs 4:7).
Nog één uitspraak van Paulus blijft over, waar hij dit woord gebruikt.
2 Korintiërs 9:15:
Laten we God danken voor zijn onbeschrijfelijk geschenk.
Op het eerste gezicht lijkt het niet zo duidelijk, het lijkt een wat vreemde afsluiting van die passage.
Sommige tekstuitleggers spreken dan ook van een ‘slordig slot’.
Maar Paulus heeft het in vers 14 over de buitengewone (of: overtreffende) genade van God die de gelovigen in Korinte hebben gekregen.
En dan dankt hij God voor zijn niet te beschrijven (onuitsprekelijk, onbeschrijflijk) geschenk (doorea).
Het blijkt dat dit doorzichtig genoeg is, vanuit het verband.
Dit vooral omdat het woord ‘doorea’ voor geen andere gave of gift is gebruikt.
Zowel Johannes, Lucas, Paulus en de schrijver van de brief aan de Hebreeën (waarschijnlijk ook Paulus) geven één betekenis aan deze gave: de heilige geest van God.

12.3 Baptisma ‘en’ - baptisma ‘eis’

Het begrip ‘baptisma’ hoeft eigenlijk geen nadere uitleg.
Door heel de Bijbel heen wordt het gebruikt voor ‘onderdompelen’.
Bij het dopen, bij de onderdompeling wordt hiermee uitdrukking gegeven aan het beeld van het één worden met het ‘element’ waarin gedoopt wordt.
Het is dus duidelijk een afbeelding, een uitbeelden van een gebeurtenis die past in het (herstel)plan van God.
Bij het zelfstandige naamwoord baptisma (dat in geschriften buiten het christendom niet wordt aangetroffen) vinden we twee woordjes die een nadere bepaling geven:
baptisma ‘en’;
baptisma ‘eis’.

  1. Baptisma ‘en’ wordt gebruikt bij de beschrijving van het element waarin gedoopt wordt.
    Hier wordt ook de derde naamval gebruikt.
    We vinden deze toevoeging bijvoorbeeld in de beschrijvingen van de doop van Johannes, bij de vier evangelisten.
    Gedoopt in (‘en’) water.

  2. Baptisma ‘eis’ wordt gebruikt om duidelijk te maken wat het beoogde en gerealiseerde doel is waartoe gedoopt wordt.
    In Matteüs en Lucas vinden we deze toevoeging.
    Gedoopt in (‘en’) water, tot (‘eis’) vergeving van zonden, tot bekering.
    Heel duidelijk wordt het in de context van Romeinen 6:3:
    Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in (‘eis’) Christus Jezus, zijn gedoopt in (‘eis’) zijn dood?
    ‘Eis’ betekent: tot, tot éénwording met – hier dus: tot éénwording met de dood van Jezus.
    Het doel waarvoor wij gedoopt zijn, is door geloof één zijn met de dood van Jezus.
    Vergelijk Handelingen 19:3:
    En Hij zei tegen hen: Waarin zijn jullie dan gedoopt? En zij zeiden: In de doop van Johannes.
    Er zijn leerlingen van Jezus gedoopt ‘eis’ de doop van Johannes (de doop van bekering), maar ze moeten opnieuw gedoopt worden ‘eis’ de naam van Jezus (zie vers 5).

En daarna heel belangrijk, vers 6:
En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de heilige geest op (over) hen en zij spraken (in) geestelijke talen (tongen) en profeteerden.
Dus ook hier zien we dat niemand ‘automatisch’ de geest van God ontvangt!
Uit wat hiervoor staat blijkt duidelijk van hoeveel waarde de doop van Jezus is.
Wij worden geacht één te zijn met zijn dood, door de doop!
De doop is een sterk wapen in onze geloofsstrijd tegen de leugens van satan.
Een duidelijk fundamentele zaak!
Zo worden we door de doop in Gods geest één met de kracht van Jezus.
De waterdoop maakt ons (als beeld) één met de dood van Jezus, waardoor wij de totale schuldvergeving hebben gekregen.
Dat is de basis van alle andere zegeningen in de geestelijke wereld (zie Efeziërs1:3) die God óók nog aan ons wil geven.

