Openbaring

Openbaring 13:7-8
De gemeente van de antichrist

Het mocht de strijd met de heiligen aanbinden en hen overwinnen.
Ook kreeg het macht over alle landen en volken, over mensen van elke stam en taal.
Alle mensen die op aarde leven zullen het beest aanbidden, iedereen van wie de naam niet vanaf het begin van de wereld in het boek van het leven staat, het boek van het Lam dat geslacht is.

En werd gegeven aan hem oorlog (te) maken met de heiligen en (te) overwinnen hen; en werd gegeven aan hem (vol)macht over elke stam en taal en natie.
En zullen aanbidden het/hem al de wonenden op de aarde van wie niet geschreven zijn [/is] de namen in het boek van het leven van het Lam geslacht zijnde vanaf (de) grondlegging van (de) wereld.

Wanneer zij hun getuigenis hebben afgelegd, zal het beest dat uit de onderaardse diepte opstijgt de strijd met hen aanbinden, hen overwinnen en hen doden.
Dit vers uit Openbaring 11:7 correspondeert met de inhoud van bovenstaande teksten.
Hét thema van de Openbaring is de controverse tussen de gemeente van Jezus Christus en de schijngemeente.
Met de openbaring van de antichrist heeft de schijngemeente haar gruwelijkste vorm bereikt.
Zij is omgezet in een puur antichristelijke gemeente, waaruit ieder spoor van Goddelijk leven verdwenen is.

Zij overwint in deze wereld de heiligen, dat wil zeggen: de invloed van het (zich zo noemende) volk van God wordt geëlimineerd.
Als de getuigen opdracht krijgen te profeteren, krijgt ook het beest een spreekbuis: de antichrist.
Tweeënveertig maanden lang, een bepaalde periode, staan deze twee partijen tegenover elkaar.
Aan het eind van dit tijdperk wordt het bloed van heiligen en profeten vergoten (zie Openbaring 16:6).
Zij worden onthoofd omdat ze van Jezus hebben getuigd en omdat ze over God hebben gesproken (zie Openbaring 20:4).
De geestelijke verwarring en pressie worden zo groot, dat de zonen van God geen licht meer kunnen brengen in de duisternis.
Zij kunnen in deze geestelijke nacht niet meer werken (zie Johannes 9:4).
Door de dwalingen stagneert hun geestelijke leven (hun bloed wordt vergoten) en kunnen ze hun gedachten niet meer voeden met het woord van God.
De mogelijkheden worden hun daarvoor ontnomen.

Jezus zegt over dit tijdperk:
Want het zal een tijd zijn van enorme verschrikkingen, zoals er sinds het ontstaan van de wereld tot nu nooit geweest zijn en er ook niet meer zullen komen.
En als die tijd niet verkort zou worden, dan zou geen enkel mens worden gered; maar omwille van de uitverkorenen zal die tijd worden verkort
(Matteüs 24:21-22).

Het verkorten van die tijd wijst niet alleen op de tijdsduur, maar ook op de rustpauzes tussen de weeën in (zie o.a. Openbaring 9).
Er komt iedere keer weer een adempauze waarin de gelovigen de gelegenheid krijgen zich te herstellen en zich voor te bereiden op een nieuwe beproeving.
De overwinning van het beest op de zonen van God is eerder een uiterlijke dan een geestelijke zaak.
Aan de buitenkant lijkt het werk van God stil te liggen en lijken de zonen van God in de verste verte nog niet zichtbaar te worden.

De aanhangers van de antichrist zijn groot in aantal.
Maar zo is er aan de andere kant een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal.
In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het Lam
(zie Openbaring 7:9).
Zo rekruteert de antichrist zijn aanhangers en volgelingen ook uit alle landen en volken, uit elke stam en taalgroep.
De scheiding tussen de tarwe en het onkruid heeft dan volledig plaatsgevonden en zij is dus wereldwijd van omvang.
De mensen aanbidden dan óf de ware God óf men aanbidt het beest.
Men is óf ingeschreven in de registers van de gemeente van de antichrist óf in het boek van het leven, het boek van het Lam (zie Openbaring 21:27).
Het lijden en sterven van Jezus Christus, uitgebeeld door het geslachte lam, is de basis van het echte leven in verbinding met God.

De uitdrukking ‘vanaf het begin van de wereld’ geeft aan dat het plan van God vanaf het allereerste begin voorziet in de bevrijding van de mens uit de duisternis.
Bij elke zet van satan heeft God zijn tegenzet al voorbereid.
Hoe listig en sluw satan ook is, God komt nooit voor verrassingen te staan.
Waar het leven van de heiligen door de antichrist schijnbaar onmogelijk wordt gemaakt, juist daar is sprake van het boek van het leven, waaruit niemand hen kan verwijderen!