Openbaring

Openbaring 12:1
Het evangelie in vergelijkingen

Er verscheen in de hemel een indrukwekkend teken: een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd.

En (een) groot teken werd gezien in de hemel, (een) vrouw bekleed zijnde met de zon en de maan onder de voeten van haar en op het hoofd van haar (een) krans van sterren twaalf.

Om een goed inzicht te krijgen in de bedoeling van het laatste Bijbelboek is kennis van en inzicht in de geestelijke wereld nodig.
Jezus geeft zijn leerlingen daartoe de sleutels van dit hemelse rijk.
De christen verwacht het niet van de zichtbare wereld.
De strijd die hij te voeren heeft gaat nooit tegen mensen van vlees en bloed, dus ook niet tegen zichzelf, maar tegen de duistere machten en heersers in de geestelijke wereld.
Het is duidelijk dat het boek Openbaring ook en vooral gaat over de volledige realisering van ons verlangen om een volwassen zoon van God te worden en de worsteling die daarmee verbonden is.

Schepping verlangt naar Gods zonen

De climax komt aan het eind van deze tijd.
Paulus zegt al dat de hoop van de verdrukte schepping ligt in het zichtbaar worden van de zonen van God.
Deze zonen staan niet los van elkaar, maar zij vormen samen de gemeente van de laatste tijd.
Het Israël van God, de gemeente van Jezus Christus, is daarom het voornaamste thema waar het in het laatste Bijbelboek om gaat.
Het zichtbaar worden van Jezus Christus in dit geestelijke volk is de overwinning van het woord van God in deze wereld.

De mens heeft zich in vorige eeuwen beziggehouden met het ontdekken van nieuwe werelddelen.
In onze tijd neemt de kennis van de mens toe over veel van wat bij de natuurlijke schepping hoort.
Zo worden in de laatste tientallen jaren de geheimen van de micro- en macrokosmos steeds verder ontsluierd.
Maar de gemeente van Jezus Christus krijgt in toenemende mate inzicht in de mysteries van het rijk van de hemel, van de geestelijke schepping.
Jezus vertelt over dit onzichtbare rijk alleen in vergelijkingen.
Bijvoorbeeld:
Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker (zie Matteüs 13:44).

Verpakt in vergelijkingen

Dit betekent dat Jezus deze schat van het hemelse rijk in vergelijkingen verpakt.
De onzichtbare werkelijkheid wordt door Hem uitgedrukt in beelden en symboliek.
In het nieuwe testament kunnen we dit zien.
We lezen over:

Demonen worden vergeleken met:

Het is de boeiende, maar ook zeer noodzakelijke taak van de geestelijke mens om deze beelden, waarmee het rijk van de hemel omschreven wordt, te begrijpen en over te zetten in de onzichtbare wereld.

Er zijn uitleggers die menen dat het boek Openbaring in een chronologische volgorde geschreven is.
Maar er bestaat geen enkel profetisch boek dat we zo kunnen lezen.
Zo schrijft Daniël bijvoorbeeld in Daniël 2 al over de laatste tijd met de oprichting van het koninkrijk van God op de aarde.
Maar in Daniël 7 lezen we weer over de laatste dingen en in Daniël 12 opnieuw.

Ook bij Jesaja zien we geen chronologische volgorde.
In Jesaja 2 beschrijft deze profeet al de regering van God in de laatste dagen.
Maar ook in Jesaja 24 profeteert hij eerst over een tijd van onderdrukking en oordelen met daarna de luister van het vrederijk.
Jesaja 30 profeteert opnieuw over de periode van herstel, evenals Jesaja 35 en 61 dit doen.

Openbaring geen geschiedenis

Ook het boek Openbaring is geen historisch verhaal waarin we als in een geschiedenisboek hoofdstuk na hoofdstuk kunnen lezen hoe de laatste tijd voltooid wordt.
Wij hebben hier te doen met een profetisch boek waarin visioenen gegeven worden over wat er nu is en wat hierna zal gebeuren (zie 1:19).
En op visioenen kunnen we geen chronologisch systeem bouwen.
In het boek Openbaring zien we facetten van de laatste strijd in de geestelijke wereld, waarbij deze steeds weer van een andere kant belicht worden.
De ene keer krijgen we het totaalbeeld te zien en de andere keer valt de nadruk op een detail.

