Openbaring

Openbaring 11:15
De Heer tegemoet in de lucht

Toen blies de zevende engel op zijn bazuin.
In de hemel klonken luide stemmen, die zeiden:
‘Nu begint de heerschappij van onze Heer over de wereld en die van zijn messias.
Hij zal heersen tot in eeuwigheid.’

En de zevende engel blies op de bazuin en geworden zijn stemmen luide in de hemel, zeggende: geworden zijn de koninkrijken van de wereld van de Heer van ons en van de gezalfde van Hem en Hij zal regeren tot in de eeuwen van de eeuwen.

In 1 Korintiërs 15:51-52 staat:
Ik zal u een geheim onthullen: wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt.
Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden opgewekt worden met een geestelijk lichaam dat niet meer kan vergaan en zullen ook wij veranderen.
Als er een laatste bazuin is, moeten er ook eerdere bazuinstoten geklonken hebben.
Het klinken van de bazuinen wijst dus op bepaalde tekenen of mijlpalen in de tijd die door elke serieuze christen kunnen worden herkend.
Het zijn signalen die horen bij de periode van de zware geestelijke pressie.

Bij het blazen op de zevende bazuin staan alle gelovigen op die ‘in Christus’ gestorven zijn.
De zonen van God die dan nog op aarde leven, veranderen in een ondeelbaar ogenblik, niet in tijd uit te drukken.
Zowel Paulus als Johannes noemen het blazen op de bazuinen in verband met de laatste ontwikkelingen in het plan van God.
Het is dan ook duidelijk dat de bazuin in 1 Korintiërs 15:52 en 1 Tessalonicenzen 4:16 dezelfde betekenis heeft als die waarover Johannes het heeft in het boek Openbaring.
We kunnen daarom gerust vaststellen dat de laatste bazuin de zevende is.

De gemeente van Jezus Christus bereikt op dat moment haar volmaaktheid.
Net als later de schepping, zullen de zonen van God worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zullen zij delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt (zie Romeinen 8:21).
Dit is uiteraard het gevolg van het werk van Gods geest in elk lid van de gemeente afzonderlijk, waarvan de vrucht bestaat uit:
liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing (zie Galaten 5:22-23).

De zonen van God hebben inmiddels de geestelijke mannelijkheid bereikt, de volmaaktheid, die het einddoel van het geloof is.
Maar zij hebben deze geestelijke rijkdom altijd als in een stenen pot rondgedragen, net als Jezus tijdens zijn aanwezigheid op aarde.
En ze weten dat de overweldigende kracht in hen niet van henzelf komt, maar van God (zie 2 Korintiërs 4:7).
Maar nu krijgen ze een verheerlijkt lichaam dat gelijkvormig is aan dat van hun opgestane Heer.
Filippenzen 3:21:
Met de kracht waarmee Hij in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal Hij ons armzalig lichaam gelijkmaken aan zijn verheerlijkt lichaam.

In Openbaring 20:5 (ged.) en 6 (ged.) wordt gezegd:
Dit is de eerste opstanding.
Gelukkig en heilig zijn zij die deelhebben aan de eerste opstanding.
De tweede dood heeft geen macht over hen.

De eerste opstanding begint bij het opnieuw geboren worden, bij de vernieuwing van denken, bij het geestelijk leren denken.
Dit proces wordt voltooid en bekroond in de opstanding uit de dood en de verandering van het uiterlijk van hen die niet sterven.
Zij worden weggevoerd de Heer tegemoet in de lucht (zie 1 Tessalonicenzen 4:17).
Zij nemen in de geestelijke wereld hun plaats in bij Jezus.

In de onzichtbare wereld horen we nu machtige stemmen.
Want de zevende bazuin markeert het grote keerpunt in het tijdperk van het herstel.
De zonen van God kunnen wel al heersen in de geestelijke wereld, maar nog niet in de zichtbare.
Daar zijn ze altijd gelasterd, veracht en vervolgd.
Bij de zevende bazuin zal ook de toekomstige wereld (dat is de bewoonde aarde) in liefde aan hen onderworpen worden, om deze te herstellen en te vullen met de luister van God.
Hebreeën 2:5 zegt:
Welnu, de komende wereld, waarover wij hier spreken, heeft Hij niet onder het gezag van engelen gesteld.
En vers 6:
Doordat Hij alles aan hem onderworpen heeft, rest er niets dat niet onder zijn gezag is gesteld.
Dat alles aan hem onderworpen is, zien wij echter nu nog niet.

Naar die situatie heeft de lijdende en zuchtende schepping alle eeuwen door met groot verlangen uitgezien (zie Romeinen 8:22).
Dan wordt de tirannieke heerschappij over de aarde afgenomen van de ‘heerser over deze wereld’.
Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid (of: vruchteloosheid, nutteloosheid), niet uit eigen wil, maar door hem (Adam, de mens) die haar daaraan heeft onderworpen.
Maar ze heeft hoop gekregen, omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen
(zonen) geschonken wordt (Romeinen 8:20-21).

Adam heeft naar satan geluisterd en zo zijn heerschappij aan hem overgegeven.
Want we zijn ondergeschikt aan wie we gehoorzamen.
Romeinen 6:16:
Wanneer u zich als slaaf in iemands dienst stelt, weet u toch dat u hem moet gehoorzamen?
Wanneer u de zonde dient, leidt dat tot de dood; wanneer u God gehoorzaamt, leidt dat tot vrijspraak.

Nu is de nieuwe schepping gekomen, door Christus Jezus.
Wat betreft de innerlijke mens van Gods volk is deze al volledig gerealiseerd, maar bij de zevende bazuin is het koninklijke priesterschap voltooid en staat het klaar om de regering te aanvaarden.
Het overwinningslied klinkt daarom machtig door de hemel:
Nu begint de heerschappij van onze Heer over de wereld en die van zijn M(m)essias.
Hij zal heersen tot in eeuwigheid.

Christus aanvaardt in liefde het koningschap ook over de natuurlijke wereld.
Maar Hij is nooit te scheiden van zijn Lichaam, de gemeente.
Daarom staat er dat Christus samen met zijn gezalfde (messias), dat is zijn gemeente, kan beginnen te heersen.

Want de leden van de gemeente van Jezus Christus zijn ‘gezalfd’ met de heilige geest van God tot koningen en priesters.
U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt.
Zij zullen als koningen heersen op aarde
(Openbaring 5:10).
In deze betekenis is Jezus de aanvoerder of de vorst van deze koningen van de aarde.
Hij is de ‘Hoogste Heer en Koning’ of de ‘Koning van de koningen en Heer van de heren’ (zie Openbaring 19:16).
De profetie van Daniël 7:27 komt dan uit:
Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van alle koninkrijken onder de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de hoogste God.
Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en alle machten zullen hem dienen en gehoorzamen.

In het begin van de schepping stelt God de mens aan tot koning op aarde en geeft Hij hem de opdracht zijn macht erop te vestigen en over haar te heersen.
Maar de eerste mens heeft zijn taak niet compleet uitgevoerd.
Opnieuw roept God de (nieuwe) mens, namelijk Christus en zijn gemeente, om vanuit de liefde van God zijn gezag op de aarde te vestigen, erover te heersen en te regeren.
Zij zullen hun taak wél volledig uitvoeren.
Dit koningschap is niet in tijd begrensd, maar het gaat door tot in de oneindige eeuwigheid.
Het resultaat zal zijn een totaal nieuwe schepping: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.