Geestelijk denken

8. Leerling van het koninkrijk

Leerling van het koninkrijk

Het evangelie ‘van’ Jezus Christus wordt, nadat Hij is opgenomen in de hemel, nog steeds verkondigd.
Het is niet verouderd en het zal ook niet verouderen omdat het gaat over een blijvende en eeuwige werkelijkheid.
Hebreeën 13:8 zegt:
Jezus Christus blijft dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid!

En zijn evangelie, dit is het woord van God en daaraan verbonden hoe Hij de mens redt, bevrijdt en geneest en vult met Gods geest, is ook niet veranderd.
Daarom mogen en kunnen zijn volgelingen hetzelfde aan de mensen vertellen als Hij.
Daarom mogen en kunnen zijn volgelingen ernaar streven het doel van God met hun leven te realiseren, zoals Jezus hen aanspoort in Matteüs 5:48:
Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.

Jezus zegt dat zij die zijn evangelie begrepen hebben, als schriftgeleerden zijn die leerlingen geworden zijn in het koninkrijk van de hemel.
Ze hebben inzicht gekregen in de geestelijke wereld en daarbij kunnen ze wat ze vroeger geleerd hebben, heel goed gebruiken.
Ze kunnen door hun kennis van de zichtbare beelden, gemakkelijker de onzichtbare betekenis ervan begrijpen.
Hij zei hun: Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester (of: huisvader) die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt (Matteüs 13:52).

Het evangelie ‘over’ Jezus Christus is en blijft van wezenlijk belang, maar dat is niet genoeg voor een christen om in en vanuit het plan van God te kunnen leven.
Om het evangelie ‘van’ Jezus Christus te begrijpen is het nodig om de hele Bijbel nauwkeurig te bestuderen en in de eerste plaats de geestelijke betekenis ervan te ontdekken.

Want we kunnen net als de schriftgeleerden en de Farizeeën wel heel veel van de Bijbel weten en toch blind zijn voor het koninkrijk van de hemel.
Zo ontgaat ons de essentie van wat Jezus ons duidelijk wil maken.

In veel kerken en gemeenten zien we dit gebrek aan kennis van de geestelijke wereld.
Zijn hun voorgangers, herders en leraars wel leerlingen geworden in het koninkrijk van de hemel?
Willen ze hierover, als een leerling, wel de nodige kennis opdoen?
Of blijft men zich alleen bezighouden met uiterlijk religieuze zaken?
Iedereen kan voor zichzelf invullen welke dat allemaal wel kunnen zijn.
Maar hiermee komt men geen stap verder op de weg naar de volmaaktheid, waartoe Jezus ons in Matteüs 5:48 aanspoort.

Dit zijn wel heel belangrijke vragen, want ze hebben direct te maken met het zichtbaar worden of de openbaring van de zonen van God.
Zij die de Bijbel in alles letterlijk (proberen te) lezen en uitleggen, verlangen misschien naar de zichtbare verschijning van Jezus Christus op aarde.
Maar zij die leerling geworden zijn in het Koninkrijk van de hemel verlangen ernaar om eerst zelf zonen van God te worden.
Want zij weten, dat pas wanneer zij aan Jezus Christus gelijkvormig geworden zijn, de Heer dan ‘in hen’ terugkomt op aarde.
… wanneer Hij komt, om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen, die tot geloof gekomen zijn … (zie 2 Tessalonicenzen 1:10 NBG).

Lezer, wilt u het voorbeeld van Jezus navolgen en geloven wat Hij onderwijst?
Dan geldt voor u ook de belofte van Hem, zoals deze staat in Johannes 14:12:
Waarachtig, Ik verzeker jullie: wie op Mij vertrouwt zal hetzelfde doen als Ik en zelfs meer dan dat, Ik ga immers naar de Vader.
Wie deze keus maakt, kan in zijn kerk of gemeente alleen komen te staan en zelfs misschien wel geboycot worden.
Maar gelooft u het evangelie ‘van’ Jezus Christus en conformeert u zich hieraan of ergert u zich eraan?
Dan mag u zich wel eens afvragen welke geestelijke inspirator deze invloed op uw gedachtenleven heeft.

Juist die mensen die zich ‘bijbelgetrouwe christenen’ of fundamentalisten noemen, staan het meest afwijzend tegenover dit evangelie.
Dat geeft toch wel te denken, want als zij lezen over de reacties van de religieuze leiders in de dagen van Jezus, herkennen zij daarin dan niets van zichzelf?
Ook zij verzetten zich (ongefundeerd) tegen het echte en volledige evangelie van Jezus Christus, dat gebaseerd is op de ontwikkelingen in de geestelijke wereld.
Wie zijn hun inspirators?
Wie het boek Openbaring en de toelichting hierop op deze site eens grondig doorneemt, zal het antwoord op deze vraag zeker vinden.

In het begin van het boek Handelingen (van de apostelen) wordt door Lucas opgemerkt dat hij de daden en het onderricht van Jezus heeft beschreven vanaf het begin tot aan de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij de apostelen die Hij door de heilige geest had uitgekozen, had gezegd wat hun opdracht was (zie Handelingen 1:1).
Hieruit volgt dat de leerlingen het evangelie ‘van’ Jezus overnemen en verder bekendmaken.
Zij blijven in zijn woorden en zo kunnen ze alles vragen wat ze maar willen, wat ongetwijfeld gericht zal zijn op het ‘veel vruchtdragen’ en de openbaring van de luister van de Vader (zie Johannes 15:7 en 8).