De doop in de heilige geest van God maakt ons één met de verheerlijking van Jezus Christus.
Dat wil zeggen dat Christus in en door ons zijn grootheid kan laten zien.

Merk op dat in de brief aan de Hebreeën deze beide dopen (2 x zelfstandig naamwoord) in één adem worden genoemd als onderdeel van het fundament van het geloof (zie Hebreeën 6:2).

12.4 Pneumatika

Dit is een veel gebruikt woord in het nieuwe testament, vooral in verband met de werkingen van Gods geest in de gemeente van Korinte.
Het betekent: het geestelijke, door de geest van God bezielde, bij de geest van God behorend, van de geest.
Zo wordt hiermee een duidelijk onderscheid gemaakt tussen het geestelijke (pneumatikos), het natuurlijke (psychikos) en het stoffelijke, het vleselijke (sarkikos).
Het woord pneumatikos wordt onder andere gebruikt samen met:

de wet
Romeinen 7:14 - Wij weten immers, dat de wet geestelijk (of: het werk van de geest) is;
goederen
Romeinen 15:27 … want als de heidenen aan hun geestelijke goederen deel hebben gekregen.
1 Korintiërs 10:3 - En ze aten allemaal hetzelfde geestelijke voedsel.
de mens
1 Korintiërs 2:15 - Maar de geestelijke mens (of: de mens die de geest wel bezit) beoordeelt alle dingen …
1 Korintiërs 3:1 - Maar, broeders en zusters, ik kon tot u niet spreken als tot geestelijke mensen.
1 Korintiërs 15:44 - Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt. Wanneer er een aards lichaam is, is er ook een geestelijk lichaam.
de gemeente
1 Petrus 2:5 - _… en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel.
Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn._
uitingen van de geest
zie 1 Korintiërs 12 en 14
liederen
Efeziërs 5:19 - … en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de geest (van God) u ingeeft.
en in algemene zin:
1 Korintiërs 2:13 - Daarover spreken wij, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de geest het ons leert: wij verklaren het geestelijke met het geestelijke.
1 Korintiërs 9:11 - Als wij geestelijke zaken onder u hebben gezaaid …

Ditzelfde woord wordt ook gebruikt in verband met de machten van de duisternis, de demonen (zie Efeziërs 6:12).
De nadruk ligt dus op het ‘uit de geest’ en niet op het ‘uit de mens’ zijn.
De pneumatika van de geest ontstaan dus niet uit menselijke bronnen, maar vanuit Gods heilige geest.

12.5 Charismata

Zoals al eerder is aangegeven: een charisma is een bijzondere openbaring van de geest van God om een bepaald voorgenomen doel te realiseren.
De duur van deze openbaring hangt af van het bereiken van dit beoogde doel.
Er is verscheidenheid in genadegaven (charismata) of: er zijn verschillende gaven (zie 1 Korintiërs 12:4).
Naast de gaven van genezingen zijn er nog veel andere charismata.

Timoteüs heeft bij de inzegening in zijn bediening een genadegave toegezegd gekregen.
In 1Timoteüs 4:14 staat:
Veronachtzaam de genade (charisma) die je geschonken is niet; je dankt haar aan de profetische woorden die de raad van oudsten over jou, onder handoplegging, heeft uitgesproken.
En 2 Timoteüs 1:16 zegt:
Daarom spoor ik je aan het vuur brandend te houden van de gave (charisma) die God je schonk toen ik je de handen oplegde.
Het is duidelijk dat hier handoplegging heeft plaatsgehad om Timoteüs in zijn opdracht, zijn bediening, te bevestigen.
Er is daarvoor voor hem gebeden door de gezamenlijke oudsten.

Laat ieder van u de gave (charisma) die hij van God gekregen heeft, gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt (1 Petrus 4:10).
Ieder, zo op zijn eigen plaats, met zijn eigen taak, met zijn eigen charisma
… totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom (grootte) gekomen volheid van Christus (Efeziërs 4:13).

