Geestelijk denken

2. De vergelijking van het onkruid in de akker

Het goede zaad

Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, want Hij verkondigt de gedachten (= het woord) van God, die door Gods geest aan Hem worden geïnspireerd.
De woorden die Jezus uitspreekt horen bij het wezen van God.
Ze zijn vanaf het begin als gedachten bij God en zij zijn God (zie Johannes 1:1).
In Jezus zijn deze gedachten zo geïncorporeerd, dat gezegd kan worden: Het woord of het zaad van God is vlees geworden (zie Johannes 1:14 en 1 Johannes 3:9).
Aan Jezus kan men zien en horen wie God is en wat Gods plan met de mens is.
De schrijver van de brief aan de Hebreeën noemt Hem de afstraling of de weerkaatsing van de heerlijkheid van God (zie Hebreeën 1:3).
Zoals de maan het licht van de zon reflecteert en ‘s nachts de aarde verlicht, zo weerkaatst Jezus de luister van God.
En zo doorbreekt Hij, door wie Hij ís en wat Hij verkondigt, de (geestelijke) duisternis (in de levens van mensen) op aarde:
Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede (Lucas 1:78 en 79).

Als mensen ruzie met elkaar hebben, kunnen ze door de woorden van een leider weer vrede met elkaar sluiten.
Zo werkt ook het woord van God het herstel uit van de verstoorde schepping.
De woorden van de Heer zijn ‘goede woorden’ en ‘goed zaad’, want ze zijn vol van kracht en leven.
Zij geven licht aan mensen die in geestelijke duisternis leven.
Zij ondersteunen de hele schepping, zodat deze weer een harmonieuze eenheid wordt, zoals er staat: … Hij draagt de schepping door zijn machtig woord (zie Hebreeën 1:3).

Altijd verlangen naar meer

Door zijn gedachten, spreken en doen openbaart Jezus aan ons wie de Vader is.
Hij laat ons zijn liefde zien, zijn wijsheid, zijn kracht en ook zijn plan om de wereld te redden uit de duisternis.
Aan het eind van zijn leven op aarde zegt Jezus: Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien (zie Johannes 14:9).
Door Hem heen spreekt God het woord van herstel én het bereiken van het doel dat Hij met de mens voorheeft.
In Johannes 17:2 zegt Jezus tegen de Vader:
Hij heeft van U macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die U Hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken.
Eeuwig leven is voor altijd in vreugde en liefde verbonden zijn met de Bron van het Leven en het Licht.
Licht in de duisternis!

Geen mens is te slecht, te gebonden of te ziek, of het evangelie van Jezus Christus biedt hem een oplossing.
Want zijn woorden zijn:
Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
en
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars (zie Matteüs 5:3 en 9:13).
Voor ‘nederig van hart’ staat in andere vertalingen ‘armen van geest’.
Wie (geestelijk) arm is, is altijd op zoek naar meer, heeft een verlangen om zich iets eigen te maken.
Wie (geestelijk) rijk is, wie gelooft vanuit zichzelf rechtvaardig te zijn, denkt het allemaal wel te weten en vaak nog beter dan anderen.
Hij heeft niets meer nodig en hij heeft dan ook geen verlangen naar het meerdere wat God hem geven wil.
De ‘armen’ zijn gelukkig te noemen omdat God aan hen veel kwijt kan van zijn liefde, wijsheid en kracht.

Daarom trekt Jezus het land door om mensen te herstellen en te genezen en het eeuwige leven te geven aan hen die daarnaar op zoek zijn.
En Hij is nog steeds dezelfde en Hij blijft dat ook.

Als verklaring van de vergelijking zegt Hij dat het goede zaad de zonen (grondtekst) van het koninkrijk (van God) zijn.
Het zaad, dit is het woord van God, brengt zonen van God voort die beantwoorden aan zijn plan.
Ook in hen wordt het woord vlees, dat wil zeggen dat ook in hun leven, in hun menselijke bestaan de Vader te herkennen is, net als bij Jezus (zie Johannes 14:9).

Door deze zonen die met blijdschap het wezen van God in hun leven laten zien, gaat God verder om de wereld te redden.
De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen (grondtekst: zonen) zijn (Romeinen 8:19).
Maar ook wijzelf verlangen er sterk naar dat we uitgroeien tot zonen van God, want dat is het hoogste levensdoel wat we kunnen nastreven.
… ook wijzelf, die als voorschot de geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen (grondtekst: zonen) van God zijn (zie Romeinen 8:23).

