Geestelijk denken

8. Leerling van het koninkrijk

Jezus’ leerlingen denken nu ook geestelijk

Op de vraag van Jezus aan zijn leerlingen of zij de vergelijkingen begrepen hebben, volgt hun volmondig ‘ja’.
Het zal ook wel zo zijn dat de evangelisten niet alles opgeschreven hebben bij de verklaringen die Hij aan zijn leerlingen geeft.
In Marcus 4:34 staat dat Hij aan zijn leerlingen alles verklaart als Hij alleen met hen is.

Johannes vermoedt dat als alles wat Jezus gedaan heeft, in boeken wordt opgeschreven, hiervoor te weinig ruimte in de wereld zal zijn (zie Johannes 21:25).
Zeker moet Jezus vaak aan zijn leerlingen zijn methode van lesgeven over de geestelijke wereld uitleggen.
Ook de apostelen hebben vaak moeite om in dit opzicht met de traditionele opvattingen te breken.
We kunnen ons dit levendig voorstellen omdat ook wij door onze (kerkelijke) opvoeding altijd gewend zijn geweest de woorden van Jezus alleen letterlijk in de natuurlijke wereld te interpreteren.

Wat de leerlingen betreft, kunnen we bijvoorbeeld denken aan wat we al eerder gezegd hebben bij de vergelijking van de zuurdesem.
In dit verband waarschuwt Jezus hen voor de zuurdesem van de Farizeeën en Sadduceeën.
De leerlingen denken dan dat Hij hen verbiedt brood van hen te eten, maar Jezus bedoelt dat ze moeten oppassen voor hun leer (zie Matteüs 16:11 en 12).
We kunnen ook denken aan het misverstand bij de leerlingen tijdens de gesprekken bij de Paschamaaltijd (‘het laatste avondmaal’).
Jezus adviseert daar zijn leerlingen om een zwaard te kopen (zie Lucas 22:36).
Direct laten zij Hem twee zwaarden zien als bewijs dat zij deze in tijd van nood wel zullen weten te gebruiken.
We kunnen begrijpen dat Jezus, na hen drie en een half jaar onderwezen te hebben, tegen zijn leerlingen (half ironisch?) moet zeggen: Genoeg hierover (zie Lucas 22:38).

Het evangelie ván Jezus Christus

Wij hebben maar één strijd te voeren, namelijk die in de geestelijke wereld tegen de machten van de duisternis.
Ons wapen hierbij is het zwaard van de geest, dit is het woord van God (zie Efeziërs 6:17).
Dus is het nooit de bedoeling van Jezus dat zijn leerlingen zullen vechten met aardse, zichtbare zwaarden.
Ook hier blijkt dat de leerlingen nog niet (genoeg) geestelijk kunnen denken, wat ook geldt voor veel gelovigen vandaag de dag.
Ondanks dat men weet dat onze wapens geestelijk (moeten) zijn, grijpt men toch weer naar natuurlijke verdedigingsmiddelen.
De oorzaak is dat men zich laat inspireren door de religieuze demonen.

De leerlingen begrijpen (later) wel de vergelijkingen van het koninkrijk van de hemel.
Zeker herinneren Petrus en Johannes zich bij het schrijven van hun brieven de uitleg van Jezus hierover.
Als Petrus denkt aan het goede zaad van het woord van God, kan hij schrijven:
Nu jullie gehoorzaam zijn aan de waarheid, is jullie hart gelouterd en kunnen jullie oprecht van jullie broers en zussen houden;
heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief, met een zuiver hart,
als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende woord
(1 Petrus 1:22 en 23).

Zijn uitspraak in 1 Petrus 1:18 en 19 doet ons denken aan de vergelijking van de schat in de akker:
Want jullie weten dat jullie niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud zijn vrijgekocht uit het zinloze leven dat jullie van jullie voorouders hadden geërfd,
maar met kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus.

De scheiding tussen de tarwe en het onkruid, waarbij het laatste in de vuuroven terechtkomt, komt overeen met zijn woorden:
De Heer blijkt dus vromen uit de beproeving te kunnen redden en onrechtvaardigen gevangen te kunnen houden tot de dag van het oordeel, om hen dan te straffen (2 Petrus 2:9).
Als Jezus vertelt dat ‘een mens’ de akker koopt, schrijft Johannes later:
Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld (1 Johannes 2:2).

De leerlingen hebben de geestelijke manier van denken die Jezus hun door de vergelijkingen duidelijk maakt, overgenomen.
En zij bevestigen dit in hun eigen woorden als zij het evangelie van het koninkrijk van de hemel aan de wereld bekendmaken (zie Hebreeën 2:3).
Zij wijken niet af van deze manier van denken en zo helpen ze ook ons (verder) op weg om de woorden van Jezus op dezelfde manier te begrijpen.
Wat zeker ook aansluit bij ons verlangen!