Openbaring 11 bijvoorbeeld eindigt met de vervolmaakte gemeente, maar in Openbaring 12 zien we opnieuw de gemeente op aarde in haar strijd tegen de draak.
De gemeente wordt nu voorgesteld door het beeld van een vrouw, terwijl haar tegenspeelster uitgebeeld wordt door een hoer.

In de volgende hoofdstukken zien we de grote onderdrukking van een andere kant belicht.
In de periode van de bazuinen wordt ons getoond hoe deze grote verdrukking over de aarde, het aardsgerichte schijnchristendom gaat.
Na Openbaring 12 worden we bepaald bij de auteur van het kwaad (satan), die zich in eerste instantie tegen de vrouw, dat is de gemeente, richt.
Ook worden we geconfronteerd met de macht en de kracht die in de gemeente van Christus tot ontplooiing komen:
Zij hebben hem dankzij het bloed van het Lam en dankzij hun getuigenis overwonnen (zie 12:11).

De nederlaag van de draak verloopt in drie etappes:
Eerst wordt de duivel uit de hemel, de geestelijke wereld, geworpen.
Hij kan dan de zonen van God, die leven en functioneren in deze onzichtbare wereld, niet meer aanklagen of op een andere manier beïnvloeden.
Want ze hebben hem overwonnen doordat ze een zuiver geweten hebben gekregen, waarna ze de volmaaktheid hebben bereikt.

De duivel wordt daarna in de diepste geestelijke duisternis, de afgrond, opgesloten.
Hij kan dan op aarde niemand meer misleiden, verleiden of onder druk zetten.
De lijdende schepping wordt dan hersteld door en onder leiding van de zonen van God.

In de laatste fase wordt de duivel volledig uitgeschakeld en in de vuurpoel geworpen.
De Mensenzoon zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen die de ongerechtigheid bedrijven (zie Matteüs 13:41NBG).

De overwinning van de zonen van God kent ook drie fasen:
De eerste is die van het opnieuw geboren worden, de vernieuwing van denken.
De nieuwe mens die hieruit ontstaat, groeit op tot het niveau waarop hij:
zuiver en smetteloos is, een onberispelijke zoon van God te midden van een verdorven en ontaarde generatie, waartussen hij schittert als sterren aan de hemel (zie Filippenzen 2:15).

In een ondeelbaar ogenblik

De tweede fase begint bij de ‘verwerkelijking’ van het geestelijke lichaam, de verandering in een ondeelbaar ogenblik of in een oogwenk.
De mens heeft dan naar ziel, geest en lichaam de volmaaktheid bereikt en hij kan nu, in zijn opstandingslichaam, met Christus regeren en zo de lijdende schepping bevrijden en herstellen.
Dit begint bij het klinken van de zevende bazuin, waarop het ‘duizendjarige rijk’ ingaat.
In dit tijdperk worden ook de resterende vijanden tot een voetbank voor Hem gemaakt (zie Hebreeën 10:13).
Ook 1 Korintiërs 15:25 zegt:
Want Hij moet koning zijn totdat God alle vijanden aan zijn voeten heeft gelegd.

Het derde tijdperk begint als Christus na het eindoordeel en de volledige uitvoering van het herstel op de nieuwe aarde het koningschap aan God de Vader overdraagt (zie 1 Korintiërs 15:24).

In de vorige hoofdstukken lezen we dat Johannes de geschiedenis van de gemeente en de schijngemeente ziet.
Deze begint bij het uittrekken van de ruiter op het witte paard tot aan de tijd van de opname, als de geestelijke tempel van God opengaat en de ark van het verbond zichtbaar wordt.
In dit hoofdstuk begint een nieuwe reeks visioenen, waarmee vooral de oorlog in de geestelijke wereld in de laatste tijd belicht wordt.

Dit deel gaat over de ontwikkeling van de gemeente en de schijngemeente nadat het zevende zegel verbroken is.
Het laat ons zien hoe tijdens het blazen op de eerste zes bazuinen in de geestelijke wereld de situatie van de schijngemeente is.
Maar ook hoe de gemeente van Jezus Christus in deze tijd de geestelijke volwassenheid bereikt (het geheim van de zeven donderslagen).
Hoewel de hoofdstukken 12 tot en met 19 de zaken anders belichten, lopen ze parallel aan de hoofdstukken 8 tot en met 11.

