Openbaring

Openbaring 17:5-6
Het geheim van de afgevallen gemeente

en op haar voorhoofd stond een naam met een geheime betekenis:
‘Het grote Babylon, moeder van alle hoeren en van alle gruwelijkheden ter wereld’.
Ik zag dat de vrouw dronken was van het bloed van de heiligen en het bloed van hen die van Jezus hadden getuigd.
Ik was ontzet toen ik haar zag.

En op het voorhoofd van haar (was) (een) naam geschreven zijnde: Geheimenis / een geheimenis: Babylon het grote, de moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde.
En ik zag de vrouw dronken zijnde vanwege het bloed van de heiligen en vanwege het bloed van de getuigen van Jezus.
En ik verwonderde mij, gezien hebbende haar, met verwondering grote.

Op de voorhoofden van de overwinnaars in de oorlog tegen de demonen staat de naam van de stad van God, het nieuwe Jeruzalem (zie Openbaring 3:12).
Op het voorhoofd van de hoer staat de naam: het grote Babylon.
Dit geeft aan waarop hun gedachtenleven en geloof gericht is.
De afgevallen gemeente verbergt een mysterie of geheim.
In een van zijn vergelijkingen over het koninkrijk van de hemel vertelt Jezus hoe deze onzichtbare wereld overeenkomt met iemand die goed zaad zaait in zijn akker.
Maar als de mensen slapen, komt zijn vijand en deze zaait onkruid tussen het graan.

Dit onkruid, de dolik, heeft scherpe, grasachtige bladeren die iets smaller zijn dan die van de tarwe en hij is blauwgroen van kleur.
Zolang we alleen maar de halmen met blad kunnen zien, is de overeenkomst met de tarwe groot.
Maar direct als de aren tevoorschijn komen, is verwisseling uitgesloten.
De aar van de dolik is korter en losser van bouw.
De opgroeiende dolik lijkt zo verbijsterend veel op het goede graan, dat men haar - om vergissingen te voorkomen – eerst moet laten staan voordat men gaat oogsten.

Tijdens de ontwikkeling van gemeente en schijngemeente in de afgelopen bijna twintig eeuwen zijn er wel veel verschillen tussen deze gemeenten en wereld aan te wijzen.
Maar de leden van de beide gemeenten zijn aan de buitenkant niet direct van elkaar te onderscheiden.
Ze groeien samen op.
Naast de gemeente van Christus verrijst in de onzichtbare wereld een andere gemeente waarvan men naar de buitenkant te oordelen, denkt dat deze ook bij het koninkrijk van God hoort.
Iedere poging om deze twee te scheiden is niet mogelijk, want Jezus zegt in Matteüs 13:29:
Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken.

De dolik kunnen we alleen maar in twee fasen duidelijk als onkruid onderscheiden: aan het zaad dat in de grond valt en aan de vrucht die hij in de oogsttijd geeft.
Zaad en vrucht zijn zoals altijd identiek.
Hoewel er bij het opgroeien uiterlijke overeenkomsten bestaan, die misleidend zijn, vertegenwoordigen tarwe en dolik toch twee heel verschillende grassoorten.
Maar het zaad dat verborgen is, is de beslissende factor.
De gemeente van Christus en de schijngemeente kunnen aan de buitenkant op elkaar lijken, maar hun fundamenten zijn totaal verschillend.
Ook aan de vrucht kent men hier de boom.
Uiteindelijk zal de gemeente van Christus goede vruchten van de volmaaktheid opleveren, terwijl de verkeerd gefundeerde gemeente vruchten van slechtheid voortbrengt.

Er bestaat onkruid dat duidelijk aanwijsbaar is en gemakkelijk te wieden.
Paulus schrijft in 1 Timoteüs 5:24:
Van sommige mensen zijn de zonden overduidelijk nog voordat erover geoordeeld wordt; bij anderen komen ze pas bij het oordeel aan het licht.
Bij een alcoholverslaafde of een hoer maken hun zonden duidelijk zichtbaar dat zij niet bij het koninkrijk van God horen.

Maar de religieuze mens heeft het over zijn kerk, over zijn gemeente en over zijn visie.
Hij neemt het allemaal niet zo gemakkelijk en iedereen kent zijn kerkelijk besef.
Maar zijn godsdienstigheid komt niet voort uit het goede zaad.
Daarom kan hij nooit de vruchten opleveren van vrede, rechtvaardigheid en vreugde (zie Romeinen 14:17).
De schijngemeente heeft een schijn van vroomheid, maar ze streeft niet naar de kracht van de geest van God.
Ze zullen de schijn van vroomheid ophouden, maar de kracht ervan miskennen (zie 2 Timoteüs 3:5).
Zij heeft daarom nooit overwinning op zonde, misleiding, verleiding en ziekte.

