Geestelijk denken

8. Leerling van het koninkrijk

Nieuwe en oude dingen

Jezus vergelijkt zo’n schriftgeleerde die door woord en geest onderwezen is in de zaken van de onzichtbare wereld, met een huisvader (zie Matteüs 13:52).
Deze kan in alle behoeften van zijn huisgenoten voorzien vanuit zijn goedgevulde voorraadkamer.
Hieruit haalt hij de opbrengst van zijn land en van zijn tuin van datzelfde jaar en van vorige jaren tevoorschijn.
De schriftgeleerden, Bijbelleraars of theologen die zich verdiepen in (de visie op) het koninkrijk van de hemel, zullen nooit door de aardsgerichte leraars geaccepteerd worden.
Zij zullen delen in de afwijzing van hun Heer, want zij volgen Hem in zijn denkwereld, zijn geestelijke manier van denken.
Ook Paulus hoort hierbij en hij zegt: Dus volg mij na, zoals ik Christus navolg (1 Korintiërs 11:1).

De nieuwe dingen die de huisvader uit zijn voorraadkamer haalt zijn een beeld van het evangelie van Jezus Christus, zijn leer van het koninkrijk van de hemel.
Door dit evangelie te accepteren kan de mens de geestelijke wereld binnengaan, waar hij kan leven, strijden en overwinnen.
Deze dingen worden voor hem een geestelijke realiteit.

De leerling in het koninkrijk begint niet met de oude dingen uit te delen, maar met de nieuwe.
Hij verkondigt dus een heil (herstel) dat allereerst verkondigd is door de Heer (Hebreeën 2:3 NBG).
Daarom is het onderwijs uit het nieuwe testament het belangrijkst en moet dit eerst plaatsvinden.
Want het nieuwe verbond is geen voortzetting van het oude, maar het verhoudt zich ertoe als de werkelijkheid tot het schaduwbeeld en als het eeuwige tot het tijdelijke. Wie het oude testament leest zonder kennis en begrip van het koninkrijk van de hemel, heeft net als de Joden een bedekking op zijn gezicht, een blinddoek voor zijn (geestelijke) ogen (zie 2 Korintiërs 3:13-18).
Daardoor plaatst hij wat hij leest alleen maar letterlijk in de natuurlijke wereld.

Paulus schrijft dat de gebeurtenissen in het oude verbond een voorbeeld en een waarschuwing voor ons zijn.
1 Korintiërs 10:6 en 11:
Dit alles strekt ons tot voorbeeld: wij moeten niet uit zijn op het kwade, zoals zij.
Wat hun overkomen is, moet ons tot voorbeeld strekken; het is geschreven om ons, voor wie de tijd ten einde loopt, te waarschuwen.

Daarom zullen wij het oude testament lezen bij het licht of de inzichten van het nieuwe.
We zullen de gebeurtenissen die erin vermeld staan gebruiken als illustratie en ze interpreteren in de onzichtbare wereld, dus ze vergeestelijken!
Dit betekent niet dat we de historische en controleerbare feiten ontkennen, maar in vrijwel alles zitten wel lessen voor ons, waarmee we ons voordeel kunnen doen.
Daarom mogen wij ons ook, als het Israël van God, de beloften toe-eigenen die in het oude testament voor het volk van God bestemd zijn.
In Hem (samen met zijn gemeente) worden alle beloften van God ingelost en daarom is het ook door Hem dat we amen zeggen, tot Gods eer (2 Korintiërs 1:24).
Petrus schrijft ook dat de profeten in het oude verbond geprofeteerd hebben over de genade die voor óns bestemd is (zie 1 Petrus 1:10).

Lezer, laat u niet blinddoeken door hen die de beloften van het oude verbond toepassen op een zichtbaar en natuurlijk volk.
Want wíj zijn het geestelijke zaad of de geestelijke nakomelingen van Abraham.
Wíj zijn het geestelijke Israël omdat wij wonen in het hemelse Jeruzalem.
Paulus zegt in 2 Korintiërs 5:17:
Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping.
Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.

Dit nieuwe is het evangelie van de heerlijkheid van Christus die het beeld van God is (zie 2 Korintiërs 4:4 NBG).

Deze ‘heerlijkheid’ of ‘luister’ houdt het klimaat in of de sfeer van het koninkrijk van God dat resulteert in vrede, gerechtigheid, blijdschap en kracht.
Wie zijn voet op de geestelijke weg gezet heeft, merkt dat in deze onafzienbare ruimten van dit eeuwige rijk van God steeds nieuwe ontdekkingen gedaan worden. Deze nieuwe dingen worden overvloedig geïnspireerd door Gods heilige geest.
Het heerlijke van het evangelie van het koninkrijk is dat de mens zelf, geleid door de geest van God, ontdekkingen kan doen en dat het gordijn dat de onzichtbare wereld verbergt, steeds verder wordt weggeschoven.

Op de berg Sion, de gemeente in de geestelijke wereld, vernietigt God het waas dat alle volken het zicht beneemt, de sluier waarmee alle volken omhuld zijn (zie Jesaja 25:7).
Aan de ene kant leren wij de gedachten van de vijand kennen, zoals Paulus schrijft in 2 Korintiërs 2:11, maar aan de andere kant leren wij ook steeds meer de methode van de Heer toepassen die ons de overwinning geeft op onze duistere vijanden.

Het evangelie van het koninkrijk opent een nieuw levensperspectief voor de zonen van God, aan wie beloofd is:
Geliefde broers en zussen, wij zijn nu al kinderen van God.
Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan Hem gelijk zullen zijn wanneer Hij zal verschijnen, want dan zien we Hem zoals Hij is
(1 Johannes 3:2).