Geestelijk denken

5. De vergelijking van de schat in de akker

Onjuiste uitleg van de schat in de akker

Ook deze parabel van de schat in de akker is dus gebaseerd op het leven van elke dag.
Maar we kunnen ook hier een belangrijke geestelijke betekenis uit halen.
Opnieuw wil de Heer ons een waarheid over het koninkrijk van God door een vergelijking voorhouden.
Het gaat hier over het koninkrijk van God omdat hier sprake is van een kostbare schat.
We krijgen dus weer een blik in de lichtzijde van het koninkrijk van de hemel.
Ook deze vergelijking gaat niet over aardse zaken, maar zij laat ons de luister zien van het rijk van God.
Zij geeft ons inzicht in de onzichtbare achtergrond van het werk dat Jezus hier op aarde heeft gedaan.

De traditionele verklaring van deze vergelijking is dat het evangelie de akker is waarin de schatten van wijsheid, kennis, gerechtigheid, genade en vrede verborgen zijn.
De ‘mens’ stelt dan de gelovige voor die vol verlangen op zoek is naar deze schat.
Het probleem bij deze uitleg is dan dat de christen bij het zich toe-eigenen hiervan kosten noch moeite mag sparen, maar er alles voor over moet hebben, zelfs zijn leven.
Men moet dan alles wat men heeft verkopen om eigenaar te worden van deze schat.

God of goden ‘tevredenstellen’

Deze uitleg is ontstaan bij de Franciscaner monniken die de gelofte afgelegd hebben van armoede en onthouding.
Daarna is deze exegese door de protestanten overgenomen, maar zelden of nooit toegepast, dan tot op zekere hoogte alleen door vluchtelingen uit de tijd van de vervolgingen.
Christenen hebben toen huis en have in de steek moeten laten, moeten rondzwerven in een vreemde omgeving en zelfs de marteldood moeten ondergaan.
Maar er is niemand die, ook hierdoor niet, Gods herstel kan kopen, want dit wordt gratis, vanuit zijn oneindige liefde aan ons gegeven.

Geestelijke rijkdommen krijgen we niet door aan Hem iets uit de zichtbare wereld in ruil hiervoor aan te bieden.
God vraagt daar trouwens ook niet om, want:
Hij laat zich ook niet bedienen door mensenhanden alsof er nog iets is dat Hij nodig heeft, Hij die zelf aan iedereen leven en adem en al het andere schenkt (Handelingen 17:25).
En: Wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven? (zie Matteüs 16:26 NBG).

Het meest kenmerkende en wezenlijke verschil tussen echt christendom en alle andere religies is het punt van het al dan niet ‘tevreden moeten stellen’ of behagen van de godheid.
Om de goden gunstig te stemmen moeten, zo denkt men, allerlei offers worden gebracht, tot soms zelfs mensenoffers aan toe.
Ook binnen het naamchristendom denkt men God te moeten behagen, door bijvoorbeeld doen van boete, kloosterleven, celibaat, langdurig bidden, verrichten van allerlei ceremonies en opvolgen van wetten, grootscheepse aanbidding, enzovoort.
Maar onze God is als de zon: Hij schijnt altijd en geeft aan iedereen gratis licht, warmte en groeikracht, daar hoeven we niets voor te doen.
Voor ons is het wel zaak alles te verwijderen wat tussen ons en Hem in staat, zodat we in het volle licht kunnen leven.

‘Neem, breek en vul mij’

Weer anderen zeggen dat men door het ‘eigen ik te doden’ de prijs betaalt om deel te krijgen aan het koninkrijk van God.
Zij zingen dat ze graag helemaal ‘niets willen zijn’ en dat de Heer ze maar moet verbreken.
Wat dat dan ook mag inhouden.
De koopsom die zij aan God aanbieden, omschrijven zij met de woorden van het koortje:
"Neem mij, breek mij, vul mij!"
Zij willen dus alles wel kwijt wat God hun in het leven gegeven heeft.

Ze willen totaal vernield worden, want ze verlangen helemaal verbroken te worden naar lichaam, ziel en geest.
Ze bidden dat God hen als een vat wil breken en hen daarna wil vullen …!
Bij het zingen van de woorden "breek mij, vul mij", moeten ze ‘het gezonde verstand wel inleveren’, want een gebroken vat kan nu eenmaal niet gevuld kan worden.
We zien hier wie de inspirator van zulke (‘domme’) liederen is.
De echte christen zal liever bidden om herstel, genezing en bevrijding, want dan kan hij (zijn opgeruimde innerlijk) gevuld worden met de geest van God.

Jezus zegt in Lucas 9:25:
Wat heeft een mens eraan als hij de hele wereld wint, maar zichzelf verliest of schade toebrengt?
Wie zijn ‘eigen ik doodt’ (trouwens hoe zou dat moeten?) en daarna ‘niets meer is’, dus wie zichzelf verliest, wordt een gemakkelijke prooi van de demonen.
Want hij heeft dan geen kracht (meer over) om hen te weerstaan.
De bedoeling van de duivel is duidelijk: de mens eerst afbreken of beschadigen, waarna het voor hem gemakkelijker wordt bezit van hem te nemen door in hem te komen wonen.