Geestelijk denken

1. De vergelijking van de zaaier

Gezaaid in goede aarde

Matteüs 13:8,9 en 23:
Maar er viel ook wat zaad in goede grond en dat bracht vrucht voort, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.
Laat wie oren heeft goed luisteren!

Het zaad dat in goede grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en begrijpen.
Zij dragen dan ook rijkelijk vrucht, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.

Op een deel van de ingezaaide akker zijn geen voetpaden, is geen onkruid of een rotsachtige ondergrond, is de grond zuiver, open en vrij.
De boer komt hier regelmatig naar kijken en de maaiers zullen, als het graan rijp is, met veel plezier de sikkel erin slaan.
Maar zoals we in bovenstaande tekst kunnen lezen, zijn niet zijn alle delen van de akker even vruchtbaar.
Wind, zon en regen hebben op de ene plaats vrijer spel dan op de andere.
Maar als geheel is er wel een rijke oogst.

Geen hocus pocus

Jezus spreekt hier over de doorwerking van het evangelie in het hart of het innerlijk van de mens, de akker waarop het zaad valt (zie ook Matteüs 13:19).
Er komt geen hocus pocus aan te pas.
Bij wie het woord niet begrijpt, komt satan en rooft het zaad.
Hij die het evangelie hoort zal allereerst het woord van God moeten begrijpen, anders werkt het niet in hem door.
Hij zal geestelijk moeten leren denken, daarbij geleid door de geest van God.
Als het zaad op de bodem met de rotsachtige ondergrond komt, is er geen geheimzinnige kracht die de plant toch voldoende vocht verschaft, zodat hij vrucht kan dragen.
De stenen moeten er eerst uit: de mens moet bevrijd worden van de demonen die hem inspireren en die misschien zelfs in hem wonen.

Ook als de gelovige de liefde van God mist, kan het evangelie in hem niet groeien.
De dorens en distels van het liefhebben van de wereld boven de liefde van God in de gelovige zijn funeste obstakels.
1 Johannes 2:15:
Heb de wereld en wat in de wereld is niet lief.
Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem …

Wat in de goede grond gezaaid wordt, is het beeld van het evangelie van het koninkrijk dat in het hart valt van een mens die het begrijpt en die ook veel vruchtdraagt.
Hij moet het woord dus wel eerst hóren, want:
Dus door te luisteren komt men tot geloof en wat men hoort is het woord van God (of van Christus) (Romeinen 10:17 NBV/NBG).
Het geloof richt zich op Christus, als er tenminste een juist evangelie wordt gebracht.
‘Richten op Christus’ of volgen van Jezus wil zeggen:
de mens wordt bevrijd van zijn zondeschuld, verlost van demonen die hem gebonden houden, hij wordt vervuld met de geest van God en uiteindelijk bereikt hij het einddoel van het geloof, het gelijkvormig zijn aan Jezus Christus.

Heeft lezen van de Bijbel nut?

Het geloof wil iets vastgrijpen in de geestelijke wereld en daarom is het nodig dat de hoorder dit woord als het wordt uitgelegd, begrijpt.
Wie dagelijks een of meer hoofdstukken in zijn Bijbel leest zonder dat hij de bedoeling begrijpt die erachter zit, namelijk het bereiken van het einddoel van het geloof, heeft er weinig of geen voordeel van.
Het levert hem net zo weinig op als de rooms-katholiek die zijn ‘vaderonsjes’ bidt of de boeddhist die zijn gebedsmolen draait.

Het heeft ook weinig nut teksten uit het hoofd te leren zonder dat men weet door wie ze uitgesproken zijn, aan wie ze gericht zijn en in welk groter verband ze passen.
Met name kennis van al déze dingen is nodig om de juiste bedoeling van de Bijbel te begrijpen.
Wie niet begrijpt wat de bedoeling is van het woord van God als geheel, kan de strijd tegen de misleidende demonen niet winnen.
Hij kan zijn gedachten dan nergens goed in verankeren en zo kan satan roven wat hij nog wél weet van het evangelie van het koninkrijk.
Jezus zegt niet voor niets in Lucas 19:26:
Ik zeg u, aan een ieder, die heeft, zal gegeven worden en hem die niet heeft, zal ontnomen worden ook wat hij heeft.

