Geestelijk denken

7. De vergelijking van het sleepnet

De scheiding tussen christenen

Niet iedereen die zich in het visnet bevindt en die zich christen noemt, is dit ook werkelijk.
Net zomin als niet alle Israëlieten werkelijk bij Israël horen (zie Romeinen 9:6).
Altijd heeft alleen maar een kleine groep deel aan het herstelplan van God, wat inhoudt dat zij het doel van God, de volmaakte mens, bereiken.
Romeinen 9:27:
En Jesaja roept over Israël uit: Al was het getal der kinderen Israëls als het zand der zee, het overschot zal behouden (hersteld) worden.

Want iedereen zal het ermee eens zijn dat veel gelovigen als een onrijpe vrucht bij hun dood weggenomen worden; vaak hebben ze geen vruchten voortgebracht ‘die passen bij een nieuw leven’ (zie Lucas 3:8).
Dit komt doordat ze alleen maar het evangelie van de schuldvergeving gehoord hebben, maar niet van bevrijding, genezing, doop in Gods geest en verdere groei naar het gelijkvormig worden aan Jezus Christus.

Natuurlijk zijn al deze mensen niet verloren, maar God kan met hen zijn doel niet verwerkelijken.
Want zij geloven dat ze tot hun dood aan toe zondaars blijven en dus verbonden met het rijk van de duisternis.
Zie hiervoor ook de studie Erfzonde.

Ook kunnen mensen afvallen van het geloof, zelfs zij die bevrijd en genezen zijn en zelfs de geest van God ontvangen hebben.
Over zulke mensen zegt Hebreeën 6:4-6:
Want wie ooit door het licht beschenen is, geproefd heeft van de hemelse gave en deel gekregen heeft aan de heilige geest,
wie het weldadig woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft
en vervolgens afvallig is geworden, kan onmogelijk een tweede maal worden bekeerd, omdat zo iemand voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigt en aan bespotting blootstelt.

Zij zijn als een plant waarvan een paar groene blaadjes boven de grond komen, maar die zich dan niet verder ontwikkelt.
Wanneer zo’n plantje lang zo blijft staan, gaat het dood.
Er is geen leven meer in te vinden en er komt zeker geen vrucht aan.

Deze mensen laten dit alles los, zoeken God niet serieus meer en ze willen niet meer met Hem leven.
Ze kiezen een andere weg, ze gaan niet meer op weg naar het doel van God.
In Hebreeën 3:12 staat dat ze niet meer bruikbaar of waardeloos zijn geworden.
Natuurlijk niet als mens, maar wel hebben ze geen nut meer in het plan van God.

Wie zijn de zonen van God?

Ook gaan ze daarna vaak een heel andere kant op.
Ze zoeken dan, evenals de onreine vissen, de modder op en kunnen en willen dan geen contact meer met God hebben.
En toch staat Hij altijd klaar om hen in en vanuit zijn liefde weer aan te nemen en hun schuld te vergeven.
Later, door het vertellen van een andere vergelijking, heeft Jezus het over de verstandige en de onverstandige meisjes die samen op weg gaan naar de bruidegom.
Maar de helft van hen lijdt geestelijk schipbreuk doordat zij in de geestelijke strijd geen overwinnaars zijn.

Ook waarschuwt de Bijbel voor schijnleraars die dwalingen in de gemeente brengen.
Zij verkondigen niet regelrecht de waarheid, maar zinloos en leeg gezwets dat steeds verder van God afvoert (zie 2 Timoteüs 2:15 en 16).

Veel christenen kunnen ook de proef niet doorstaan doordat zij hun lichaam niet in toom houden en zo hiermee zondigen (zie 2 Korintiërs 13:5 en Jakobus 3:2).
Zij leven niet als rechtvaardigen vanuit het plan van God en zo zijn ze dus niet geschikt voor zijn koninkrijk.
Het op de proef stellen komt nooit van God, zegt Jakobus 1:13; dan komt dit dus van zijn tegenstander, satan.
En hierin ligt dan ook een belangrijk deel van onze geestelijke strijd: verzet bieden tegen de demonen en zij zullen van ons wegvluchten (zie Jakobus 4:7).

Zo begint de scheiding tussen goed en kwaad bij onszelf.
Want het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods (zie 1 Petrus 4:17 NBG).
Oordeel is crisis is scheiding; scheiding tussen goed en kwaad.
Het huis van God is de gemeente, waarin Hij woont door zijn geest, in alle leden ervan afzonderlijk.

Er wordt wel beweerd dat ‘heiligen’ niet van het geloof kunnen afvallen.
Maar Jezus laat door deze vergelijkingen zien dat gelovigen wel degelijk ten val kunnen komen.
Zie hiervoor ook Hebreeën 6:4-6 en 2 Tessalonicenzen 2:3.

Er is een overeenkomst tussen de vergelijking van het sleepnet en die van het onkruid tussen de tarwe.
Ze geven beide aan dat goeden en slechten lange tijd bij elkaar zijn.
In het zichtbare zijn ze niet van elkaar te onderscheiden, dan alleen wanneer hun zonden duidelijk worden.
Maar beide vergelijkingen laten zien dat de scheiding tussen deze twee groepen wél komt.
In dit verband hebben beide het over ‘de voltooiing van deze wereld’ of ‘de voltooiing van de tijden’.
Zo is er ook aan het eind van het oude verbond een ‘volheid van de tijd’.
Na veel eeuwen wordt dan de (eerste) mens geboren die beantwoordt aan de gedachte of het plan van de Vader, zoals te lezen is in Genesis 1:26:
Laten Wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op Ons lijken.

De eerste mens (Adam) die God schept is uit de aarde en dus stoffelijk, de tweede mens (Jezus Christus) is uit de hemel, dus geestelijk.
Nu verlangen wij samen met de hele schepping naar het zichtbaar worden van de zonen van God, de geestelijk volgroeide mensen (zie Romeinen 8:19).
En wie zijn dat?
Dat zijn alle gelovigen die door de geest van God worden (be)geleid (zie Romeinen 8:14) naar het realiseren van het plan van God in hun leven, zoals hiervoor al meerdere keren is beschreven.

Nú is het volgens Efeziërs 1:10 de ‘voltooiing van de tijd’, de periode waarin Christus alles in hemel en op aarde onder zijn liefdevol gezag zal plaatsen.
Dat is de enige manier waarop God ingrijpt: Hij zet de mens (Christus en zijn gemeente) in om zijn luister te openbaren en de duisternis te elimineren.
Efeziërs 3:10 NBG
… opdat nu door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden …