Openbaring

Openbaring 12:12
Maquette van de geestelijke wereld

Daarom: juich, hemel, en allen die daar wonen!
Maar wee de aarde en de zee: de duivel is naar jullie afgedaald!
Hij is woedend, want hij weet dat hij geen tijd te verliezen heeft.’

Vanwege dit weest vrolijk hemelen en de in hen hun tentwoning hebbenden.
Wee aan de bewonenden de aarde en de zee, omdat neergekomen is de duivel tot jullie, hebbende toorn/woede grote, wetende dat weinig tijd hij heeft.

Er is feest in de geestelijke wereld, in het koninkrijk van God en bij allen die daarbij horen.
Jezus Christus en zijn gemeente openbaren steeds meer wie de Vader is, wat zijn plan en doel is én hoe dat bereikt kan worden.
Het herstel van de tempel van God, de mensheid in wie Hij woont, nadert zijn voltooiing.
De zonen van God, die burgers zijn van het koninkrijk van God, gaan steeds meer de echte vreugde van de geest van God in hen zelf ervaren.
De duisternis verdwijnt, de zon komt op in hun harten.

Ook de heilige engelen ervaren een toenemende vreugde, want ze krijgen steeds meer ruimte en mogelijkheden om de zonen van God te helpen en te ondersteunen.
Zo hebben ook deze engelen een bijzonder waardevolle plaats in het plan van God met de mens.
Ook zij mogen meewerken aan het volmaakt worden van de mens, zoals God bedoelt!

Zeven keer is opgeroepen om te overwinnen.
Aan deze oproep aan de zeven gemeenten is nu voldaan en wat beloofd is, gaat nu gebeuren.
Jezus is de eerste van veel zonen en zij zijn het waard om te verschijnen voor de Mensenzoon.
Lucas 21:36:
Wees waakzaam en bid onophoudelijk om te ontkomen aan de dingen die gebeuren gaan en om voor de Mensenzoon te kunnen verschijnen.
Doordat ze hebben doorgezet en vastgehouden aan hun geloof, hebben ze kunnen overwinnen op roes en dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven (zie Lucas 21:34).
Hun innerlijk is niet afgestompt door dwalingen en zo is de komst van de Heer in zijn gelovigen niet buiten hen omgegaan.

Ontkomen aan onheil is geen automatisme of ‘stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’, maar het is een actief zoeken naar het goede en naar de luister van God.
Als we dát doen zullen we Jezus Christus steeds meer werkelijkheid zien worden in ons leven en zó dicht bij Hem kunnen zijn.
2 Petrus 3:11-12 (ged.) is hier van toepassing:
Als dit allemaal op die manier te gronde gaat, hoe heilig en vroom moet u dan niet leven, u die uitziet naar de dag van God en het aanbreken daarvan bespoedigt!

Zij overwinnen zoals Hij overwonnen heeft (zie Openbaring 3:21).
De gemeente van de laatste tijd bestaat uit een onafzienbare menigte van overwinnaars.
Ze zijn door opnieuw geboren te worden ( = geestelijk gaan denken) burgers geworden van een geestelijk rijk, ze voeren daar hun strijd en ook hun kostbaarste bezit is daar.
Dit laatste bestaat uit het niveau van ontwikkeling van de begaafdheden en de vrucht van Gods geest in hun leven: hun geestelijke statuur.
Maar wat hun aardse leven betreft, hebben de zonen van God hun opstandingslichaam nog niet gekregen.
Zij wonen nog in een lichaam dat kan vergaan, maar dat wel levend wordt gemaakt door de geest van God die in hen woont (zie Romeinen 8:11).
Dat wil zeggen: na verloop van tijd zal hun aardse lichaam veranderen in een geestelijk lichaam: het opstandingslichaam.

Ze hebben de demonen die zonde, ziekte en leugen veroorzaken, overwonnen.
Alleen de laatste vijand, de dood, moet nog volgen.
Na nog een korte periode van zware pressie zullen zij in een ondeelbaar moment veranderd worden om zo ook lichamelijk bij de Heer te kunnen zijn.
Want zolang zij in hun sterfelijke lichaam leven, zijn ze volgens 2 Korintiërs 5:6 ver van de Heer, letterlijk: in het buitenland.

Naar de innerlijke, geestelijke mens bereikt de gemeente dan haar einddoel.
Haar leden worden het evenbeeld van Jezus Christus, zoals Hij als voorbeeld heeft laten zien tijdens zijn verblijf op aarde.
Er staat in Openbaring 19:7:
Laten we blij zijn en jubelen, laten we Hem de eer geven!
Want de bruiloft van het Lam is gekomen en zijn bruid staat klaar.

