Geestelijk denken

3. De vergelijking van het mosterdzaadje

Het koninkrijk van God uitgebeeld

Het valt op dat het in Matteüs (meestal) gaat over het koninkrijk van de hemel (grondtekst: hemelen) terwijl in Marcus en Lucas sprake is van het koninkrijk van God.
We zien in Marcus de dubbele retorische vraag:
Waarmee kunnen we het koninkrijk van God vergelijken en door welke gelijkenis kunnen we het voorstellen?
Met het koninkrijk van de hemel(en) wordt de hele onzichtbare wereld bedoeld, waarin zich drie koninkrijken bevinden: het koninkrijk van God, het koninkrijk van satan (zie Matteüs 12:26) en het koninkrijk van de dood (zie Openbaring 9:11).

Dus als Jezus in Matteüs het koninkrijk van de hemel met iets vergelijkt, betreft dit een uitbeelding van het koninkrijk van God, de lichtzijde van de geestelijke wereld.
Het gaat hier daarom niet om een beschrijving van de wereldkerk waar goed zaad en onkruid samen opgroeien, maar over het domein waar Jezus zelf heerst.
Dus over zijn eigen (geestelijke) volksgenoten, de ‘zonen van het koninkrijk’ en niet over de ‘zonen van het kwaad’ (zie Matteüs 13:38).

Sommige uitleggers ontkennen dat Jezus koning is over de echte gemeente of de ware kerk.
Ze zeggen dat Hij alleen ‘de komende bruidegom’ is.
En dat zijn koningschap alleen geldt voor het natuurlijke Israël.
Deze exegeten zien dan niet in dat in de Bijbel veel beelden staan om de verhouding van onze Heer met zijn gemeente aan te geven.
Zo is Hij de goede herder van zijn kudde, de oudste broer in het Goddelijke huisgezin, is Hij het hoofd van het Lichaam, de man van de vrouw (en niet haar bruidegom!) en de hogepriester van het volk van koningen en priesters.
Maar Hij is ook de koning van het geestelijke Israël.
Daarom kan Paulus schrijven:
Hij (de Vader) heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon … (Kolossenzen 1:14).
Het zal duidelijk zijn dat dit geen rijk op aarde is, maar in de hemel, dus in de geestelijke wereld.

In onze vergelijking zegt Jezus dat het koninkrijk van God als een mosterdzaadje in de wereld komt, want de akker, de tuin of het veld, is de wereld.
Er is sprake van ‘zijn’ (Jezus’) akker, want Hij heeft hem gekocht met zijn leven.
Maar satan ontketent de strijd in de geestelijke wereld om de door hem overweldigde mensheid weer terug te veroveren en zo weer over haar te kunnen heersen.
Doordat de mens satan gehoorzaamt, staat hij onder de heerschappij van de demonen.
Vanaf zijn jeugd wordt ieder mens door deze duistere geesten benaderd en beïnvloed en zo komt en blijft hij, soms geleidelijk, soms snel, onder hun juk.
Maar met de komst van Jezus Christus komt er de mogelijkheid om van hen bevrijd te worden en begint zo het licht in de duisternis te schijnen.

De vergelijking van het mosterdzaadje beeldt uit hoe het koninkrijk van God in deze door satan beheerste wereld door een groeiproces de overwinning behalen zal.
Dan komt uit:
Maar zoals de zee vol water is, zo zal de aarde vol kennis van de grootheid van de Heer zijn (Habakuk 2:14).

Alles wat leeft, groeit en ontwikkelt zich.
Er komt geen geweld aan te pas, er zijn geen schokeffecten of een plotseling ingrijpen, maar er is sprake van een levensproces, waarvan de Bijbel zegt:
In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen (Johannes 1:4).