Geest van God

3. De uitingen van de heilige geest

Gaven in de gemeente

Het is voor ons ook nodig om te bedenken dat Paulus niet spreekt tegen mensen die er niets van afweten, maar tegen hen die wel degelijk op de hoogte zijn van de uitingen van de geest.
Alleen weten ze niet goed hoe ze deze effectief en ordelijk moeten gebruiken.
In de hoofdstukken 12 en 14 van 1 Korintiërs gaat Paulus hier uitgebreid op in.
Hij begint met de veelheid aan mogelijke openbaringen van God op te noemen.
Hij gaat, ter wille van het onderricht, enig onderscheid aanbrengen.
Onderscheid betekent niet altijd: scheiding!
Tussen alle activiteiten van de Heer bestaat een onderlinge harmonische verbinding.

We lezen dan in 1 Korintiërs 12 over:
uitingen van de geest (pneumatika);
genadegaven (charismata);
bedieningen (diakonia);
werkingen (energémeta).

Een korte omschrijving vooraf:
Uitingen van de heilige geest zijn spontaan gewekte, geestelijke openbaringen; sommigen noemen deze uitingen ‘gaven van de geest’.
Bij ‘gaven’ wordt meer de indruk gewekt van het in bezit hebben.
Het gaat in dit hoofdstuk over de manier waarop de geest zich in ons wil uiten, nadat wij de gave (doorea) hebben ontvangen.
Genadegaven zijn bekrachtigingen die verleend worden voor bepaalde situaties.
Deze blijven totdat het doel bereikt of de taak vervuld is.
Bedieningen zijn door God verleende opdrachten en taken en ingestelde functies.
Werkingen zijn alle veelvuldige openbaringen van de energie, de kracht van God.

Het is werkelijk geweldig dat het dezelfde God is die alles in allen bewerkt (zie 1 Korintiërs 12:6).
En God wil aan een ieder de openbaring van zijn geest geven tot welzijn of nut van allen (zie vers 7).
Het is niet een stukje show, tot vermaak.
Het is de werking van zijn kracht tot welzijn, tot nut van allen in de gemeente en via deze weg ook voor buitenstaanders.
In de samenkomsten van de gemeente, waar het in 1 Korintiërs 12 in eerste instantie over gaat – het is een instructie tot gebruik van de gaven als de gemeente samenkomt – laat Gods geest, zoals hij het wil, het nodig acht, de uitingen tot werking komen, doordat hij uitdeelt.

En aan wie deelt hij uit?
Aan hen die God daarom vragen, die de liefde najagen en naar de gaven van de geest streven!
Het gaat om de levende en actieve functie van de gemeente.
Allen zijn erbij betrokken.
Er is bij God geen aanzien van de persoon.
Ieder die vervuld is met Gods geest mag rekenen op de inspirerende en openbarende werking van deze geest in hem of haar.
Wat is het groot van God om ons zo intensief te betrekken bij zijn handelen in deze én in de geestelijke wereld.
Het is voor ons een oneindig grote mate van liefde van God om onder de bezieling, het ‘en-thou-siasme’ (het ‘in God zijn’) van de heilige geest te mogen zijn.

Het is bedoeld voor elke serieuze gelovige.
Wat betreft de uitingen van de geest wil ik jullie niet onkundig laten …
Als je wilt, gaan we deze verschillende grootse uitingen met elkaar bespreken.
God heeft voor ons een woord vol levenskracht, vol van de rijke, sterk makende kracht van Jezus Christus.
Zo heeft God het gewild.
Zo kan God zich laten zien in zijn volk.
Zo komt het koninkrijk van God dichtbij.

Nu volgt de opsomming van de negen uitingen van Gods geest.
Onder leiding en aansturing van het hoofd, Jezus Christus, kan het lichaam in al zijn onderdelen (leden, ledematen) geestelijk functioneren door de heilige geest die in de leden persoonlijk en afzonderlijk is uitgestort.
Er is geen biologische samenhang.
De vele niet-biologisch-met-elkaar-verbonden leden vormen een geestelijk organisme door de geest van God.
Door inspiratie, door openbaring, door kracht-impulsen kan de Heer bezielen.
Hij deelt uit.

Zo ontstaat een levendig samenwerken tot opbouw en groei van het lichaam en daardoor weer tot dienstverlening van God in en aan de wereld.
Alle leden horen er actief bij betrokken te zijn.
Daarom is het nodig, dat alle leden, afzonderlijk, in die éne geest gedoopt zijn.
Wanneer de gemeente samenkomt, kunnen uiteraard niet alle leden zich op hetzelfde moment uiten.
Dat zou een chaos worden.
In Korinte was dat gebeurd, vandaar (‘gelukkig maar voor ons!’) Paulus’ brief!
Daarom is er een wijs toedelen van uitingen door God aan de verschillende leden van het lichaam.
De ene keer zó, de andere keer anders, al naar gelang de situatie het (in Gods ogen) nodig maakt.
De ene keer de één dit en de ánder dat; maar de volgende keer misschien precies omgekeerd.
Zo verdeelt God door zijn heilige geest in zijn wijsheid, zoals Hij dat nodig acht.

Hier wordt de harmonie van het samen onder de éne geest staan, in zijn inspirerende werking, heel duidelijk.
God is immers een God van orde.
Welke uitingen vinden we nu in Korinte?
Het zijn er negen en in de volgorde die de Bijbel geeft, zijn het:
wijsheid;
kennis;
geloof;
gaven van genezingen;
werkingen van krachten;
profetie;
onderscheiding van geesten;
spreken in (of: van) geestelijke talen;
vertaling of uitleg van geestelijke talen.

We kunnen ze, naar de inhoud van hun karakter, in drie groepen onderverdelen.
Elk van deze drie groepen geeft een eigen bijzonder kenmerk van de daarbij behorende uitingen.
Er zijn:
drie uitingen van inspiratie;
drie uitingen van openbaring;
drie uitingen van kracht.

Er bestaat dus een onderling verband tussen de verschillende uitingen.
Meerdere uitingen functioneren samen.
Daarom waarschijnlijk heeft de Heer hier geen schematische indeling gegeven.
De uitingen komen alle uit dezelfde Bron!
Voor het verkrijgen van meer inzicht gaan we ze behandelen in het kader van de drie groepen.
We willen ons houden aan de oproep van Paulus:
streef naar de uitingen van de geest;
probeer uit te munten tot opbouw;
steeds als jullie samenkomen, heeft ieder iets.

Deze drie groepen van drie zijn:

Inspiratie-uitingen
a. verschillende geestelijke talen;
b. vertaling of uitleg van geestelijke talen;
c. profetie.

Openbarings-uitingen
a. woord van wijsheid;
b. woord van kennis;
c. onderscheiding van geesten.

Kracht-uitingen
a. geloof (wonderen bewerkend geloof);
b. gaven van genezingen;
c. werkingen van krachten.

We onderstrepen nog eens:
Aan een ieder wordt de openbaring van de geest gegeven, tot nut en welzijn van allen.