Openbaring

Openbaring 17:11
Immuun voor de invloed van Gods geest

Het beest dat was, en niet is, is zelf de achtste koning, al is het een van de zeven en het zal vernietigd worden.

En het beest dat was en niet is, ook zelf (de) achtste is en uit de zeven is hij en tot verderf gaat hij heen.

Zolang Babylon bestaat, wordt de antichrist niet openbaar.
Zijn bestaan wordt nog teveel versluierd door restanten van het oorspronkelijke christendom in de schijngemeente.
Wel kan van zijn geest gezegd worden dat hij al ‘in het geheim’ bezig is met zijn werk in deze verbasterde gemeente.
Want deze geest bevindt zich nog onder de oppervlakte van de zee.
In Openbaring 13:1 ziet Johannes hem in de laatste tijd uit de zee opkomen.
In 1 Johannes 2:18 schrijft deze apostel al:
Kinderen, het laatste uur is aangebroken.
U hebt gehoord dat de antichrist zal komen.
Nu al treden er veel antichristen op en daardoor weten we dat dit het laatste uur is.

De geest van de antichrist kan alleen uit de zee opkomen doordat hij door leden van de schijngemeente hieruit wordt opgeroepen.

Van de géést van de antichrist kunnen we dus zeggen:
Het beest dat je zag, was en is niet; het stijgt binnenkort op uit de onderaardse diepte (vers 8).
Door de zeven koppen heen is de invloed van deze geest altijd al in de afgevallen gemeente merkbaar geweest.
We zien dat zes van de zeven koppen waarop Babylon gefundeerd is, in de laatste tijd weggeslagen worden.
Dan blijft alleen de zesde of de eigenlijke kop over, namelijk die van het occultisme.
Nu is het moment aangebroken dat het beest uit de afgrond vorm krijgt in de wetteloze mens (zie 2 Tessalonicenzen 2:3).

De zesde kop die eens een steekwond oploopt (zie Openbaring 13:14), blijkt nu de eigenlijke kop van het beest uit de afgrond te zijn.
Want de gemeente van de antichrist is door en door occult (geworden) en zij heeft rechtstreeks op een bovennatuurlijke manier contact met de afgrond, dat is met het rijk van de dood.
De zesde kop is één uit de zeven en ook de achtste.
Hoewel deze kop er altijd geweest is, wijst dit laatste getal op een nieuw tijdperk.
We kunnen hier een parallel trekken met de doorwerking van de geest van God in de gemeente van Christus.

Gods geest is er altijd geweest, is op de Pinksterdag uitgestort en hij zal op een bijzondere manier aan de gemeente van de laatste tijd gegeven worden, waardoor de profetie van Joël uitkomt.
Door de rechtstreekse inspiratie en inwerking van de geest uit de afgrond aan de ene en die van Gods heilige geest aan de andere kant, houdt iedere verwarring op.
De gemeente van de antichrist is op een spiritistische manier zó met de dood en het rijk van de dood verbonden, dat het voor haar leden onmogelijk is om nog tot inkeer te komen en te herstellen.
Door de doop in de geest van de antichrist, het merkteken of het stempel van het beest, wordt men immuun voor de beïnvloeding door de geest van God.
De leden van de antichristelijke gemeente worden één met de draak en met de antichrist, evenals wij door de doop in Gods heilige geest één worden met de Vader en de Zoon.

Hoe stellen we ons nu de schildering van dit beest met de zeven koppen voor?
Het heeft eigenlijk maar één kop die rechtstreeks met hem verbonden is.
De zes andere koppen zijn om die ene kop heen gegroepeerd.
Op deze groep koppen rust Babylon, de schijngemeente.
Deze wordt door de koppen geïnspireerd.
Door deze koppen heen vult de adem van het beest de hoer.
De koppen werken ook de verwarring en de verdeeldheid uit in Babylon.
Maar vijf koppen verliezen hun kracht om te inspireren, want zij vallen.
Door de geest van de zevende kop, de schijneenheid tussen de religies, probeert men Babylon nog bij elkaar te houden en voor het oog nog iets te laten betekenen.
Ondertussen ontwikkelt de zesde kop zich steeds meer en als na korte tijd de schijneenheid mislukt, is de zesde kop al afschuwelijk groot geworden.

Als ook de schijneenheid verdwijnt, valt Babylon en dan rust de antichristelijke gemeente, die de organisaties van de schijngemeente overneemt, alleen nog op de zesde kop.
Deze overblijvende kop heet nu de achtste en hij wordt rechtstreeks geïnspireerd door de geest van de antichrist, het beest uit de afgrond.
Dit beest wordt vernietigd als de schijnprofeet, de antichrist, gegrepen wordt en met de geest die in hem woont, het beest uit de afgrond, in de vuurpoel met brandende zwavel gegooid wordt (zie Openbaring 19:20).

We willen erop wijzen dat er uitdrukkelijk aangegeven wordt dat er wijsheid en inzicht nodig is om de betekenis van deze koppen te begrijpen.
Johannes ziet dingen in de onzichtbare wereld en hij zet deze geestelijke realiteiten om in aardse afbeeldingen.
Het vraagt dus geestelijke wijsheid om in deze afbeeldingen de geestelijke werkelijkheid terug te vinden.
Wie de betekenis van de bergen begrijpt, zal ook de wijsheid (kunnen en moeten) hebben om de zuilen van de schijngemeente op aarde te herkennen.
Voor het begrijpen van de Openbaring is inzicht nodig in de hemelse regionen.

Wat op aarde gebeuren gaat of al gebeurd is, is het resultaat van wat in de onzichtbare wereld plaatsvindt.
Zo is bij de kruisiging van Jezus op Golgotha de diepe duisternis het gevolg van de concentratie van de demonen in de onzichtbare wereld.
Wie meent dat de zeven bergen de heuvels zijn waarop Rome ligt, zal zich ook moeten afvragen waar dan dat beest is, waarvan die heuvels koppen zijn, welke heuvels wegvallen en welke heuvel nog zal opkomen en hoe het eruitziet als er nog maar één heuvel staat.
We kunnen toch niet het ene deel van het visioen natuurlijk verklaren en de rest geestelijk?