Openbaring

Openbaring 16:16
Een geestelijke strijd

Ze brachten hen bijeen op de plaats die in het Hebreeuws Harmagedon heet.

grondtekst: En men verzamelde hen naar de plaats de genoemd wordende in (het) Hebreeuws Harmagedon.

De verleidende geesten die over de wereld gaan, doen hun heilloos werk.
In dit verband denken we aan een voorval dat beschreven staat in 1 Koningen 22:19-22.
In de hemelse regionen wordt door God de vraag gesteld wie Achab verleiden wil om op te trekken naar Ramoth in Gilead, om daar een smadelijk einde te vinden.
Een leugengeest komt naar voren en zegt: Ik zal hem overhalen.
De Heer vraagt hem: Hoe wil je dat doen?
Hij antwoordt: Ik zal naar hem toe gaan en leugens spreken door de mond van al zijn profeten.

Het is voor praktisch alle uitleggers wel duidelijk dat het in vers 16 gaat om een strijd tegen Jezus Christus en zijn gemeente.
Openbaring 19:19:
Ik zag dat het beest en de koningen op aarde zich met hun troepen hadden verzameld om oorlog te voeren met de ruiter op het paard en zijn legermacht.

Hij die op het paard zit, is Jezus Christus als het woord van God en Hij wordt gevolgd door de legers die in de hemel zijn.
Zij volgen Hem op witte paarden, gekleed in zuiver wit linnen (zie Openbaring 19:14).
Hier gaat het dus niet over een oorlog tussen twee aardse legers of een strijd van antichristelijke legers tegen het natuurlijke volk Israël, waarbij God plotseling van boven ingrijpt.
Het is geen strijd op de aarde, maar in de geestelijke wereld.
Er is sprake van een oorlog tegen Jezus Christus en zijn verheerlijkte gemeente!
Het is duidelijk dat Harmagedon geen geografische plaats op aarde is.

Er is geen plaats op aarde die Harmagedon heet, het is zinloos om haar te zoeken, want zij bestaat niet!
Het is niet logisch om te denken dat aardse legers met of zonder moderne wapens oorlog in de hemel kunnen voeren.
Sommige mensen denken dat de profetieën uit het oude verbond niet voor de gemeente gelden, zoals 1 Petrus 1:10-12 wél uitdrukkelijk aangeeft:
Wat die redding (herstel) inhoudt, trachtten de profeten te achterhalen toen ze profeteerden over de genade die ú ten deel zou vallen.
Zij probeerden vast te stellen op welke tijd en op welke omstandigheden Christus’ geest, die in hen werkzaam was, doelde toen deze hun zei dat Christus zou lijden en daarna in Gods luister zou delen.
Er werd hun geopenbaard dat deze boodschap niet voor henzelf bestemd was maar voor ú, en nu is deze boodschap u verkondigd door hen die u het evangelie hebben gebracht, gedreven door de heilige geest die vanuit de hemel werd gezonden.
Het zijn geheimen waarin zelfs engelen graag zouden doordringen.

Zij denken dat deze betrekking hebben op een aards, natuurlijk volk Israël.
Dit volk zal dan na de overwinning op de legers van de antichrist, volgens een geliefkoosde tekst het wapentuig van de vijand in brand steken:
Dan zullen de Israëlieten uit hun steden komen om de wapens als brandhout te gebruiken; zeven jaar zullen ze vuur kunnen stoken van de grote en kleine schilden, de bogen en de pijlen, de stokken en de lansen (Ezechiël 39:9).
Maar het lijkt ons niet waarschijnlijk dat een komende wereldoorlog met de wapens van volken uit het stenen en bronzen tijdperk gevoerd wordt.

Deze opsomming is uiteraard een schaduwbeeld van de geestelijke wapens en methoden die in alle eeuwen door de vijand gebruikt zijn tegen de gemeente van Jezus Christus.
Déze wapens worden dan vernietigd.
Efeziërs 6:16-17 geeft aan hoe we dit nu al kunnen doen:
… en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven.
Draag als helm de verlossing en als zwaard de geest, dat wil zeggen Gods woorden.

Harmagedon is vermoedelijk een Griekse verbastering van het Hebreeuwse Her-Megiddo: de berg Megiddo.
Megiddo betekent plaats van troepen, stad waar veel soldaten liggen.
In de Openbaring worden twee bergen genoemd die een verzamelpunt zijn voor de strijd in de hemelse regionen.
In Openbaring 14:1 is dat de berg Sion, waar het Lam staat, omringd door een menigte van honderdvierenveertigduizend.
Op hun hoofden staan zijn naam en de naam van zijn Vader.
Zij zijn de zonen van God die het Lam volgen waarheen Hij hen (in de geestelijke wereld) leidt.
Van deze overwinnaars wordt aangegeven dat in hun mond geen leugen gevonden is, dat ze onberispelijk zijn.

