Geestelijk denken

5. De vergelijking van de schat in de akker

De verborgen schat ontdekt

De ‘mens’ die de schat ontdekt is Jezus, de Mensenzoon.
Hoe komt Hij aan zijn evangelie van het koninkrijk van de hemel?
Het antwoord is: Hij kent het woord of de gedachten van God, waarbij Hij geïnspireerd wordt door de geest van God.
Bij Hem rijpen deze gedachten omdat Hij doordringt in het wezen van de profetieën uit het oude testament.
Want deze zijn niet bestemd voor een natuurlijk volk, maar voor het geestelijke volk van het nieuwe verbond.
Want: Wat die redding inhoudt, trachtten de profeten te achterhalen toen ze profeteerden over de genade die u (de gemeente, ons) ten deel zou vallen (1 Petrus 1:10).
Redding = soteria = herstel.

Hij is de eerste mens die inziet dat deze profetieën in het nieuwe verbond op een geestelijke manier vervuld worden.
Hij ontdekt de oorsprong van goed en kwaad in de geestelijke wereld.
Hij laat zien wie de duivel is.
Die het onkruid gezaaid heeft, is de duivel (zie Matteüs 13: 39).
De Zoon van God is dan ook verschenen om de daden van de duivel teniet te doen (zie 1 Johannes 3:8).

Jezus vertelt ook over de hemelse Vader en zijn heilige engelen en Hij belooft de geest van God te geven aan de mensen die in Hem geloven.
Hij wijst de weg om de volledige waarheid te ontdekken, dat is die in in de geestelijke dimensie.
Door zijn evangelie worden mensen geestelijk gevormd, zoals God dat vanaf het begin in zijn eeuwige plan met de mens vastlegt.
Jezus ziet deze tot dan toe verborgen geestelijke schat van het koninkrijk van de hemel liggen.
Hij ontdekt haar door intensief bezig te zijn met de dingen van zijn Vader (zie Lucas 2:49), daarbij geleid door Gods heilige geest.

Zoals besef van goed en kwaad van nature in het innerlijk van de mens aanwezig zijn (zie Romeinen 2:14), zo zijn de gedachten van God in Jezus gegrift.
Hij vindt deze schat, want Hij zegt:
Hij die van boven komt staat boven allen, wie uit de aarde voortkomt is aards en spreekt de taal van de aarde.
Hij die uit de hemel komt en boven allen staat, getuigt van wat Hij gezien en gehoord heeft en toch wordt zijn getuigenis door niemand aanvaard
(Johannes 3:31 en 32).

Hij leert de bedoeling van God met de mens kennen en daarom kan Hij zeggen:
Jullie dan zullen volmaakt zijn, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is (Matteüs 5:48 NBG).
Hij weet dat in deze wereld een gemeente van volmaakte, geestelijke mensen gevormd zal worden.

Over deze verborgen zaak zegt Paulus:
Maar het is zoals geschreven staat: Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie Hem liefheeft (1 Korintiërs 2:9).
Jezus ziet dat het koninkrijk van God binnen in de mens is.
Wanneer de geestelijke mens tevoorschijn komt, wordt tegelijk ook het koninkrijk van God zichtbaar.
Het klimaat van dit koninkrijk bestaat uit gerechtigheid, vrede, vreugde en kracht door de geest van God (zie Romeinen 14:17).

We zien dat Jezus de schat opnieuw verbergt.
Want Gods koninkrijk is niet te vinden door mensen die niet streven naar geestelijk inzicht.
Zij worden daarom onverstandig, dwaas of dom genoemd.
Ook zijn zij traag van begrip, wat zijn oorzaak vindt in een aardsgerichte manier van denken over het geestelijke koninkrijk van God (zie Lucas 24:25).
Zij worden in beslag genomen door aardse wijsheid en daarvan zegt Jakobus in 3:15:
Dat soort wijsheid komt niet van boven; ze is aards, ongeestelijk, demonisch.

Maar zij die op een ‘verstandige manier’ kunnen nadenken over de nog verborgen ontwikkelingen in deze laatste tijd, zullen begrijpen wat deze te betekenen hebben (zie Daniël 12: 9 en 10).
Jezus zegt in dit verband over de onverstandige mensen:
Dit is de reden waarom Ik in gelijkenissen tot hen spreek: omdat zij ziende blind en horende doof zijn en niets begrijpen (Matteüs 13:13).
Als ze willen, kunnen ze het wel begrijpen, maar ze willen niet.

Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet: ‘Ik zal het woord nemen en spreken in gelijkenissen; Ik zal bekendmaken wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen was’ (Matteüs 13:35).
Jezus verbergt de gedachte van God over het koninkrijk van God en de zonen van dit rijk in vergelijkingen.
Alleen zij die deze beelden (willen) begrijpen en kunnen overzetten naar de onzichtbare wereld, begrijpen ook het geheim van het geestelijke rijk van God.
Daarvoor moeten ze wel gedoopt zijn in de geest van God en door deze geest geleid worden.
Zo hebben zij de sleutels in handen van de hemelse schatkamer, waaruit ze de schatten van wijsheid en kennis mogen nemen die nodig zijn om te komen tot een volledig inzicht in het plan van God.

Kolossenzen 2:2 en 3:
Zo wil ik hen bemoedigen en hen in liefde bijeenhouden, opdat ze tot de volle rijkdom van allesomvattend inzicht komen, tot de kennis van Gods mysterie: Christus, in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen.
Christus is de mens zoals God die voor ogen heeft vanaf het begin van de schepping.
En Christus krijgt vorm in ons, zoals Galaten 4:19 zegt:
Kinderen, zolang Christus geen gestalte in jullie krijgt, doorsta ik telkens weer barensweeën om jullie.