Openbaring

Openbaring 14:17-18
Het oordeel begint bij de gemeente

Er kwam een andere engel uit de hemelse tempel, die ook zo’n scherpe sikkel had.
Bij het altaar vandaan kwam weer een andere engel, degene die zeggenschap heeft over het vuur.
Hij riep de engel met de scherpe sikkel luid toe:
‘Laat je scherpe sikkel komen om de druiven te oogsten in de wijngaard op de aarde, want de druiven zijn rijp.’

En (een) andere engel kwam naar buiten uit de tempel de (zijnde) in de hemel, hebbende ook hij (een) sikkel scherpe.
En (een) andere engel ging naar buiten vanaf het altaar, hebbende macht over het vuur en hij riep met geroep groot/ [grote] tot de hebbende de sikkel scherpe, zeggende:
Zend van u de sikkel scherpe en zamel in de druiventrossen van de aarde, omdat rijp zijn de druiven van haar.

Een andere engel komt uit de geestelijke tempel, de gemeente; want ook hij is een engel van de gemeente.
In de Openbaring 2 en 3 zien we dat er steeds over zo’n engel van de gemeente gesproken wordt.
Hij staat als beschermer voor en als gezant van de gemeente in de onzichtbare wereld.
De tempel, het beeld van de gemeente, is in de hemel omdat het volk van God daar zijn leven en bestaan heeft.
Ook hier is de sikkel weer het woord van God; door en vanuit de gemeente vindt hiermee het oordeel of de scheiding plaats.
Zoals Paulus al schrijft in1 Korintiërs 6:2 (ged.):
Weet u dan niet dat Gods heiligen over de wereld zullen oordelen?

Maar de engel wacht nog op een bevel om het vonnis te voltrekken.
In zijn visioen ziet Johannes weer een andere engel uit of vanaf het altaar komen.
We hebben al gezien dat dit altaar met het offer het beeld is van Jezus Christus.
Hebreeën 13:10:
Wij hebben een altaar waarvan zij die in de tent dienst doen niet mogen eten.
Deze engel die uit of vanaf het altaar komt, is dus de engel van Jezus.
Onderaan dit altaar bevinden zich de zielen van allen die geslacht waren omdat ze over God hadden gesproken en vanwege hun getuigenis (zie Openbaring 6:9).
Want deze martelaars hebben bij hun sterven hun intrek bij Jezus genomen.
2 Korintiërs 5:8:
We blijven vol goede moed, ook al zouden we ons lichaam liever verlaten om onze intrek bij de Heer te nemen.

In dit stadium heeft het altaar geen functie op aarde: er worden geen zielen of mensen gered.
Niemand kon de tempel binnengaan voordat aan de zeven plagen van de zeven engelen een einde was gekomen (zie Openbaring 15:8).
Want de gemeente wordt opgenomen en daarmee wordt het ‘orgaan’, waardoor het evangelie van Jezus Christus bekendgemaakt kan worden, van de aarde weggenomen.
De engel die vanuit het altaar tevoorschijn komt en met een geweldige stem zijn commando geeft, is dus zeker de engel van de Heer.
Daarom heeft hij macht over het vuur, dat wil zeggen: over de demonie.

Bij zijn lijden en sterven geeft Jezus zichzelf over aan de demonen van de duisternis, dat is aan dit vuur.
Na zijn opstaan uit de dood zegt de Heer:
Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde (zie Matteüs 28:18).
Hij heeft dus niet alleen de macht over de heilige engelen van God, maar ook over de demonen.
Hij draagt deze macht zelfs aan zijn volgelingen over en heeft hen de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken (zie Lucas 10:19).

Matteüs 3:12:
Hij houdt de wan in zijn hand, Hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden in onblusbaar vuur.
Door het woord van God als enige leidraad te gebruiken kan elke dwaling ontmaskerd worden.
Alles wat afwijkt en afleidt van het doel van God – de volmaakte mens- zal uit het gedachtenleven van de gelovigen worden verwijderd.
Zo wordt alles wat geen nut (meer) heeft in het rijk van God uitgezuiverd en blijft alleen de echte vrucht over, namelijk die waar het hele plan van God naar toewerkt.
Zoals o.a. staat in Efeziërs 3:18-19:
Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen,
ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.

Alles wat rijp is, wordt geoogst.
De gemeente van Jezus Christus is het rijpe graan en de gemeente van de antichrist vormt de trossen van de wijngaard van de aarde, vol met rijpe druiven.
Deze druiven zijn de oorzaak van ‘de wijn van haar ontucht’ (zie Openbaring 17:2), ze zijn dus vol van ongerechtigheid en geestelijk overspel met de demonen.
De wijngaard van de aarde is het beeld van de opbrengst van de wijsheid die niet van boven komt, ze is aards, ongeestelijk, demonisch (zie Jakobus 3:15).

Als we menen God te (kunnen) dienen door religieus bezig te zijn, begeven we ons op gevaarlijk terrein.
We laten ons dan alleen maar leiden door de zichtbare dingen die ons echter verhinderen om een leven met God op te bouwen.
We hebben dan wel een schijn van godsdienst, maar we ontkennen de kracht ervan (zie 2 Timoteüs 3:5).
We volgen dan niet het evangelie van Jezus, want dat houdt in een ‘leer met gezag’!
We merken dan niet hoe satan ons misleidt en verleidt omdat we geen geestelijk inzicht hebben.
Een zeer belangrijk advies van Jezus in Matteüs 7:15 is dan ook:
Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn.
Schijnprofeten brengen de schijngemeente tot geestelijk overspel.