Dit drukt uit dat de gemeente geestelijk tot haar volmaaktheid gekomen is.
Zo wordt het gebed van Jezus verhoord:
Vader, U hebt hen aan Mij geschonken, laat hen dan zijn waar Ik ben.
Dan zullen zij de grootheid zien die U Mij gegeven hebt omdat U Mij al liefhad voordat de wereld gegrondvest werd
(Johannes 17:24).

Tijdens zijn verblijf op aarde is Jezus tegelijkertijd in de hemel.
De eniggeboren Zoon, die aan de boezem van de Vader is (zie Johannes 1:18 NBG).
Jezus leeft in nauw contact met God en daarvoor moet Hij ‘in de hemel zijn’, in de geestelijke wereld.

Er is nu nog maar één terrein over waarop satan macht kan uitoefenen: de aarde en de zee.
… wee de aarde en de zee: de duivel is naar jullie afgedaald!
Hij is woedend …

Jaren daarvoor daalt het woord van God naar de aarde af, in grote liefde en ontferming.
Het wordt dan zichtbaar in een mens.
De enige schuilplaats die voor satan en zijn engelen in de eindstrijd overblijft, bevindt zich in de natuurlijk gerichte religieuze mens.
Tot nu toe is er steeds van hem gezegd:
Hij is de slang van weleer, die duivel of satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt (zie vers 9).

Bij mis- en verleiding staan de demonen nog aan de buitenkant van de mens en laten zij deze doen wat zij willen, als de mens zich tenminste door hen laat inspireren.
Nu al is het hun bedoeling in de mens te gaan wonen, hem geestelijk vast te binden of hem volledig in bezit te nemen.
Zo wordt de hele wereld zonder God, gedemoniseerd.
Het oordeel of de scheiding tussen goed en kwaad is dan gekomen.
Aan de ene kant staan de (vrije) zonen van God die volledig vervuld zijn met Gods heilige geest en die leven in en denken vanuit de geestelijke wereld.
Aan de andere kant staat de mensheid die volledig een prooi geworden is van de demonen: dit is een bezeten wereld.
Deze toestand duurt niet zo lang, want er staat dat satan weet dat hij niet zo veel tijd heeft.
Hij heeft dus geen tijd te verliezen.
Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat Hij (God) er (direct) de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst (Marcus 4:29).

Wee aarde en zee, het ziet er slecht voor jullie uit!
Heel anders dan de vreugde in de onzichtbare wereld, wordt er een jammerklacht uitgeroepen over de aarde en de zee.
Grimmig manifesteert satan zich in de aardsgerichte, met name religieuze mensheid, die geen weet heeft van het geestelijke koninkrijk van God.
De woorden aarde en zee moeten we niet geografisch zien.
De Openbaring is het boek dat de zichtbare schepping gebruikt als beelden of symbolen van de onzichtbare werkelijkheid.

Zo is het paradijs een beeld van de gemeente.
De Levensboom is het beeld van Jezus Christus en de levensbomen dat van de zonen van God.
In dit paradijs is het water dat leven geeft symbool van Gods heilige geest.
De dieren met hun eigen karakter zijn beelden van de geestelijke schepsels in de hemelse regionen.
We kunnen hierbij denken aan het lam, de duif, de leeuw, de jakhals, de slang, de schorpioen, de draak, de sprinkhaan en weerzinwekkende vogels.
Maar ook de hemellichamen zijn er om als ‘teken’ te fungeren.
We noemen de sterren die in hun groeperingen beelden zijn van de hemelse legers.
Tenslotte kunnen we ook constateren dat de koning van de schepping (zie o.a. 2 Timoteüs 2:12), de mens, zelf ook een beeld, een afbeelding is.
Want God zegt in het begin:
Laten Wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op Ons lijken;
zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt
(Genesis 1:26).

Zoals de hele schepping een maquette is van de geestelijke werkelijkheid, zo is ook de mens de afbeelding van de Schepper zelf.
Ook de scheiding tussen dag en nacht, licht en duisternis heeft haar symbolische betekenis.
Evenals de scheiding tussen de ene watermassa en de andere.
Genesis 1:6-8 zegt:
God zei: Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.
En zo gebeurde het.
God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven.
Hij noemde het gewelf hemel …

Dit gewelf ís de hemel niet, maar het is een afbeelding van de hemel.

Zo is er ook een scheiding tussen het geestelijke leven in de hemelse regionen en dat op aarde.
Het onzichtbare leven van de mens op aarde is gescheiden van de geesten in de geestelijke wereld.

