Openbaring

Openbaring 1:10-11
In geestvervoering Gods stem horen

Op de dag van de Heer raakte ik in vervoering.
Ik hoorde achter me een luide stem, die klonk als een bazuin en die tegen me zei:
‘Schrijf alles wat je ziet in een boek en stuur dat naar de zeven gemeenten, naar Efeziërs, Smyrna, Pergamum, Tyatira, Sardes, Filadelfia en Laodicea.’

Ik raakte in (de) geest op de bij de Heer behorende dag en ik hoorde achter mij (een) stem groot als van (een) bazuin, zeggende wat je ziet schrijf (het) in (een) boek en zend (het) aan de [zeven] gemeenten naar Efeziërs en naar Smyrna en naar Pergamum en naar Tyatira en naar Sardes en naar Filadelfia en naar Laodicea.

Johannes ‘raakt in de geest’, evenals Paulus wordt ‘weggevoerd tot in de derde hemel’ (zie 2 Korintiërs 12:2).
Petrus komt in geestvervoering als hij de hemel open ziet en een voorwerp ziet neerdalen in de vorm van een groot laken.
Handelingen 10:11:
Hij zag hoe vanuit de geopende hemel een voorwerp dat op een groot linnen kleed leek aan vier punten op de aarde werd neergelaten.
In Openbaring 4:2 zegt Johannes opnieuw dat hij in geestvervoering komt, waarbij hij, geleid door de geest van God, de dingen in de geestelijke wereld rechtstreeks kan zien, horen en begrijpen.

Hij komt in deze situatie op de dag van de Heer, waarmee de periode wordt aangegeven waarin de Heer zijn speciale werk van herschepping en herstel uitvoert.
Hij doet dit in en door zijn gemeente die in deze tijd tot volmaaktheid komt.
Met deze dag wordt uiteraard niet de zondag bedoeld, want die heeft als menselijk bedenksel geen enkele betekenis in het eeuwige plan van God.

Johannes is in de geestelijke wereld en hij hoort met zijn geestelijk oor een luid klinkende stem die klinkt als een trompet of bazuin waarmee een duidelijk signaal wordt afgegeven.
Hierdoor wordt hij aangespoord om de gezichten (visioenen) die hij te zien krijgt, in een boek op te schrijven.
En dit moet hij sturen aan de gemeenten in Klein-Azië, waar hij volgens de ‘kerkgeschiedenis’ heeft gewerkt.