Geestelijk denken

8. Leerling van het koninkrijk

Het evangelie óver Jezus

Het evangelie dat in het algemeen gebracht wordt, gaat vaak over allerlei aspecten van de persoon en het leven van Jezus.
Het is meer een evangelie ‘over’ Jezus, zoals men Hem ziet als de Christus die zich bekendmaakt door zijn vele wonderen.
En die tenslotte aan het kruis op Golgotha onze schuld verzoent om daarna naar de hemel op te varen.

Deze kennis is absoluut nodig, want als men deze feiten over Jezus niet kent, gaat men misschien zijn vertrouwen stellen op een ‘andere Jezus’ (zie 2 Korintiërs 11:4).
Bij het brengen van het evangelie ‘over’ Jezus Christus staat dus de persoon van de Heer centraal.
Vaak wordt herdacht wat Hij voor ons heeft gedaan, vooral door zijn leven voor ons te geven.
Daarom ook wordt Jezus in samenkomsten zo uitbundig aanbeden en geprezen.
Vaak worden daarbij woorden met de volgende strekking herhaald: Kom, laten wij aanbidden, die Koning.

Bij het evangelie ‘over’ Jezus wordt vaak de schuldvergeving en dus het behouden worden benadrukt, waar onder andere Openbaring 5:9 over gaat:
En ze zetten een nieuw lied in: U verdient het om de boekrol te ontvangen en zijn zegels te verbreken.
Want U bent geslacht en met uw bloed hebt U voor God mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke stam en taal.

Maar minder vaak wordt gesproken en gezongen over:
U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt.
Zij zullen als koningen heersen op aarde
(vers 10).
Misschien klinkt dit voor veel gelovigen, die zeggen dat zij zondaars blijven tot hun dood aan toe, te hoogmoedig?

Het evangelie ‘over’ Jezus Christus vormt ook het fundament van ons geloof.
Paulus schrijft daarom in 1 Korintiërs 2:2:
Ik had besloten jullie geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de gekruisigde.
De vergeving van onze schuld waardoor we rechtvaardigen zijn, met een zuiver geweten kunnen leven, komt door het offer dat Jezus Christus met zijn leven gebracht heeft.
Buiten zijn persoon en werk om is er voor ons geen bevrijding, genezing, herstel, vervulling met de geest van God en het aan Hem gelijkvormig worden mogelijk.
De genade of de liefde van God en de waarheid of het plan van God zijn door Hem binnen ons bereik gekomen (zie Johannes 1:17).
Daarom ook kan bij de overwinning van de zonen van God in de eerste plaats dankbaar vastgesteld worden:
Zij hebben hem (satan) dankzij het bloed van het Lam en dankzij hun getuigenis overwonnen (zie Openbaring 12:11).

Het evangelie ‘over’ Jezus Christus, dat van het wegdoen van onze zondeschuld, is over de hele wereld bekendgemaakt en zeer velen hebben dit aangenomen.
Toch bedoelt de Heer nog wat anders als Hij de profetische woorden uitspreekt:
En dit evangelie van het koninkrijk zal in de hele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken en dan zal het einde gekomen zijn (Matteüs 24:14 NBG).