Als tegenhanger van de berg Sion, beeld van de kracht van Gods heilige geest, waarop de gemeente van Christus gebaseerd is, lezen wij hier over de berg Megiddo.
Hier verzamelen zich ‘in de geest’ alle mensen voor wie geldt:
Daarom treft God hen met verblinding, zodat ze dwalen en de leugen geloven.
Zo zal iedereen die de waarheid niet gelooft maar behagen schept in onrecht, worden veroordeeld
(2 Tessalonicenzen 2:11-12).

De berg van Megiddo stelt het beest uit de afgrond voor, het rijk van de dood, de tegenhanger van de geest van God.
Op deze berg verzamelt zich rondom de antichrist - met twee horens als die van het Lam - zijn gemeente, de elitetroepen uit het rijk van de duisternis.
Vanuit onze eigen strijd in de hemelse regionen kunnen we ons bij benadering een voorstelling maken van wat daar gebeurt.
Verbonden met Gods geest strijdt onze geest in de onzichtbare wereld tegen de demonen en de overheden van het rijk van satan.
Demonen worden met het woord van God, in de naam van Jezus en door de kracht van de geest van God gebonden en naar de afgrond verwezen.

Bij de slag van Harmagedon probeert satan het andersom.
Hij verlangt ernaar om terug te gaan naar zijn oorspronkelijke plaats.
Zijn bedoeling is nog altijd om een hogere plaats in te nemen dan de wolken (= het beeld van de gemeente).
Met zoveel woorden zegt hij dat in Jesaja 14:14:
Ik stijg op tot boven de wolken,
ik evenaar de Allerhoogste.

Maar God heeft de méns bestemd om met Hem op zijn troon te zitten.
Daarom probeert satan nu zijn doel te bereiken door middel van de gemeente van de antichrist.
Daarvoor zal hij eerst Christus met zijn gemeente in de hemelse gewesten moeten overwinnen en elimineren.
De grote leugen die hij laat verkondigen is de dwaling dat de duisternis het Licht kan verdrijven.

Laten we ons eens indenken dat iemand ‘s nachts in een kamer zit, waar een lamp helder brandt.
Hij doet de gordijnen open en ziet hoe donker het buiten is.
Het is onmogelijk dat het licht in de kamer door deze duisternis verdrongen wordt.
Maar het licht baant zich wel een weg in de donkere nacht.
Nooit kan de duisternis het licht overwinnen.
In Psalm 2:2-3 (en verderop) wordt het verloop van de strijd beschreven.
De koningen van de aarde komen in verzet,
de wereldmachten spannen samen
tegen de Heer en zijn gezalfde:
Wij moeten hun juk afwerpen,
ons van hun boeien bevrijden.’

Wie die koningen van de aarde zijn, hebben we al kunnen zien.

Let nog op de tien horens die voor één uur koninklijke macht met het beest krijgen (zie Openbaring 17:12).
Van deze geestelijke overheden kan gezegd worden:
Immers, God heeft zelfs engelen die gezondigd hadden niet gespaard maar hen in de Tartarus geworpen.
Daar, in de diepste duisternis, blijven ze opgesloten om hun vonnis af te wachten
(2 Petrus 2:4).
In Judas vers 6 staat, dat God ze met onverbreekbare boeien in de onderwereld gevangen houdt.
Nooit kan daarom een demon gered worden, hij blijft geketend aan de duisternis.
Duisternis en licht gaan per definitie nooit samen.
Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit. (2 Tessalonicenzen 1:9).

Deze boeien willen ze in Harmagedon verbreken.
Ze willen terugkeren naar het licht en binnendringen in het koninkrijk van God.
Door hun verbondenheid met de menselijke geest proberen zij dit doel te bereiken.
Het antwoord van God de Vader op deze aanval op Christus en zijn gemeente is als volgt:
Die in de hemel troont lacht,
de Heer spot met hen.
Dan spreekt Hij tot hen in woede,
en zijn toorn verbijstert hen:
Ikzelf heb mijn koning gezalfd,
op de Sion, mijn heilige berg.’
Het besluit van de Heer wil Ik bekendmaken.
Hij sprak tot mij:
Jij bent mijn zoon,
Ik heb je vandaag verwekt.
Vraag het Mij
en Ik geef je de volken in bezit,
de einden der aarde in eigendom.
Jij kunt ze breken met een ijzeren staf,
ze stukslaan als een aarden pot
(Psalm 2:4-9).

De uitdrukking die in het Hebreeuws ‘Harmagedon’ heet wijst ons op de zinnebeeldige betekenis van deze berg, die we alleen kunnen begrijpen door bekendheid met de bijbelse geschiedenis.
Aan de voet van de berg van Megiddo ligt het dal van Megiddo of van Esdrelon of van Jizreël.
De Israëli’s noemen haar nu de Emek, dat is de vallei.
Zij is bekend om haar vruchtbaarheid.
Het is de streek waar het leger van Sisera een smadelijke nederlaag lijdt.