Bij de uitdrukking ‘schijngemeente’ moeten we niet direct denken aan een bepaalde geloofsrichting.
Zij openbaart zich in allerlei kerken, maar ook in zogenaamde vrije kringen, waar de vrucht van Gods geest niet tevoorschijn komt.
Niet de naam is van belang, want dat is een uiterlijke zaak, maar wél de verbinding met het goede zaad onder de oppervlakte, dat is de onzichtbare wereld.
Net zo min bestaat op aarde nu al een aanwijsbare, echte vrouw van het Lam.
Jezus zegt in dit verband:
Als iemand dan tegen jullie zegt: Kijk, dit is de messias of: Daar is hij, geloof dat dan niet.
(Matteüs 24:23).

Er zijn wel groeperingen die duidelijke kenmerken hebben van de vrouw op het beest, zoals er ook zijn die ernaar streven het lichaam van Christus te laten zien op aarde.
Als wij aangespoord worden om ons bij de gemeente van Christus te voegen, geldt dit in de eerste plaats in de geestelijke wereld.
In de zichtbare wereld zullen we ons dan aansluiten bij die gemeente die zo volledig mogelijk gebaseerd is op het bijbelse fundament: Jezus Christus.
En die in de liefde van Christus wil opgroeien naar de volmaaktheid.

Er is dus in de geestelijke wereld een stad van God en er is een grote stad Babylon, de samenbundeling van het schijnchristendom.
De laatste is de geestelijke realiteit in de hemelse regionen van het uiterlijk godsdienstige Jeruzalem, dat geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte.
Daar zijn de twee getuigen gedood en is ook onze Heer gekruisigd
(zie Openbaring 11:8).

In dit Babylon woont de natuurlijk gerichte religieuze mens die geen gemeenschap met Jezus Christus heeft, die niet één geest met Hem is.
Kaïn, Ezau, Ismaël en de geestelijke leiders in de dagen van Jezus hebben in deze stad gewoond.
Over haar inwoners wordt geprofeteerd in Matteüs 23:35:
Al het onschuldige bloed dat op aarde is vergoten zal jullie worden aangerekend, vanaf het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zecharja, de zoon van Berechja, die jullie vermoord hebben tussen het heiligdom en het brandofferaltaar.

Deze martelaars vallen dus in de religieuze machtscentra.
Ook in de zogenaamde christelijke kerk vloeit het bloed van de martelaars met stromen.
Babylon is dronken geworden van het bloed van de heiligen en van het bloed van hen die van Jezus getuigen!
In de eerste zes zegels van Openbaring 6 zien we hoe dit gebeurt.
In Babylon vloeit het bloed van de martelaars, van de ‘ketters’.

In deze stad zijn de inquisitie, de brandstapels en de excommunicaties.
De kerkgeschiedenis is de historie van Babylon, waarin de echte kinderen van God als ballingen wonen en uitzien naar het hemelse Jeruzalem.
Ze verlangen om daar weer naar terug te keren.
Het grote Babylon is de moeder van alle hoeren en van alle gruwelijkheden ter wereld.
Het hoort dus niet bij het lichaam van de Heer en het onderscheidt dit ook niet.
Daarom vinden we in de beker van deze hoer alle zonden, ongerechtigheden en ziekten, die samen het leven op aarde met hun gruwelijkheden teisteren.

Babylon heeft geen enkele oplossing voor de nood van de mensen en voor de wereldproblemen.
Om te bedekken dat God niet meer met haar verbonden is, pleegt de vrouw overspel met de koningen op aarde en met de wereldgeesten.
Zij is de moeder van de hoeren, want uit haar komen de dwalingen en de inspiraties door demonen voort, met wie zij haar diepgaande (overspelige) contacten heeft.
Zij is de oorsprong van de dwaling die uit haar ontstaat en waaraan zij het leven geeft.
Het schijnevangelie dat in kerken en groepen gevonden wordt, bereikt zijn volkomenheid en rijpheid in de stad Babylon.
Johannes ziet vol ontzetting Babylon als het eindstadium van de toenemende verbastering van de gemeente.
Wie rekent er ook op zo’n enorme scheefgroei van wat ooit zo goed en mooi begonnen is?