Openbaring

Openbaring 12:10
Het doel van God is bereikt

Toen hoorde ik een luide stem in de hemel zeggen:
‘Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn messias.
Want de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht bij onze God aanklaagde, is ten val gebracht.

En ik hoorde (een) stem grote zeggende in de hemel: nu is geworden de behoudenis en de kracht en het koninkrijk van de God van ons en de volmacht van de gezalfde van Hem, omdat werd neergeworpen de aanklager van de broeders van ons, de aanklagende hen voor het aangezicht van de God van ons dag en nacht.

Het doel van God is bereikt.
Een duidelijk hoorbare stem in de onzichtbare wereld verkondigt de overwinning van Jezus Christus in zijn volk.
Uitgekomen is dan wat Paulus in 2 Tessalonicenzen 1:8-10 schrijft:
Dan komt Hij in een vlammend vuur en omringd door engelen, door wie Hij zijn macht manifesteert; dan straft Hij hen die God niet erkennen en het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen.
Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit.
Op die dag komt Hij om te worden geprezen door al de zijnen, om te worden geëerd door allen die tot geloof gekomen zijn –
(de NBG-vertaling zegt het laatste nauwkeuriger:
… wanneer Hij komt, om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen, die tot geloof gekomen zijn …).

Het herstel, de kracht en het koningschap worden zichtbaar in de zonen van God.
In hen kunnen wij de overwinning van het woord van God zien gebeuren.
Jesaja zegt in 55:10-11:
Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel
en daarheen niet terugkeert
zonder eerst de aarde te doordrenken,
haar te bevruchten en te laten gedijen,
zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten –
zo geldt dit ook voor het woord
dat voortkomt uit mijn mond:
het keert niet vruchteloos naar Mij terug,
niet zonder eerst te doen wat Ik wil
en te volbrengen wat Ik gebied.

Jesaja beschrijft dit proces van scheiding tussen goed en kwaad.
De zonen van God wreken zich op al hun duistere geestelijke vijanden.
Zij drijven ze uit en ze zetten hun voeten op deze schorpioenen en slangen: het hele leger van de vijand is aan hen onderworpen.
Jesaja 61:3-4:
… om een genadejaar van de Heer uit te roepen
en een dag van wraak voor onze God,
om allen die treuren te troosten,
om aan Sions treurenden te schenken
een kroon op hun hoofd in plaats van stof,
vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad,
feestkledij in plaats van verslagenheid.
Men noemt hen Terebinten van gerechtigheid,
geplant door de Heer als teken van zijn luister.

Jesaja 61:4:
Wat eertijds vernield werd, zullen zij herbouwen,
de lang verlaten streken weer bevolken;
ze herstellen de vervallen steden,
verlaten sinds mensenheugenis.

De zieken, de gebondenen, de misleiden, de (verstandelijk) gehandicapten en de psychisch gestoorden zijn de mensen die vernield en (o)vervallen zijn.
Deze geestelijke ‘puinhopen’ in de stad van God worden hersteld.
Voor het Israël van God is de tijd aangebroken van bevrijding en ontspanning.
Jezus wordt dan zichtbaar in een zeer groot aantal gelovigen.
Zij zijn allemaal, net als Hij, gezalfd met Gods heilige geest en (dus) met kracht.
De gemeente met haar hoofd Jezus Christus wordt hier zijn messias, dat is de gezalfde van God genoemd.

De aanklager is ten val gebracht.
Hij beschuldigt de zonen van God er onophoudelijk van dat zij in hun wezen slecht zijn en dus zondaar blijven tot hun dood aan toe.
Hij probeert hen dag en nacht schuldgevoelens aan te praten, hoewel daar geen enkele grond voor is.
Maar nu belijden zij: wij zijn rechtvaardig, wij zijn zuiver omdat we het woord van God in ons laten doorwerken.
Nu kan hij hen nergens meer (vals) van beschuldigen.
De zonen van God kunnen elkaar oproepen:
… laten we God dan naderen met een oprecht hart en een vast geloof, nu ons hart gereinigd is, wij van een slecht geweten bevrijd zijn en ons (geestelijke) lichaam met zuiver water is gewassen (Hebreeën 10:22).

Door hun geloof belijden ze dat ze niet meer hun hele leven verbonden zijn met de demonen.
Ze belijden niet meer hun onmacht, maar wél hun constante contact met Jezus Christus als dé kracht van God om de volmaaktheid te bereiken.
Want in de zonen van God is de macht van Jezus Christus in al zijn facetten werkzaam.
Naar geest, ziel en lichaam worden ze in elk opzicht hersteld.
Zij werken door de liefde, de kracht en de wijsheid van Gods geest en zo zijn ze in zijn ogen koningen en priesters.