God kan meer geven aan de mens die ontvankelijk is voor zijn woord en die sterk verlangt naar het bereiken van het einddoel.
Wie gauwer tevreden is met wat hij heeft en weet, staat niet open voor het meerdere wat God hem biedt.
Dit is ook zo in het natuurlijke leven.
Wie geen aspiraties heeft om hogerop te komen, zal op een laag niveau in zijn ontwikkeling blijven steken.

We kunnen het zwaard van de geest van God, dat is zijn woord (zie Efeziërs 6:17), alleen hanteren als we geoefend zijn in de strijd tegen de grote leugen van satan.
Hij zegt dat je niets waard bent, niet voor God en niet voor mensen.
Maar als we dit woord begrijpen, kunnen we één worden met Gods gedachten over de mens.
En God wil voor ons dat we onze plaats gaan innemen naast Hem op zijn troon (zie voor de toelichting hierop Openbaring 12:5).
Dan kunnen we er ook in geloven en er naar gaan handelen om dit te bereiken.
Dat wil zeggen dat we deze gedachten, dit plan van God, door zijn geest in ons kunnen gaan realiseren in ons leven.

Jezus zegt in Johannes 16:13 en 14:
De geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid.
Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar hij zal zeggen wat hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat.
Door jullie bekend te maken wat hij van Mij heeft, zal hij Mij eren.

Wat wil God ons in essentie zeggen?

De ‘volle’ of hele waarheid is het uiteindelijke plan van God waar alles op gericht is: het openbaar worden van de zonen van God, die gelijkvormig zijn aan Jezus Christus.
En tenslotte komt de situatie waarin God alles is in allen (zie 1 Korintiërs 15:28).
Door hieraan deel te hebben dragen we honderdvoudig vrucht!

Dit woord, deze uitgesproken gedachte van God, moet gehoord, begrepen, verwerkt en gerealiseerd worden.
Men moet de weg niet alleen kennen als een theorie, maar deze ook daadwerkelijk gaan.
We mogen dat doen in diepe eerbied voor dit onvoorstelbaar mooie en grootse plan van God met ons.
Daarom zullen we op onze hoede zijn om te zondigen, want hierdoor raken we van deze weg af en ons contact met God kwijt.
Satan ligt altijd op de loer om ons te laten struikelen en ons te verhinderen in onze ontwikkeling naar het worden van volmaakte zonen van God (zie ook Genesis 3:15).

Zo wordt vervuld:
Geliefde broers en zussen, jullie zijn altijd gehoorzaam geweest toen ik bij jullie was.
Wees het des te meer nu ik niet bij jullie ben.
Blijf je inspannen voor jullie redding en doe dat in diep ontzag voor God …
(Filippenzen 2:12).
Opmerking: ‘gehoorzamen’ kan ook betekenen gehoor geven aan en ‘redding’ is ook het heil of het herstel van de mens naar geest, ziel en lichaam.
Als gelovige kun je zelf mede vorm geven aan het realiseren van het einddoel van je geloof, namelijk je volmaakte geestelijke mens (zie 1 Petrus 1:9).
Filippenzen 2:13:
… want het is God die zowel het willen als het handelen bij jullie teweegbrengt, omdat het Hem behaagt.
Dit doet Hij door zijn geest die, als het goed is, in de christen (immers: ‘gezalfde’) woont; deze geest inspireert hem en geeft hem wijsheid, liefde en kracht.

