Openbaring

Openbaring 1:16-18
Godheid van de heilige geest (‘drie-eenheid’)

In zijn rechterhand had Hij zeven sterren en uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard.
Zijn gezicht schitterde als de felle zon.
Toen ik Hem zag viel ik als dood voor zijn voeten neer.
Maar Hij legde zijn rechterhand op me en zei:
Wees niet bang.
Ik ben de eerste en de laatste.
Ik ben het die leeft; Ik was dood, maar Ik leef, nu en tot in eeuwigheid.
Ik heb de sleutels van de dood en van het rijk van de dood.

En hebbende in de rechter hand [eigen] sterren zeven; en uit de mond van Hem (een) zwaard tweesnijdend scherp (er) uitkomende; en het gelaat/uiterlijk van Hem zoals de zon schijnt in de kracht van haar.
En toen ik zag Hem, viel ik aan de voeten van Hem als (een) dode; en [Hij legde] de rechter/[rechter(hand)] van Hem op mij zeggende niet vrees; Ik ben de Eerste en de Laatste en de Levende en Ik ben geweest dood en zie levend ben Ik tot in de eeuwen van de eeuwen en Ik heb de sleutels van de dood [en van het dodenrijk].

In zijn rechterhand heeft Hij zeven sterren; de verklaring hiervan vinden we bij vers 20.
Zijn rechterhand is een symbool van de geest van God, waardoor Hij het plan van God kan uitvoeren.
Het zwaard dat aan twee kanten scherp is, komt uit zijn mond en dat stemt overeen met wat in Hebreeën 4:12 staat:
Want levend en krachtig is het woord van God en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden.

Denkwereld zuiveren

Door het woord van God kunnen we onze denkwereld zuiveren van elke misleiding en verleiding van satan, die ons van God en zijn plan met ons, afleiden.
Dit geestelijke zwaard maakt een scheiding tussen waarheid en leugen en tussen rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid.
Ook in 19:15 staat dat uit zijn mond een scherp zwaard komt, waarmee Hij de volken zal slaan.
Door zijn woord zal Hij de demonen machteloos maken, want de waarheid is sterker dan de leugen.

Van lijden tot heerlijkheid

Als Jezus voor Pilatus wordt gebracht, staat Hij daar met een kroon van dorens op zijn hoofd en een purperkleurige mantel aan.
Daar is Jezus de mens die wordt vernederd, gemarteld en vermoord als gevolg van de invloed van religieuze demonen op en via de religieuze leiders van het volk.
Johannes, die Jezus in deze omstandigheden heeft meegemaakt, ziet Hem nu in zijn door God bedoelde positie.
Zijn gezicht, beter: zijn hele voorkomen schittert als de zon in haar hoogste stand en straalt daarmee optimaal zijn liefde en warmte uit naar de mensheid.
Het is geen wonder dat Johannes, die Jezus heeft meegemaakt in zijn diepe vernedering, als dood aan Jezus’ voeten valt, nu hij Hem in zijn hoge positie ziet.

Dwaling van de drie-eenheid

Johannes heeft vaak gezien dat Jezus zijn handen op mensen legde om hen te genezen of te bevrijden van demonen.
De rechterhand van God is het symbool van de kracht en de werking van zijn heilige geest.
Door het woord worden de gedachten van God voor ons herkenbaar en door zijn arm, vinger, geest of rechterhand worden ze gerealiseerd.
Hieruit blijkt dat de geest van God niet een aparte persoon is, maar in feite God zelf die zich op diverse manieren manifesteert.
De heilige geest is de persoonlijkheid van God de Vader en daardoor ook zijn scheppende en herstellende kracht.
1 Korintiërs 8:6 zegt duidelijk dat er maar één God is, de Vader, en één Heer, Jezus Christus.
Er zijn dus geen drie ‘goden’ die samen een drie-eenheid vormen; dat is een onbijbelse gedachte.
We mogen de Vader aanbidden als God en Jezus als Heer; nergens zien we dan ook dat de geest van God wordt aanbeden.
Dat Gods geest ‘heilig’ genoemd wordt, wil zeggen dat hij gericht is op de heling van de gelovige mens, op zijn herstel naar geest, ziel en lichaam.
En dat herstel gaat door totdat deze mens gelijkvormig is geworden aan Jezus Christus.
Dít is het einddoel van het plan van God en (dus) ook van ons geloof.

Als Jesaja vraagt: aan wie is de arm van de Heer geopenbaard? (zie Jesaja 53:1 NBG), betekent dit: wie van ons kent en ervaart de kracht van God?
Alleen door Gods geest wordt waarheid: en het voornemen (het plan) van de Heer zal door zijn hand voortgang hebben (zie Jesaja 53:10 NBG).
Jezus zegt, als Hij bezig is een demon uit een mens te werpen:
Maar als Ik door de vinger van God de demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God over jullie gekomen (Lucas 11:20 NBG).
We zien dat in de NBV-vertaling deze begrippen in feite zijn ‘weg vertaald’.

Jezus legt zijn hand op Johannes om zijn angst weg te nemen en hem sterk te maken.
Zo zijn ook de profeten van het oude verbond aangeraakt en gesterkt.
De kracht van Gods heilige geest verdrijft elke angst, want hij (Gods geest) die in jullie is, is machtiger dan hij (satan) die in de wereld heerst (zie 1 Johannes 4:4).

Jezus heeft de sleutels van dood en dodenrijk

Jezus noemt zichzelf de eerste en de laatste, evenals de Vader dit doet (zie vers 8).
Want Hij is al van vóór de schepping in de gedachte van de Vader en Hij is het ook die deze gedachte, dit plan van God, in al zijn volheid zal uitwerken.
Dan beschrijft de Heer wat tussen dit ‘eerste’ en ‘laatste’ is gebeurd.
Hij is op aarde een gewoon mens geweest, als mens gestorven en als mens opgestaan uit de dood.
Nu leeft Hij als volmaakt mens tot in eeuwigheid, oneindig in tijd, in de luister (of: grootsheid, majesteit) van God.

Tijdens dit proces van leven en opstaan uit de dood heeft Hij de sleutels van de dood en het rijk van de dood bemachtigd.
Hij is in aanraking geweest met de machthebber over de dood, Apollyon en zijn knechten, de doodsmachten.
Jezus heeft hen overwonnen door de kracht van Gods geest.
Romeinen 8:11:
Want als de geest van Hem die Jezus uit de dood heeft opgewekt in jullie woont, zal Hij die Christus heeft opgewekt ook jullie die sterfelijk zijn, levend maken door zijn geest die in jullie leeft.

Gemeente sterker dan de poorten van het dodenrijk

Daarmee heeft Hij aangetoond dat de poorten van het rijk van de dood de gemeente niet kunnen overweldigen.
Matteüs 16:18:
En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn gemeente zal bouwen en de poorten van het rijk van de dood zullen haar niet kunnen overweldigen.
De poorten van of de toegangen naar dit rijk van de dood bestaan met name uit: zonde, ziekte, gebondenheid, misleiding, verleiding en geweld.
Door de kracht van Gods geest kan de gemeente, wij dus, deze toegangen sluiten, zowel voor onszelf als ook voor anderen.
Door de geest van God hebben ook wij deze sleutels gekregen.