Geestelijk denken

7. De vergelijking van het sleepnet

De betekenis van het sleepnet

Er is een verband tussen de vergelijking van de handelaar die mooie parels zoekt, die van de schat in de akker en die van het sleepnet.
Dat kunnen we zien aan het woordje ‘ook’ dat in de eerste zin staat, wat in de grondtekst wordt aangegeven met ‘opnieuw’ en ‘zo’.
Deze vergelijkingen vormen een samenhangend drietal dat het plan van God met de mens van drie kanten belicht.

Bij de parabel van de schat in de akker gaat het over de mens Jezus Christus die zijn leven geeft om de zondeschuld van de mensheid op zich te nemen.
Bij die van de handelaar die mooie parels zoekt zien we hetzelfde gebeuren, maar dan gezien van de kant van satan.
Die verkoopt al zijn parels om de grote en kostbare parel in eigendom te krijgen.
Bij de vergelijking van het sleepnet valt het accent op de mens die als een vis in het grote treknet van de verkondiging van Gods woord gevangen wordt.

Ook deze vergelijking speelt zich af in de onzichtbare wereld van het koninkrijk van de hemel.
De zee stelt de geestelijke en godsdienstige wereld voor, waarin de mens zich bevindt en die onder beslag ligt van de demonen, speciaal die van de dood (de afgrond).
De zee heeft nog raakvlakken met de aarde, het zichtbare leven.
Zij vormt het gebied van de onzichtbare wereld waarin de innerlijke mens leeft en waarin ook veel demonische machten opereren.
Deze zee krioelt van wezens die daar, ieder naar zijn aard, in zeer grote aantallen voorkomen (zie Genesis 1:21).
In deze zee bevinden zich dus de vissen, die hier het beeld zijn van de innerlijke mens.

Door het sleepnet komt er een scheiding tussen de vissen in de grote zee.
We zien dat het visnet hier dus niet in een verkeerde betekenis gebruikt wordt, terwijl dit op andere plekken in de Bijbel vaak wel zo is.
In het net worden bijvoorbeeld de goddelozen verstrikt, worden zij gevangen in hun eigen kwaad of zij raken erin verward.
Op andere plaatsen is het net een beeld van de verleidster of van de wegvoering van Israël naar Babel of ook het middel om de macht van de koning van Egypte te breken.
Wij zeggen dit omdat we hier dus, evenals bij de vergelijking van de zuurdesem, uitgaan van een neutrale betekenis van het beeld.
Dit ondanks het feit dat zuurdesem meestal een ongunstige betekenis heeft.

Door het sleepnet komt er dus een scheiding tussen de verschillende soorten vissen in de zee.
Een aantal zwemt het net binnen en wordt daar bij elkaar gebracht.
Het net wordt niet uitgeworpen maar het is al neergelaten in de zee.
Dit net heeft dus de betekenis van het geloof in de schuldvergeving door het offer van Jezus Christus.
Dit geloof brengt mensen bij elkaar en het scheidt ze van anderen.
Men komt dus in het net door het aanvaarden van de schuldvergeving; zo wordt een gemeente gevormd van mensen die een zuiver geweten hebben.
Met deze mensen kan God verder werken aan zijn plan, de juiste basis van het geloof (in het plan van God) is in hen gelegd.

Natuurlijk zijn er vissers nodig die het net naar de goede plekken slepen.
Jezus zegt tegen zijn leerlingen dat Hij van hen ‘vissers van mensen’ zal maken.
Deze uitspraak is weer een vergelijking op zich, die in verband staat met deze parabel.
Doordat hij van deze ‘vissers’ hoort over de schuldvergeving kan de mens zich door het geloof hierin een rechtvaardige noemen.
Daarna kan hij door de doop in Gods geest een zoon van God worden.

Maar de nadruk valt hier niet op de ‘vissers van mensen’, zij worden in deze vergelijking zelfs niet genoemd.
We zien wel dat deze vergelijking een geestelijke werkelijkheid weergeeft, gezien vanuit het zichtbare leven.
Ook de heilige engelen zijn in dit verhaal werkzaam in de onzichtbare wereld.

Hier wordt de situatie onder christenen beschreven die allen de schuldvergeving accepteren, maar tussen wie toch weer een onzichtbare scheiding ontstaat.
Er zijn allerlei ‘soorten’ onder hen, ‘reine en onreine’.
De Joden beweren dat reine en onreine vissen elkaars nabijheid schuwen.
De geschubde soorten, de reine, zwemmen meer boven en de ongeschubde en vinloze zoeken liever de bodem en de modder.
Opnieuw een merkwaardig beeld van de scheiding die er is tussen aardsgerichte (‘vleselijke’) en geestelijke christenen.
Tussen hen die gericht zijn op het zichtbare en hen die leven in en vanuit de geestelijke wereld, meer specifiek het koninkrijk van God.

Veel mensen vragen zich af hoe het dan zit met de (kleine) kinderen die nog geen besef hebben van goed en kwaad.
Zij die nog niet het verschil kennen tussen links en rechts (zie Jona 4:11), dus de totaal onschuldigen.
Deze vergelijking is op hen niet van toepassing, want zij hebben nog geen (zonde)schuld opgebouwd.
Zij vallen nog onder de bescherming van hun ouders, zoals staat in 1 Korintiërs 7:14:
Want de ongelovige man behoort dankzij zijn vrouw God toe en de ongelovige vrouw dankzij haar man eveneens.
Zou dat niet zo zijn, dan zouden uw kinderen onrein zijn.
Maar nu zijn ze geheiligd.

Ze zijn (door hun ouders) afgezonderd van het kwaad, apart gezet voor God.
En omdat ze nog onschuldig zijn, vallen ze ook onder de invloedssfeer van het koninkrijk van de hemel, net als anderen die zijn zoals zij (zie Matteüs 19:14).