Met vruchtdragen wordt niet bedoeld het planten van kerken of gemeenten, het oprichten van ‘christelijke’ organisaties voor allerlei goede doelen, het geven van ontwikkelingshulp, het oprichten van scholen en het verlenen van medische zorg.
Dit zijn, hoe goed bedoeld en hoe positief ook, uiterlijke zaken die niet bijdragen aan het openbaar worden van de zonen van God.
Met andere woorden: ze veroorzaken geen geestelijke groei bij de christen.

De boer wil in de oogsttijd geen kolossaal veld met onvolgroeide kleine plantjes, maar hij wil alleen maar het rijpe graan binnenhalen.
Dit sluit niet uit dat elke echte zoon van God, volwassen of niet, altijd graag een getuige van zijn Heer wil zijn en mensen wil winnen voor het koninkrijk van God.
In het zichtbare zal hij ook vooraan staan bij het helpen van zijn naaste en bij het bewijzen van liefde aan zijn medemens.
Hoewel dit vanzelfsprekend is, gaat het daar niet over in deze vergelijking.
Hier wordt een geestelijk rijpingsproces beschreven.
Wanneer de boer constateert dat het koren volgroeid is, dat de vrucht dus rijp is, weet hij dat de tijd is aangebroken dat het koren moet worden geoogst.
Om niets van de opbrengst verloren te laten gaan, laat hij er direct de sikkel in slaan door zijn medewerkers (zie Marcus 4:29).

Diepgeworteld zaad geeft goede vrucht

Wanneer iemand geopende (geestelijke) oren en ziende (geestelijke) ogen heeft, neemt hij het evangelie in zich op als een zaad dat diep in zijn levensakker wortelt.
Dit is de voorwaarde om altijd vocht, het levende water, beeld van Gods geest, te kunnen opnemen en niet te verdorren.
Want wie verdort gaat (geestelijk) dood en verliest zijn contact met God, de Bron van alle leven.
Maar door de stromen van levend water, de geest van God, wordt de mens geestelijk gevoed, wordt het koren rijp.

Lucas 8:15 gaat over gelovigen die met een goed en eerlijk hart naar het woord hebben geluisterd, het koesteren en door volharding vruchtdragen.
De mens kan alleen voldoende volharden, vasthouden of doorzetten als het zaad diep geworteld is en het dus contact heeft met het levende water, dit is Gods heilige geest.
Deze inspireert de mens om Gods gedachten, woorden of plan om te zetten in zijn leven tot het concreet toegroeien naar de gelijkvormigheid aan Jezus Christus.
Niet meer en niet minder.
Dát is de bedoeling van God met ons!

Het gaat om een gemeente zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, heilig en zuiver (zie Efeziërs 5:27)
Wij hebben de belofte dat het woord van God niet zonder vrucht naar Hem zal terugkeren, maar dat het eerst zal doen wat Hij wil en volbrengen waarvoor Hij het uitgezonden heeft (zie Jesaja 55:11).
De rijpe vrucht is gelijk aan de korrel die gezaaid is, namelijk het woord van God dat werkelijkheid geworden is in de mens Jezus Christus.
Wij zullen net zo worden als zijn voorbeeld ons laat zien (zie Romeinen 8:29), dit wil zeggen: denken en doen zoals Hij en dezelfde daden van herstel verrichten als Hij, ja, zelfs grotere (zie Johannes 14:12)!

De volgorde: honderd-, zestig-, dertigvoud geeft geen geestelijke achteruitgang aan, zoals sommigen zeggen.
Men gaat dan van de gedachte uit dat de gemeente van Jezus Christus steeds verder terug zal gaan in aantal en in kracht naarmate de komst van de Heer dichterbij komt.
In Marcus 4:20 staat de volgorde juist in een opklimmende reeks: dertig-, zestig- en honderdvoud.
We zien dat in alle drie gevallen sprake is van koren dat helemaal rijp is.
De betekenis loopt parallel aan de vergelijking van de talenten in Matteüs 25:14-30.
Om het einddoel van het geloof, de volmaaktheid, te kunnen bereiken en om de daden van herstel te verrichten, hebben wij de kracht, de liefde en de wijsheid van Gods geest nodig.
Maar deze talenten worden aan ieder mens gegeven naar wat in zijn vermogen ligt om uit te werken.
Onze roeping sluit aan bij onze persoonlijkheid, onze inzet, ons geloof, onze omvang van liefde, onze ervaring, onze kennis, kortom bij alles wat van belang is in het koninkrijk van God.
Alleen de gelovige zelf weet in hoeverre hij zijn roeping wat dit betreft kan realiseren.

