Openbaring

Openbaring 16:12
Weg vrijmaken voor demonische grootvorsten

De zesde engel goot zijn offerschaal leeg over de grote rivier de Eufraat.
De rivier viel droog en maakte de weg vrij voor de koningen uit het oosten.

En de zesde engel goot uit de schaal van hem op de rivier de grote de Eufraat en droogde op het water van hem, zodat gereedgemaakt werd de weg van de koningen de (komende) van (de) opkomsten van (de) zon.

De Eufraat is een van de vier rivieren in het aardse paradijs.
Zo hebben alle vier rivieren een gemeenschappelijke bron of oorsprong.
Genesis 2:10:
Er ontspringt in Eden een rivier die de tuin bevloeit.
Verderop vertakt ze zich in vier grote stromen.

Door de zondeval wordt dit vertakken van deze waterwegen het beeld van de dwaling.
Deze begint als een kleine afwijking van het woord van God, maar ze wordt steeds groter en nooit ontmoet ze de oorspronkelijke stroom weer.
Maar de rivier van het water dat leven geeft, in het hemelse of geestelijke paradijs, heeft geen vertakkingen.

Aan de oever van de Eufraat verrijst de wereldstad Babylon, beeld van de schijngemeente en de tegenspeelster van de gemeente van Jezus Christus.

De Bijbel vertelt ons hoe het antieke Babylon door Cyrus belegerd wordt (zie Daniël 5).
Deze Perzische vorst damt de Eufraat af, waardoor er een meer ontstaat.
De uitgedroogde bedding aan de andere kant van de dam wordt zo een natuurlijke toegang naar de stad.
De Perzen dringen ‘s nachts de stad binnen en vermoorden de brooddronken en zwelgende Belsazar met zijn medefeestvierders.

Het water waardoor de schijngemeente gevoed wordt, is een mengsel van waarheid en leugen, van delen van het evangelie en van verkeerde inzichten of dwalingen.
Als de afval zijn toppunt bereikt heeft, breekt de tijd aan dat alles wat in haar aan de waarheid, aan de liefde van God en aan het werk van Jezus Christus herinnert, weggenomen wordt.
Er ontstaat dan een gemeente die alleen nog maar gevoed wordt met leugens van dwaalgeesten, dus met leringen van demonen.
1 Timoteüs 4:1:
Maar de geest zegt nadrukkelijk dat in de laatste tijd sommigen het geloof zullen verlaten, doordat ze luisteren naar dwaalgeesten en naar wat demonen hun leren.

Nu kunnen we nog zeggen dat het water van de Eufraat vervuild is en zwart van de modder.
Er is nog wel enig geestelijk leven, maar dit is niet ‘kristalhelder’ (zie Openbaring 22:1) omdat zij door veel onzuivere stromingen en elementen gevoed en vervuild wordt.
Als de rivier opdroogt, zal ook elk spoor van zuiver water verdwijnen.

Na het leeggieten van de zesde schaal, waardoor het aantal en de invloed van de dwaalgeesten en de demonen enorm toenemen, droogt het water dat leven geeft, helemaal op.
Waar eerst de rivier stroomt, is nu een weg ontstaan waarlangs de vijand de stad kan binnenkomen.
Deze vijand bestaat uit tien koningen, die van de ‘opgang van de zon’ of uit het oosten komen.

Jesaja profeteert over de aanvoerder van deze koningen:
Wie liet in het oosten de overwinning dagen,
wie heeft de bevrijder laten opstaan?
Wie levert volken aan hem uit
en onderwerpt koningen aan hem?
Zijn zwaard maakt hen tot stof,
zijn boog laat hen als kaf verwaaien
(Jesaja 41:2).

En Jeremia profeteert in 51:11:
De Heer heeft de koning van Medië aangevuurd,
zijn doel is de vernietiging van Babylon.
Dit is de wraak van de Heer,
Hij wreekt zijn tempel.

In het beeld van het beest uit de afgrond worden deze tien koningen voorgesteld als tien horens.
De tien horens die je zag en het beest zelf zullen een afschuw krijgen van de hoer en ze zullen haar te gronde richten.
Ze zullen haar uitkleden, haar vlees eten en haar in brand steken.
Want God heeft hen ertoe aangezet om zijn plan uit te voeren, zodat ze allemaal met hetzelfde doel voor ogen hun macht aan het beest overdragen, tot wat God gezegd heeft werkelijkheid wordt
(Openbaring 17:16-17).

De leden van de schijngemeente zoeken steeds meer en steeds intensiever contact met de demonen die hen inspireren.
Daardoor maken zij de weg vrij voor de grootvorsten, de koningen uit het rijk van de duisternis om zich in hen te manifesteren.
Zo worden dezen ‘er door God toe aangezet’ om het definitieve vonnis over de schijngemeente te voltrekken: ze wordt overgedragen aan de macht van het beest.
Ze wordt een puur antichristelijke gemeente.

In haar werken de grootmeesters van toverij en occultisme, die bedreven zijn in het omgaan met magische of verborgen krachten.
Zoals in de antichrist de geest van het beest uit de afgrond woont, zo manifesteren zich in de leiders van zijn gemeente de geesten van de tien koningen uit de afgrond.
Dat dezen uit het oosten komen (van de opgang van de zon), kan wijzen op de oorsprong van het occultisme vanuit de vele religies die daar hun wortel hebben.
Zoals de antichrist het beest uit de aarde genoemd wordt, zo heten zijn paladijnen koningen van de aarde (zie Openbaring 19:19).