Openbaring

Openbaring 16:4-7
Grote geestelijke afval door de vele dwalingen

De derde engel goot zijn offerschaal leeg over rivieren en waterbronnen, en het water werd bloed.
Ik hoorde de engel van al het water zeggen:
‘Rechtvaardig bent U, de heilige, die is en die was, omdat U op deze manier straft
(of: oordeelt).
Bloed van heiligen en profeten hebben zij vergoten en bloed laat U hen drinken.
Ze hebben het verdiend.’
Ik hoorde het altaar antwoorden:
‘Ja, Heer, onze God, Almachtige, uw oordelen zijn betrouwbaar en rechtvaardig.’

En de derde engel goot uit de schaal van hem in de rivieren en in de bronnen van de wateren en (er) ontstond/(het) werd bloed.
En ik hoorde de engel van de wateren zeggende: rechtvaardig, Heer, bent U, de Zijnde en de(gene die) was en de Heilige, omdat deze (dingen) U hebt geoordeeld.
Want bloed van heiligen en profeten hebben zij uitgegoten en bloed aan hen gaf U (om te) drinken; waard namelijk zijn zij (het).
En ik hoorde (een) ander uit het altaar zeggende: ja, Heer God Almachtige, waarachtig en rechtvaardig (zijn) de oordelen van U.

In aansluiting bij en in aanvulling op de toelichting op Openbaring 8:10-11 kunnen we over rivieren en waterbronnen het volgende zeggen:
In het boek Openbaring is sprake van bronnen van en een rivier met water dat leven geeft, helder als kristal, die ontspringt uit de troon van God en van het Lam (zie Openbaring 21:6 en 22:1).
Daar wordt gesproken over Gods heilige geest en het woord, de uitgesproken gedachte van God.
Jezus zelf zegt in verband met het werk van Gods geest in het innerlijk van zijn volk:
Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft (zie Johannes 7:38).

Demonen vergiftigen door hun misleidende gedachten en leringen de bronnen van geestelijk leven.
Ze brengen geen leven maar dood aan de mensen die uit deze besmette bronnen drinken.
De (andere) rivieren wijzen op geestelijke, antichristelijke stromingen.
Wát hierin nog aan leven aanwezig is, valt af van het echte geloof en sterft een geestelijke dood.

Nu zijn we in het laatste stadium van de grote geestelijke afval.
Alles wat in de schijngemeente verkondigd en gedaan wordt, geeft geen geestelijk leven, want het gaat alleen nog maar om uiterlijke dingen.
Men verbindt religie uitsluitend nog aan zichtbare zaken:
wetenschap, gewijde gebouwen en kleding, organisaties en structuren, macht en invloed, religieuze emotie, zogenaamd ‘christelijk’ vermaak en allerlei andere dwalingen en zaken die van God en zijn plan afleiden en afvoeren.
Men richt zich niet op wat God met de mens voorheeft:
De liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, zodat jullie zullen volstromen met Gods volkomenheid (zie Efeziërs 3:19).

Omdat men dit doel niet nastreeft, probeert men nog met leringen, stelsels en voorschriften zijn religie in stand te houden.
Men is opvattingen en ideeën gaan volgen die geïnspireerd worden door (religieuze) demonen en zo komt men bedrogen uit.
Het doel van God wordt niet bereikt, maar men wordt een prooi van leugen en bedrog en uiteindelijk van de dood, het gescheiden zijn van God.

Er is een engel met macht over het water, zoals er ook een engel is die macht over het vuur heeft.
We zien ook dat er engelen zijn die in dienst staan van de gemeenten.
Bovendien zijn er engelen die voor God staan.
Engelen worden dus aangeduid naar de functie die ze hebben.

De engel van het vuur houdt zich bezig met de demonen, die van het water met de geesten van de mensen, terwijl de engel van de Heer de heilige engelen aanstuurt.
De engel van het water houdt toezicht op het geestelijke leven van de volken.
Op zijn balans staat te lezen welke bloedschuld de schijngemeente heeft bij de gemeente van Jezus Christus.
Hij concludeert dan ook dat het oordeel dat over deze gemeente uitgesproken wordt, rechtvaardig en billijk is.
Het vonnis wordt uitgevoerd namens Hem, die is en die was, de onveranderlijke en eeuwige God.
Zijn wetten veranderen niet en zijn plannen hangen niet af van de waan van de dag.
God is de Heilige, Hij die herstel brengt en daarom is zijn oordeel over zonde en dwaling rechtvaardig en juist.
God is uitsluitend licht en geen duisternis kan Hem bij het scheiding maken tussen goed en kwaad, dit is zijn oordeel, beïnvloeden of in verwarring brengen.