Een genadegave tot uitredding uit nood, uit groot doodsgevaar … Paulus en Timoteüs (zie 2 Korintiërs 1:10).

Paulus krijgt een speciaal charisma (zie 1 Korintiërs 7:7).
In verband met het feit dat hij niet getrouwd is, heeft hij het over een charisma.
Ieder kan zo zijn eigen bijzondere charisma hebben of krijgen.
Als we nog eens de betekenis van charisma gaan invullen, dan kunnen we concluderen: God gebruikt de ‘gave’ om tot het door Hem beoogde doel te komen in ons leven.

12.6 Arraboon - onderpand

Driemaal wordt van het ontvangen van Gods geest in de Bijbel gezegd dat het een onderpand is van onze erfenis.
2 Korintiërs 1:22 – … die ook zijn zegel op ons gedrukt en de geest tot onderpand in onze harten gegeven heeft.
(NBV: … heeft gewaarmerkt als zijn eigendom en ons als voorschot de geest gegeven heeft.
2 Korintiërs 5:5 – God is het, die ons juist dáártoe bereid heeft en die ons de geest tot onderpand gegeven heeft.
(NBV: Hiervoor heeft God zelf ons gereedgemaakt, door ons de geest als onderpand te geven.
Efeziërs 1:14 – … die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij zich verworven heeft, tot lof van zijn heerlijkheid.
(NBV: … als voorschot op onze erfenis, opdat allen die Hij zich heeft verworven, verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid.
Een ‘onderpand’ of een ‘waarborgsom’ of een voorschot is iets dat men geeft als bewijs en garantie dat men een verschuldigd bedrag (later) ook in zijn totaliteit zal betalen.

Het is duidelijk dat we in ons sterfelijke lichaam onmogelijk de hele volheid of heerlijkheid van God kunnen uitwerken en bevatten.
In 2 Korintiërs 5:4 gaat het erover dat ons sterfelijk lichaam door het leven zal worden ‘verslonden’.
Vers 5 zegt dat God ons juist dáárvoor bestemd heeft!
En dat Hij daarom zijn heilige geest als ‘eerste aanbetaling’ hiervoor heeft gegeven.
Zijn totále luister voor ons kómt dus nog!
Het doel dat God met ons heeft is dus dat wij een onsterfelijk opstandingslichaam krijgen, net als Jezus dat heeft na zijn opstanding.
En dat we dat alleen kunnen bereiken doordat de geest van God in ons woont en werkt met zijn gaven en liefde.

Dát is onze erfenis!

We hebben nu nog ‘slechts’ een aanbetaling van deze erfenis gekregen, een voorschot.
Gods geest heeft zich nog niet ten volle in ons kunnen ontwikkelen.
Als het voorschot, het onderpand ons al zo rijk maakt, hoe rijk zal dan niet de hele erfenis ons maken?!
Als wij de liefde najagen en streven naar de uitingen van Gods geest (zie 1 Korintiërs 14:1), dán zullen wij uiteindelijk de hele erfenis van God krijgen: ons opstandingslichaam!
Daarna zal de heerlijkheid van God in en door ons nog verdergaan, maar daarover kunnen we ons nu nog nauwelijks een voorstelling maken!
De Bijbel geeft daarover in elk geval niet veel details, wel een persoonlijke ervaring van Paulus.
En ik (Paulus) weet van die persoon – of het in het lichaam of buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het – dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft, die het een mens niet geoorloofd is uit te spreken (2 Korintiërs 12:3 en 4).

12.7 Bidden in de heilige geest

Bij de bespreking van het spreken van geestelijke talen is het ‘bidden in de geest van God’ al aan de orde geweest.
In 1 Korintiërs 14:13 en 14 heeft Paulus het over het spreken van geestelijke talen in de gemeente.
In vers 15 spreekt hij van het ‘bidden met mijn geest’.
Aangezien dit slaat op de vorige verzen, kunnen we hieruit de conclusie trekken dat Paulus hiermee het spreken van geestelijke talen bedoelt.
1 Korintiërs 14:14 en 15
Daarom moet iemand die (in) geestelijke talen (NBV: klanktaal) spreekt, bidden om de gave die te kunnen uitleggen.
Dus wat moet ik doen?
Ik moet bidden met mijn geest, maar ook met mijn verstand; ik moet zingen met mijn geest, maar ook met mijn verstand.