Opnieuw geboren mensen

Wij realiseren zo de bedoeling van God met zijn schepping en we mogen deze als het zover is, in al haar facetten herstellen.
Maar eerst moeten we vormgeven aan Christus in ons eigen leven, zoals Paulus zegt in Galaten 4:19:
… mijn kinderen (grondtekst: kindertjes), zolang Christus geen gestalte in jullie krijgt, doorsta ik steeds weer barensweeën om jullie.
Is dus in eerste instantie het zaad het woord, later worden zij die het beeld van de Zoon gelijkvormig worden, de zonen van Gods rijk, zelf zaad genoemd.
Het woord wordt vlees of zichtbaar in allen die erin geloven en die er ondanks veel strijd en tegenstand met volharding aan vasthouden.

Over dit zaaien zegt Jezus tegen de Vader:
Ik heb de woorden die ik van U ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard … (zie Johannes 17:8).
Dit is het woord waarvan in Jesaja 55:11 wordt gezegd:
… zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar Mij terug, niet zonder eerst te doen wat Ik wil en te volbrengen wat Ik gebied.

Als er gezegd wordt dat God de groei geeft aan planten (zie o.a. 1 Korintiërs 3:6) betekent dit niet dat God op een of andere geheimzinnige manier ingrijpt in dit proces.
Want het zaad is goed en het bezit van zichzelf geest en leven zoals God dat er bij de schepping heeft ingelegd.
Vanuit deze kiemkracht vindt de groei plaats.
Het zaad geeft niet direct vrucht, ook daarin kunnen we leren van de natuur.
Eerst komt de halm, dan de aar en dan het volle koren in de aar.
Er vindt dus door het woord van God een geleidelijke verandering plaats in de mens, maar tenslotte wordt in hem Gods doel, de volle vrucht, bereikt.

Het woord van God veroorzaakt in ons een verandering van denken.
Van natuurlijk gerichte christenen worden wij mensen die het geestelijke met het geestelijke vergelijken (zie 1 Korintiërs 2:13).
Dat betekent dat we in ons geloofsleven niet meer geleid worden door menselijke wijsheid, maar door de geest van God.
Andere uitdrukkingen voor verandering van denken zijn:
wedergeboorte, vernieuwing van denken, veranderen van je gezindheid of je gemoed of opnieuw geboren worden.
In de zichtbare wereld wordt dit gezien door onze geestelijke manier van leven.
Men ziet de Goddelijke liefde in en door ons heen, door vriendelijkheid, door medelijden en medeleven, door innerlijke vrede, door gerechtigheid en blijdschap en geestelijke kracht.
Dit zijn de kenmerken van het koninkrijk van God, waarin we (nu al) als geestelijke burger mogen leven.
Maar wij hebben ons burgerschap in de hemel …
Met de kracht waarmee Hij (Jezus) in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal Hij ons armzalig (vernederd) lichaam gelijk maken aan zijn verheerlijkt lichaam (zie Filippenzen 3:20 en 21).
Het volle koren in de aar …!

Van dit goede zaad, het woord van God, zegt Paulus dat het betrouwbaar is (zie 2 Timoteüs 2:11).
Jezus heeft dit als eerste gebracht en daarna is het voor ons bevestigd als waarheid door hen die deze woorden hebben gehoord, de leerlingen van Jezus.
Want: Ook God zelf getuigde daarvan, door tekenen en wonderen en allerlei grote daden te verrichten en door de gaven van de heilige geest overeenkomstig zijn wil te verdelen (zie Hebreeën 2:3 en 4).

Opgemerkt wordt dat het zaad op de akker van de wereld uitgestrooid wordt.
Want Jezus koopt de hele mensheid vrij met zijn leven.
Daarom kan er gezegd worden: ‘zijn akker’, terwijl zijn medewerkers de opdracht hebben het woord van God aan alle mensen, ongeacht ras, cultuur of religie, te verkondigen.
Als dit (grondtekst) evangelie van het koninkrijk aan de hele wereld bekendgemaakt is, zal het einde komen, dit wil zeggen dat dan de volle vrucht geoogst kan worden (zie Matteüs 24:14).
Dan wordt werkelijkheid wat staat in Openbaring 22:2:
In het midden van het plein van de stad en aan weerskanten van de rivier stond een levensboom (‘geboomte’), die twaalf vruchten gaf, elke maand zijn eigen vrucht.
De bladeren van de boom
(‘geboomte’) brachten de volken genezing.
Voor een verklaring van deze tekst zie Openbaring.