In Romeinen 1:9 schrijft Paulus:
God, die ik door de verkondiging van het evangelie over (grondtekst: van) zijn Zoon vol overgave dien, is mijn getuige dat ik jullie onophoudelijk in mijn gebeden noem.
Heel merkwaardig is het dat de NBV hier vertaalt met het evangelie ‘over’ zijn Zoon, terwijl alle andere vertalingen hier met ‘van’ vertalen en dit ook zo in de grondtekst staat.
Bij zijn afscheid van de oudsten van de gemeente in Efeze zegt dezelfde apostel dat hij rondgereisd heeft om het evangelie van het Koninkrijk bekend te maken of dit ‘als een heraut te proclameren’.
Hij brengt het evangelie van de genade van God, van Gods liefde (zie Handelingen 20:24 en 25).

Paulus zegt in 2 Korintiërs 4:18:
Wij richten ons niet op de zichtbare dingen maar op de onzichtbare, want de zichtbare dingen zijn tijdelijk, de onzichtbare eeuwig.
Zijn bedoeling is om andere volken van dit evangelie op de hoogte te brengen, zodat zij hier gehoor aan geven en zich hierop kunnen gaan richten.
De ‘middelen’ die hij hierbij gebruikt zijn zijn ervaringen met wat Christus door hem tot stand brengt door wonderen en tekenen, door de macht of de kracht van Gods geest (zie Romeinen 15:18 en 19).
Hij maakt aan de volken zijn inzicht in het ‘geheim van Christus’ bekend, dat tot nu toe altijd verborgen is gebleven.
Niemand heeft tot nu toe geweten wat het plan van God met de mens is.
Dit is een nieuw evangelie, van een heel andere orde dan de religie van het natuurlijke volk Israël.

Nadat Paulus aan de ‘heidenen’ verteld heeft van hun belangrijke plaats in het plan van God, zegt hij:
Jullie moeten toch wel gehoord hebben dat God mij de taak heeft toevertrouwd om de genade door te geven die mij met het oog op jullie geschonken is.
Mij is in een openbaring het mysterie onthuld waarover ik hiervoor in het kort heb geschreven.
Aan de hand daarvan kunnen jullie je, wanneer jullie dat lezen, een beeld vormen van mijn inzicht in dit mysterie van Christus
(Efeziërs 3:2-4 of zie heel dit prachtige hoofdstuk).
Paulus is terecht een leerling geworden in het koninkrijk van de hemel, iemand die zich inzicht verwerft in de geestelijke wereld.

Hij eindigt zijn brief aan de Romeinen met de woorden:
Aan Hem die bij machte is jullie kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is,
maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengen, aan Hem, de enige, alwijze God, komt de eer toe, door Jezus Christus, tot in eeuwigheid. Amen.

Ook in de kerk is over dit evangelie eeuwenlang gezwegen.
Wij zijn opgevoed met verhalen ‘over’ Jezus, maar zijn diepste gedachten (zie ook 1 Korintiërs 2:10) zijn ons nooit verklaard.
Zeker, we hebben gehoord over de schuldvergeving en ons (mogelijke) eeuwige behoud, maar niemand heeft ons inzicht in het plan van God met de mens gegeven.
Niemand heeft ons ooit het geheim verteld dat de mens door God bestemd is om in de geestelijke wereld samen met Hem op zijn troon te zitten (zie Openbaring 3:21).
Om met Hem te regeren over alles wat Hij gemaakt heeft, zowel in de zichtbare als in de onzichtbare wereld (zie Openbaring 5:10 en Openbaring 20:6).

Paulus verheugt zich bijzonder over het evangelie ‘van’ Jezus Christus, hij ‘beroemt’ zich erop (zie Romeinen 5:2), maar toch waarschuwt hij:
Er is geen ander evangelie er zijn alleen maar (of: sommige) mensen die jullie in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien.
Wanneer iemand jullie iets verkondigt dat in strijd is met wat ik jullie verkondigd heb, al was ik het zelf of een engel uit de hemel – vervloekt is hij!
(Galaten 1:7 en 8).
Wie dit doet is ‘vervloekt’, dat wil zeggen: staat onder inspiratie van religieuze demonen of ‘vrome geesten’.

Daarom kunnen en mogen ook wij niets anders brengen dan het evangelie van de onzichtbare wereld, dat Jezus door vergelijkingen uitlegt.
Ook nu stuit dit evangelie op een enorm verzet van bovengenoemde demonen, want zij weten dat hun nederlaag spoedig een feit is wanneer christenen deze visie op de geestelijke wereld overnemen.
Daarom ook proberen zij christenen altijd door allerlei visies, dwalingen, wetten en regels te binden aan de aarde, het zichtbare.
Zo blijven de demonen zelf buiten zicht en schot, wat altijd al hun tactiek geweest is.
We zien dat heel duidelijk zowel in het oude testament als ook in de ‘kerkgeschiedenis’ van de afgelopen bijna twintig eeuwen.
Dit wordt ons volledig en helder geschetst in het boek Openbaring.

Maar wij laten ons niet ontmoedigen, want ook het ‘geheim van God’, dat deel van zijn plan dat tot nu toe nog verborgen is gebleven, zal ons bekendgemaakt worden.
Openbaring 10:7:
Op het moment dat de zevende engel zijn bazuin zal laten klinken, zal Gods geheim werkelijkheid worden, zoals hij zijn dienaren, de profeten, heeft beloofd.
Dan is het evangelie van Jezus Christus volledig tot ontplooiing gekomen omdat de zonen van God dan volledig zichtbaar zullen zijn geworden als geestelijke mensen.
Dan zullen zij hun Heer ook mogen volgen in zijn metamorfose van rups naar vlinder.
Want hun vergankelijke lichaam is dan bekleed met het onvergankelijke, hun sterfelijke lichaam met het onsterfelijke (zie 1 Korintiërs 15:53).
Waar in dit aardse leven is ook maar iets aan luister te vinden wat hiermee vergelijkbaar is?