Geestelijk denken

2. De vergelijking van het onkruid in de akker

Onze geestelijke toekomstverwachting

Laten we goed luisteren naar het advies of de aansporing waarmee deze vergelijking eindigt:
Laat wie oren heeft goed luisteren! (Matteüs 13:9).
Wij willen niet misleid worden door natuurlijk gerichte toekomstvisies, zeker ook niet die waarin aan het natuurlijke volk Israël nog een rol wordt toegedacht.

Maar we willen ons verplaatsen naar de geestelijke wereld om daar met onze geestelijke zintuigen te ‘horen’ wat Jezus tegen ons wil zeggen met deze vergelijkingen.
Hij spreekt door deze allegorieën over tarwe en onkruid, dus over de echte en de schijngemeente.

Transformatie

Als eerste valt de late regen op het land en worden koren en onkruid rijp.
Dan wordt het koninkrijk van de hemel door de heilige engelen gezuiverd van de demonen.
We krijgen dan een ‘nieuwe hemel’ waarin voor de duisternis geen plaats meer is.
De demonen zoeken dan ook en vooral een schuilplaats in het verbasterde christendom, zoals de geest van God zijn woning heeft in de gemeente van Jezus Christus van de laatste tijd.
Het onkruid wordt gebundeld om prijsgegeven te worden aan het vuur van de demonie.
Tussen het verzamelen van het onkruid en de beslissende slag bij Harmagedon ligt de opname van de gemeente, de schuur waarin het koren verzameld is.
Dit houdt in dat de zonen van God openbaar worden, dat hun lichamen getransformeerd worden in het opstandingslichaam.

Zoals de demonische geesten een scheiding veroorzaken tussen God en de mensen, zo vormen in deze strijd de heilige engelen een cordon rondom het volk van God.
In het beeld van de vuuroven wordt gesproken over ‘jammeren en knarsetanden’ (zie Matteüs 13:50).
Dit zijn typische uitingen van religieuze demonen (‘vrome geesten’), dus van demonen die zich voordoen als engelen van het licht.
Ze lijken christelijk en godsdienstig, maar ze maken van mensen schijnapostelen die zich door oneerlijk te werk te gaan voordoen als apostelen van Christus (zie 2 Korintiërs 11:13).
Religieuze demonen laten mensen huilen, zich kwaad maken, zich op de borst slaan, hun kleren scheuren of hun vuisten ballen.
Dit doen ze als als ze geprikkeld of ontmaskerd worden.
Wij denken aan de Farizeeën die Jezus willen doden en aan het Sanhedrin dat Hem veroordeelt.
Maar ook de gruwelijke zaken in de kerkgeschiedenis zijn hiervan de trieste voorbeelden.

Dan zullen de zonen van het koninkrijk van God het licht, de vrede en de blijdschap van God in hun geestelijke maar ook in hun natuurlijke leven laten zien.
Daniël zegt in 12:3
De verlichten zullen stralen als het fonkelende hemelgewelf en degenen die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altijd.