Openbaring

Openbaring 11:7-8
Sodom, een tegennatuurlijke religie

Wanneer zij hun getuigenis hebben afgelegd, zal het beest dat uit de onderaardse diepte opstijgt de strijd met hen aanbinden, hen overwinnen en hen doden.
Dan liggen hun lijken op het plein van de grote stad die in figuurlijke zin Sodom of Egypte heet, de stad waar ook hun Heer gekruisigd is.

En wanneer zij hebben voltooid het getuigenis van hen, het beest omhoog komende uit de afgrond, zal maken oorlog met hen en het zal overwinnen hen en het zal doden hen.
En de lijken van hen op de straat van (de) stad grote, die wordt genoemd in geestelijke zin Sodom en Egypte, alwaar ook de Heer van ons gekruisigd is.

Het leven van deze zonen van God is een afspiegeling van het leven van de Zoon van God.
Zo ondergaan ook zij het geweld van satan, net als Jezus.
De Heer heeft als de eerste betrouwbare getuige zijn taak uitgevoerd.
Hij zegt:
Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat U Mij opgedragen hebt (Johannes 17:4).

Hij rondt zijn werk af in het aardse Jeruzalem.
Hij zegt in Lucas 13:32-34 (ged.):
Let op, Ik drijf demonen uit en vandaag en morgen genees Ik mensen en op de derde dag bereik Ik de voltooiing.
Maar Ik moet vandaag en morgen en de volgende dag op weg blijven, want het gaat niet aan dat een profeet omkomt buiten Jeruzalem –
Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt wie naar haar toe zijn gestuurd!

Bij het begin van de geschiedenis van de gemeente bidden de leerlingen van Jezus:
Want inderdaad, in deze stad hebben allen samengespannen tegen Jezus, uw heilige dienaar, die door U is gezalfd: Herodes, Pontius Pilatus, alle volken en ook de stammen van Israël,
om datgene te doen waarvan U had bepaald en voorbestemd dat het moest gebeuren
(Handelingen 4:27-28).

In de laatste tijd spant de verworden schijngemeente samen met dezelfde religieuze demonen die ook de inspirators zijn van de ‘godgeleerden’ in de tijd van Jezus.
Johannes 8:44:
Uw vader is de duivel en u doet maar al te graag wat uw vader wil.
Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest.
Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is.
Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen.

Deze schijngelovigen worden verteerd door jaloezie als zij de krachten, tekenen en wonderen zien, die de zonen van God begeleiden.
Bovendien brengen dezen een geestelijke uitleg van het plan van God, waardoor de zeden, gewoonten en gebruiken van de schijngemeente diepgaand worden aangetast.
Hierdoor ziet deze gemeente haar macht en invloed afnemen.
Maar door hun geperfectioneerde occultisme en spiritisme roepen de schijngelovigen het beest uit de onderaardse diepte op (zie Openbaring 17:8) om de gemeente van Christus een halt toe te roepen.
Dit beest kan mensen nog altijd zo misleiden en hersenspoelen dat ze denken God te dienen door de gelovigen te doden (zie Johannes 16:2).

In de geschiedenis van de schijngemeente blijkt dat deze vaak naar grof natuurlijk geweld grijpt om haar tegenstanders de mond te snoeren en zelfs uit de weg te ruimen.
Alleen al aan deze vrucht van geweld is deze slechte boom te herkennen!
In Openbaring 17 wordt beschreven hoe de hoer verbonden is met het felrode scharlaken-kleurige beest dat uit de onderaardse diepte omhoogkomt.
Als religieuze macht streeft ze naar eenheid binnen haar organisatie.
Daarbij maakt ze ook gebruik van haar invloed om zelfs de politieke macht voor haar karretje te spannen.
Deze antichristelijke stroming in de schijngemeente kunnen we de eeuwen door signaleren.
Onze voorouders schrijven bijvoorbeeld in de Nederlandse geloofsbelijdenis:
De overheid is geroepen ‘de hand te houden aan de heilige kerkdienst en te weren en uit te roeien alle afgoderij en valse godsdienst’.

