Geestelijk denken

6. De vergelijking van de kostbare parel

Wie is de zoeker naar de kostbare parel?

De vergelijking van de kostbare parel is geen doublure van die van de schat in de akker.
Maar zij laat ons het plan van God zien voor de mens die Hij redt, vanuit een andere gezichtshoek in de geestelijke wereld.
Bij de vergelijking van de schat in de akker ligt het volle accent op het werk van Jezus Christus die het geheim van het koninkrijk van de hemel ontdekt.
Dit betekent de bevrijding en het herstel van de mens en zijn doorgroeien tot de volmaaktheid.
De basis hiervan is dat Jezus Christus zijn schuld heeft betaald door zijn leven hiervoor te geven (zie ook hierboven en de toelichting bij Openbaring 1:5).

In de parabel van de parel ligt het volle zwaartepunt bij de tegenstander van God, satan, die zijn heerschappij over de mensheid moet loslaten.
Om dit duidelijk te maken, bepalen we ons eerst bij hen die zoekers van mensen (parels) zijn:
God zoekt, want Jakobus 4:5 (NBG) zegt:
Of menen jullie dat het Schriftwoord zonder reden zegt: De geest, die Hij in ons deed wonen, begeert Hij met jaloersheid?

God wil zich verbinden met de menselijke geest.
Hij wil in en vanuit zijn liefde met de mens samenleven en samenwerken.
Hij wil dat de menselijke geest voor eeuwig zijn partner zal zijn.
Dit plan laat God nooit los, ook niet na de val van de mens.
Want zeker zal deze eens op de troon van God plaatsnemen.
De mens Jezus Christus, die deze plaats al heeft ingenomen, is hiervoor de garantie.
Wie overwint zal samen met Mij op mijn troon zitten, net zoals Ik zelf overwonnen heb en samen met mijn Vader op zijn troon zit (Openbaring 3:21).

De Vader zoekt gemeenschap met de mens, zoals Jezus zegt:
Maar er komt een tijd en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, Hem aanbidt in (of: door de) geest en in waarheid.
De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden …
(Johannes 4:23).

Want God is geest (zegt vers 24) en Hij zoekt die mensen die met hun geest bezig zijn in de geestelijke wereld, daar waar Hij is.
Bidden en aanbidden houden een bezig zijn in de geestelijke of onzichtbare wereld in.

Jezus zoekt, want Lucas 19:10 zegt:
De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.
‘Verloren zijn’ wil zeggen dat je niet (meer) met God leeft, maar geïnspireerd en geleid wordt vanuit het rijk van de duisternis.
Zo kunnen de demonen over je heersen; zij kunnen je zowel geestelijk als lichamelijk ziek maken en allerlei (andere) ellende doen ervaren.

Maar Jezus zoekt juist deze mens om hem te herstellen naar geest, ziel en lichaam.
… Jezus van Nazaret, hoe God Hem met de heilige geest en met kracht heeft gezalfd.
Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen die door de duivel overweldigd waren; want God was met Hem
(zie Handelingen 10:38 NBG).
Ook is Hij is de goede herder die het verlorene zoekt totdat hij het vindt (zie Lucas 15:4) en die zijn leven inzet voor zijn schapen (zie Johannes 10:11).

Ook de duivel zoekt.
Van de duivel, onze vijand, wordt meegedeeld dat hij rondzwerft als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij kan verslinden (zie 1 Petrus 5:8).
Hij wil mensen tot bezet gebied maken door ze te binden aan demonen.
Zo wil hij door hen heen zijn slechte daden in deze wereld laten zien en uitwerken.

Hij is ook begerig naar de ‘de vrouw’ van Christus, de gemeente.
Hij wil de plaats op Gods troon innemen die voor háár bestemd is (zie Jesaja 14:13 en 14 en de toelichting bij Openbaring 12:7-8).
En via haar wil hij die plaats bereiken, maar wat hem niet zal lukken.
Gedreven zoekt hij naar mensen, net als deze koopman naar mooie parels, om ze in zijn bezit te krijgen.
Hoe deze handelaar de parels in zijn bezit gekregen heeft, vermeldt de vergelijking niet.
Maar van satan staat dat hij het stelen bepaald niet schuwt.
Want hij komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen (zie Johannes 10:10).

We zien dus dat deze mensen niet van hun ontstaan af zijn eigendom zijn, net als dat de parels niet altijd in het bezit zijn geweest van de handelaar.
De mens is niet vanaf zijn geboorte onderworpen aan de duisternis, maar hij krijgt er wel heel snel mee te maken.
Al vanaf zijn jeugd wordt hij in meerdere of mindere mate door de duistere geesten geïnspireerd en gedwongen om slecht te denken en te handelen.
Genesis 8:21 zegt daarom:
… want alles wat de mens uitdenkt, van zijn jeugd af aan, is nu eenmaal slecht.

Niet dat hij een slechte natuur heeft (zie de studie Erfzonde), nee hij wijkt af en wat afwijkt heeft er dus in het begin wel bijgehoord.
Romeinen 3:12:
Allen hebben ze zich áfgewend, heel de mensheid is verdorven.
Er is geen mens die nog (…) het goede doet, er is er zelfs niet één.

Dit geeft duidelijk de eigen keus van de mens aan.
Zo wordt de mens van een geestelijk mens een natuurlijk mens die geen inzicht heeft in de geestelijke wereld en ‘daar’ wordt hij het slachtoffer van de demonen.
Romeinen 7:14 NBG:
Wij weten immers, dat de wet geestelijk is; ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde.
Wie onder de zonde leeft is dus door de vijand overmeesterd en bezet gebied.
Zo eigent satan, net als de handelaar, zich zijn parels stuk voor stuk toe.