Groot teken in de hemel

Johannes ziet een groot teken in de geestelijke wereld.
In het koninkrijk van de hemel is de vrouw het symbool of de afbeelding van de gemeente van Jezus Christus.
Het teken van de Mensenzoon is niet het kruis, zoals sommigen menen, maar zijn Lichaam dat door het natuurlijke oog niet gezien kan worden (zie ook Matteüs 24:30 en de toelichting bij 4:3).
Deze vrouw (inclusief haar man of hoofd Jezus Christus) is door God geroepen om met Hem op zijn troon te zitten, om met Hem te heersen over alles wat Hij geschapen heeft.
Zij stelt de gemeente uit 7:3 voor die gedoopt is in en vol is geworden van de geest van God.

In de laatste tijd is ze zwanger: ze is bezig met het ontwikkelen en openbaren van de vrucht van Gods geest.
In Matteüs 24:32 zegt Jezus:
Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is.
Dit beeld wijst ook op de verwachting van nieuw leven.
Om nog een andere vergelijking te gebruiken: de tempel van God is bijna af, alleen de geweldige zuilengalerij moet nog geplaatst worden (zie 3:12).

Sommigen zien in deze vrouw Maria en in de mannelijke zoon, die gebaard wordt, Jezus.
Maar als Johannes de Openbaring schrijft is het waarschijnlijk negentig jaar na de geboorte van Jezus.
En in 1:1 gaat het over de dingen die ‘binnenkort gebeuren moeten’, dus is bovenstaande stelling niet houdbaar.
De vrouw is het beeld van de gemeente van Jezus Christus omdat zij één met Hem mag zijn (zie 1 Korintiërs 1:9).
In de grondtekst staat hier dat ze geroepen is tot gemeenschap met Jezus Christus.

In Efeziërs 5:31-32 zegt Paulus:
Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw en die twee zullen één lichaam zijn.
Dit mysterie is groot – en ik betrek het op Christus en de gemeente.

In 1 Korintiërs 6:16-17 schrijft hij:
… zij zullen één lichaam zijn, maar wie zich met de Heer verenigt wordt met Hem één geest.

Bruidsgemeente of vrouw

Daarom klopt het ook niet om van een bruidsgemeente te spreken, waarvan Jezus de bruidegom is.
De gemeente is de vrouw van Christus, want zij heeft geestelijk al gemeenschap met Hem.
En samen met haar hoofd Jezus Christus vormt de gemeente de bruid van God, de Vader.
Er staat:
Want de bruiloft van het Lam is gekomen en zijn (van God, de Almachtige, zie vers 6) bruid staat klaar (zie 19:7) en
Ik wil je de bruid laten zien, de vrouw van het Lam (zie 21:9).

Tegenover de vrouw van het Lam staat haar tegenstandster de grote hoer of Babylon of de schijngemeente.
In de laatste tijd ziet de echte gemeente er schitterend uit, vol van de luister van God.
In de onzichtbare wereld is ze bekleed met de zon; over haar schijnt Gods luister en het Lam is haar licht (zie 21:23).
De maan is het beeld van het woord van God, waarvan Jezus Christus als eerste ons de volle uitwerking laat zien.
Zij is de weerkaatsing van de zon, beeld van de luister van God, bestaande uit zijn liefde, wijsheid en kracht, omdat Jezus zijn evenbeeld is, de mens die op God lijkt.
Hebreeën 1:3a:
In Hem schittert Gods luister, Hij is zijn evenbeeld, Hij schraagt de schepping met zijn machtig woord.

Gods woord als basis

Met de maan onder haar voeten.
De gemeente heeft als basis het woord van God en zij zet zich in voor het evangelie van de vrede als sandalen aan haar voeten (zie Efeziërs 6:15).
Met deze sandalen kan ze de weg van het herstel gaan die uitloopt op haar volmaaktheid naar geest, ziel en lichaam.

Als bekroning zijn er twaalf sterren op haar hoofd.
Haar denkwereld is ge- en vervuld met het evangelie zoals dat door Jezus en later ook door de apostelen gebracht is.
Een nieuwe leer met groot gezag (zie Marcus 1:27).
Op hen is van toepassing:
De verlichten zullen stralen als het fonkelende hemelgewelf en zij die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altijd (Daniël 12:3).

Dít is de einduitkomst van het evangelie van Jezus Christus.
Daarom ook staan hun namen op de fundamenten van het nieuwe, hemelse Jeruzalem.
De maan en de sterren, dus Christus en de apostelen die door hun bekendmaking van dit evangelie, in woord en daad, dit fundament gelegd hebben, zijn onlosmakelijk met de vrouw verbonden.
Zij vormen één geheel met haar.