Openbaring

Openbaring 17:15-16
Een schijn van Godsdienst

De waterstromen die je zag,’ zei de engel, ‘waar de hoer aan zit, zijn vele landen en volken en stammen.
De tien horens die je zag en het beest zelf zullen een afschuw krijgen van de hoer en ze zullen haar te gronde richten.
Ze zullen haar uitkleden, haar vlees eten en haar in brand steken.

En hij zegt tot mij: de waterstromen die u gezien hebt, waar de hoer gezeten is, natiën en menigten zijn en volken en talen.
En de tien horens die u gezien hebt op het beest, dezen zullen haten de hoer en verlaten zijnde zullen zij maken haar en naakt en de stukken vlees van haar zullen zij eten en haar zullen zij verbranden met vuur.

De overspelige gemeente heeft haar leden over de hele wereld.
In dit opzicht lijkt ze op de gemeente van Christus.
Want ook deze bestaat uit een onafzienbare menigte, die niet te tellen is, uit alle landen en volken, van elke stam en taal (zie Openbaring 7:9).
De waterstromen geven opnieuw het geestelijke leven van de volken weer.
De ontrouwe gemeente heeft zich overal aangepast.
Zij zit aan deze waterstromen, ze wordt dus beïnvloed en geïnfiltreerd door de demonen die het religieuze leven van de volken beheersen.

Het ogenblik is dan gekomen dat het schijnchristendom in elkaar stort.
Als de ‘schijnvrouw’ haar aardse versiering en pracht en praal ontnomen worden, heeft ze in de geestelijke wereld geen zuiver stralend linnen als symbool van innerlijke zuiverheid (zie Openbaring 19:8).
Daar is zij naakt.
Haar werkelijke wezen wordt blootgelegd en het is nu duidelijk te zien dat deze hoer geen echt geestelijk leven heeft vanuit en met God.
De profetie over Babylon is volgens Jesaja 13:2:
Steek op een kale berg de strijdvaan op,
roep op tot de strijd en geef het teken
dat zij optrekken naar de poorten van de edelen.

Babylon heeft geen enkele wezenlijke, geestelijke waarde, maar alleen uiterlijk vertoon: een schijn van Godsdienst.
En ook wat in de zichtbare wereld van haar is, wordt haar afgenomen en dan wordt duidelijk dat ze niets van geestelijke waarde heeft te bieden.
Haar aardsgerichte invloed en haar zichtbare bezittingen worden geconfisqueerd en haar organisaties overgenomen.
Ze zullen haar vlees eten…

De antichristelijke geest haat het schijnchristendom en maakt voor iedereen zichtbaar dat de ontrouwe gemeente aan de verkeerde kant van de scheidslijn staat.
De antichristelijke gemeente heeft wél geestelijk leven en dit krijgt ze rechtstreeks uit het rijk van satan.
Daardoor ontwikkelt ze een enorme kracht.
Door haar horens, symbool van die macht en kracht, stoot ze de onmachtige en verworden gemeente volledig in de afgrond.

Onder de druk van de schijngodsdiensten en verworden politieke en andere ideologieën zal geen enkele gemeente die niet het volledige plan van God uitwerkt, stand kunnen houden.
De horens steken de hoer in brand, dat wil zeggen dat de verwereldlijkte gemeente geen enkel steunpunt heeft in het onzichtbare koninkrijk van God.
En daarom leggen de occulte machten (het vuur) uit het dodenrijk beslag op haar.