Openbaring

Openbaring 11:12-14
De oogst is rijp geworden

Er klonk een luide stem uit de hemel, die tegen hen zei: ‘Kom hierboven.’
Toen stegen ze in de wolk op naar de hemel, voor het oog van hun vijanden.
Op dat moment kwam er een zware aardbeving, die een tiende deel van de stad verwoestte.
Zevenduizend mensen werden door de aardbeving gedood, de rest werd door vrees bevangen en begon de God van de hemel eer te bewijzen.
De tweede wee is voorbij, maar de derde volgt binnenkort!

En zij hoorden (een) stem luide uit de hemel zeggende tot hen: komt omhoog hierheen.
En zij gingen omhoog naar de hemel in/met de wolk en aanschouwden hen de vijanden van hen.
En op dat/[die] uur ontstond er (een) aardbeving grote en het tiende (deel) van de stad stortte in en werden gedood in/door de aardbeving (de) namen van mensen duizend zeven.
En de overigen zeer bevreesd werden en zij gaven eer aan de God van de hemel.
De wee tweede ging voorbij, zie de wee derde komt spoedig.

De opdracht van God wordt overgebracht door de luide stem van de aartsengel Gabriël (vergelijk Openbaring 10:1).
God geeft aan zijn woord en geest de opdracht om via de zonen van God uit de anonimiteit te komen van de aardsgerichte religie en actief te worden in zijn koninkrijk.
Deze opdracht kan alleen worden uitgevoerd als de gemeente van Jezus Christus het woord weer bekend gaat maken en de heilige geest van God in haar weer de ruimte geeft om te werken.
Dit alles precies zo als in het beginstadium van de gemeente.
Ook hier zien we dat niets automatisch of vanzelf gebeurt, maar dat God niets doet zonder zijn medewerkers hierin te betrekken.
Dit stemt overeen met Amos 3:7, waar staat:
Zo doet God, de Heer, niets zonder dat Hij zijn plan heeft onthuld aan zijn dienaren, de profeten.

Uiteraard is het onthullen of openbaren van Gods plan bedoeld om zijn volk erbij te betrekken.
Zie hiervoor ook Openbaring 1:1 en 22:6.

Hun vijanden, de demonen en hun aanhangers zien het voor hun ogen gebeuren.
Ze hebben samen op dezelfde manier Jezus willen overmeesteren aan het kruis, om zijn overwinning onmogelijk te maken.
Net als bij de kruisiging van Jezus concentreren zij hun krachten om het tot leven komen van Gods woord en geest in de echte gemeente tegen te gaan, maar ook hier lukt hun dat niet.
Deze samenballing van krachten in de geestelijke wereld dreunt nu na in de aardsgerichte schijngemeente.
Hier worden de effecten van deze geestelijke (aard)beving zichtbaar, zodat werkelijkheid wordt wat in Jesaja 3:1 staat:
Voorwaar, God, de Heer van de hemelse machten,
ontneemt Jeruzalem en Juda hun stut en steun:
alle steun van brood en water.

Een tiende deel van de stad stort in, vele duizenden ‘woningen’ worden onbruikbaar voor iedere vorm van geestelijk leven.
Menselijke visies en leringen geven de mensen geen voldoening meer en vrijwel de hele basis van de schijngemeente komt hierdoor te vervallen.
In het vervolg van Jesaja 3 staat verder beschreven hoe het afloopt met deze gemeente.

Satan kan de schijngemeente niet meer gebruiken om de gemeente van Jezus Christus aan te vallen.
De tien horens die je zag en het beest zelf zullen een afschuw krijgen van de hoer en ze zullen haar te gronde richten.
Ze zullen haar uitkleden, haar vlees eten en haar in brand steken
(Openbaring 17:16).
Mensen die nog geloof hebben in de fundamentele waarheden verliezen ook dit geloof.
Want ze hebben hun geloofshuis gebouwd met brandbare materialen: hout, hooi en stro (zie 1 Korintiërs 3:12).
De verterende vloed van de demonen laat hier niets van over.

Zevenduizend mensen, een bepaalde volheid, vinden zo de dood, zij worden slachtoffer van de doodsmachten.
Elke vorm van geestelijk leven verdwijnt uit hen.

De leiders, de machthebbers, de godgeleerden zullen toch proberen op de oude voet door te gaan met hun modernistische en atheïstische leuzen.
Maar het respect voor hen is weg en hun leugens worden niet meer geloofd.
Ze worden door de gruwelijke macht van de antichristelijke gemeente van het religieuze toneel verwijderd.
Maar veel godsdienstige mensen worden bang voor wat er gaande is in de gemeente van Jezus Christus.
Wat ze altijd hebben willen voorkómen en waarvan ze een afkeer van hebben gehad, gebeurt nu: de krachten van de toekomstige eeuw worden zichtbaar.
Mensen worden genezen en bevrijd en krijgen inzicht in en deel aan het plan van God.

Dit zijn werkelijk zonen van God, zeggen ze nu.
We zien hier een herhaling van wat beschreven wordt in Openbaring 3:9:
Ik zal mensen laten komen die bij satan horen (grondtekst: uit de synagoge van satan), leugenaars die zich Joden noemen en het niet zijn; zij zullen zich eerbiedig aan uw voeten neerwerpen en erkennen dat Ik u heb liefgehad.
Zo geven zij de God van de hemel eer, dit wil zeggen: zij erkennen dat God leeft en zijn woord waarmaakt.

Tot slot zien we dat de oordelen van God nog niet af zijn.
Er komt binnenkort een derde wee die over de religieuze wereld zal gaan.
Tijdens het blazen op de zes bazuinen komt de gemeente in en door de grote geestelijke pressie tot volmaaktheid.
En dan wordt de schijngemeente als het rijp geworden onkruid bij elkaar verzameld om aan het vuur te worden overgegeven.
De antichrist zal, nadat op de zevende bazuin geblazen is, het gezagsapparaat binnen deze gemeente volledig overnemen en zo verandert Babylon in de gemeente van de antichrist.

Over deze volkomen geestelijk dode, antichristelijke wereld zal zich het vonnis voltrekken in de laatste wee, namelijk de zeven schalen van de toorn van God.
Toorn van God is: de onstuimige, woeste werking van de demonen.
Na de tweede wee komen de zonen van God tevoorschijn, het ‘kind’ (de ‘mannelijke zoon’) wordt geboren.
De volmaakte gemeente verschijnt dan als de rijp geworden oogst van de aarde (zie Openbaring 14:15) in de hemelse regionen of de geestelijke wereld.