De schijngemeente heeft zich vergrepen aan het bloed van de heiligen en de profeten.
Zij heeft oorlog tegen hen gevoerd om hun geestelijke (en vaak ook natuurlijke) leven te roven omdat zij geweigerd hebben het beest te aanbidden.
Ze heeft het geestelijke leven bij veel oprechte gelovigen weggenomen doordat ze hen niet op de hoogte gebracht heeft van het plan van God, maar hiervoor de leugen in de plaats heeft gezet.

Ze heeft zich zelfs altijd verzet tegen het plan van God om de mens een plaats op zijn troon te geven.
En wel door inspiratie van haar leider: satan, van wie gezegd wordt:
O morgenster, zoon van de dageraad,
hoe diep ben je uit de hemel gevallen.
Overwinnaar van alle volken,
hoe smadelijk lig je daar geveld.
Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel,
boven Gods sterren plaats ik mijn troon.
Ik zetel op de toppen van de Safon,
de berg waar de goden bijeenkomen.
Ik stijg op tot boven de wolken,
ik evenaar de Allerhoogste
(Jesaja 14:12-14).
Hij wil de gemeente elimineren om zelf haar plaats in te nemen en zelfs een nog hogere.

Heiligen zijn gelovigen die geheeld of hersteld zijn, ze zijn volledig afgezonderd van het kwaad en zo kunnen ze een volmaakt en zuiver geestelijk leven leiden.
Profeten zijn gelovigen die worden geïnspireerd door Gods heilige geest om de gedachten van God door te geven aan de gemeente.
Beide categorieën worden gevoed door het water dat leven geeft (zie Openbaring 21:6, 22:1 en 22:17).
De heiligen en de profeten worden ‘gedood’ in het geestelijke Babylon of in het afvallige Jeruzalem en in de laatste tijd in de antichristelijke kerk.
Ze kunnen daar niet meer leven en hun stem wordt er niet meer gehoord.
De antichristelijke gemeente is de voortzetting en de voltooiing van de schijngemeente en zij openbaart in alle openheid haar duisternis en moordzucht.

Men maakt de heiligen en de profeten monddood, omdat men het echte geestelijke leven haat.
Satan zal alles in het werk stellen om de geest van de mens op het zichtbare gericht te houden, zodat hij zelf buiten schot blijft en zo bovendien vrij spel krijgt.
Nu worden haar leden van iedere vorm van geestelijk leven afgesneden.
Zij moeten nu bloed drinken, want zij hebben het verdiend, dat wil zeggen: ze moeten de gevolgen van hun foutieve handel en wandel dragen!
Met een oudtestamentisch beeld:
Maar Egypte wordt een woestenij
en Edom een kale woestijn,
om hun misdaden tegen Juda,
om het onschuldig bloed dat ze daar hebben vergoten
(Joël 4:19).

Al langere tijd zien we het begin van de ondergang van het geestelijke leven, onder andere doordat men de kracht van het evangelie ontkent en zelfs bestrijdt.
Vooraanstaande theologen en in hun kielzog veel gelovigen, nemen uit de Bijbel weg wat naar hun mening niet in het moderne, natuurwetenschappelijke beeld past.
Men gelooft zelfs in een volstrekt onlogische en onwetenschappelijke evolutietheorie, waardoor God niet meer als Schepper erkend wordt.
Maar wat minstens zo erg is: men hecht geen enkele waarde aan het plan van God met de mens, voor zover men daar al enig inzicht in heeft.

Daarom ontkennen de moderne ‘schriftgeleerden’ de wonderen en tekenen in de Bijbel, waaronder de doop in Gods heilige geest en de ontwikkeling van de begaafdheden van deze geest.
Ook wordt het opstaan uit de dood van zowel Jezus Christus als van de gelovigen als een fabel beschouwd.
Vooral (de mogelijkheid van) het bereiken (in dit leven al) van het niveau van Jezus Christus door de mens, wordt als volstrekt ongeloofwaardig van de hand gewezen.

