Openbaring

Openbaring 14:12-13
Echte ‘heiligen’

Hier komt het aan op de standvastigheid van de heiligen, die zich houden aan Gods geboden en aan de trouw van Jezus.
Ik hoorde een stem uit de hemel zeggen:
‘Schrijf op: "Gelukkig zijn zij die vanaf nu in verbondenheid met de Heer sterven."’
En de geest beaamt:
‘Zij mogen uitrusten van hun inspanningen, want hun daden vergezellen hen.’

Hier volharding van de heiligen is; hier (zijn) de bewarenden de geboden van God en het geloof van/in Jezus.
En ik hoorde (een) stem uit de hemel, zeggende tot mij: schrijf: zalig (zijn) de doden de in (de) Heer stervenden van nu af.
Ja, zegt de geest, opdat zij uitrusten van de moeiten van hen; de nu werken van hen volgen met hen.

Vers 12 begint met ‘hier’, wat betekent: in deze tijd.
In de laatste tijd zullen de heiligen moeten doorzetten.
De heiligen zijn de mensen die gered, gezuiverd, bevrijd en hersteld zijn.
Heilig wil zeggen: afgezonderd voor God, gescheiden van het kwaad en genezen en hersteld.
Een heilige kunnen we vergelijken met een op zich gaaf kind, maar dat nog moet opgroeien naar de volwassenheid.
Er is doorzettingsvermogen voor nodig, willen we in deze wereld verder doorgroeien naar de mannelijke rijpheid.
En daarbij ernaar te streven altijd gaaf of ‘heel’ (heilig) te blijven, dat wil zeggen: niet meer aangetast worden door de demonen, in geen enkel opzicht.

In 1 Timoteüs 4:1 staat:
Maar de geest zegt nadrukkelijk dat in de laatste tijd sommigen het geloof zullen verlaten, doordat ze luisteren naar dwaalgeesten en naar wat demonen hun leren.

Er is dus een ‘afval’ mogelijk van de heiligen of van de ‘geheelden’.
Dan hebben we het over mensen die hun geloof verlaten, dus:
die wel ooit door het licht beschenen zijn,
die wel geproefd hebben van de hemelse gave,
die wel deel gekregen hebben aan de heilige geest,
die wel het weldadige woord van God en
de kracht van de komende wereld ervaren hebben.
Ze kunnen zich onmogelijk voor een tweede keer bekeren, omdat ze voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigen en aan bespotting blootstellen
(naar Hebreeën 6:4-5).

Maar er is ook een doorzetten door de heiligen of een standvastig zijn van hen.
Wie zegt dat afval van heiligen niet mogelijk is, ziet meestal ook niet het nut en de noodzaak om door te zetten of te volharden.
Als Paulus het heeft over het openbaar worden van de zonen van God en over de strijd om het gestelde doel te bereiken, zegt hij in Romeinen 8:25:
Maar als wij hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden.
Hier gaat het om het zichtbaar worden van de zonen van God (zie Romeinen 8:23).

De gemeente van Jezus Christus kijkt niet uit naar een komst van haar Heer ‘op de wolken’, maar wel naar de realisatie van haar volmaaktheid die God al vanaf het begin met haar voorheeft.
Zo komt Jezus Christus terug ‘in de wolken’, in zijn gemeente.
Daarvoor jaagt de gemeente het einddoel na, dat God met haar voorheeft.
Zodat de dienaar van God volkomen zal zijn, tot elk goed werk volkomen is toegerust (zie 2 Timoteüs 3:17).
Van deze heiligen die God liefhebben, wordt in Johannes 14:15 gezegd dat zij zich houden aan zijn geboden:
Als je Mij (Jezus) liefhebt, houd je dan aan mijn geboden.
Wie dát doen, zegt Jezus, mogen de geest van God verwachten in hun leven (zie vers 16).
Zij leven dan niet meer vanuit ‘het vlees’, dus vanuit het zichtbare, maar vanuit ‘de geest’, vanuit het onzichtbare koninkrijk van God.
Wat de wet in feite als doel heeft, wordt in hen verwerkelijkt:
Zij hebben God lief boven alles en hun naaste als zichzelf.

