Openbaring

Openbaring 11:9-10
Dode begrippen in de schijngemeente

Gedurende drie-en-een-halve dag komen er mensen uit alle landen en volken, van elke stam en taal, om hun lijken te zien, en zij dulden niet dat ze begraven worden.
De mensen die op aarde leven juichen om de dood van de twee profeten, en opgetogen sturen ze elkaar geschenken, want die profeten waren een grote kwelling voor hen geweest.’

En zullen zien (degenen) uit de volken en stammen en talen en natiën de lijken van hen dagen drie en (een) halve en de lijken van hen niet zij zullen toelaten (te) worden gelegd in graven.
En de wonenden op de aarde zullen zich verheugen over hen en zij zullen vrolijk zijn en geschenken zullen zij zenden aan elkaar, omdat deze twee profeten kwelden de wonenden op de aarde.

Wereldwijd brengen de zonen van God het goede nieuws over het plan van God.
Jezus zegt:
Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde (of: einddoel) komen (Matteüs 24:14).

Jezus heeft het over een evangelie zoals Hijzelf gebracht heeft.
Hij brengt het goede nieuws over het koninkrijk van God en Hij laat ook zien dat dit niet alleen maar bestaat uit woorden, maar ook uit kracht.
Matteüs 24:23-24:
Hij trok rond in heel Galilea; Hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk.
Het nieuws over Hem verspreidde zich in heel Syrië.
Allen die ergens aan leden en die gekweld werden door een ziekte of door pijn en ook bezetenen en maanzieken en verlamden werden bij Hem gebracht en Hij genas hen.

Het goede nieuws over het koninkrijk van God is echt goed nieuws voor alle mensen die verlangen naar rechtvaardigheid, dus naar een zuiver en intens leven met God.
Dit nieuws houdt voor hen in:

Zelfs door de schaduw van de zonen van God worden de zieken gezond en vluchten demonen uit de mens, want in hen is de kracht van God werkzaam.
Hun woorden zijn als die van Jezus en ze doen dezelfde daden als die Hij gedaan heeft.
Daardoor wekken ook zij de bittere haat en jaloezie op van de schijngemeente.
Deze getuigen hebben het geestelijke niveau van de Zoon van God in elk opzicht bereikt.
En doordat zij het woord van God bekendmaken en uitleggen bereiken ook andere gelovigen de geestelijke volwassenheid.
Het doel van God met de gemeente wordt in hen behaald:
… zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust (2 Timoteüs 3:17) en
De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen (grondtekst: zonen) zijn (Romeinen 8:19).

In het goede nieuws van de getuigen krijgt ook het opstaan van de doden het volle accent.
Noach weet dat aan het einde van zijn levenstaak voor God de grote overstroming gaat komen.
Simon weet door een rechtstreeks woord van God dat hij niet zal sterven voordat hij de Christus zal hebben gezien.
Jezus zelf spreekt al tijdens zijn verblijf op aarde over zijn lijden en sterven, maar ook over zijn opstaan uit de dood, dat daarop volgen zal.
Zo weten ook deze brengers van het goede nieuws door Gods heilige geest dat er een eind aan hun getuigenis zal komen en dat zij monddood gemaakt zullen worden.
Het zal net zijn alsof hun woorden bij niemand meer ingang hebben.

Zij hebben toegepast:
Zolang het dag is, moeten we het werk doen van Hem die Mij gezonden heeft; straks komt de nacht en dan kan niemand iets doen (Johannes 9:4).
Die nacht is nu gekomen.
De begrippen woord en geest worden nog wel gebruikt in de schijngemeente, maar het zijn loze uitdrukkingen geworden.
Hun omhulsel is er nog wel, maar er zit geen leven meer in.

De dode begrippen mogen niet begraven of weggestopt worden.
Als dat gebeurt verliest de schijngemeente elke reden van haar bestaan en is zij in niets anders dan de andere religies.
Dan zal zij zelfs haar aardse macht verliezen.
De aardsgerichte gelovigen zijn, net als hun inspirators blij dat ze verlost zijn van het voor hen hinderlijke licht dat door woord en geest in en door de zonen van God wordt verspreid.
Omdat hun daden slecht zijn, houden ze meer van de duisternis dan van het licht (zie Johannes 3:19).

Maar ze kunnen nu in alle vrijheid elkaar voorzien van allerlei bedenksels en visies, die hun eigen geleerdheid en scherpzinnigheid in theologisch opzicht moeten aantonen.
Ze hoeven geen rekening meer te houden met een zuiver en heilig leven, maar ze kunnen naar hartelust hun natuurlijke gaven aan anderen ter beschikking stellen.
Dit alles nog steeds onder de noemer van christelijke godsdienst.
Ze kunnen de waarheid niet verdragen omdat satan hun vader of inspirator is.
Ze nemen zijn karakter en klimaat over en ze zijn allergisch voor het evangelie van het koninkrijk van God.
Voor hen is dat in feite een geweldige kwelling.

Diep in hun binnenste weten ze wel dat dit de waarheid is, maar uit doelbewust eigenbelang schuiven ze het woord van God aan de kant.
Ook van het werk van Gods geest in hun gemeente moeten ze niets hebben.
Ze jagen dan ook de liefde niet na en ze streven niet naar de gaven van de geest (zie 1 Korintiërs 14:1).
Uit alle macht willen ze aan hun zichtbare macht en status vasthouden.
In alles lijken ze dus op de religieuze leiders in de tijd van Jezus.
Ze lijken ook op de Israëlieten uit Nehemia 9:29:
U waarschuwde hen, om hen terug te brengen naar uw wet, maar zij misdroegen zich, ze luisterden niet naar uw geboden en ze overtraden uw rechtsregels – terwijl ieder die ze nakomt, leven zal!
Ze verzetten zich met hand en tand en hardnekkig weigerden ze te luisteren.