Openbaring

Openbaring 14:2-3
Lezen wat er staat of verstaan wat je leest

Ik hoorde uit de hemel een geluid komen dat klonk als het geluid van geweldige watermassa’s, van zware donderslagen; het klonk als het geluid dat muzikanten maken die op de lier spelen.
Er werd voor de troon en voor de vier wezens en de oudsten iets gezongen dat leek op een nieuw lied.
Niemand kon het lied begrijpen, behalve de honderdvierenveertigduizend mensen die van de aarde zijn vrijgekocht.

En ik hoorde (een) stem uit de hemel als (een) stem van wateren vele en als (een) stem van donder grote en (een) stem ik hoorde van lierzangers lier spelende op de lieren van hen.
En zij zingen als (een) lied nieuw voor het aangezicht van de troon en voor het aangezicht van de vier levende wezens en van de oudsten.
En niemand kon leren het lied, behalve de honderd veertig vier duizend, de gekocht zijnden van de aarde.

Johannes ziet in zijn visioen de honderdvierenveertigduizend staan op de berg Sion, maar hij hoort bovendien hun stem in de geestelijke wereld.
Hij hoort een geluid als van een machtige waterval die zich in een diepe ravijn stort.
Het komt uit de mond van de zangers, de onafzienbare menigte die niet te tellen is, uit alle landen en volken, uit elke stam en taalgroep.
De donderslagen wijzen op de enorme doorwerking van de kracht van Gods heilige geest in deze vrijgekochte mensheid.

De menigte vormt dus een geestelijke eenheid, hoewel er een rijke variatie aan geluid is.
Dit geluid klinkt ook als muziek van lieren, een uiting van grote blijdschap van mensen die ontsnapt zijn aan hun vijand!
Want in Openbaring 15:2 zien we dat zij die op de lieren spelen op de oever van de ‘glazen zee’ staan en het lied zingen van Mozes, de dienaar van God en het lied van het Lam.
De vlucht door de Rode Zee is het beeld van de laatste fase van de zware pressie: het veilig trekken door de zee als van glas, met vuur vermengd (zie Openbaring 15:2).
Het volk van God trekt juichend door de drooggevallen zee op weg naar zijn doel:
U brengt hen naar de berg die uw domein is, Heer,
en daar zult U hen planten,
in uw eigen woning, het heiligdom door U gebouwd
(Exodus 15:17).

Maar de Farao-van-de-laatste-tijd met zijn wapentuig en zijn leger van demonen komen om in deze zee.,
Exodus 15:4, 5:9-10:
De wagens van de farao slingerde Hij in zee.
Daar, in de Rietzee, verdronk het leger,
zijn beste officieren kwamen om.
Wild kolkend water overspoelde hen,
ze verdwenen in de diepte, zonken als een steen.
De vijand dacht: Ik achtervolg hen, haal hen in, verdeel de buit.
Weldra wordt mijn wraaklust bevredigd,
ik trek mijn zwaard, ik onderwerp hen weer.
Maar U blies, uw adem waaide en de zee bedekte hen,
zij kwamen om in het ontzagwekkende water,
ze zonken weg als lood.

Openbaring 19:20:
Het beest werd gevangengenomen, samen met de valse profeet die in zijn bijzijn tekenen had verricht, waardoor hij iedereen had misleid die het merkteken van het beest droeg en zijn beeld aanbad.
Levend werden ze in de vuurpoel met brandende zwavel gegooid.

In het lied van Mozes in Exodus vinden we dus de twee beelden van de zonen van God in één profetie.
Het is het volk dat door de zee trekt en de veilige oever bereikt en het is ook het volk dat geplant wordt op de berg Sion.
Zo is ook hier weer het oude verbond de voorafspiegeling van het nieuwe.
De Rode Zee, de tempelberg en de priesters zijn niet de werkelijkheid, maar ze zijn niets anders dan afbeeldingen van de geestelijke zaken die Johannes in visioenen ziet.

Maar ook een ‘gezicht’ is niet de eigenlijke zaak zelf, maar een vergelijking ervan.
Als we de voorstelling letterlijk natuurlijk nemen, maken we een chaos van het gezicht en krijgen we een bijzonder warrige uitleg.
Een letterlijke natuurlijke verklaring is dan als volgt:
honderdvierenveertigduizend mensen staan samen op de top van een berg,
ze hebben allemaal twee namen op hun voorhoofd,
ze spelen allemaal op een lier,
om maar niet te spreken van het (geslachte) lam dat zich onder deze onafzienbare menigte ophoudt.