Ze geloven ook in het woord, de uitgesproken gedachte van God, want geloof moet zich altijd hechten aan iets wat gehoord kan worden.
Ze blijven in zijn liefde en ze worden volmaakt doordat ze verdergaan en doorzetten op deze weg van het geloof in het einddoel.
Want Jezus is de voltooier van hun geloof en Hij maakt het mogelijk om vastberaden aan deze ‘wedstrijd’ die heel ons leven doorgaat, deel te nemen.
Hebreeën 12:1:
Nu wij door zo’n menigte geloofsgetuigen omringd zijn, moeten ook wij de last van de zonde, waarin we steeds weer verstrikt raken, van ons afwerpen en vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt.

De gemeente van de laatste tijd is een strijdende én overwinnende gemeente.
In haar komt uit:
Moge de God van de vrede zelf uw leven in alle opzichten heiligen, en mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus (1 Tessalonicenzen 5:23).
In 1 Petrus 1:9 wordt opgemerkt dat het einddoel van het geloof de redding, het behoud, het herstel of de bevrijding van de mensen is.
Het hier gebruikte woord voor redding (soteria) staat voor het totale herstel van de mens naar zijn geest, ziel en lichaam.
Dat bereiken we niet als we doodgaan, want de dood is onze vijand, maar wij bereiken het einddoel door ons in geloof te richten op Jezus Christus.
Concreet houdt dit in: geloven dat ook wij als mensen net zo vol kunnen en zullen worden van de geest van God als de mens Jezus.

Als we vertrouwen op deze Goddelijke geest en streven naar zijn kracht, wijsheid en liefde, zullen we volmaakt worden.
Paulus schrijft aan de Filippenzen over deze volmaaktheid:
Broeders en zusters, ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker:
ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt.
Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept.
Hierop moeten wij ons allen als volmaakte mensen richten.
Mocht u er op enig punt anders over denken, dan zal God het u wel duidelijk maken
(Filippenzen 3:13-15).
We horen hier een wel heel andere taal dan: "We blijven toch maar zondaars zolang we leven"!

Paulus streeft naar de ontwikkeling van de begaafdheden van Gods geest in zich.
Ook jaagt hij daarbij de liefde na.
En dit doet hij niet alleen om ‘de Heer in de lucht te ontmoeten’, maar om de Goddelijke volmaaktheid in zijn leven te realiseren.
Zoals hij schrijft in Efeziërs 4:13:
… totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus.
De gemeente van de laatste tijd bereikt dit doel.
Want het schijnbaar onmogelijke is bij Jezus mogelijk.
Hij die u roept is trouw en doet zijn belofte gestand (1 Tessalonicenzen 5:24).

In deze tijd zullen zij die in verbondenheid met de Heer sterven, gelukkig zijn, want ze blijven met de Heer verbonden en ze zullen de (macht van de) dood niet zien.
Deze gelovigen gaan uitrusten van hun leven vol moeiten, lijden en inspanning.
Ze zijn in de geestelijke wereld rijk geworden, ze hebben daar resultaat behaald of schatten verzameld.
Ze zijn op aarde bezig geweest met de opdracht van Jezus, ze hebben zijn daden gedaan en zelfs nog grotere.
Ze zijn net als Jezus:
… die met de heilige geest was gezalfd en met kracht was bekleed.
Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond Hem bij
(zie Handelingen 10:38).

Hun daden blijven met hen verbonden.
Deze vormen de grootte of de statuur van hun geestelijke of onzichtbare lichaam.
Deze daden worden vergeleken met zuiver, stralend linnen.
Want dit linnen staat voor al het goede dat gedaan is door de heiligen (zie Openbaring 19:8).
Met deze zuivere, stralende linnen kleren aan nemen ze hun intrek bij Jezus.
Ze komen thuis in het koninkrijk van de Zoon van Gods liefde.
Daar leven ze verder.
En bij leven horen activiteiten.
Ze gaan door met het naar de volmaaktheid leiden van alle gelovigen die in de stad van God, het nieuwe Jeruzalem, verblijven (zie hiervoor de uitleg bij Openbaring 21).
Ze worden daarbij niet meer gehinderd door de tegenwerking en de aanvallen van satan en zijn demonen.
Ze kunnen nu zonder moeite en in volledige vreugde en vrijheid doorgaan met het werk dat ze zo liefhebben, namelijk: het herstellen van beschadigde mensen!