Natuurlijk maken veel mensen in gemeenten en kringen zich zorgen over deze ontwikkelingen.
Ze roepen ach en wee, maar tegelijkertijd negeren ze zelf de grote opdracht van Jezus om in en vanuit de geestelijke wereld te denken en te handelen.
Dit kan door te leven in het licht, in de naam van Jezus demonen te verdrijven, talen te spreken die door Gods geest geïnspireerd worden en op zieken de handen te leggen voor genezing.
Het geeft toch wel aan dat men er een gespleten levenshouding op nahoudt.
Aan de ene kant wil men met hand en tand aan de historische wonderen vasthouden.
Men gelooft de Bijbel immers ‘van kaft tot kaft ..’!
Aan de andere kant maakt men de christenen belachelijk die deze wonderen opnieuw willen beleven.

Zo is voor veel gelovigen het evangelie van het koninkrijk van God nu alleen nog maar aardsgericht en heeft het niets meer te maken met de geestelijke dimensie.
In het rijk van de antichrist worden dit modernisme en dit dode fundamentalisme tot het bittere einde doorgevoerd.
Er wordt geen water dat leven geeft meer gedronken uit de levensrivier, uit de bronnen van het herstel.
Nee, het zogenaamde christendom verzadigt zich met bloed, dat is met een natuurlijke religie, om zichzelf nog het idee te geven dat men met God leeft.
Dit zijn geen loze kreten, want laten we nog maar eens kijken naar een aantal van die uiterlijkheden en dwalingen waarmee de gelovigen worden beziggehouden en misleid.

Het kan echt niet vaak genoeg gezegd worden, een (beslist onvolledige) bloemlezing:

Door al deze dingen is en wordt de bron van levend water helaas voor veel oprechte gelovigen totaal vergiftigd.
Het gevolg is dat er nog weinig mensen zijn (de Bijbel heeft het steeds over een ‘rest’ of ‘overschot’) die echt begrijpen waar het bij God precies om gaat!

Wat wel het belangrijkste in het christelijke leven is, vinden we bijvoorbeeld in Filippenzen 3:

Het geestelijke denken van veel mensen is door allerlei demonische humbug volledig ondergesneeuwd.
Ze leiden een min of meer dierlijk – hoewel in verstandelijk en moreel opzicht hoger ontwikkeld - bestaan.
De mens moet zich echter niet verzadigen met het natuurlijke of het zichtbare, maar met het geestelijke.
Het hoogste geluk dat een mens kan ervaren is het oog in oog mogen staan met zijn God die volmaakt liefdevol en vriendelijk is.
Psalm 17:15 zegt:
Laat mij, recht gedaan, uw gelaat aanschouwen,
bij het ontwaken mij verzadigen aan uw beeld.

Gods vriendelijk stralende ogen verheugen ongetwijfeld ook ons hart! (zie Spreuken 15:30 NBG).

Wij moeten vol worden van het water dat leven geeft.
Wij moeten dus vol worden van de heilige geest van God.
Wij moeten voorkómen dat we ons leven vullen met natuurlijke en zichtbare zaken, vooral waar deze betrekking hebben op ons religieus bezig zijn.
Als we toch alleen met aardse dingen ons leven vullen, verlagen we ons tot de status van een dier en bereiken we onze geestelijke bestemming nooit.
We worden dan slachtoffer van hebzucht en dat is afgoderij, zoals nadrukkelijk wordt gezegd in Kolossenzen 3:5:
Laat dus wat aards in u is afsterven: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht – hebzucht is afgoderij …

Dan hoort Johannes het altaar spreken.
Wij weten al dat het brandofferaltaar het beeld is van Jezus Christus.
Onder(aan) dit altaar bevinden zich de zielen van hen die geslacht waren omdat ze over God hadden gesproken en vanwege hun getuigenis (zie Openbaring 6:9).
Deze martelaars die na hun overlijden een blijvende intrek bij de Heer genomen hebben, (vergelijk 2 Korintiërs 5:8) bevinden zich dus in of onderaan het altaar.
Dat wil zeggen dat hun schuld is vergeven, dat ze rechtvaardigen zijn.
Ze roepen:
O heilige en betrouwbare Heer, wanneer zult U de mensen die op aarde leven eindelijk straffen en ons bloed op hen wreken? (Openbaring 6:10).
Voor een verklaring hiervan zie de toelichting bij dit vers.

Toen is tegen hen gezegd nog een korte tijd geduld te hebben, maar nu zien ze dan hoe de definitieve scheiding plaatsvindt tussen goed en kwaad.
Ze zijn hiervan nu getuigen en ze stemmen ermee in door te zeggen dat dit scheidingsproces betrouwbaar is en rechtvaardig.
Ze vinden hierin bijval van een grote menigte mensen (zie Openbaring 19:1-2).