Waar deze belijdenis in daden wordt omgezet, blijkt al snel door welke geest deze uitspraak geïnspireerd wordt.
De schijngemeente beschuldigt de echte gelovigen van afgoderij en verkeerde visies en verwijt hun dat zij niet solidair zijn met haar gemeente.
Stefanus wordt ervan beschuldigd dat hij lasterlijke woorden spreekt tegen de tempel en de wet (zie Handelingen 6:13).
Op dezelfde manier zijn de ‘ketters’ in de rooms-katholieke kerk én protestantse kerken bloedig vervolgd omdat zij naar het Bijbelwoord handelen:
Laat je er niet door de meerderheid toe overhalen iets onrechtvaardigs te doen … (zie Exodus 23:2).

Het is een van de meest verschrikkelijke ogenblikken in de kerkgeschiedenis als Augustinus met betrekking tot de Donatisten zegt: ‘Cogite intrare’, dat wil zeggen: dwing ze om in te gaan.
Met deze demonische, gewelddadige uitspraak pleegt hij hoogverraad aan het evangelie van Jezus Christus.
De bloeddorstige beulen die hun woede op de ‘ketters’ en ‘sekten’ koelen, beroepen zich allemaal op de autoriteit van deze ‘kerkvader’.
Vanaf Augustinus tot aan de laatste tijd zal het bloed van de martelaars om het geloof in Christus blijven vloeien.
Het natuurlijke leven van de gelovigen wordt zo onder grote druk gezet om hen te pressen hun geloof in het bereiken van het einddoel van God (met hen) los te laten.
Ik zag dat de vrouw dronken was van het bloed van de heiligen en het bloed van hen die van Jezus hadden getuigd (Openbaring 17:6).

De lijken van de getuigen liggen op het plein van de grote stad, die geestelijk Sodom en Egypte heet, waar ook hun Heer gekruisigd is.
Ook hier moeten we uiteraard niet denken aan een zichtbare stad met zichtbare lijken.
Lijken zijn hier beeld van stoffelijke omhulsels waarin geen leven meer is, die niets meer uitwerken.
Waar de getuigen profeteren over het plan van God, daar worden ze in het centrum (op het plein) van het religieuze leven (de stad) monddood gemaakt.
Het geestelijke klimaat daar is zo verstikkend, dat uitleg over en uitwerking van het plan van God door zijn woord en geest er totaal ondenkbaar zijn geworden.
Satan en zijn rijk zijn opgelucht, voor zover ze dat al kunnen zijn.
Het plan van God is schijnbaar niet te realiseren, dus lijkt voor hen de weg vrij om de macht te grijpen!

De grote stad Babylon is vol van geestelijk overspel (Sodom) en vol van geweld en afgoderij (Egypte).
Daar heersen de demonen volop.
De schijngemeente lijkt precies op het religieuze Jeruzalem uit de tijd van Jezus.
Ook daar wordt de Heer en daardoor dus het plan van God verworpen.
Het lukt de religieuze demonen, die vol van geweld zijn, om de Heer te laten kruisigen, terwijl de religieuze mens zijn mond vol heeft over God en zijn wetten.
De theologie wordt er tot in de finesses beoefend, maar het is één grote schijnvertoning geworden.

Van het volk Israël wordt gezegd:
Omdat dit volk Mij naar de mond praat,
Mij slechts met de lippen dient,
terwijl hun hart ver bij Mij vandaan is;
omdat hun ontzag voor Mij louter plicht is,
slechts aangeleerd en door mensen opgelegd –
(Jesaja 29:13).
Het wordt geestelijk vergeleken met Sodom, omdat het een onnatuurlijke religie heeft.
Dit Jeruzalem wordt ook met Egypte vergeleken, omdat de schijngemeente geen bevrijding en genezing kent, maar wel slavernij en gebondenheid aan de demonen.
Tegen het volk van God wordt gezegd: Trek weg uit Babel! (zie Jesaja 48:20).