Van boven zijn

De vergelijking wordt afgesloten met een beroep op onze serieuze aandacht:
Laat wie oren heeft goed luisteren!
Want veel mensen zullen het woord horen maar het niet begrijpen (vers 13).
Maar de mens met het geestelijke oor wordt door dit woord opnieuw, dus geestelijk geboren of vernieuwd in zijn denken.
1 Petrus 1:23 zegt:
… als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende woord.

Door het geloof aan dit woord ontstaat dan de geestelijke mens die van boven is (zie Johannes 3:31), die iedere situatie bekijkt vanuit zijn positie in de geestelijke wereld.
Deze jaagt naar de mannelijke rijpheid en hij houdt zich daarbij vast aan het woord van de waarheid.
Efeziërs 4:13-15:
… totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus.
Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen.
Dan zullen wij, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toegroeien naar Hem die het hoofd is: Christus.

Deze mooie, rijpe en gave korrel is de openbaring van de vrucht van Gods heilige geest die, als het goed is, in de christen is.
Hij is het eindproduct van Gods volmaakte liefde die zich richt op het herstel, de bevrijding en de genezing van de christen en de groei van het lichaam van Christus totdat uiteindelijk de volmaaktheid bereikt is.

Jezus eindigt deze vergelijking met te wijzen op het rijke, vruchtdragende leven als resultaat van de doorwerking van het woord van God in een mensenleven.
Dit bewijst dat het gave rijpe graan niet alleen maar een verlángen van de hemelse Landman is, maar ook dat Hij zijn doel daadwerkelijk gerealiseerd zal zien.

Veel mensen denken dat de mens zich niet geestelijk kan ontwikkelen omdat dat hij toch zondaar blijft tot zijn dood aan toe.
Dat hij slecht van natuur is.
Hij blijft dus naar hun opvatting innerlijk met de zonde verbonden en zo kan deze macht zijn leven lang over de mens heersen; hij komt er niet los van.
Jezus zegt dat iedereen die zondigt een slaaf is van de zonde (zie Johannes 8:34).
Maar wie innerlijk met de zonde (macht) verbonden blijft, is in zijn hart verdeeld: hij wil de Heer dienen, maar hij moet de demonen dienen die hem overheersen.
Zo wordt hij heen en weer geslingerd, gaat hij daardoor twijfelen en moet hij niet denken dat hij iets van de Heer kan krijgen (zie Jakobus 1:7).
Hij zal dan ook niet kunnen uitgroeien tot een volmaakte en rijpe geestelijke vrucht.
Zijn hart of innerlijk is geen goede aarde waarin het zaad (dit is het woord van God) zich optimaal kan ontwikkelen.

Deze eerste vergelijking eindigt met te wijzen op christenen die na de vergeving van hun schuld herstel ervaren hebben.
Ze zijn vrijgemaakt van de demonen en foutieve gedachten over het evangelie en vervuld met de geest van God.
Zo vormen zij een goede bodem waarin het evangelie van de heerlijkheid van Christus, die het beeld van God is (zie 2 Korintiërs 4:4) vrucht kan dragen.
Dit evangelie brengt de zonen van God voort en het staat (zo) garant voor de totale overwinning op het rijk van de duisternis.
Deze overwinning vindt niet plaats in het ‘hiernamaals’ maar in het hier en nu in het leven van de christen.
Want mede hierdoor wordt zijn eeuwige statuur bepaald in het koninkrijk van God (zie hiervoor ook de uitleg op Openbaring 12:11).