Ik zal bidden met mijn geest, kan ook vertaald worden en dat is logischer, als: bidden in/door Gods geest – ‘en pneumati’.

In de grondtekst staat het bezittelijk voornaamwoord ‘mijn’ ook niet!
Hier is dus ‘bidden in de geest’ gelijk aan het spreken van of bidden in geestelijke talen.
Efeziërs 6:18:
En bid daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de geest.
Deze tekst vormt de afsluiting van de adviezen die Paulus geeft wat betreft het voeren van onze geestelijke strijd tegen de overheden en de machten van de duisternis.
En bid daarbij … bij elke gelegenheid in de geest (‘en pneumati’) – ook hier weer: het bidden in of spreken van geestelijke talen.
Judas:20:
Maar jullie, geliefden, bewaar jezelf in de liefde van God, door jezelf op te bouwen in je allerheiligst geloof en door te bidden in de heilige geest … (en pneumati).
Let wel: al deze uitspraken corresponderen met de tekst van 1 Korintiërs 14:15 … bidden in geestelijke talen!

Tenslotte:
Romeinen 8:26 en 27:
En ook zo komt de geest (van God) onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.
En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling van de geest, dat hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit.

Hier zien we een activiteit van Gods geest in de harten van gelovigen, in hun inwendige mens, hun gedachtenleven.
Onder alle omstandigheden komt God ons door zijn geest te hulp, ook en vooral in de moeilijke.
Daarom kan deze ook onze pleitbezorger genoemd worden, hij die ons bij God vertegenwoordigt.
Alle commentaren wijzen dan ook naar de ‘glossolalie’ van Korinte, zij het soms aarzelend, omdat men niet precies weet wat het bidden in geestelijke talen is.
We kunnen zonder enige aarzeling zeggen dat het bidden in/door de (heilige) geest hetzelfde is als het spreken van of het bidden in geestelijke talen.

12.8 De (kerk)historie als bewijsgrond?

Hoe vaak wordt er niet gezegd dat men wél in de uitingen van Gods geest wil geloven, als vanuit de historie van de kerk te bewijzen valt dat deze gaven er altijd geweest zijn.
En dit geldt vooral voor de uiting van het bidden in geestelijke talen.
Toch wel vreemd!
Alsof de geschiedenis bewijsgrond zou zijn voor de waarheid van God.
Helaas weten veel mensen niet beter.
Door de eeuwen heen is aan deze waarheid van God vaak ontzettend veel tekort gedaan door zogenaamde christenen.
Dat de ‘kerk’ behoorlijk het spoor bijster is geraakt, bewijzen wel de gruwelijke daden die door haar ‘namens God’ zijn verricht.
Miljoenen mensen zijn door haar vervolgd, gemarteld en afgeslacht!
Hieraan kun je duidelijk zien wie haar inspirator al die tijd is geweest (en nog vaak is), namelijk de dief, die alleen komt om te roven, te slachten en te vernietigen (zie Johannes 10:10).

In elk geval niet de heilige geest van God!
Ondanks die donkere tijden hebben de ware christenen altijd vastgehouden aan de doop in en de vervulling met de geest van God, mét zijn gaven en en mét zijn vrucht.
Niet opvallend, maar ‘ondergronds’ is het vuur altijd blijven branden.
Zie voor een uitgebreide studie hierover de toelichting op het boek Openbaring.