De wereldwijde overstroming in de tijd van Noach is een afbeelding van wat in de laatste dagen gebeuren gaat.
Bij de ondergang van de wereld van vóór deze overstroming worden de sluizen van de hemel opengezet.
Samen met het water van de machtige oervloed bedekt het hemelwater de hele aarde.
Zo profeteert de Bijbel over een invasie van demonen uit de geestelijke wereld in de laatste tijd, die zich uit de hemel op de aarde storten.
En ook van demonische legers die opgeroepen worden uit de onderwereld of de onderaardse diepte en die ook de aarde overspoelen.
Uiteraard moeten we dit alles geestelijk zien, anders krijgen we een vreemde voorstelling van zaken!

De wereldwijde overstroming is het beeld van de zware geestelijke pressie die over de aardsgerichte religieuze en afgoden dienende mensheid komt (en voor het grootste deel al gekomen is).
Het geestelijke leven van deze mensen die een bestaan hebben zonder Christus, zal dan volledig worden beheerst door de demonen.
Jezus zegt hierover:
Dan zullen er tekenen zijn aan de zon en de maan en de sterren en op aarde zullen de volken sidderen van angst voor het gebulder en het geweld van de zee;
de mensen worden onmachtig van angst voor wat er met de wereld zal gebeuren, want de hemelse machten zullen wankelen
(Lucas 21:25-26).

In het boek Openbaring zijn water, bronnen, rivieren en zeeën beelden van het geestelijke, onzichtbare leven.
De aarde, de bomen, het groene gras en struiken zijn beelden van het leven dat op het natuurlijke, het zichtbare gericht is.
De mens leeft wat zijn innerlijk betreft zowel op de aarde als in de zee.
Hij heeft een natuurlijk én een geestelijk leven.
De grote zee is het beeld van het religieuze leven op aarde; zij is een samenvloeien van zeer veel ‘geestelijke stromingen’.

Wolken bestaan uit water uit de zee, dat door de warmte van de zon verdampt en opstijgt naar boven.
Zo zijn wolken een beeld van de mens die zich geestelijk losmaakt van het natuurlijke leven en zijn denken en handelen laat bepalen vanuit het koninkrijk van God.
Als we opnieuw geboren worden, krijgen we een nieuw geestelijk leven.
Onze geest maakt zich los uit de ‘zee’ en stijgt op naar de geestelijke wereld, naar de wolk.
We leven dan op de aarde én in de hemel.
Als we sterven, worden we van de aarde losgemaakt, maar blijft onze geest in de hemelse regionen en neemt hij volledig zijn intrek bij Jezus.
Dat wil zeggen: dan kan niets of niemand ons nog scheiden van de liefde van God die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer (zie Romeinen 8:35 en 39).

De mens die niet tot inkeer komt, geen nieuw leven gaat leiden of die niet opnieuw geboren wordt, blijft leven op de aarde en in de zee.
Sterft hij, dus wordt zijn band met het aardse leven doorgesneden, dan blijven zijn geest en ziel in de zee.
Afhankelijk van hoe zijn leven geweest is, zal dit of:
boven in de zee zijn, waar nog wel licht en leven is of:
op de zeebodem (de afgrond of het rijk van de dood) waar alleen maar duisternis en dood heersen.
Uiteraard bestaan er de verschillende tussenvarianten.
Geestelijk gezien wil dit zeggen:
na ons sterven komen of blijven we, of:
in de nabijheid van God, of:
komen of blijven we in een situatie ver van God verwijderd, in diverse gradaties van duisternis.

Als de zonen van God en de heilige engelen de geestelijke wereld zuiveren van demonen, zijn dezen wel gedwongen hun werkterrein te verleggen naar het leven op aarde.
Ze zullen dan op een vreselijke manier beslag leggen op lichaam, ziel en geest van de natuurlijk gerichte mens, deze aan zich verbinden en onderwerpen.
Er is dan een geestelijke pressie op de ‘aarde’ zoals er nooit geweest is en er ook nooit meer zijn zal.
Zalig en heilig, dus: volmaakt gelukkig en totaal afgezonderd van iedere vorm van kwaad is hij die als geestelijk mens heeft leren leven.
Want hij is onaantastbaar voor de vijand!
Gelukkig en heilig zijn zij die deelhebben aan de eerste opstanding.
De tweede dood heeft geen macht over hen.
Zij zullen priester van God en van de Messias zijn en duizend jaar lang samen met Hem heersen
(Openbaring 20:6).
Laten we, door de kracht van Gods geest in ons, alles wegdoen wat ons verhindert dít doel te bereiken!