Openbaring

Openbaring 12:14
Beschermd in de woestijn

Maar de vrouw kreeg de twee vleugels van de grote adelaar om naar haar plaats in de woestijn te vliegen, waar gedurende een tijd en twee tijden en een halve tijd voor haar gezorgd zou worden, buiten het bereik van de slang.

En werden gegeven aan de vrouw twee vleugels van de arend grote, opdat zij vliegt naar de woestijn naar de plaats van haar, waar zij wordt gevoed daar (een) tijd en tijden en (een) halve tijd, weg van (het) aangezicht van de slang.

We kunnen bij deze tekst denken aan het wegtrekken van Israël uit Egypte.
Er is pressie en vervolging, maar God is bezig zijn volk los te maken van zijn tirannen en in de vrijheid te brengen.
In Exodus 19:4 zegt de Heer tegen zijn volk:
… en hoe Ik je op adelaarsvleugels gedragen heb …
De vleugels van een vogel komen overeen met de armen van een mens.
Daarom wordt in Psalm 77:16 gezegd: … uw arm heeft uw volk bevrijd …

In onze tekst lezen we:
Maar de vrouw kreeg de twee vleugels van de grote adelaar …
Sommigen denken dat twee vleugels het ‘bid en werk’ betekenen.
Maar wij geloven dat met de grote adelaar God bedoeld wordt en dat de twee vleugels die Hij heeft, de kracht van zijn geest uitbeelden.
De mens bidt en werkt, maar God werkt door zijn geest.
De arm, de hand en de vinger van God zijn in de Bijbel symbolen van Gods heilige geest.

Als Jezus door de kracht van deze geest veel wonderen doet, wordt in Johannes 12:37-38 opgemerkt:
Ondanks de wondertekenen die Hij voor hun ogen gedaan had, geloofden ze niet in Hem.
Zo gingen de woorden van de profeet Jesaja in vervulling, die zei:
Heer, wie heeft onze boodschap geloofd?
Aan wie is de macht
(grondtekst: arm) van de Heer geopenbaard?
In verband met een doorgaande werking van Gods geest in het leven van Johannes de Doper wordt gezegd:
Want de machtige hand van de Heer beschermde hem (zie Lucas 1:66).

Ook staat er:
Doordat U uw hand uitstrekt tot genezing en dat tekenen en wonderen plaatsvinden door de naam van uw heilige knecht Jezus (Handelingen 4:30 NBG).
Als Jezus de demonen uit de mens jaagt, zegt Hij:
Maar als Ik dankzij een kracht die van God komt (grondtekst: door de vinger van God) demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen (Lucas 11:20).

Als God Israël uit Egypte leidt, gaat dit samen met grote wonderen en tekenen.
Dit volk komt in de woestijn, evenals in de laatste tijd het volk van God.
De vrouw wordt naar de woestijn gebracht, naar de plaats waar God voor haar zorgt.
De woestijn is een plaats waar men zijn onderhoud niet van het natuurlijke verwachten moet.
Israël heeft dit ondervonden.
Het is voor zijn onderhoud helemaal afhankelijk geweest van de ‘sterke arm’ van God.

Zo ook zal de gemeente in de laatste tijd haar zekerheden niet in de natuurlijke wereld of in uiterlijke religieuze zaken zoeken.
Zij zal volledig afhankelijk zijn van haar verbinding met God.
De Heer zal zijn gemeente op een heel bijzondere manier voeden, beschermen en leiden.
In de woestijn wordt de christen op God alleen teruggeworpen.
Jeremia 31:2:
Dit zegt de Heer:
In de woestijn kreeg Ik Israël lief,
het volk dat aan vernietiging ontkomen was.
Ik ging hun voor en gaf hun vrede.

of zoals de NBG-vertaling zegt:
Zo zegt de Heer: Het volk van wie ontkomen is aan het zwaard vond genade in de woestijn, Israël, op weg naar zijn rust.

De gemeente van de laatste tijd komt helemaal los te staan van:
tradities, gebouwen, dogma’s, ceremonies, religieuze gevoelens, rituelen, wetten en regels en alle andere uiterlijke en emotionele zaken die haar een schijnbaar religieus houvast kunnen geven.
De Heer onderhoudt zijn gemeente onder deze soms zeer moeilijke omstandigheden.
Dit doet Hij door het levende woord, het manna en zijn geest, dit is het water dat leven geeft, zodat de draak haar niet kan treffen of zelfs maar kan aanraken.
Ze wordt geestelijk goed gevoed.

Als een slang z’n prooi ontdekt, begint hij deze te biologeren.
Maar de gemeente van Jezus Christus laat zich door de ‘oude slang’ geen angst meer aanjagen en zich niet meer door hem intimideren.
De liefde, de kracht, de wijsheid en de begaafdheden van Gods heilige geest beschermen haar, zodat de draak haar zelfs niet kan benaderen.
Zij is buiten zijn gezichtsveld.
Midden in de zware geestelijke pressie houdt God (zo) zijn ‘hand’ boven zijn volk.

We zien dat deze woestijnreis ‘een tijd en twee tijden en een halve tijd’ duurt (zie vers 14).
In de beeldspraak komt deze periode overeen met de tweeënveertig maanden en twaalfhonderdzestig dagen in Openbaring 11:2-3 en 12:6.
Ze is ook gelijk aan de tijd van de bediening van Jezus als mens op aarde.
Maar we geloven niet dat we er verstandig aan doen in deze getallensymboliek een letterlijke kalenderaanduiding te zoeken.
Het is een periode van grote geestelijke druk en van zware verleiding die over de hele natuurlijk gerichte religieuze mensheid komt.
Maar dus daarin beschermt de Heer zijn (eigen) volk.

In Daniël 12:7 staat:
Eén tijd, een dubbele en een halve tijd: wanneer de macht van het heilige volk niet langer verbrijzeld zal worden, dan zullen al deze dingen zich hebben voltrokken.
Duidelijk wordt in Daniël gewezen op de overwinning van het volk van God, dit is: een totale overwinning door de gemeente op haar geestelijke vijanden.
Dit tijdperk wordt getypeerd door het rijp worden van het graan en het onkruid.
Dan volgt de opbrengst van de aarde.