Openbaring

Openbaring 1:9
Verdrukking om het getuigen van Jezus

Ik, Johannes, uw broeder, die net als u in ellende verkeer, maar ook door Jezus met u deel in het koninkrijk en in standvastigheid – ik was op het eiland Patmos omdat ik over God had gesproken en van Jezus had getuigd.

Ik, Johannes, de ook broer van jullie en mededeelgenoot in de verdrukking en in het koninkrijk en in (het) verwachten van Jezus Christus was op het eiland het genoemd wordende Patmos vanwege het woord van God en vanwege het getuigenis van Jezus Christus.

Johannes richt zich tot zijn geestelijke broers en zussen die net als hij onderdrukt worden.
Dit laatste is altijd verbonden met het binnengaan in het koninkrijk van God, omdat satan ons dat uit alle macht wil verhinderen.
Zie ook Handelingen 14:22:
… maar wezen hun erop ‘dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God binnen kunnen gaan.’

De gelovigen hebben, door te geloven in de woorden van Jezus, deel aan het koninkrijk van God, dat gekenmerkt wordt door liefde, vrede, vreugde en kracht.
Om dat vast te houden moeten ze doorzetten en zich niet door satan omver laten praten met zijn ondermijnende gedachten of zwichten door druk of geweld van buitenaf.
Zo wordt in hun leven waar:
Blijf juist volharden, want als u de wil van God doet, zult u ontvangen wat u beloofd is (Hebreeën 10:36).
Ook Johannes zet door, hij houdt vast aan wat Jezus tegen hem zegt:
Blijf in Mij, dan blijf Ik in jullie (zie Johannes 15:4).

Johannes is verbannen naar Patmos, een eilandje tegenover Klein-Azië, de regio waarin de zeven gemeenten liggen.
Hij zit gevangen omdat hij het woord van God brengt en omdat hij vertelt wat hij van Jezus weet en ook zelf heeft meegemaakt.
Want alleen dan kun je een getuige zijn.
Hij zegt dan ook in 1 Johannes 1:1:
Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij:
het woord dat leven is.