Rechters 4 en 5 vertellen hoe Barak zijn infanterie op de berg Tabor (waarschijnlijk de berg van de verheerlijking in Matteüs 17) verzamelt.
Onverwacht stort hij zich met tienduizend man op het vijandelijke leger dat zich in de vlakte bevindt, met de Megiddo in zijn rug.
Van zijn bliksemactie (Barak betekent bliksem) zingt Debora:
Achter hem stormde men het dal in (zie Rechters 4:15 NBG).
De overstroming van de beek Kison (zie Rechters 5:21) maakt de operatie van de vijandelijke strijdwagens onmogelijk, want de vorsten worden meegesleurd door het water van de Kison.
Het opvallende van deze strijd is dat er zich tegelijkertijd bijzondere natuurverschijnselen voordoen:
De sterren aan de hemel streden mee tegen de vijand, zij hadden in hun baan zich tegen Sisera gekeerd (zie 5:20).
Is het wonder dat Johannes deze veldslag als beeld gebruikt van het hemelse Harmagedon?

Als Joël profeteert over deze legers in het dal van de beslissing, roept hij uit:
Doe, o Heer, uw helden daarheen afdalen! (3:11 NBG).
Bovendien is voor het volk van God in het oude verbond dit dal van Megiddo verbonden met de herinnering aan een groot aantal beslissende veldslagen.
Ook Josia levert daar slag, maar dan met een heel andere afloop dan voor het volk van God in de hemelse regionen.

In zijn visioenen ziet Johannes dus geen taferelen die zich op de aarde, maar wel die zich in de hemel, de geestelijke wereld, afspelen.
Hij ziet de dingen die in de hemelse sferen gaan plaatsvinden.
De Heer zegt tegen hem in Openbaring 4:1:
Kom hierboven, dan laat Ik je zien wat er hierna gebeuren moet.
En in vers 2 zien we dat Johannes direct in (geest)vervoering komt.
Dus beschrijft Johannes niet de dingen van deze aarde, maar houdt hij zich bezig met de gebeurtenissen in de onzichtbare wereld.
Uiteraard hebben deze hun gevolgen en doorwerking in het zichtbare.

Onder leiding van de antichrist, de schijnprofeet, met de tien koningen, worden de mensenmassa’s gemobiliseerd en samengebundeld voor een oorlog in de hemelse gewesten.
Er wordt een demonische kracht gevormd, waarvan gezegd kan worden dat deze tot in de hemel reikt (zie Genesis 11:4).
Van deze bezeten mensheid staat:
Ze binden de strijd aan met het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen (zie Openbaring 17:14).

Harmagedon is het einde van de oorlog in de geestelijke wereld.
Het nieuwe verbond bemoeit zich niet met een aards strijdtoneel, kernwapens of een natuurlijk volk van God.
In Harmagedon probeert satan het hemelse leger van Jezus Christus te binden en krachteloos te maken.
De bezeten mens is daar verbonden met de machten, de overheden, met de wereldbeheersers van de duisternis, met de demonen in de hemelse regionen.
Men heeft de leugen als gordel om de heupen en de ongerechtigheid als harnas om de borst.
Men heeft de boodschap van de haat tegen God en zijn Gezalfde (= Jezus Christus en zijn gemeente) als schoenen aan de voeten.
Men heft het schild van het ongeloof omhoog, waardoor iedere Goddelijke genade of liefdegave tegengehouden wordt.
Dit alles in volkomen tegenstelling tot wat er staat in Efeziërs 6:14 en volgende verzen.
Gestreden wordt er met geestelijke wapens.
Er komt geen natuurlijk oorlogstuig aan te pas.
2 Tessalonicenzen 2:8:
De Heer zal de wetteloze doden met de adem (Gods woord en geest) van zijn mond en vernietigen door de aanblik van zijn komst.

Uit zijn mond komt een scherp zwaard waarmee Hij de volken zal slaan en Hij zal hen met een ijzeren herdersstaf hoeden (zie Openbaring 19:15).
Alleen zij die de strijd in de hemelse regionen kennen, kunnen zich een voorstelling maken van de dimensie hiervan.
Als het rijk van de duisternis het koninkrijk van God probeert binnen te dringen, is dit een wetteloze en onrechtmatige actie.
De vijandelijke legers stuiten op de kracht van hen die de witte kleren van de gerechtigheid aan hebben.
Zij komen en vinden in hen niets, net zo min als de heerser van deze wereld aansluiting vindt bij Jezus (zie Johannes 14:30).
Er is geen enkel contact mogelijk tussen licht en duisternis, er is geen enkel aanknopingspunt.

Het licht van Gods luister verdrijft dan alle duisternis, de kracht van de waarheid is dan sterker dan die van de leugen, de geest van God in de gelovigen is machtiger dan het beest uit de afgrond.
De strijd is snel beslist.
De geesten van de mensen die met de demonen verbonden zijn, worden door het woord van God naar het rijk van de dood verwezen.

Rest de vraag wat er met de antichrist gebeurt.
Hij zal niet sterven, maar levend in de vuurpoel geworpen worden.
Dit komt aan de orde in Openbaring 19:20.