Ondanks visies en leringen van mensen die zeggen dat de gaven alleen voor de beginperiode van de gemeente zijn, of horen bij een bepaalde ‘bedéling’ (periode in de heilsgeschiedenis) is de geest van God altijd in oprechte gelovigen blijven werken en wonen.
Ook zijn er veel ‘mislukkingen’ te noemen, veel ‘geestdrijverij’, veel excessen.
Veel humbug, door de satan geïnspireerd en bewerkt, via ‘vrome’ mensen.
Niet de (niet al te fraaie) kerkhistorie zal ons dus moeten overtuigen.
Dat doet alleen het pure woord van God!
We zullen dan ook niet afknappen op slechte ervaringen die andere mensen meemaken, of wij zelf, of op misstanden in gemeenten en kerken.
Nee, alleen wat Gód zegt is bepalend voor ons geloof!
We zullen naar Hem toegroeien, die het hoofd is van de gemeente, als we ons aan de waarheid (vast)houden (zie Efeziërs 4:15).

Romeinen 10:17 zegt:
Het geloof is uit het horen en het horen door het woord van Christus.
Of: Door te luisteren komt men tot geloof en wat men hoort is de verkondiging van Christus.

De verkondiging van Christus is dat de mens Jezus is gedoopt in en vervuld met de heilige geest van God.
Hij is gezalfd met de heilige geest en met kracht (zie o.a. Handelingen 10:38).

Christus betekent ‘Gezalfde’.
Verder is de verkondiging van Christus: wij kunnen worden als Hij!
Als wij christen (‘kleine Christus’) zijn, zijn ook wij ‘gezalfd’ met Gods geest, tenminste als je zeker weet dat de geest van God in je woont (zie Romeinen 8:9).
En dat wéét je (pas) zeker als je in geestelijke talen kunt bidden!
Toch bijzonder mooi van God dat Hij ons dit onmiskenbaar duidelijke bewijs heeft gegeven!!
Wat een zekerheid voor onszelf!

12.9 Orakel - mysteriegodsdiensten

Er blijkt bij mensen bezorgdheid te bestaan over de mogelijkheid dat de geestelijke talen wel eens een lelijke nabootsing van satan zouden kunnen zijn.
Deze humbug, dit bedrog van satan bestaat inderdaad.
Ook nu zijn er allerlei religieuze stromingen met een soort ‘vreemde extatische taal’.
In de dagen van het ontstaan en het leven van de gemeente in Korinte gaat niet alles er even ‘heilig’ aan toe in de samenkomsten.
Paulus moet duidelijke correcties geven.
Met name het bidden in geestelijke talen gebeurt er erg chaotisch en moet ‘ordelijk’ gemaakt worden.
Deze gemeente leeft in de zeer mondaine wereldstad Korinte.
Deze stad is overbekend als dé uitgaansstad, dé stad van plezier!
Als hoofdstad van Achaje is het ook de ‘hoofdstad’ van het losbandige leven.
En dat niet alleen!
De heidense religies hebben daar een goede voedingsbodem.
Verschillende mysteriegodsdiensten en tempeldiensten verzamelen zich in Korinte.

Eén van de kenmerken van deze religies is dat ze, naast hun bekendheid om de ‘tolerantie’ ten aanzien van leefgewoonten, bijzonder attractief zijn door orakels, magie, mantiek (astrologie), inwijdingsriten en gewijde prostitutie (zowel hetero- als homofiele).
De taal van de orakels (orakeltaal) is de imitatie van het spreken van door de geest van God geïnspireerde talen.
Toch is er een groot verschil.
Er is zo’n groot verschil dat er voor Paulus kennelijk geen reden is om te waarschuwen tegen de mogelijkheid dat geestelijke talen en orakeltaal gelijk zouden zijn.
De orakels zijn door de ‘goden’ (demonen) geïnspireerde boodschappen die de ingewijden krijgen.
Daarbij is sprake van trance.
De priesteressen verliezen hun bewustzijn en komen in een soort verdwaasde droom- (trance)toestand.
Zo spreken zij hun orakeltaal, met uitleg.
Bij de uitingen van Gods geest vinden we nooit melding van het verliezen van de controle over je eigen geest.
De wil en het verstand blijven volledig functioneren als iemand onder de bezieling of inspiratie van de heilige geest van God is.

Gods geest maakt niet verdwaasd!
Gods geest brengt niet in trance!
Gods geest doet je niet neervallen of laat je niet onbeheerst lachen!

