Openbaring

Openbaring 16:1
Veilig op de oever van de ‘glazen zee’

Toen hoorde ik een luide stem uit de tempel komen die tegen de zeven engelen zei:
‘Ga nu!
Giet de zeven offerschalen met Gods woede leeg op de aarde!’

En ik hoorde (een) stem grote uit het tempelhuis, zeggende tot de zeven engelen: gaat heen en giet uit de schalen van de toorn van God op de aarde.

We worden nu verplaatst naar de tijd dat de gemeente in de hemel opgenomen is en direct volgt dan de derde of laatste wee (zie Openbaring 11:14).
Het Lam met zijn vrijgekochten staat op de veilige oever van de ‘glazen zee’, als het water zich boven de Farao van de laatste tijd en zijn leger gaat sluiten.
De gemeente van de antichrist wordt in deze laatste plagen volkomen prijsgegeven aan de demonen die zij dient.
Het bij elkaar vloeien van het water waarin zij ondergaat, wordt in dit visioen voorgesteld door zeven grote offerschalen waarvan de inhoud op de vijanden van het koninkrijk van God wordt uitgegoten.

Zoals we al eerder hebben gezien, zijn de zeven engelen die van de gemeenten.
Zij vertegenwoordigen in deze visioenen de gemeente van alle eeuwen en alle plaatsen in de geestelijke wereld.
Zij zijn de sterren die de Mensenzoon in zijn rechterhand houdt.
Zoals de gemeente niet te scheiden is van haar hoofd, Jezus Christus, zo staan ook deze engelen van de gemeente rechtstreeks onder zijn bevel.
Als Johannes dan ook een luide stem hoort uit de tempel, dit is de verheerlijkte gemeente, is dit het commando van Jezus Christus te midden van zijn volk.
Zijn stem klonk als het geluid van geweldige watermassa’s (zie Openbaring 1:15).

Het is:
een genadejaar van de Heer …
en een dag van wraak voor onze God,
om allen die treuren te troosten,
om aan Sions treurenden te schenken
een kroon op hun hoofd in plaats van stof,
vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad,
feestkledij in plaats van verslagenheid
(zie Jesaja 61:2-3).

De ‘woede van God’ is de inwerking van de demonen uit de onderaardse diepte, die de aarde pijnigen in ‘vuur en zwavel’ (zie Openbaring 14:10).
De wijn is een beeld van de gruwelijke dingen, de perversiteiten, de wreedheden en de ziekten waardoor de bezielde schepping geteisterd wordt.
In de laatste wee wordt de gemeente van de antichrist weggegooid als een nageboorte.