Openbaring

Openbaring 12:15-16
Zuigkracht van verleidingen

Toen spuwde de slang een stroom water als een rivier achter de vrouw aan om haar daarin mee te sleuren.
Maar de aarde schoot haar te hulp: de aarde sperde haar mond open en dronk de rivier op die de draak had uitgespuwd.

En wierp de slang achter de vrouw uit de mond van hem water als (een) rivier, opdat deze (een) door (een) rivier meegesleurde hij maakt.
En kwam te hulp de aarde de vrouw en opende de aarde de mond van haar en slurpte op de rivier die geworpen heeft de draak uit de mond van hem.

Door ‘de adem van zijn mond’ spreekt de mens en dit beeld wordt in de Bijbel ook gebruikt voor het spreken van God.
Bijvoorbeeld in 2 Tessalonicenzen 2:8 staat dat de Heer Jezus door de adem van zijn mond de wetteloze zal doden.
In de grondtekst staat voor doden: verteren.
Dit wil niets anders zeggen dan dat dit gebeuren zal door Gods woord en zijn geest.
Wat uit zijn mond komt, zijn de door God geïnspireerde gedachten.
Ook water is het beeld van leringen, visies of gedachten, bewerkt door de invloed van de Goddelijke geest, van menselijke gedachten of van demonische inspiratie.
We kunnen lezen over water dat leven geeft en aan de andere kant over het vergiftigen of bitter maken van water.

In onze tekst staat dat de slang een stroom water als een rivier achter de vrouw aan spuwt.
Dit wijst op een grote infiltratie van duivelse verleidingen en misleidingen die het mensenleven proberen te verzieken.
Het woord ‘stroom’ geeft de enorme zuigkracht van deze verleidingen aan.

In 1 Timoteüs 4:1 staat:
… dat in de laatste tijd sommigen het geloof zullen verlaten, doordat ze luisteren naar dwaalgeesten en naar wat demonen hun leren.
Paulus heeft het in 1 Korintiërs 12:2 over het feit dat de heidenen zich blindelings naar de stomme afgoden laten heendrijven.
Maar de stroom onheil die achter de vrouw aankomt, wordt door de aarde geabsorbeerd.
We weten dat de aarde in de Openbaring ook beeld is van het natuurlijk gerichte religieuze leven.
De bedoeling van dit beeld wordt in onze dagen wel duidelijk.
Dit aardsgerichte leven wordt op een abnormale manier beïnvloed door zedeloze reclame en artikelen in tijdschriften en op sociale media, door verworden kunst, cultuur en literatuur en film, door demonische kunstuitingen in muziek en schilderkunst.

Radio, televisie, internet en andere communicatiemiddelen worden gebruikt om het fantasieleven en het geestelijke leven van de mens te vervuilen.
Zo verwordt het natuurlijke, maar ook het natuurlijk gerichte religieuze leven.
Dit alles heeft vanuit het rijk van satan primair de bedoeling de gemeente van Jezus Christus van haar kracht en invloed te beroven.
We zien, heel opvallend, dat deze decadente verschijnselen zich in het bijzonder voordoen in de zogenaamde christelijke landen.
Maar de gemeente van Jezus Christus wijst deze aanvallen van de vorst van de duisternis radicaal en resoluut van de hand.

Als christenen in hun leven een breuk gemaakt hebben met de ongerechtigheid en gedoopt zijn in en vervuld met de geest van God, worden zij onaantastbaar voor deze verleidingen.
Verleidingen zijn er altijd geweest, maar nu de verleidende demonen ‘op de aarde geworpen’ zijn, neemt hun inspiratiekracht in de laatste tijd ontstellend toe.
De bedoeling hiervan is om de gemeente van Jezus Christus te elimineren.
Maar de stroom van vuiligheid bereikt de gemeente niet, echter wel de aardsgerichte afvallige schijngemeente.
En zij neemt maar al te graag deze stroom in zich op.

Zo zal iedere zonde die in de wereld gevonden wordt, ook in de schijngemeente aangetroffen worden.
Johannes ziet dit al eerder gebeuren tijdens het klinken van de eerste vier bazuinen, waarbij elke keer een deel van de mensen in de schijngemeente een prooi wordt van de duisternis.
Wie onheil aanricht zal nog meer onheil aanrichten en wie onrein is zal nog onreiner worden.
Maar:
Wie goeddoet zal nog meer goeddoen en wie heilig is zal nog heiliger worden
(Openbaring 22:11).
Deze aanval van de draak is al begonnen en de natuurlijk gerichte religieuze mens zal hierdoor ook het laatste restant aan geestelijk leven verliezen dát hij nog heeft.