Geestelijk denken

2. De vergelijking van het onkruid in de akker

De vijandige zaaier

De knechten kwamen de heer des huizes vragen: "Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid?
Waar komt dat onkruid dan vandaan?"
Hij antwoordde: "Dat is het werk van een vijand."
De knechten zeiden tegen hem: "Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?"
Hij antwoordde: "Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken.
Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst …"
(Matteüs 13:27-30a).

We kunnen begrijpen hoe de medewerkers schrikken wanneer ze dit gevaarlijke onkruid (de dolik) overal zijn toppen zien opsteken.
Over het hele veld groeit het tussen de tarwe.
Ze weten zeker dat dit nooit vanzelf kan komen.
Daarvoor is de grond te zuiver en de boer te serieus.
Ze gaan naar hem toe en vragen: "Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?"
Ze laten hem daarbij de stengels zien die ze hier en daar geplukt hebben.

Het antwoord is:
"Het zaad is goed en van de beste tarwesoort, maar dit heeft een vijandig mens gedaan."
De boer heeft een felle tegenstander en hij weet dat.
Een slechte man die jaloers is op zijn bezit en zijn welvaart.
Als de medewerkers slapen loopt hij bij helder maanlicht ook over de akker en strooit hij met volle hand zijn zaad, de dolik, over het goede zaad heen.
Nadat hij dit gedaan heeft, sluipt hij weg, vol leedvermaak en met een hels plezier van binnen.
Zover kan haat een mens brengen dat hij met opzet het bezit van zijn medemens beschadigt of de grond van zijn rivaal met een lastig uit te roeien onkruid bestrooit.