Het is dus wel heel logisch dat Paulus niet waarschuwt tegen humbug- of duivelse talen.
En als er ooit een waarschuwing in deze richting gegeven zou moeten zijn, dan zou het dáár (in Korinte) zijn, waar al zo’n wanorde in het gebruik van de uitingen is!
Maar, nee hoor!
Geen enkele reden dus om bang te zijn!
Als bovendien de uitingen van Gods geest worden getoetst aan zijn woord, aan de persoon door wie ze werken en aan de controleerbaarheid van hun resultaten, dan is er geen enkele reden om te denken dat je met de uitingen van zijn geest verkeerd kunt uitkomen!

Nawoord

Het diepe verlangen van God is dat je door het lezen van deze studie dichter bij Hem zult komen.
God geeft zo veel!
Het onderwerp over zijn heilige geest zou nog veel uitgebreider kunnen worden behandeld, met meer verwijsgegevens.
Wel is uitgebreid plaats gegeven aan de behandeling van het onderwerp ‘spreken van of bidden in geestelijke talen’.
Dit is niet omdat dit de belangrijkste gave zou zijn (wie bepaalt dit?), maar wel omdat het de basis vormt voor alle andere uitingen van Gods geest en een optimale en continue gemeenschap met God mogelijk maakt.

Beste lezer, de ontwikkelingen in deze tijd gaan erg snel.
De kennis neemt gigantisch snel toe, zowel in natuurlijk als in geestelijk opzicht.
De wetteloosheid ontwikkelt zich ook in een razend tempo, wat een teken is van het groeiende werk van satan in mensen.
Maar ook is het zo, dat ‘wie rein is, steeds reiner wordt’.
Openbaring 22:11 zegt:
Wie onheil aanricht zal nog meer onheil aanrichten en wie onrein is zal nog onreiner worden.
Wie goed doet zal nog meer goed doen en wie heilig is zal nog heiliger worden.

De schepping wacht in grote spanning (met reikhalzend verlangen) op het openbaar worden van de zonen van God.
Ondanks het feit dat de invloed van satan toeneemt, neemt de kracht van Gods geest in zijn gemeente des te meer toe!
Daardoor kunnen wij overwinnen op de machten van de duisternis!
Door de enorme kracht en de wijsheid van God.
Laten we ons NU richten op het plan van God met de mens.
Laten we NU steeds meer gaan ontdekken wat voor bijzondere mogelijkheden hierin NU voor ons liggen!

Je leven vliegt voorbij, het is ‘over en uit’ voordat je het eigenlijk beseft.

Verzamel je daarom geen schatten op aarde, maar in de hemel.
De eerste kun je niet meenemen, de laatste zijn blijvend!
Schatten in de hemel zijn: de vervulling met de geest van God (gaven en vrucht) en het daardoor gelijkvormig worden aan het beeld van Jezus Christus.

We hoeven niet tevreden te zijn met ‘alleen’ schuldvergeving en te zijner tijd mogelijk (…) een (bescheiden) plaatsje in de hemel!
Dit is een gedachte die tegen het wezen en de grootheid van God ingaat!
Hij wil zichzelf, nú al, helemaal aan ons geven!
Heel concreet, dus: door de doop in en de vervulling met zijn heilige geest!
En wat ná dit ‘onderpand’ volgt is onbeschrijflijk mooi en groots!
We kunnen dat nu nog niet beseffen!
Maar het zal wél zijn: God alles in allen …!

En zó is Jezus Christus, door de inwonende geest van God met ons, alle dagen van ons leven!
Tot aan de voltooiing van dit tijdperk, ‘deze wereld’ (zie Matteüs 28:20).
(Efeziërs 3:18 en 19 NBG, resp. NBV)
Geworteld en gegrond in de liefde, zullen jullie dan, samen met alle heiligen, in staat zijn te begrijpen, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat jullie vervuld worden tot alle volheid van God.

Dan zullen jullie met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat jullie zullen volstromen met Gods volkomenheid.