Als we het zó uitleggen laten we zien dat we nog nooit een visioen of een (hemels) gezicht hebben gehad of in elk geval de geestelijke waarde ervan niet begrijpen.
We kunnen dus nooit zeggen, zoals anderen dit wel doen:
"Men moet lezen wat er staat en geloven wat er staat."
De Bijbel zegt het heel anders, namelijk zoals in 1 Korintiërs 2:12-14 staat:
Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken.
Daarover spreken wij, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de geest het ons leert: wij verklaren het geestelijke met het geestelijke.
Een mens die de geest niet bezit, aanvaardt niet wat van de geest van God komt, want voor hem is het dwaasheid.
Hij kan het ook niet begrijpen, omdat het geestelijk moet worden beoordeeld.

En komen juist visioenen niet van de geest van God?

We moeten niet lezen wat er staat, maar vooral verstaan (begrijpen) wat we lezen!
Handelingen 8:30:
Filippus haastte zich naar hem toe en hoorde hem de profeet Jesaja lezen, waarop hij vroeg: Begrijpt u ook wat u leest?

Openbaring 7:9 zegt dat deze menigte overwinnaars voor de troon en voor het Lam staat, met witte kleren aan en met palmtakken in hun handen.
Het beeld is dus: het Lam dat eruitziet alsof het geslacht is, staat midden voor de troon en de vier wezens en de oudsten (zie Openbaring 5:6).
Nog staan de honderdvierenveertigduizend vóór de troon.
Ze zijn wel overwinnaars tijdens hun leven op aarde, maar ze zullen met het Lam de laatste slag in de geestelijke wereld, die van Harmagedon, nog moeten winnen.
Pas dan kunnen ze hun plaats óp de troon innemen (zie Openbaring 20:4).

De vertegenwoordigers van de schepping (de vier wezens) en de oudsten van het nieuwe Jeruzalem delen in de vreugde, nu de tempel van God afgebouwd is.
De gemeente is nu volmaakt geworden: ze heeft in alles hetzelfde niveau bereikt als haar Heer Jezus Christus.
Duidelijk wordt erop gewezen dat we hier te maken hebben met een bijzondere categorie gelovigen.
Middenin in de zware geestelijke pressie hebben zij de volmaaktheid naar ziel en geest bereikt.
Als zij het lied van hun bevrijding zingen, kan niemand anders de inhoud ervan overnemen.
De voltooide gemeente die zover is dat ze in een ondeelbaar moment van de aarde kan worden weggenomen, zingt een lied dat in geen enkel liedboek voorkomt.

Het is een lied van Gods geest.
Het ‘zingen in de geest’ in een groot aantal talen wordt geïnspireerd door de geest van God en het is een van de begaafdheden van zijn geest.
Dit lied van de vrijgekochten van de aarde lijkt op het geluid van geweldige watermassa’s, van zware donderslagen, als het geluid dat muzikanten maken die op de lier spelen.
Het is vol van de kracht en de macht van Gods heilige geest en vol onmetelijke blijdschap: het is vol van de luister van God.

Deze vrijgekochten zijn niet meer aan de ‘aarde’ gebonden, ze worden niet meer geïnspireerd door aardse wijsheid, want deze is ongeestelijk, ja kan zelfs demonisch zijn (zie Jakobus 3:15).
Zij hebben altijd naar de ‘wijsheid van boven’ gezocht, naar de bedoeling van het oneindige en eeuwige plan van God met hun leven en ze hebben haar gevonden.
Hun lichamelijke transfiguratie komt snel en ook nu nog zingen zij een lied ‘in de geest’ of door de geest, zoals Paulus dit heeft gedaan en ook wij dit (kunnen) doen.
Maar nog nooit is op aarde zo’n prachtig lied in nieuwe (geestelijke) talen gezongen, want we horen iets wat lijkt op een nieuw lied.
De ontelbare menigte zingt namelijk het overwinningslied, uitgedrukt in een groot aantal geestelijke talen.
Het lied van de volkomen overwinning op al wat duister is.
Het is één lied en het geluid van de vele watermassa’s wijst op de vele door Gods geest geïnspireerde talen die representatief zijn voor veel volken (vergelijk Openbaring 7:9).

De grote menigte van overwinnaars hoort na de openbaring van Jezus Christus in zijn gemeente bij hen die mederegeerders zijn in het zogenaamde duizendjarige rijk.
Zij zullen als koningen heersen op aarde (zie Openbaring 5:10) en
Zij waren tot leven gekomen en heersten duizend jaar lang samen met de Messias (zie Openbaring 20:4).
We weten dat het boek Openbaring zich grotendeels bezighoudt met de gemeente van de laatste tijd, die de tempel van God is en deze ook afbouwt of voltooit.