Openbaring

Openbaring 1:2
In het begin is Gods woord

Johannes maakt bekend wat God gesproken heeft en waarvan Jezus Christus heeft getuigd; dit heeft hij allemaal gezien.

die heeft getuigd het woord van God en het getuigenis van Jezus Christus alle (dingen) die hij heeft gezien.

Johannes heeft al eerder bekendgemaakt wat God gezegd heeft; hij is de evangelist die schrijft in Johannes 1:1:
In het begin was het woord, het woord was bij God en het woord was God.
Hij heeft de verhouding tussen de Vader en zijn Zoon duidelijk weergegeven; zij verhouden zich tot elkaar als spreker staat tot woord.
Johannes ziet bij het begin van zijn boek ook weer Jezus Christus die de hele openbaring over het herstelplan van zijn Vader krijgt en deze aan Johannes doorgeeft.

Dit woord van God, in Jezus Christus zichtbaar geworden, is de uitvoerder van Gods plan, want de ruiter op het witte paard trekt op als een overwinnaar de overwinning tegemoet (zie Openbaring 6:2).
Dit woord zal niet zonder resultaat of vrucht naar God terugkeren, niet zonder eerst te doen wat God wil en dat uit te voeren waarvoor God opdracht gegeven heeft.
Jesaja 55:11:
Zo geldt dit ook voor het woord
dat voortkomt uit mijn mond:
het keert niet vruchteloos naar Mij terug,
niet zonder eerst te doen wat Ik wil en te volbrengen wat Ik gebied.

Het is een levend woord, een door God uitgesproken gedachte die ons het echte, meest zinvolle leven geeft dat we ons ooit kunnen voorstellen.
Dát is het leven waar het in essentie om gaat: voor altijd en eeuwig in optimale verbinding leven met God!
Dit is het woord dat Jezus Christus heeft gebracht en ook heeft laten zien.
Johannes begrijpt dit en hij kan dit nu door de gave van profetie aan ons uitleggen (zie ook Openbaring 19:10).

In het door hem geschreven evangelie is hij de leerling die van dit alles getuigt en het ook heeft opgeschreven (zie Johannes 21:24).
Hierom is hij dus ook gevangengenomen (zie vers 9).

Zijn eerste rondschrijfbrief begint hij met de woorden:
Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het woord dat leven is (1 Johannes 1:1).

In het bovenstaande ziet hij veel in de zichtbare wereld en hij vertelt er nauwkeurig over.
Nu gaat hij zorgvuldig opschrijven wat de engel hem laat zien in en over de onzichtbare wereld.