Openbaring

Openbaring 1:1
Begin van de eindtijd

Openbaring van Jezus Christus, die Hij van God ontving om aan de dienaren van God te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet.
Hij heeft zijn engel deze openbaring laten meedelen aan zijn dienaar Johannes.

Openbaring van Jezus Christus die heeft gegeven aan Hem God (om te) tonen aan de dienstknechten van Hem (dingen) moeten gebeuren met spoed en heeft medegedeeld gezonden hebbende door de engel van Hem aan de dienstknecht van Hem Johannes,

Openbaring van Jezus Christus!
Met deze woorden krijgen we direct te maken met nog verborgen toekomstige ontwikkelingen die Jezus Christus vanaf nu bekend gaat maken.

Openbaren is een andere uitdrukking voor ont-hullen, ont-dekken of ont-sluieren.
We kunnen daarbij denken aan het wegschuiven van een gordijn, waardoor we zicht krijgen op een andere werkelijkheid.
Dat is het doel van deze openbaring: ons geloof dat misschien omgeven wordt door onkunde en onzekerheid, kan zich nu richten op weidse, concrete geestelijke vergezichten!

Ook tijdens zijn leven op aarde laat Jezus de verborgen dingen uit die andere, geestelijke werkelijkheid of dimensie zien.
Hij haalt de eeuwenoude sluier van onkunde weg die bij mensen ligt over het koninkrijk van de hemel, het machtsgebied in de geestelijke wereld.
Als natuurlijk gerichte gelovigen hebben veel mensen er nauwelijks enig idee van wat zich daar afspeelt en welke invloed dat ‘koninkrijk’ heeft, kan en nog zal hebben op hun bestaan.
Als we dit voor onszelf willen ontdekken, is het zeker nodig dat we ons erin gaan verdiepen en er tijd en energie voor overhebben.
Niets gaat vanzelf en schatgraven kost inderdaad moeite, maar het resultaat zal ernaar zijn!

In dit laatste Bijbelboek wordt voor ons de sluier of het gordijn verwijderd, waardoor we zicht krijgen op de historie en de toekomst van de gemeente van Jezus Christus.
Maar ook op die van de schijngemeente, ook wel genoemd: valse kerk.
‘Vals’ in de zin van niet echt; denk aan een vals bankbiljet.
Jezus heeft, als eerste mens, van God de Vader inzicht gekregen in Gods herstelplan.
En door zijn engel geeft Hij dit op zijn beurt door aan Johannes die het ook opschrijft.
Zo kunnen ook wij als gelovigen weten wat er binnenkort gaat gebeuren, al gebeurd is of inmiddels bezig is te gebeuren.

De Vader doet niets buiten zijn Zoon en zijn zonen om, wat in lijn is met wat staat in Amos 3:7:
Zo doet God, de Heer, niets zonder dat Hij zijn plan heeft onthuld aan zijn dienaren, de profeten.
Jezus is op de hoogte van dit herstelplan van God, want Hij is de uitvoerder ervan.
Daarom heeft God aan Jezus alle (vol)macht gegeven, zowel in de geestelijke als in de natuurlijke wereld.

Maar wannéér bepaalde gebeurtenissen zullen plaatsvinden, weet alleen de Vader.
Handelingen 1:7:
Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden.
Matteüs 24:36:
Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het.

Bij de uitleg van het boek Openbaring hoeven we dus niet te speculeren over bepaalde tijdstippen.
In elke eeuw hebben mensen geprobeerd dit boek in hun eigen tijd te dateren, maar dit is steeds onjuist gebleken.
We kunnen nu wél zien wat er intussen al uitgekomen ís.
Zo kunnen we bijvoorbeeld weten dat we leven in de tijd van de late regen, dus van de verzegeling van de gelovigen met de geest van God.
Maar we weten niet hoe lang deze periode duren zal.

De Vader heeft de ontwikkeling van zijn plan aan de Zoon duidelijk gemaakt.
Dit herstelplan is als een plant die langzaam groeit en vrucht gaat zetten, zoals we kunnen lezen in Marcus 4:26-29:
En Hij zei: Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe.
De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar en dan het rijpe graan in de aar.
Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.

In Jakobus 5:7 lezen we:
Heb geduld, broeders en zusters, tot de Heer komt.
Denk eens aan de boer die geduldig blijft wachten op de kostbare opbrengst van zijn land, tot de regens van najaar en voorjaar zijn gevallen.

Als er staat dat God aan Johannes laat zien wat er binnenkort gaat gebeuren, betekent dit dat er inmiddels ongetwijfeld al het een en ander van uitgekomen is.
We zullen dit verderop in deze studie zien.
Daarom wordt ons eerst getoond hoe de Heer zich bevindt tussen de lampenstandaards (kandelaars, luchters): dit zijn de gemeenten (zie de verzen 12 en 13).
Daarna worden deze eerste gemeenten zelf toegesproken en later zien we God op de troon.
Hij geeft aan Jezus de boekrol (het boek) waarin de ontsluiering van de toekomstige gebeurtenissen staat beschreven (zie Openbaring 5:7).

Deze openbaring wordt doorgegeven aan Johannes, de geliefde apostel van Jezus.
Hij is op zijn oude dag verbannen naar Patmos (zie vers 9).
Daar krijgt hij door een engel de visioenen die in dit boek beschreven zijn.
Er is sprake van ‘zijn’ engel, dat wil zeggen van de engel van God of van Jezus, die in Openbaring 10 nader voor het voetlicht komt.