Openbaring

Openbaring 13:9-10
Gevangen in wetten en regels

Wie oren heeft, moet horen.
Wie gevangenschap moet verduren, zal in gevangenschap gaan.
En wie door het zwaard moet sterven, zal sterven door het zwaard.
Hier komt het aan op de standvastigheid en trouw van de heiligen

Indien iemand heeft (een) oor, hij moet horen!
Indien iemand (in) krijgsgevangenschap bijeendrijft in krijgsgevangenschap gaat hij heen; indien iemand met (het) zwaard zal doden, moet hij met (het) zwaard gedood worden.
Hier is de volharding en het geloof van de heiligen.

Als er gezegd wordt: Wie oren heeft, moet horen, wordt de aandacht gevraagd voor wat er gebeuren gaat.
De gemeente van Jezus Christus wordt hier aangespoord om tot het einde toe aan het woord van God vast te houden.
Om te blijven streven naar het doel: het openbaren van het leven en de kracht van Jezus Christus in de gelovige, de volmaakte geestelijke mens.
Miljoenen gelovigen zijn in de afgelopen eeuwen gevangengenomen door wetten en regels en zij hebben nooit geweten van de mogelijkheid om door de geest van God geleid te worden.
Ze kunnen met Romeinen 6:7 zeggen: We waren aan de wet geketend …
Het zwaard van de antichrist is de leugen, waardoor hij het geestelijke leven bij zeer veel mensen heeft kunnen wegnemen.
Hij gebruikt daarvoor misleiding, maar ook intimidatie en pressie.

Ook in het natuurlijke leven heeft de moordzucht van satan zijn uitwerking niet gemist.
De machten van de duisternis die de geestelijke dood veroorzaken, inspireren hun ‘slachtoffers’ om gelovigen die anders durven te denken dan zij (de ‘ketters’), te vervolgen en uit te roeien.
In Openbaring 11 kunnen we hiervan een aantal voorbeelden zien.

Maar de zonen van God zijn niet bang voor wie wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden (zie Matteüs 10:28).
Het eeuwige leven met God kan nooit van deze heiligen afgenomen worden, want:
zij houden vast aan het woord van God en daarom zullen zij de dood nooit te zien krijgen! (zie Johannes 8:51).

Deze geestelijk inktzwarte duisternis zal over de hele aarde gaan, dus van grote invloed zijn op alle mensen die alleen maar rekening houden met uiterlijk godsdienstige zaken.
Want door hun gebrek aan inzicht in de geestelijke wereld hebben ze geen verweer tegen de (in)vloed van de demonie die het religieuze leven overspoelt.
Maar het volk van God wordt aangeraden zich opnieuw op de waarheden van het koninkrijk van God te bezinnen.
Het zal vooral in deze tijd moeten doorzetten om tot het laatst aan toe het geloof in het plan van God vast te houden.
En dit juist onder deze moeilijke omstandigheden als gevolg van de zware pressie en de terreur van de vijand.

Ze zullen met Paulus kunnen zeggen:
Mijn bloed wordt al als een offer uitgegoten, het moment waarop ik heenga nadert.
Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden.
Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien
(2 Timoteüs 4:6-8).
Paulus heeft aan het geloof in het plan van God vastgehouden!

De heiligen blijven in de overwinning geloven, zoals Johannes in zijn brief aan de gemeenten schrijft:
En de overwinning op de wereld hebben wij behaald met ons geloof (zie 1 Johannes 5:4).
Hun geloof is niet zonder resultaat, want we zien hen staan op de berg Sion, samen met het Lam (zie Openbaring 14:1).
Petrus zegt in dit verband:
In de Schrift staat immers:
In Sion leg Ik een hoeksteen die Ik heb uitgekozen om zijn kostbaarheid; wie daarop vertrouwt, komt niet bedrogen uit
(1 Petrus 2:6).
De berg Sion is een symbool van Gods heilige geest waarop de gemeente van Jezus Christus is gebaseerd.